PVV-deologie (Over ‘De schijn-élite van de valse munters’)

PVV-deologie (Over ‘De schijn-élite van de valse munters’)

Niet de nu al historische uitspraak ‘Hitler was een socialist’ vond ik het opmerkelijkst aan de vele recente interviews met Martin Bosma, de tweede man van de PVV, naar aanleiding van zijn nieuwe boek ‘De schijn-élite van de valse munters’. Nee, ik heb me vooral verbaasd over zijn stelling dat hij ‘geen partijideoloog’ is, aangezien de PVV volgens hem geen ‘ideologie’ heeft. Een partij zonder ideologie? Hoe kan dat nou?

Volgens mij heeft elke politieke partij een ideologie, of op z’n minst iets wat erop lijkt. Een ideologie is volgens de Dikke Van Dale ‘het geheel van de ideeën dat ten grondslag ligt aan een wijsgerig stelsel, vooral mbt. hun maatschappelijke of politieke strekking’. Naar dat ‘wijsgerig stelsel’ is het bij vele partijen vergeefs zoeken, maar iets van ‘ideeën’ zul je er toch altijd aantreffen, soms zelfs iets wat lijkt op een ‘geheel van ideeën’. Ik bedoel maar: als politieke partij wil je mensen aan je binden, en dan is het wel zo makkelijk als je iets van een missie, visie en strategie hebt – als je ergens voor staat, kortom. Al was het maar omwille van de herkenbaarheid. Waarom zouden mensen anders ooit op je stemmen, als ze niet weten waarop? Een partij zonder ideologie is onzichtbaar.

Bosma ontkent het, maar ook de PVV heeft echt wel enkele ideeën – uitgesproken ideeën zelfs, al vormen die misschien wel geen ‘geheel’, en ook – Bosma kan gerust zijn – geen ‘wijsgerig stelsel’. De PVV ‘staat’ ergens voor – en sommige kiezers delen de ideeën/ideologie/noem het wat je wilt van de PVV.

Waarom dan toch ontkennen dat je een ideologie hebt? Ik denk dat het zo zit. De PVV is bovenal een verzetpartij (bijna had ik ‘verzetspartij’ geschreven, maar dat is geloof ik toch iets anders – alhoewel, als Hitler een socialist was, is het nog altijd oorlog). Een partij die zich verzet tegen de gevestigde politiek, tegen de traditionele indeling in links en rechts, tegen de gangbare ‘ideologieën’ en iedere schijn van overeenkomst met de traditionele partijen wil vermijden. Je ziet het wel vaker: “Wij zijn links, noch rechts” (Fortuyn, of was het Verdonk? Janmaat?). Lees: wij staan buiten de partijen, nee, we staan boven de partijen – stem op ons, wij zijn partijdig en hebben het beste met u voor. Wij hebben geen vuile handen, wij zijn zuiver op de graat.

Een ‘anti-ideologie’ zou je de ‘ideologie’ van de PVV kunnen noemen. Sommige mensen maken zich zorgen over de deelname (of wat het is) van de PVV aan het nieuwe kabinet, vanwege die anti-ideologie. Op het eerste gezicht terecht: het moet voor de gevestigde partijen moeilijk worden samen te werken met een partij die groot is geworden door zich tegen hen af te zetten – onmogelijk zelfs, per definitie, als de PVV consequent de tegenpartij gaat uithangen. Ik denk dat die zorgen misplaatst zijn. Waarschijnlijk ruilt de PVV de rechte anti-ideologische rug in voor een politieke, meer coöperatieve draaikont, en valt er best met haar te regeren.

Want, beste Henk en lieve Ingrid, vergis je niet: zo gaat dat met politieke partijen en hun ideologieën. Elke partij heeft een ideologie, maar geen enkele partij voelt zich er door gebonden.

Deel:

Geef een antwoord