De vele gezichten van Los Lobos (Interview met Steve Berlin)

Los Lobos is vooral bekend van La Bamba, maar is veel meer dan een ‘one hit wonder’. Maar wat precies? “We hebben een kameleontisch karakter”, zegt Steve Berlin, toetsenist en saxofonist van de groep. “We veranderen steeds van gedaante. En dat is zowel een zegen als een vloek.”

Een kleine steekproef onder vrienden en bekenden leert dat de meeste mensen Los Lobos alleen maar kennen van La Bamba, hun hit uit 1987. Schande! La Bamba is niet eens van Los Lobos maar van de jong overleden Latino-rocker Ritchie Valens. La Bamba is ook bij lange na niet het beste nummer van Los Lobos (wat dan wel? La Pistola y El Corazón misschien, of River of Fools – er zijn zoveel nummers die in aanmerking komen. En dan hebben we het nog niet eens over All Around The World Or The Myth Of Fingerprints, het nummer van Graceland dat Paul Simon naar verluidt zou hebben gestolen van Los Lobos). En zelfs wie La Bamba wél het beste nummer van Los Lobos vindt, zal moeten toegeven dat het niet helemaal representatief is voor het enorme oeuvre van de groep, die inmiddels al weer 40 jaar bestaat en tientallen platen heeft opgenomen.

Los Lobos is kortom meer dan een ‘one hit wonder’, meer dan La Bamba. Maar waar staat Los Lobos dan wel voor? Moeilijk te zeggen, vindt ook Steve Berlin, toetsenist en saxofonist van de groep. Berlin heeft even rust in een kleedkamer in de catacomben van Paradiso na een eenmalig concert in Nederland, terwijl zijn bandgenoten zich in de kamer ernaast tegoed doen aan chips, steaks en Corona-bier.

Uitzinnig

Is het ‘Tex Mex’ wat Los Lobos maakt, zoals nog wel eens wordt gezegd? Los Lobos mengt inderdaad Mexicaanse met Texaanse muziek, maar lang niet in alle nummers. In een nummer als Ay Te Dejo En San Antonio (in Nederland vooral bekend van de uitvoering van Los Lobos en Rowan Hèze) klinkt duidelijk een Zydeco-invloed door, op veel nummers klinkt Los Lobos met z’n drie gitaristen als een opgevoerde ZZ Top of juist als een stel schlagerkoningen. “We spelen af en toe ook gewoon Chicago Blues”, zegt Berlin. “Vanavond speelden we Don’t Worry Baby als eerbetoon aan de pas overleden Johnny Winter, een goede vriend van ons, maar ook op andere avonden spelen we vaak rechttoe-rechtaan bluesnummers.  Of, zoals op ons album La Pistola y El Corazón uit 1988, Mexicaanse volksmuziek. We hebben niet één stijl; we veranderen telkens weer van gedaante: ‘we change disguises’.”

Tattoo-kunstenaar Henk Schiffmacher en zijn vrouw komen binnenlopen. Een paar vrouwen voegen zich bij hen. Groupies? Vrouwen van middelbare leeftijd in elk geval, al zijn ze jaren jonger dan de uitgelaten mannen van de groep die de grote zaal van Paradiso zojuist op z’n kop heeft gezet. Berlin grinnikt: “We love it here.” De bekroning van een geslaagd optreden zullen we maar zeggen – want geslaagd was het, zoals blijkt uit de uitzinnige vreugde van het publiek.

‘Beer music’

Alleen blijft de vraag: wat hebben we eigenlijk gehoord in de afgelopen twee uur? “Do you want some more ‘beer music’?”, vraagt zanger-gitarist David Hidalgo het publiek in Paradiso tijdens het optreden, en misschien is dat wel een goede typering: beer music. Los Lobos is ooit begonnen als een bruiloften- en partijenband, en dat kleeft nog aan de groep. Het is een band met virtuoze muzikanten (zanger-gitarist David Hidalgo voorop) die precies weet hoe je het publiek moet bespelen, hoe je een concert moet opbouwen en de zaal plat kunt krijgen. Misschien meer een liveband dan een band die het moet hebben van studio-opnames. Misschien meer een band die weet hoe je goede nummers schrijft dan hoe je ze op de plaat tot een geheel smeedt. Eerder een band met vele gezichten dan met een heuse identiteit.

Leg de twee albums Kiko (1992) en Kiko Live (2012) maar eens naast elkaar. Dezelfde nummers, maar in de live-uitvoeringen komen ze pas echt tot hun recht. Allerlei subtiliteiten in de productie van het oorspronkelijke album ontbreken, maar niemand zal zich daar aan storen. Kiko Live staat vol met frisse, recht-voor-z’n-raapuitvoeringen van oude nummers. Vooral de spetterende solo’s springen eruit: daar excelleert Los Lobos in, zelfs zo dat een nummer als Just a Man (nog geen 4 minuten in de oer-versie) kan worden opgerekt tot een slepend ballade van bijna tien minuten. En waar Kiko nogal fragmentarisch klinkt (het is een soort greatest hits album, ook al zijn de nummers niet de greatest hits van Los Lobos), is dat op Kiko Live door het beperkte instrumentarium veel minder het geval: minder variatie heeft geleid tot een grotere eenheid. Maar zelfs Kiko Live is eerder een album met erg goede nummers dan een erg goed album door het ‘kameleontische karakter’ van de groep, zoals Berlin het noemt. Een album dat afwisselend is en toch een sterke spanningsboog heeft als Graceland (van de gehate Paul Simon) of Chavez Ravine (van een vergelijkbare artiest als Ry Cooder) zal Los Lobos wel nooit maken.

“Dat kameleontische karakter is zowel een zegen als een vloek, zou je kunnen zeggen”, vindt Berlin. “Al is vloek wat al te sterk uitgedrukt. Maar het heeft zowel voordelen als nadelen.” Het grote voordeel van het kameleontische karakter van Los Lobos? “Voor onszelf heeft het als voordeel dat de muziek ons blijft boeien. We raken nogal snel verveeld, en ik denk niet dat we het 40 jaar met elkaar hadden uitgehouden als we niet allerlei verschillende stijlen hadden uitgeprobeerd. Voor het publiek is het een voordeel omdat het nooit weet wat het kan verwachten en elk optreden weer een verrassing is – zelfs de setlist staat van tevoren niet vast.” En het nadeel van dat veranderlijke, kwikzilverige karakter van de groep? “Tja… misschien ook dat mensen niet weten wat ze kunnen verwachten. Sommige mensen hebben daar behoefte aan. Voor hen zijn we gewoon niet voorspelbaar genoeg.”

Los Lobos, Just a man

Artikel voor Altcountryforum.nl

Deel:

Geef een reactie