Hoe je meer boeken kunt lezen

Hoe je meer boeken kunt lezen

Persoonlijk schrap ik het liefste zo veel mogelijk werkzaamheden als ik het te druk krijg, maar dat is geen courante opvatting. Veel populairder is het idee dat we vooral meer moeten doen in dezelfde (of, liever nog, minder) tijd. Onze productiviteit moeten verhogen door efficiënter te werk te gaan, met andere woorden. In zelfhulpboekjes, -filmpjes en -podcasts hoor je keer op keer dezelfde adviezen hoe je die persoonlijke productiviteit het beste kunt verhogen. Gezonder leven (goed slapen, een verantwoord dieet, veel bewegen), prioriteiten stellen (wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen), activiteiten groeperen (zodat je niet steeds weer ergens in moet komen), een vaste werkplek inrichten (want de mens is een gewoontedier), werken in blokken van 20 minuten of daaromtrent (de pomodoro-methode) en vooral niet multitasken (dus afleiding voorkomen: telefoon uit, bezoek aan sociale media tot een minimum beperken). Dat is het wel zo’n beetje.

Het is overdreven om te zeggen dat als je één zo’n boekje (filmpje etc.) over persoonlijke productiviteit kent, je ze allemaal kent – maar veel scheelt het niet. Naarmate je er meer hebt gelezen, loont elk volgend boekje steeds minder, zoals deze ‘echte econoom‘ constateert. Op een gegeven moment wegen de marginale kosten niet meer op tegen de marginale baten, en kun je omwille van je productiviteit beter wat anders gaan doen. Niet dat dat volgende boekje per se slecht is; iemand die nog nooit een boekje uit dit sub-genre van zelfhulpboeken heeft gelezen steekt er wellicht veel van op. Maar iemand die is ingevoerd in de materie al lang niet meer.

Toch kom je ook als kenner nu en dan een originele vondst tegen. Zo stuitte ik laatst op een methode om meer boeken te lezen. Namelijk: door verschillende boeken – een stuk of vier of vijf – tegelijkertijd te lezen, afwisselend het ene en dan weer het andere, steeds in periodes van 20 minuten – ‘The 20-Minute Rule‘ heet het filmpje van ene Whitney waarin dit principe uit de doeken wordt gedaan. Een regel die zeker voor non-fictie boeken goed zou moeten werken. Bij fictie waarschijnlijk wat minder, aangezien het daar belangrijker is dat je je onderdompelt in een verhaal, zoals een andere boekenfluister, Odysseas opmerkt. Voortdurende onderbrekingen maken het dan moeilijk om ‘in het verhaal’ te komen.  

Ik heb de proef op de som genomen, en verknopt: het werkt. In de kerstvakantie heb ik ruim vierenhalf boek gelezen, meer dan ooit in twee weken. Twee dikke boeken van Cyrille Offermans (Een iets beschuttere plek misschien en Midden in het onbewoonbare, elk zeker 800 pagina’s), Kind van de verzorgingsstaat van Rob van Essen (rond de 300 bladzijden), Mijn beter ik van Renate Rubinstein (ook zoiets) en meer van de driekwart van De avond is ongemak van Lucas Rijneveld (250 van de ruim 350 pagina’s).

Bij de keuze van die boeken heb ik op aanraden van Whitney geprobeerd een breed spectrum te bestrijken: fictie (Lucas Rijneveld), essays (Offermans), autobiografische herinneringen (Van Essen) en bekentenisliteratuur (Rubinstein). Variatie van spijs doet eten is de gedachte; als je geen zin hebt in een bepaald type boek, dan schakel je over op een ander type, zodat je niet zo gauw leesmoe wordt. Ik heb de indruk dat dit inderdaad zo werkt. Zeker als je – zoals Odysseas aanraadt – begint met het boek dat het meeste van je intellectuele vermogens vergt, en dan langzaam het lijstje afwerkt naar het makkelijkste boek in je stapel. 

Wel vraag ik me af of je elk boek even goed tot je laat doordringen als wanneer je ze achter elkaar zou lezen. Misschien wel; het schijnt dat je een serie minder goed kunt volgen en onthouden wanneer je ‘bingewatcht’ dan wanneer steeds er een dag of wat tussen de verschillende afleveringen zit. Je kunt dan de afleveringen beter verwerken en de hoofd- van de bijzaken scheiden dan wanneer je in een urenlange kijkroes verkeert. Misschien werkt het hier ook zo. Aan de andere kant: je leest verschillende boeken tegelijk, dus de kans bestaat dat je zaken door elkaar gaat halen – zeker als die boeken niet inderdaad sterk van elkaar verschillen. En maakt een boek niet veel minder indruk als het slechts één van de vier of vijf is die je aan het lezen bent dan wanneer het je volledige aandacht heeft?

Verder merk ik op dat ik me in het geheel niet gehouden heb aan die 20 minuten-regel, bij fichtie noch bij non-fictie. Als een boek me boeide, bleef ik lezen tot ik een hoofdstuk uit had of totdat mijn aandacht verslapte. Dan legde ik het terzijde, en nam ik bij een volgende leessessie een ander boek ter hand. En daarna stapte ik weer over op een ander boek. Etc., etc, tot ik weer bij het eerste boek uitkwam. Omdat ik de tijd niet bijhield, schoot ik vooral op in de boeken die me bleven boeiden – te weten de vier die ik heb uitgelezen. Mijn leestempo lag bij de De avond is ongemak aanvankelijk hoog, maar nam gaandeweg – na de zoveelste dierenmishandeling – toch af.

Wie boeken in serie leest, blijft in zo’n geval al gauw steken. Het boek waar je tegen aan blijft hikken, blokkeert dan als het ware de weg voor volgende boeken. Wie parallel leest heeft daar geen last van. Die leest de boeken die hem aanspreken in vliegende vaart. Van de rest pakt hij af en toe een paar bladzijden mee. Of geeft hij helemaal op natuurlijk. Ook een manier om meer boeken weg te werken, al is dat misschien valsspelen.

Beeld: Zelfgebakken met Dall-E 3

Deel:

Geef een reactie