Prima prisma (Over Malevich)

Prima prisma (Over Malevich)

De jubelende recensenten hebben gelijk: de Malevich-tentoonstelling in het Stedelijk Museum is de moeite waard. Het museum verdient vooral lof omdat het ervoor heeft gekozen de schilderijen gewoon op chronologische volgorde te zetten, zodat je mooi kunt volgen hoe het werk van Malevich zich heeft ontwikkeld. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar is het niet. Hoe vaak heeft de conservator de tentoonstelling niet proberen op te hangen aan een thema – Malevich en de Russische revolutie, Malevich en Mondriaan – en bijna altijd doet dat bedacht en geforceerd aan. Chronologisch werkt beter, zeker als het werk zich zo duidelijk in periodes laat indelen als dat van Malevich.

Aanvankelijk was het werk van Malevich figuratief: hij dweepte nu eens met het impressionisme, dan weer met het symbolisme, dan weer met het kubo-futurisme, voordat hij zijn eigen ‘isme’ uitvond, het februarisme (een soort mengvorm van kubisme en surrealisme, te herkennen aan het veelvuldig gebruik van afbeeldingen van de pollepel en de zaag). Daarna raakte hij in de ban van de abstracte kunst (het suprematisme). Aan het einde van het leven, na 1928, keerde hij – onder dwang van Stalin, die dat abstracte gedoe maar ‘decadent’ vond – terug naar de figuratie uit zijn eerste jaren, zij het dat deze (enkele schilderijen daargelaten) veel minder realistisch veel was dan zijn vroegste werk. Zijn late werk was veel abstracter dan zijn vroegste, zou je kunnen zeggen, zij het niet meer zo abstract dat er geen enkele band meer met de werkelijkheid bestond.

Toen hij in de ban was van zijn ‘suprematisme’, zag hij volledige abstractie duidelijk als doel van de schilderkunst. “De kunst van pure creatie en niet van imitatie van bestaande vormen” (aldus de begeleidende tekst bij het befaamde ‘Zwart Vierkant’), zonder de illusie van ruimte, perspectief en volume. Op een gegeven moment verbande hij zelfs alle kleur uit zijn schilderijen, en zo bevrijdde hij zich volgens hemzelf van de regels van de schilderkunst. “Ver verwijderd van de natuur”, vond Malevich van zijn werk, “Zoals de schepping door de kosmos.” Zijn schilderijen stegen boven de werkelijkheid uit, zou je kunnen zeggen, doordat ze naar niets verwezen dan zichzelf. Schilderijen die vooral niet mochten lijken op eerdere schilderijen omdat die te veel leken op de buitenwereld. Kunst die geen kunst was, niet te vergelijken met bestaande kunst in elk geval. Origineel, om niet te zeggen revolutionair.

Ik geloof niet dat er tegenwoordig nog veel mensen zijn die geloven dat er in de kunst vooruitgang is, d.w.z. dat kunstwerken over de hele linie beter worden. Toch schuilt er in in menigeen van ons een kleine Malevich. Niet in de zin dat we vinden dat een schilderij beter is naarmate het abstracter is; veel kunstcritici waren ooit die mening toegedaan, maar die periode hebben we nu wel achter ons gelaten. Wel geloven we vaak nog dat een schilderij beter is naarmate het vernieuwender is. Originaliteit is nog altijd een maatstaf. “In het begin was hij geen exceptionele kunstenaar, maar gewoon een meeloper”, zegt conservator Bart Rutten in De Volkskrant. “Geleidelijk aan ontwikkelde hij zich tot een eigenzinnige, radicale vernieuwer.”

Het grappige aan de tentoonstelling is dat Malevich zijn eigen kunstopvattingen ondermijnt, en zijns ondanks tegenspreekt.

Malevich een ‘radicale vernieuwer’? Mmm… hooguit een van de vele vernieuwers, samen met Kandinsky, Mondriaan en nog wat van die mensen. Zeker niet de eerste die volledig abstract werk maakte (ik denk dat dat de veel minder bekende Hilma af Klint moet zijn geweest, althans in het westen. In andere culturen was abstracte kunst natuurlijk al eeuwenlang gangbaar).

En dan dat suprematisme van hem: is dat werkelijk zo ‘supreem’, is dat werkelijk zo veel beter dan zijn figuratieve werk, dat zo veel lager scoort op de schaal van Malevich? Het vroege werk (van de ‘meeloper’ Malevich) deed mij niet zo veel, maar veel van de late schilderijen vond ik prachtig, vooral vanwege de sierlijke manier waarop hij abstractie verwerkte in zijn figuratieve werk – zoals in de ‘Vrouw met de hark’ (1928 – 1932) waarin de vrouw uit de titel in een kubistisch gewaad in primaire kleuren lijkt te zijn gekleed.

Malevich was aan het einde van zijn leven een meester in het combineren van de verschillende stijlen waarin hij zich eerder had bekwaamd. Een groot eclectisch kunstenaar, met andere woorden. Van het soort dat hij enkele jaren daarvoor in zijn kunsttheoretische leerboeken nog verachtte. Volgens hem had elke kunstenaar zijn eigen ‘prisma’, waardoor alles wat hij waarnam een eigen ‘samenhang’ en ‘structuur’ kreeg. De zaak was vooral om je in je kunst vooral door je eigen prisma te laten leiden, en zo min mogelijk oneigenlijke invloeden toe te laten. Eclecticisme was dus uit den boze. Gelukkig was met Malevich’ eigen eclectische prisma niets mis en heeft al zijn getheoretiseer niet kunnen verhinderen dat hij meesterlijke kunst heeft voortgebracht.

Deel:

Geef een reactie