Over de illiberale contra-revolutie in Europa en de VS

Verslag van een bijeenkomst over de illiberale contra-revolutie in Europa en de VS, gisteren gehouden door de vrijmetselaarsloge Saint-Napoléon in Amsterdam.

Wat bij mij is blijven hangen:

Populisme verschijnt is anders dan vaak wordt gedacht geen spontane opstand van onderop, maar als een project van bovenaf, stelt Marijn Kruk (journalist, auteur van het boek Opstand). Politici, denkers en mediakanalen vangen een vaag gevoel van verlies en onbehagen en gieten dat in een samenhangend verhaal over ‘de ziel van het Westen’. Twee beelden botsen: een ‘geworteld’ Westen (vaak opgevat als wit, christelijk en etnisch) tegenover het liberale Westen van de Verlichting (rede, individuele rechten, pluralisme). Een centraal vijandbeeld is ‘de vijand van binnenuit’: een elite die instituties, taal en cultuur zou hebben gekaapt, waardoor waarheid en leugen door elkaar gaan lopen en tegenstemmen makkelijk als verdacht worden weggezet. ‘Anti-politiek’ betekent dan: wantrouwen zaaien tegen compromis, machtenscheiding en onafhankelijke controle, zodat sterke leiders buiten normale grenzen kunnen handelen.

Boedapest geldt als laboratorium voor die illiberale contrarevolutie. Onder leiding van Viktor Orbán wordt nationale identiteit centraal gezet, terwijl remmen op macht worden verzwakt: minder ruimte voor onafhankelijke media, druk op controle-instituties en een politiek die zichzelf boven neutrale regels plaatst. Theorieën zoals ‘omvolking’, gekoppeld aan Renaud Camus, worden gebruikt om immigratie (met de islam als symbool) te presenteren als een gepland vervangingsproces. Tegelijk botst het verlangen om de klok terug te draaien met een eeuwenlange modernisering. Individualisering en autonomie hebben vrijheden vergroot voor vrouwen, minderheden en mensen die buiten traditionele rollen vallen. Die ontwikkeling laat zich moeilijk keren.

Volgens Kruk gaat het antiliberale denken terug tot de 18e eeuw, tot het werk van Joseph de Maistre. Niets nieuws dus. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog was het enkele jaren (zeker tot diep in de jaren negentig) niet en vogue om je tegen het rationalisme en de rechten van het individu te keren; dat werd gezien als fascistisch en destijds moest je daar voor waken. Gaandeweg borrelden de antiliberale denkbeelden toch weer op. Hoe dat komt? Er zijn diverse verklaringen voor: de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog vervaagde, de aanslag op de Twin Towers zal een rol hebben gespeeld, de globalisering bleek geen onverdeeld genoegen voor mensen in de Westerse wereld – en zo zijn er nog wat verklaringen.

Tijdens de discussie na afloop van de presentatie van Kruk raakte deze historische dimensie al snel uit het oog. Toen ging het er vooral om waarom het illiberale denken in Nederland zoveel terrein heeft gewonnen (1 op de 3 mensen stemt tegenwoordig extreem rechts). Antwoord: vooral door de toegenomen sociaaleconomische onzekerheid (uitgeholde publieke diensten, ongelijkheid, woningnood). Links heeft dit laten gebeuren sinds het zijn ‘ideologische veren heeft afgeschud’). Extreem rechts profiteert hiervan door deze maatschappelijke problemen een cultuurstrijd te presenteren. En hoe het komt dat zoveel mensen daar intrappen? Tja. En wat er tegen de doen? Tja, misschien mensen ‘ideologische geletterdheid’ bijbrengen?

N.B. De tekst is deels AI-gegenereerd en niet geverifieerd door de sprekers. Ik kan er dus niet helemaal voor instaan dat deze weergave recht doet aan de presentaties. Maar denk het wel.

P.S. Bedacht me dat de opstand tegen verlichtingsdenken misschien paradoxaal genoeg uit de Verlichting zelf voortkomt. Kant definieerde de Verlichting als ‘denk zelf na’ ( ‘gnoti se auton’) – een anti-autoritaire, rationele benadering die het individu centraal stelt. Bij de hedendaagse illeberale oprispingen ontbreekt dan wel het rationalisme, het individualisme staat juist voorop: mij maken ze niets wijs, ik bepaal zelf wel wat goed, waar en mooi is. Dit extreme individualisme – “ikke, ikke, ikke en de rest kan stikke” – ondermijnt de andere verlichtingsidealen.

De Verlichting vertrouwt op de menselijke rede en redelijkheid. Het verlichtingsdenken gaat uit van het optimistische idee dat we door rationeel nadenken samen een betere wereld kunnen creëren. Maar de Verlichting draagt ook de kiem van haar eigen ondergang mee: door het individu op een voetstuk te plaatsen, ondermijnt ze uiteindelijk haar eigen fundamenten van collectieve rationaliteit en redelijkheid.

Deel:

Geef een reactie