De bubbels van het jarige Facebook

De bubbels van het jarige Facebook

Toen ik een jaar of tien was moest onze school een dag sluiten vanwege de dreiging van een terroristische aanslag, Volgens mij keek ik daar niet echt van op. De aanslagen tijdens de Olympische Spelen van 1972 lagen nog vers in mijn geheugen (of liever gezegd de bloederige foto’s van het blad Stern naar aanleiding van de aanslagen), dus met het fenomeen ’terrorisme’ was ik vertrouwd. Het motief achter die aanslagen was me daarentegen duister, en ik geloof ik niet dat iemand de moeite heeft genomen ons destijds uit te leggen waarom de PLO zo tekeer was gegaan in München.

Dat de PLO zich tegen ook tegen onze ‘International School’ in Bonn-Bad Godesberg zou keren, moet me goed mogelijk hebben geleken: als je onschuldige atleten doodt, dan waarom niet ook onschuldige kinderen? De gedachte dat die terroristen misschien alleen de joodse kinderen op onze school wilden doden, zal niet bij me zijn opgekomen. Ik had één of meer joodse kinderen in de klas, maar die kon je er niet uitpikken, anders dan die donkere jongen, dat Japanse meisje en dat Nederlandse meisje met het melkboerenhondenhaar. Het is dat die ene jongen me ooit had geprobeerd uit te leggen hoe je Israël op de kaart kon herkennen (Israël leek volgens hem op een vlinder) dat ik achteraf weet dat hij joods moet zijn geweest.

Het was een incident van niets. De volgende dag konden wij gewoon weer naar school en er werd niet meer over gesproken.

Hoe anders zou dat vandaag zijn gegaan. Je kunt de discussie uittekenen. Palestijnen hebben het recht zich te verzetten, het is hun land. Ja, maar dat rechtvaardigt aanslagen op onschuldige burgers niet. Ja, maar doelen heiligen middelen. Ja, maar heeft Israël dan geen bestaansrecht (al is het maar als beschutting tegen het antisemitisme). Etc.

Natuurlijk, 50 jaar geleden werd diezelfde treurigstemmende discussie ook al gevoerd. Maar dan door een select gezelschap mensen, in door hen daartoe geschikt geachte gremia – het parlement, in wat tegenwoordig de ‘main stream media’ heet en op diplomatenfeestjes. En omdat die mensen meestal tot eenzelfde economische, culturele, politieke en/of intellectuele kliek behoorden, zal het er op beschaafde en gedempte toon aan toe zijn gegaan, zo stel ik me voor, zoals dat in hun kringen gewoon was. Lang niet alles daarvan drong door tot mensen die daar geen deel van uitmaakten. Zeker niet de argumenten van de Palestijnen. Vandaar ook dat we zo makkelijk tot de orde van de dag konden overgegaan op die school, waar geen Palestijns kind te bekennen viel en geen Palestijnse ouders om hun standpunten kenbaar te maken. De boze buitenwereld drong niet tot ons door. Geen ruzie, geen conflicten, geen vragen over het eigen gelijk in onze pro-Israëlitische en anti-Palestijnse bubbel.

Nu is dat ondenkbaar: reken maar dat er nog dagen lang ‘en plein public’ en heetgebakerd over zo’n incident zou zijn nagekaart, dat de schoolleiding commentaar zou krijgen, anti- en pro-Israëlsentimenten zouden opspelen en er volop aandacht voor de Palestijnse zaak zou zijn.

En uiteraard zouden sociale media in al die discussies een prominente rol spelen en de vurige ruzies zou aanwakkeren. Facebook, deze week 20 jaar geleden opgericht, ook. Tenminste, tot voor kort, toen Facebook streefde naar een open wereld waarin mensen informatie konden uitwisselen en zich met elkaar ‘verbinden’, zoals Facebook-oprichter Mark Zuckerberg dat hoopvol bestempelde.

Dat streven lijkt Facebook de laatste jaren echter te hebben opgegeven: ‘Facebook wilde verbinden, maar twintig jaar later zitten we in bubbels’, schrijft Nu.nl. The Economist spreekt zelfs van ‘The end of the social network‘: mensen trekken zich op Facebook steeds vaker terug in groepen met gelijkgestemden (de bubbels waar Nu.nl het over heeft) en Facebook zelf zich meer als amusementsplatform ontpopt, met algoritmes die eerder ongevaarlijke poezenfilmpjes pluggen dan politieke en persoonlijke posts. Anders dan vroeger, toen Facebook wel een sociale rol ambieerde en volksopstanden in het Midden-Oosten aanjoeg en een (bedenkelijke) rol speelde in de Amerikaanse verkiezingen en de Brexit.

Die keuze van Facebook voor amusement en tegen discussie valt goed te verdedigen. Commercieel gezien zeker, adverteerders zien liever blijde consumenten dan boze of zelfs maar bewuste burgers. Ook is het begrijpelijk dat Facebook deze terugtrekkende beweging maakt na alle terechte kritiek dat het nepnieuws zou verspreiden en conflicten aanwakkeren. 

Alleen had Facebook ook een andere koers kunnen inslaan. Namelijk: proberen wél een soort wereldomspannend platform te worden waarin mensen met elkaar informatie kunnen uitwisselen. Zoals oorspronkelijk de bedoeling was. Maar dan met betere moderatoren, in elk geval om nepnieuws te weren, eventueel om van land tot land en van cultuur tot cultuur als aanstootgevend ervaren informatie eruit te filteren. Met duidelijke richtlijnen voor plaatsing van berichten om escalatie van discussies tegen te gaan, Met algoritmen die niet alleen berichten van gelijkgestemden pushen maar ook van andersdenkenden.

Dat Facebook zou een bijdrage kunnen leveren aan de dialoog tussen partijen die langs elkaar heen leven, Dat Facebook zou conflicten helpen oplossen. Bubbels doorprikken en mensen ‘verbinden’. Maar het is alsof Mark Zuckerberg de hoop heeft opgegeven.

Beeld: Zelfgebakken met Dalle-E 3

Deel:

Geef een reactie