Heghlu’meH QaQ jajvam (Bij de val van een Klingon)

Nu de leider van de Klingons gevangen is genomen en hun rijk op instorten staat, moet ik terugdenken aan Jean-Luc Picard. Als ik onze vorige kapitein in één woord moet typeren, zou ik zeggen: humanist. Iemand die gaf om mensen en die daarom – uit mensenliefde – wilde dat anderen tot hun recht kwamen. Als kapitein probeerde hij het beste uit de leden van zijn ‘crew’ te halen, en zag hij het als zijn belangrijkste taak ieder van ons zo goed mogelijk te laten functioneren. Geen dictator die dacht dat hij je kon vertellen wat je moest doen, maar een inspirator, iemand die je het zelfvertrouwen gaf om boven jezelf uit te uit te stijgen. Je zou kunnen zeggen: iemand die je hielp om jezelf te worden.

Zoals hij zijn medemensen tegemoet trad, zo bejegende hij ook andere volkeren. Hij was een ontdekkingsreiziger in de ware zin van het woord: geen veroveraar zoals je zo vaak ziet, maar iemand die op zoek was naar nieuwe kennis (to seek out ‘new worlds, new life and new civilizations’). In het diepst van zijn hart was hij overtuigd dat de verschillende mensen, rassen en volkeren van elkaar kunnen leren en zo versterken. De geschiedenis geeft hem uiteraard gelijk. Dialoog, discussie en meningsverschillen zijn een bron van vooruitgang: een democratische, open samenleving zoals de onze in de 24e eeuw is niet voor niets veel welvarender en gelukkiger dan een gesloten, autoritaire samenleving als die van de Klingons.

Toch zou Jean-Luc de Klingons nooit onze beproefde waarden, omgangsvormen en maatschappelijke structuren door de strot hebben geduwd. Hij had wellicht geprobeerd de Klingons te bekeren, maar hij verafschuwde dwang. Want als leidinggevende wist hij dat je het meeste gedaan krijgt van anderen als je hen weet te overtuigen van jouw gelijk – als je het voor elkaar krijgt dat zij als het ware zien wat jij ziet en willen wat jij wilt. De inzet en de prestaties van uit zichzelf gemotiveerde medewerkers zijn immers veel groter dan van werknemers die alleen iets doen omdat ‘het moet van de baas’ en die steeds gecontroleerd moeten worden.

Sterker nog, als je anderen toch iets opdringt, lokt dit vaak verzet uit – en binnen een sterrenschip kun je ongehoorzame medewerkers nog ontslaan of overplaatsen, maar een heel volk is niet in de hand te houden. De beste bedoelingen kunnen dan de meest rampzalige gevolgen hebben. Onze vorige kapitein was niet voor niets een vurig aanhanger van de ‘Prime Directive’ van Starfleet: “As the right of each sentient species to live is considered sacred, no Starfleet personnel may interfere with the normal and healthy development of alien life and culture.” Niet interveniëren, kortom, tenzij een volk zelf om hulp vraagt of juist zelf aggressief de ‘Prime Directive’ schendt of (twijfelgeval) van plan is te schenden.

De argumenten van onze huidige kapitein om de oorlog te verklaren aan de Klingons zouden Jean-Luc niet hebben overtuigd. Weliswaar was ook hij – juist hij! – tegen de onvrijheid van meningsuiting, de wrede onderdrukking van minderheden en de semi-dictatoriale (oligarchische) bestuursvorm van het Klingon-rijk. Maar hij zou nooit hebben ingegrepen in hun binnenlandse aangelegenheden. Hij zou erop hebben aangedrongen de weg der geleidelijkheid af te leggen: invloed uitoefenen langs diplomatieke kanalen, door culturele uitwisseling, door voorlichting en in het ergste geval door een handelsboycot (ondanks de onbetrouwbaarheid van de Ferengi, met wie dan zou moeten worden samengewerkt).

Alleen als er overduidelijk bewijs was dat de Klingons van staatswege een oorlog tegen ons beraamden, zou Jean-Luc wellicht militair ingrijpen hebben gerechtvaardigd. Maar dan met droefheid in zijn hart, bezorgd als hij was dat het geweld nieuwe aanslagen en terreuracties van Klingons zou uitlokken. En zeker niet met de arrogante triomfantelijkheid van onze nieuwe leider.

* Heghlu’meH QaQ jajvam betekent ‘een goede dag om te sterven’ in de Star Trek-taal Klingon. Bron: het Klingon Language Institute. 

Deel:

Geef een reactie