Peeping Tom en Bluebeard’s Castle: twee meelijwekkende seriemoordenaars
Twee late films van Michael Power, beide over – destijds nog ongebruikelijk en controversieel – een seriemoordenaar: Peeping Tom (1960) en Bluebeard’s Castle (1963). Allebei overdonderende films, waarmee Powell z’n reputatie als groot regisseur eer aan doet.
Peeping Tom – zie afbeelding boven – is een werk dat bij verschijning zoveel controverse veroorzaakte dat het Powell’s carrière in Groot-Brittannië de nek omdraaide (om in de sfeer van het verhaal te blijven). De film gaat over Mark Lewis, een cameraman die zijn vrouwelijke slachtoffers filmt op het moment van hun dood. Misschien een metafoor voor het (obsessieve) filmen en kijken naar films zelf?
Drie jaar na dit echec maakte Powell de televisiefilm Bluebeard’s Castle, een verfilming van Béla Bartóks opera. Dankzij de inspanningen van Martin Scorsese en Thelma Schoonmaker (Scorseses editor en Powells weduwe) is deze film onlangs gerestaureerd (zie hieronder). De kijker volgt een uur lang (langer duurt de film niet) Judith, die de zeven deuren in het kasteel van haar nieuwe echtgenoot opent. Elke deur onthult een nieuwe laag van zijn gewelddadige psyche.
De films delen een fascinatie voor het kijken en de macht die daarmee gepaard gaat. In Peeping Tom wordt dit letterlijk vertaald door de camera van de moordenaar, in Bluebeard’s Castle symbolisch door de ontdekkingstocht van Judith door het kasteel (lees: de psyche) tegen de zin van Blaaubaard in. Beide films onderzoeken ook hoe trauma wordt doorgegeven: Mark Lewis is gevormd door zijn vaders wrede psychologische experimenten, terwijl Blauwbaard gevangen zit in een cyclus van dominantie en vernietiging. Allebei zijn ze meelijwekkende, trieste figuren die – zoals Blauwbaard verzucht nadat hij Judith z’n ergste geheimen heeft laten zien – ‘omhuld worden door de nacht. Altijd. Altijd.’
Toch verschillen de films ook sterk. Vooral in stijl. Peeping Tom is realistisch, met een documentaire-achtige directheid die zich afspeelt in het Londen van het begin van de jaren zestig. Bluebeard’s Castle roept een droomwereld op. Peeping Tom is echt een breuk met het eerdere werk van Powell. Bluebeard’s Castle sluit juist aan bij Powells eerdere expressionistische werk met Emeric Pressburger zoals The Red Shoes, met gestileerde sets en een theatrale aanpak. Productieontwerper Hein Heckroth – die ook al aan The Red Shoes meewerkte – tekent ook hier voor een reeks prachtige surrealistische decors.
Beide van harte aanbevolen dus. Het enige minpuntje aan beide films is dat ze in Eastman Color zijn opgenomen, en niet in het veel fellere Technicolor dat met z’n oververzadigde kleuren een film als The Red Shoes zo onweerstaanbaar maakte (zie afbeelding hieronder). Maar dat was toen geloof ik al uit de gratie.


