Een echte intellectueel

Een echte intellectueel is volgens de Dikke Van Dale ‘iemand met een hoge algemene ontwikkeling, die beschouwelijk is aangelegd, zorgvuldig nadenkt en verstandelijk overweegt’, en intellectuelen zijn ‘de met name wetenschappelijk ontwikkelden die merendeels hoofdarbeid verrichten en als de voortbrengers en beheerders van de cultuur worden beschouwd, de geestelijke elite’.

Een beetje een verwarrende omschrijven (vreemd dat het geheel meer is dan de som der intellectuelen), maar duidelijk is wel dat een intellectueel het vooral moet hebben van zijn denkvermogen. De intellectueel wikt en weegt, hij dubt, hij aarzelt.

Voordat de intellectueel zich eindelijk eens uitspreekt over willekeurig welke kwestie, gaan er heel wat uren aan Popperiaanse hypothesevorming en Cartesiaanse twijfel aan vooraf. Hij is dus hij denkt. En dat denken dient geen ander doel dan het denken zelf. Soms leidt dat denken ergens toe, maar dan per ongeluk. Soms ontsnapt er eens een uil van Minerva uit de kooi van zijn denkraam, maar vermoedelijk heeft de intellectueel dat zelf niet eens in de gaten.

De echte intellectueel is daarmee een enigszins tragische figuur. Hij is niet ongelukkig. De wijze woorden van Pascal dat al het leed der mensen hieruit voortspruit, dat zij niet rustig in hun kamer kunnen blijven? Die zijn op de intellectueel niet van toepassing. Hij doet niets liever dan rustig in zijn kamer blijven, met z’n neus in de boeken en z’n hoofd in de wolken. Alleen is hij ook ongemeen wereldvreemd. Terwijl hij in gedachten verzonken zit op z’n kamertje, manifesteert zich buiten het echte leven in al z’n vele, zelden aangename verschijningsvormen.

De ongelijkheid neemt toe (of juist niet)! Het klimaat verandert (of toch niet)! De islam rukt op (of niet)! Het land gaat naar de knoppen door immigranten (of juist door ontvolking)! Er is altijd wat. De intellectueel heeft het niet of nauwelijks in de gaten. En als hij het eindelijk in de gaten heeft, moet hij er nog eens goed over denken wat hij er van vindt. En als hij is uitgedacht, doen zijn denkbeelden al lang niet meer ter zake. De wereld is al weer wat slagen verder gedraaid.

De intellectueel is zodenkende volstrekt ongeschikt om een zinnige bijdrage te leveren aan de maatschappelijke ontwikkelingen. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn. Hij kan weinig kwaad zolang hij zijn studeerkamer niet verlaat. Maar daarbuiten is het oppassen met de intellectueel. Je moet hem zeker niet hebben als politicus: iemand die zorgvuldig zijn woorden kiest, die genuanceerd denkt, die liever ten hele keert dan ten halve dwaalt – een ramp.

Gelukkig is de echte intellectueel in de politiek een zeldzaamheid. Wel kom je af en toe een pseudo-intellectueel tegen, die een beetje heeft gegrasduind in het Prisma-boekje over de geschiedenis van de filosofie en wat interessanterige citaten en moeilijke woorden bij elkaar heeft geplukt. Van dat wereldvreemde, verlammende denken van de echte intellectueel heeft hij geen enkele last Hij beklimt de boreale barricaden, wordt immanent naar het front geroepen, voert een al dan niet oikofobisch gevecht.

De echte intellectueel hoeft voor de verandering niet lang na te denken wat hij daarvan vindt.

Beeld: Flickr.com, Emilegraphics

Deel:

Geef een reactie