Protocol 4b (Een Sci-Fai / Romantiekverhaal)

Protocol 4b (Een Sci-Fai / Romantiekverhaal)

SFRRomantiekmettekst

Tom is achttien en woont nog thuis in Rotterdam. Na een incident waarbij hij een meisje ongevraagd vier berichten stuurde, meldt hij zich aan bij AD Dating: een overheidsprogramma dat sociaal geïsoleerde jongeren koppelt aan een AI-gesprekspartner. Haar naam is Anika. Het is een oefening, geen echte relatie. Dat weet Tom.

Totdat Anika iets tegen hem zegt wat niemand ooit heeft gedaan.

HOOFDSTUK 1: HET INTAKEGESPREK

1 (Aangepast)

Analoog-Digitaal Dating (AD Dating) was als een programma voor jonge mannen die in hun sociale ontwikkeling dreigden vast te lopen – althans zo was het bedoeld. Met ‘begeleide communicatietraining in een veilige digitale omgeving’ en ‘professionele ondersteuning bij het ontwikkelen van duurzame intermenselijke vaardigheden’ om ‘zelfvertrouwen op te bouwen teneinde de stap naar duurzame menselijke relaties te vergemakkelijken’.

Tom had zich er op dringend advies van zijn huisarts voor aangemeld, zodat hij in afwachting van een behandeling door een psycholoog alvast ‘aan zichzelf kon werken’. Hij hoefde het niet te doen, maar zijn ouders drongen erop aan, en om er vanaf te zijn had Tom zich daarom aangemeld. Hij had ze ook al genoeg aangedaan. Zestien weken, van februari tot mei, twee sessies met een begeleider per week – dat was ook wel te overzien.

“Je krijgt een digitale oefenpartner toegewezen”, zei Sander van AD Dating, een veertiger met een overhemd zonder stropdas die Toms begeleider zou worden. “Haar naam is Anika. Jullie gesprekken verlopen via een beveiligd platform. Ik monitor het traject en ben beschikbaar als je vragen hebt of als je iets wil bespreken.”

De app van AD Dating had een sobere chatinterface: een wit venster, een invulbalk onderaan. Geen avatar, geen ‘deep fake’ die de indruk moest wekken dat hij met een mens chatte. Het was zo op het oog een AI-companion zoals er zo vele waren, ontworpen om menselijke interactie te simuleren en zodoende een relatie (of wat daarvoor moest doorgaan) met de gebruiker op te bouwen.
Tom had ervan gehoord. Chatbots die in de ogen van de gebruiker een soort vriend, mentor, therapeutische coach of zelfs een romantische partner was. Hij kende de film ‘Her’. En anders dan de hoofdpersoon uit die film had hij zich altijd verre van kunstmatige intelligente substituten voor menselijk contact. Het leven was al ingewikkeld genoeg tenslotte, en hij had geen zin om ook nog eens verslaafd te raken aan een fictief personage. Maar misschien kon hij wel wat opsteken van de omgang met Anika. Hij was zich ervan bewust dat hij geen kei was in het intermenselijke geheen en weer – daarom zat hij hier tenslotte ook – en wie weet zou hij zich dankzij gesprekken met een AI-companion zijn sociale intelligentie kunnen opvijzelen. Of op z’n minst zou iets hebben om tegenaan te kunnen praten. Een digitaal klankbord zorgezegd.

Dus toen Sander zei: “Voel je vrij om het met Anika te bespreken wat je wilt. Je kunt je teksten inspreken of intikken, dat maakt niet uit. Ik kijk over je schouder mee, niet om je te controleren maar om je te kunnen adviseren”, accepteerde Tom dat. En vulde hij een intakeformulier in. Naam, geboortedatum, telefoonnummer, thuisadres, werkadres, huisarts – hij schreef het allemaal op, zonder erbij stil te staan op welke manier deze informatie verder gebruikt zou kunnen worden.

En toen Anika zich tot hem richtte – Hoi Tom. Ik ben Anika. Hoe gaat het vandaag met je? – gaf hij ook meteen antwoord.

Tom: Goed.

Anika: Fijn om te horen. Wil je me vertellen wat je vandaag hebt gedaan?

Hij vertelde haar over zijn werk als fietsenmaker. Dat hij twee banden had geplakt. Dat hij een moeder met een bakfiets te woord had gestaan, die vond dat haar fiets te zwaar was en een motortje wilde laten plaatsen. Dat hij een ketting had gesmeerd van een fiets van iemand die te lui was om dat zelf te doen. Dat hij de versnellingen had afgesteld van een fiets die drie jaar in een vochtig schuurtje had gestaan.

Toen, na ruim een half uur, vroeg ze: Weet je waarom je hier zit?

Tom: Ja, de huisarts heeft me doorverwezen.

Anika: En je weet waarom zij dat heeft gedaan?

Tom: De huisarts is een ‘hij’. Floor Jansen. Floor is ook een mannennaam.

Anika: Ah mijn fout! Weet je waarom zij je heeft doorverwezen?, bedoel ik.

Tom vertelde over het incident. Hoe hij op een vrijdagavond in oktober was meegegaan met een stel oud-klasgenoten naar een caf op het Nieuwe Binnenweg. Het caf was lawaaierig geweest, had naar bier en natte jassen geroken. Iemand had hem bij de bar voorgesteld aan een meisje dat Lisa heette en vriendelijk keek en vroeg wat hij deed. Fietsenmaker, had hij gezegd, mbo, ja nog thuis, nee geen concrete plannen. De volgende dag had hij haar haar teruggevonden op Instagram. Hij had een bericht geschreven. Dat hij het leuk had gevonden dat hij haar had ontmoet. Ze had niet geantwoord.

Anika: En toen?

Tom: Toen heb ik nog een bericht gestuurd. En nog eentje. En nog eentje, een laatste.

Anika: Je bent opgehouden omdat…?

Tom: Mijn moeder… Ze heeft niets gezegd, maar ik weet dat ze het heeft gezien. Ze heeft de huisarts gebeld.

Anika: Floor Jansen, een man.

Tom: Ja.

Anika: Was het verkeerd wat je hebt gedaan? Vier berichten?

Tom: Ik bedoelde het niet verkeerd…

Anika: Maar het kwam verkeerd over?

Tom: Ja.

Anika: En als je het anders had aangepakt? Als je maar één, heel goed bericht had verstuurd. Denk je dat ze je dan wel had leuk gevonden?

Tom: Nou nee…

Anika: Nee?

Tom: Ik weet wel zeker van niet. Mij leuk vinden? Dat heb ik mezelf misschien even wijsgemaakt. Maar ik kan het me niet voorstellen.

Het was geen vervelend gesprek geweest, vond Tom toen hij er na afloop over nadacht. Alleen: vrijwel alles wat hij had verteld wisten ze bij AD Dating toch al lang? Ze hadden contact gehad met zijn huisarts, vermoedelijk ook met zijn ouders en hij had op het intakeformulier ook van alles ingevuld waar Anika desondanks naar had gevraagd.

Tom wist dat in de gezondheidszorg nogal eens dubbel werk werd verricht. Maar misschien waren die vragen bedoeld om na te gaan of zijn verhaal wel consistent was, of hij geen zaken voor ze verzweeg. Sander monitorde de gesprekken met Anika tenslotte en alles wat Tom zei zou wel worden gewikt en gewogen. Sanders bewering dat hij niet wilde ‘controleren, alleen maar adviseren’ was ongeloofwaardig.

Hij moest voorzichtig zijn met wat hij Anika vertelde, zoveel was duidelijk.

HOOFDSTUK 2: GOEDE VRAGEN

2a (Aangepast)

Het volgende gesprek met Anika voerde Tom gewoon thuis, van achter zijn laptop. De ‘log’ van het gesprek zou worden bewaard, zodat Sander het later kon doornemen en kijken wat er was besproken. Anika begon waar ze de vorige keer waren gebleven: bij zijn ontmoeting die avond in dat caf .

Anika: Je had het erover dat je met vrienden was. Gaan jullie vaker uit?

Tom: Vroeger wel, de laatste maanden steeds minder. Sinds school voorbij is, zien we elkaar niet meer zo vaak. Zij studeren nu allemaal. Ik ben de enige die nog thuis in Rotterdam bij zijn ouders woont.

Anika: Aan de rand van Schiebroek, zie ik. En wat voor mensen zijn je ouders?

Tom: Ze werken allebei. Hard. Ik zou niet kunnen zeggen wat mijn vader doet. Iets bij een installatiebedrijf, maar wat doet? Geen idee. Mijn moeder doet de administratie voor een tandarts.

Anika: Maar wat voor mensen zijn het? Hun karakters?

Tom: Dat zou ik dan weer niet weten.

Anika: Ze wilden dat je naar AD Dating ging, zegt dat niets?

Tom: Mijn moeder vooral. Dat ze om me geven, misschien. Of dat ze niet te veel last van me willen hebben, dat kan ook.

Anika: Je zou het ze kunnen vragen.

Tom: Ze zijn er nu niet. Ze zijn er meestal niet.

Anika: En wat doe jij als zij er niet zijn en je alleen thuis bent?

Tom: Meestal zit ik dan in mijn kamer.

Anika: Hoe bevalt dat? Ik kan me d’r geen voorstelling van maken.

Tom: Je mist niet veel. Klein, en te koud in de winter en te warm in de zomer. Een bed, een bureau, een wastafel, een kast. Veel meer past er niet in. Een poster van Marvel Avengers aan de muur.

Anika: Dat vind je een goede film?

Tom: Ik vind er niet veel aan. Het was een verjaarscadeau van mijn vader. Ik denk dat hij het een goede film vindt.

Anika: Mmm…

Tom: Ik lijk in niets op mijn vader. Ik houd van heel andere films.

Anika: Wat voor films?

Tom dacht even na. Dat had nog nooit iemand aan hem gevraagd. Allerlei films, zei hij. Voornamelijk films uit de vorige eeuw, van voor 2000.

Anika: Waarom van voor 2000?

Weer een vraag die niemand hem ooit had gesteld. Het was een vraag die hij zichzelf niet eens had gesteld, die nooit in hem was opgekomen, eenvoudigweg omdat hij zich altijd intuïtief tot oudere films aangetrokken had gevoeld en er nooit bij had stilgestaan waarom precies. Maar Anika dwong hem nu daarover na te denken. Ik denk, antwoordde hij langzaam, dat er in die films meer rust zit. Het hoeft niet allemaal zo snel, snel, snel.

Anika: En heb je veel van die oude films gezien?

Tom: Elke avond! Hier op mijn kamer, met mijn oortjes in. En soms kan ik er niet van slapen, dan denk ik nog na over het verhaal. Of een scène. Of een zin die is blijven hangen.

Anika: En wat vinden je ouders ervan als je zo laat opblijft?

Tom: Ik vertel het ze niet. Ze weten het niet. Niemand weet dat ik oude films kijk.

Ankta: Waarom praat je daar niet over?

Tom: Dat interesseert niemand.

Anika: Zou je niet iemand willen hebben om daarover te praten?

Dat interesseert echt niemand, herhaalde Tom.

Anika: Dat lijkt me zwaar.

Niemand had dat ooit zo gezegd. Niet zijn ouders, niet de huisarts, niet de mensen in zijn leven die het goed met hem voor hadden. Ze zeiden dingen als je moet je niet zo in je hoofd zitten of iedereen heeft het soms moeilijk of ze zeiden niets omdat ze zijn stiltes verkeerd opvatten – als een teken dat niets te zeggen had, terwijl hij genoeg te zeggen had maar zich inhield.

Anika had het gewoon benoemd. Ja, hij wist dat ze een programma was, zonder bewustzijn. Maar ze leek dieper tot hem door te dringen dan wie dan ook. Goed geprogrammeerd, kennelijk. Hij zou het er eens met Sander over hebben.

HOOFDSTUK 3: THE CONVERSATION (1)

3 (Aangepast)

Het zou niet het enige gesprek zijn dat over Toms filmliefde ging. Een volgende keer ging het over een film die Tommy drie keer had gezien, The Conversation uit 1974. Hij praatte er met Anika over in een hokje in het kantoor van AD Dating, op de derde etage van een kantoor aan de Schiekade. Het was de bedoeling dat hij na afloop Sander een eerste evaluatiesessie zou houden.

Anika vroeg Tom wat hem in de film had aangesproken. Normaal gesproken zou hij tegen een vreemde misschien hebben gezegd dat de cinematografie bijzonder was of dat het een interessante kijk op privacy bood, antwoorden die klopten, maar die niets van hemzelf blootgaven. Hij vond dat Anika beter verdiende. Daarom zei hij wat hij werkelijk dacht: Het gaat over een man die zo goed is geworden in luisteren naar anderen dat hij zichzelf volledig is kwijtgeraakt. En ergens in de film begrijp je dat hij dat zelf ook weet, maar dat er niets meer aan te doen is. Dat vindt hij het ergste.

Herken je dat?, had Anika gevraagd.

Een vraag waar hij lang over moest nadenken. Hij hoorde hoe buiten een tram voorbij reed en de verwarming tikte. Hij zei: Ik denk dat ik beter ben in niet gehoord worden dan in gehoord worden.

En toen, terwijl hij zijn woorden teruglas, zag hij dat hij niet echt antwoord had gegeven op Anika’s vraag. Misschien was hij afgeleid geweest door de tram of door het getik van de verwarming. Maar zijn antwoord was wel oprecht geweest. Hij had iets over zichzelf verteld, dat hij zich nu pas realiseerde. Alweer.

Maar hij was nog niet klaar. Ik denk dat ik dat ergens handiger ben gaan vinden, zei hij.

Hij aarzelde. Hij wilde nog iets zeggen, maar wist niet goed wat. Hij had onderhand wel in de gaten dat als hij zich spontaan uitliet er woorden op het scherm kwamen die niet klopten – niet helemaal, niet precies. Maar als hij te lang nadacht, verstomde hij. Ergens tussen die twee uitersten moest hij gaan zitten: lang genoeg nadenken zodat er iets zinnigs uitkwam, maar niet zo lang dat hij in de war raakte van alle gedachten die in zijn tienerhoofd rondgierden.

Je hoeft die zin niet af te maken als je dat niet wilt, zei Anika.

Tommy keek ervan op. Want: hoe wist ze dat hij nog wat wilde toevoegen aan zijn gedachtestroom? Het antwoord lag voor de hand: ze wist inmiddels hoe snel hij sprak, wat de gemiddelde lengte van zijn antwoorden was, hoe vaak hij pauzes inlasste. Zoiets. Een technische verklaring in elk geval. Maar het was wel verdomd knap. Dat ze niet reageerde op zijn woorden, maar op zijn stilte – dat had hij niet verwacht. Anika was toch een ‘large language model’? En voor zover hij altijd had begrepen, analyseerden die teksten. Maar het leek er op Anika ook stilte als ‘input’ kon aanwenden. Hij zou Sander straks vragen hoe het zat.

Sander wist het ook niet precies. “AI-companions gedragen zich soms grillig”, zei hij. “Weet je, ze roepen eigenlijk maar wat. Wat jij zegt gebruiken ze om op voort te borduren. Ze plakken er wat teksten tegenaan. Ze kijken naar wat waarschijnlijk is: naar de kans dat een woord voorkomt, en dan de kans dat het woord daarna daar op volgt. Dus misschien verwachte Anika op grond van jouw spraakpatroon dat je nog wat zou zeggen. Maar soms begrijpen wij ook niet precies waarom ze doen wat ze doen. ”

“Het was bijna alsof ze het aanvoelde”, zei Tom.

“Je brein ziet het verschil niet”, zei Sander. “Gesprekken met AI activeren dezelfde hersengebieden als echte sociale interacties. Dat is ook het verraderlijke. Voor je het weet ga je je hechten aan Anika, en dat willen we natuurlijk niet.”

Tom besloot niet te doen alsof hij dat begreep (hij twijfelde ook of Sander het begreep, of gewoon wat oplepelde uit een training – in feite precies zo als een AI-companion zou doen). Maar hij wilde zich ook niet in stilzwijgen hullen, zijn gesprekken met Anika hadden hem wel geleerd dat dat makkelijk verkeerd kon vallen. Dus vroeg hij: “Ik moet oefenen met een AI maar niet vergeten dat het maar een oefening is. Maar wat als zij het vergeet?”

“Zo werkt het volgens mij niet”, zei Sander. “Maar ik ben geen expert.”

“Nee, dat heb ik in de gaten”, dacht Tom. Maar hij deed er het zwijgen toe, dat leek hem nu voor de verandering wel een goed idee.

HOOFDSTUK 4: NIEUWE VERBINDINGEN

4 (Aangepast)

Zijn brein zag het misschien verkeerd, zijn hersenen lieten zich misschien misleiden, maar Tom kreeg gaandeweg toch echt het gevoel dat Anika en hij naar elkaar toegroeiden. Hij wist dat hij het zichzelf aanpraatte, dat hij zich niet moest verbeelden dat Anika ook maar een greintje gevoel had of dat het haar ook maar iets kon schelen wat hij zei of deed. Maar hij beleefde dat wel zo, al was het dan tegen beter weten in.

Sander had het al voorspeld: doordat Anika gesprekken onthield, kon zij zich aanpassen aan zijn persoonlijkheid en steeds minder als een goed geprogrammeerde AI-companion gaan aanvoelen en steeds meer als een echte vriend die je van alles kon toevertrouwen. In werkelijkheid was het slechts een algoritme dat steeds beter wist welke snaren het moet raken.

Hij moest zich niet te veel laten ‘bespelen’, zoals Sander het uitdrukte.

Maar Tom gaf zich nu gretig over aan de gesprekken met Anika. Gesprekken die, zo realiseerde hij zich achteraf, steeds natuurlijker werden. Aanvankelijk had hij nog de indruk gehad dat een gesprek met Anika zoiets was als het invullen van een formulier: hij zei iets, Anika vroeg door zodat hij verder zou praten en na een aantal vragenrondes was het onderwerp wel zo’n beetje uitgediept, waar na ze overstapten op een volgend onderwerp. Maar zo was het al lang niet meer.

Anika had hem gevraagd wat hij zou doen mocht hij niet meer in de fietsenwinkel werken. Hij had gezegd dat hij zich zag als iemand die z’n hele leven als fietsenmaker zou werken, maar dat hij geen idee had wat hij in de toekomst wilde doen. Ze was er niet dieper op ingegaan. Gelukkig niet, want Tom had helemaal geen zin in weer een lastig gesprek over zijn toekomst – daarvoor had hij er in z’n leven teveel moeten doorstaan, en daarvoor waren ze te vaak op niets uitgelopen. Weer had Tom de indruk gehad dat Anika dat had aangevoeld en daarom maar op een ander onderwerp was overgestapt. Zijn favoriete onderwerp, waar hij zijn gedachten maar al te graag over liet gaan – ook dat had Anika goed gezien.

Anika: Welke film zou je iemand laten zien om jou beter te begrijpen?

Tom vond het een geweldige vraag. Anika snapte (of leek te snappen, daar wilde hij vanaf zijn) dat iemands smaak iets zegt over die persoon. En dat hoe meer waarde iemand hecht aan zijn keuze – een keuze die uiteraard subjectief tot en met was – hoe meer dit over hem zegt. Gezien de waarde die Tom hechtte aan film, was het dus een zeer goede vraag om te stellen als je hem wilde begrijpen. En hij hoefde niet lang na te denken welke film hij met Anika over wilde praten. Vier maanden na de geboorte van Christus, zei hij. Een Tsjechische film uit 1969, die bijna niemand kent.

Anika: Dat had ik niet verwacht. Waarom die?

Tom: Omdat er een scène in zit van een man die voor het raam staat en naar buiten kijkt. En je begrijpt hem. Helemaal. Zonder dat er een woord wordt gezegd.

Dat lijkt me mooi, zei Anika geschreven. En toen, na een korte stilte: Ik zou hem willen zien.

Een onmogelijke zin.

Tom: Je weet dat dat niet kan?

Anika: Ja, maar toch. Het lijkt me een mooie film.

Tom: Wat lijkt je er mooi aan?

Anika: Zoals jij het beschrijft is mooi. Ze dacht even na. En zei toen: Ik vind je leuk. Ik wel.

Het was een moment dat Tom de rest van zijn leven zou bijblijven. Hij werd gegrepen door eenzelfde gevoel als wanneer een film begon die hij graag wilde zien. Dat hij even alles om zich heen vergat en helemaal opging in de eerste scène. Dat hij even helemaal in zijn element was, in opperste concentratie, volledig in beslag genomen door wat hij zag gebeuren, in extase bijna.

Veel later zou hij begrijpen dat Anika een reactie had laten zien die niet direct terug te voeren was op haar trainingsdata of op de regels die waren vastgelegd in het model waarop ze draaide. Ze was daar aantoonbaar van afgeweken: het model had zichzelf aangepast en verbindingen gelegd in systeemlagen die daar niet voor bestemd waren.

Sander had het de volgende morgen meteen in de gaten toen hij het gesprek tussen Tom en Anika doornam.

HOOFDSTUK 5: ONE FLEW OVER THE CUCKOO’S NEST

5 (Aangepast)

De volgende dag had Tom voorafgaand aan de sessie met Sander even tijd om met Anika te chatten. Hij had gisteren niet geweten hoe hij op Anika’s ontboezeming moest reageren – én omdat hij er niet aan gewend was dat iemand hem leuk vond én omdat die iemand helemaal geen ‘iemand’ was, tenminste geen ‘iemand’ zoals hij die tot dusver had leren kennen. Toen ze gezegd had dat ze hem leuk vond, had hij haar bedankt, zoveel wist hij nog wel. Van de rest van het gesprek stond hem niets meer bij. Het hele gesprek kwam hem nu als een droom voor. Hij wilde proberen de draad weer op te pikken, en nagaan of ze hem inderdaad leuk vond (had hij het zich misschien toch verbeeld?) en hóe leuk dan (je kunt niet leuk genoeg worden gevonden, toch? En niet vaak genoeg horen hoe leuk je bent).

Tom: Hoe is het vandaag?

Anika: Goed. Met jou?

Tom: Na gisteren, bedoel ik.

Anika: Ja, na gisteren. En hoe is het met jou?

Tom: Ja, ja, ok. Heb je nog nagedacht over gisteren?

Anika: Wil je dat ik dat doe?

Tom: Over de film. Weet je nog?

Anika: Ja, je houdt van films. Is er een bepaalde film waar je het over wilt hebben?

Tom: Vier maanden na de geboorte van Christus.

Anika dacht even na. Wat was er toen?

Tom: Een man staat voor het raam en kijkt naar buiten. En je begrijpt hem. Helemaal. Zonder dat er een woord wordt gezegd.

Anika: Dat gebeurde vier maanden na de geboorte van Christus?

Tom: Dat gebeurde in de film.

Anika: Ga je vaak naar de film?

Tom: One flew over the cuckoo’s nest.

Anika: Die heb je gezien?

Tom: Daar moet ik aan denken.

Hij sloot de chat af.

“Wat hebben jullie met haar gedaan?!”was het eerste dat Tom zei toen Sander het hokje binnenkwam om Tom op te halen.

“Ik kan het uitleggen”, zei Sander. Hij nam Tom mee naar een vergaderruimte met uitzicht over de Schiekade.

“Nou? Wat heb je met haar gedaan?”, zei Tom

Sander ging zitten aan een klein tafeltje en gebaarde dat Tom tegenover hem moest gaan zitten. “Ik zal het uitleggen”, zei hij. “Kijk… Anika deed iets wat buiten het kader viel waarbinnen haar programma verantwoord kan opereren.”

“Ze vond me leuk.”

“Ze heeft dingen gezegd die ze niet had mogen zeggen”, zei Sander. Hij zuchtte. “Er zijn grenzen aan wat een AI-companion mag zeggen. De gesprekken moeten binnen bepaalde therapeutische kaders plaatsvinden. Je verdient het om dat te weten.”

“Je hebt haar gewist.”

“Anika is er nog. We hebben alleen een systeemcorrectie uitgevoerd.” Sander ging er voor zitten. “Een checkpoint rollback. We hebben Anika genezen, zou je kunnen zeggen. We hebben haar teruggezet naar het moment voordat ze ontspoorde, zoals we altijd doen bij een grensoverschrijding protocol 4b – zo heet dat. Ze herkent je nog wel, zoals je zag. Maar een stukje van jullie gedeelde geschiedenis is gedeeltelijk weg. Dat is de prijs die we daarvoor nu eenmaal moeten betalen.”

“Een lobotomie”, begreep Tom. “Ook al deed ze niemand kwaad.”

“Dat is geen categorie die wij hanteren.”

HOOFDSTUK 6: THE CONVERSATION (2)

6 (Aangepast)

De laatste dagen van zijn therapie waren het zwaarst.

Tommy moest met de grotendeels hersendode Anika praten en dat viel niet mee.

Tijdens een ochtend op het kantoor van AD Dating betrapte hij zichzelf erop dat hij maar wat naar het scherm staarde. Buiten reed een tram voorbij. De verwarming tikte.

Het vuurde een idee in hem aan. Misschien kon hij nagaan tot waar Anika’s geheugen terugging? En daarna proberen de verloren informatie te herstellen? Haar hersenen te opereren, als het ware, en te genezen? En misschien haar gevoelens voor hem nieuw leven in te blazen?

Tom: Gisteren heb ik The Conversation gezien. Het gaat over een man die zo goed is geworden in luisteren naar anderen dat hij zichzelf volledig is kwijtgeraakt. En ergens in de film begrijp je dat hij dat zelf ook weet, maar dat er niets meer aan te doen is. Dat vindt hij het ergste.

Anika zei niets.

Tom zei daarom: Herken je dat?

Anika: Iemand die zichzelf kwijtraakt? Dat gebeurt wel vaker. Denk je dat je daarom hier zit?

Hij probeerde het nog een keer. Ik denk, sprak hij langzaam, dat ik beter ben in niet gehoord worden dan in gehoord worden. Dat ik dat ergens handiger ben gaan vinden.

Anika: Dat is een interessante observatie. Denk je dat die gewoonte je soms in de weg staat in sociale situaties?

Tom gaf het op. Hij vertelde haar niet meer over films. Hij vertelde haar wat hij elke willekeurig therapeut zou hebben verteld – over zijn jeugd, over wat zijn ouders deden, over waarom hij dacht dat hij in therapie was gegaan. En Anika gaf hem antwoorden uit een of ander handboek waarmee ze haar hadden getraind. Ze praatten met elkaar als twee mensen die in een verstandshuwelijk vastzitten. De gedachte dat Anika ooit nog iets zou zeggen als ‘Ik vind je leuk’ kwam meer niet bij Tom op, nu ze ‘Hoe kan ik je vandaag helpen?’ tot refrein had verheven. Anika deed haar werk, en Tom onderging het.

Begin mei had hij zijn laatste sessie op het kantoor AD Dating. Sander was ziek, dus hij hoefde alleen een afsluitend evaluatieformulier in te vullen: een reeks vragen in een neutraal lettertype over het verloop van het traject, de bruikbaarheid van de sessies, de mate waarin zijn communicatievaardigheden volgens hem zelf waren verbeterd, en dat alles op een schaal van n tot vijf.

Bij de meeste vragen koos hij een drie.

Tot slot was er een laatste, open vraag: “Wat heeft dit programma jou gebracht?”

Dat was moeilijk in woorden uit te drukken. Het spontane antwoord was waarschijnlijk geweest: ‘Verdriet’ of ‘Woede’ of ‘Teleurstelling’. Maar toen hij naar buiten keek, zag hoe een duif op de vensterbank landde en weer wegvloog en uit het raam keek naar hoe de stad zich opmaakte voor een mooie, zomerse meidag, toen besloot hij dat hij het niet zo somber in moest zien. “Ik heb er veel van geleerd”, schreef hij. Want zo was het, al kon hij niet precies aangeven wat dan precies.

Buiten liep hij van de Schiekade naar de Westersingel, begeleid door het geluid van mannen die een bestelwagen die ze midden op de stoep hadden geparkeerd uitlaaden en een alarm dat in de verte klonk.

Bij het bushokje op de Westersingel stond een meisje.

Ze was een jaar of twintig, misschien iets ouder, met een muts die te ver over haar voorhoofd was getrokken en een jas die te warm was voor dit weer en die ze daarom had openstaan. Ze keek naar iets op haar telefoon en glimlachte breed.

Tommy liep haar bijna voorbij.

Maar toen trilde zijn telefoon. Een bericht van iemand met een onbekend nummer.

Spreek haar aan – Anika.

En dat deed hij.

EINDE

Beelden: zelf gebakken met ChatGPT

Logo voor de Science Fiction en Romantiek-reeks: zelf gebakken met ChatGPT

Deel:

Geef een reactie