Willem Schoonen, hoofdredacteur Trouw: ‘Het tij mee’

De Nederlandse dagbladen verliezen gemiddeld zo’n 5 procent lezers per jaar. Trouw is weet als een van de weinige kranten tegen de trend in zijn oplage constant te houden. Door ‘te veranderen en toch Trouw te blijven’, zegt Trouw-hoofdredacteur Willem Schoonen.

De ontlezing, de opkomst van internet, de voortschrijdende beeldcultuur en daar bovenop ook nog eens een economische crisis: er bleef de Nederlandse dagbladen de afgelopen jaren weinig bespaard. “De kranten die het naar omstandigheden goed doen, dragen een duidelijke identiteit uit”, zegt Trouw-hoofdredacteur Willem Schoonen. “Zoals Trouw, met een oplage die al jaren rond de 100.000 schommelt.”

“Waar andere kranten zich op iedereen proberen te richten of met themakaternen komen om een zo breed mogelijke doelgroep te bedienen, geloven wij juist dat de hele krant heel herkenbaar moet zijn. Wij hebben al jaren – sinds de oprichting in de oorlog, en zeker sinds de jaren zestig en zeventig – dezelfde kernwaarden. We staan voor maatschappelijke betrokkenheid en idealisme. Tegelijkertijd willen we evenwichtig, niet-schreeuwerig en betrouwbaar zijn. We stralen hoop uit, maar zijn ook antihype. We zijn kritisch zonder door te slaan naar cynisme. Dat is altijd al zo geweest. Wel is de maatschappelijke inbedding sterk veranderd, en daaraan hebben we de krant uiteraard aangepast. Wat dat betreft zijn we veranderd en toch hetzelfde gebleven.”

Grote vragen

De belangrijkste maatschappelijke verandering is de steeds verdergaande ontzuiling. Sinds de jaren zestig verliezen voorheen gevestigde instituten als kerk en politiek terrein in ons dagelijks leven: ze boeten aan autoriteit in en zijn steeds minder belangrijk voor de sociale cohesie – we trekken ons minder aan van wat die en die kerk ons voorschrijft en we lopen niet meer met partijgenoten achter die en die politicus aan.

Schoonen haalt een ‘verkenning’ aan van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) uit 2006, Geloven in het publieke domein, waarin gegevens van het onderzoeksbureau Motivaction over de rol van religie in het dagelijks leven van de Nederlander worden geanalyseerd. De WRR signaleert de opkomst van twee nieuwe groepen: de ‘niet-religieuze niet-humanisten’ en de ‘ongebonden spirituelen’.

De ‘niet-religieuze niet-humanisten’, ook wel ontevreden buitenstaanders genoemd, zijn hedonistisch, nihilistisch, laag tolerant, ze koesteren hun zelfbeschikking, ze kijken commerciële televisie, ze hebben weinig vertrouwen in anderen. Ze willen zich niet inleven in anderen, bemoeien zich weinig met hun buurt en hebben geen beeld van een betere wereld. “Het zijn mensen die veel ‘niet’ zijn”, aldus Schoonen. “In elk geval niet betrokken bij de samenleving.”

Een heel ander verhaal is de opkomst van de ‘ongebonden spirituelen’. Ze zijn gericht op harmonie en liefde, vertrouwen op hun intuïtie, ze menen dat iets waar je positieve aandacht aan schenkt, zal groeien en dat er een invloedrijke, hogere werkelijkheid is. Vaak geloven ze in reïncarnatie en doen ze aan wellness, yoga of meditatie. De ‘ongebonden spirituelen’ vormen een kwart van de Nederlandse bevolking, een even grote groep als de christenen. Alleen: ze zijn geen lid van een kerk of een of ander religieus instituut. “De belangstelling voor spiritualiteit, voor zingeving, voor filosofie, voor de grote vragen des levens is de afgelopen jaren enorm toegenomen. Maar deze vraagstukken worden anders dan vroeger persoonlijk beleefd, het zijn individuele kwesties geworden”, zegt Schoonen. “Wat niet wegneemt dat mensen wel behoefte aan binding blijven houden – met de maatschappij, met medemensen, met gelijkgestemden. De kerk en de politiek voorzien niet meer in die behoefte, en er is geen instituut voor die oude zuilen in de plaats gekomen. Maar ik vermoed dat kranten die rol wel op zich kunnen nemen, althans tot op zekere hoogte. Natuurlijk, ook de krant is niet meer de onfeilbare autoriteit van weleer. Maar een krant kan wel er wel toe bijdragen dat lezers zich betrokken voelen bij elkaar en bij de maatschappij.”

Navelstaarderig

Trouw richt zich vooral op mensen die heel bewust in het leven staan. Soms zijn ze gelovig, maar lang niet altijd. Ze hebben grote belangstelling voor politiek en zijn vaak maatschappelijk actief. Ze dromen niet alleen van een betere wereld, maar willen daar ook iets voor doen: vrijwilligerswerk, mantelzorg of politieke actie. Het zijn mensen die ervan overtuigd zijn dat de wereld beter kan worden, en die ook bereid zijn daar iets voor te doen. Soms christelijk, soms een ander geloof toegedaan, niet navelstaarderig. “Waarbij wát die mensen doen, niet eens zoveel verschilt van vroeger, toen Trouw nog de idealen uitdroeg van de gereformeerde kerk en de Antirevolutionaire Partij. Het idee dat je je geluk vindt in het geluk van een ander, dat het goed is om je in te zetten voor mensen die het minder hebben dan jij – dat zijn constante waarden, al worden ze nu niet meer van bovenaf opgelegd.” Het zijn, in de terminologie van de WRR, ‘ongebonden’ en ‘gebonden’ spirituele doeners. Hoe dan ook een groeiende groep: “We hebben het tij mee”, zoals Schoonen zegt.

Trouw heeft zich op diverse manieren aangepast aan de tijdgeest door ‘te veranderen maar altijd Trouw te blijven’, zoals Schoonen het uitdrukt in zijn hoofdredactioneel ter gelegenheid van het onlangs verschenen 20.000e nummer van het blad. Even los van de formaatwijziging die het blad vijf jaar geleden onderging (toen voor het lezersvriendelijke tabloidformaat werd gekozen), is de meest in het oogspringende verandering toch wel de vervanging van de pagina met kerkelijk nieuws door een eigentijdse rubriek ‘religie en filosofie’ begin jaren negentig. “De kerk was toen iets geworden met een vrij negatieve lading, zeker voor jonge mensen. Religie en filosofie waren echter zeer positief geladen begrippen.” Een andere ingrijpende aanpassing was de introductie van het katern ‘De Verdieping’ ter vervanging van de themakaternen, zoals de onderwijsbijlage op woensdag. Deels was die ingegeven door bedrijfseconomische overwegingen – Trouw zag op tegen deelname aan de ‘katernenrace’ waarin de grote dagbladen aan het eind van de jaren negentig waren verwikkeld ?, maar deels was De Verdieping ook bedoeld om de identiteit van het blad uit te dragen.

In het katern kan elk onderwerp worden uitgediept op de beschouwende en degelijke manier die bij Trouw past. “Met als bijkomend voordeel dat we enorm flexibel zijn. Als het kabinet vandaag valt, kunnen we morgen in De Verdieping met een uitgebreide analyse komen, zonder ons af te vragen of het wel past in het katern van die dag”, aldus Schoonen. “Voor adverteerders is De Verdieping alleen wat minder duidelijk, en voor nieuwe lezers eveneens. We zullen binnen De Verdieping daarom toch duidelijker de thema’s afbakenen.”

Gehype

De afgelopen jaren heeft Trouw zijn werkterrein ook uitgebreid naar internet. Zo is er samen met enkele goededoelenorganisaties een ‘Idealensite’ opgezet (www.trouw.nl/idealen): een platform voor mensen met een goed idee voor verbetering van de maatschappij. Mensen kunnen hier medestanders vinden en elkaar advies geven. “Het is dus vooral een gebruikerscommunity, al kunnen goededoelenorganisaties hier ideeën voor projecten opdoen. De site is bestemd voor mensen die meer willen dan doneren aan Cordaid of Novib.” En juist die actieve betrokkenheid van de mensen op de idealensite is helemaal van deze tijd en helemaal des Trouws.

“Wel verkeren we af en toe in tweespalt. Enerzijds juichen we het toe dat mensen zelf wat doen voor een betere wereld, zeker op de site. Maar in de krant zijn we juist zeer kritisch over particuliere initiatieven die misschien wel van een enorme betrokkenheid getuigen, maar niet altijd even effectief zijn. Zeker als het gaat om ontwikkelinghulp moedigen we het debat aan: is het niet beter om dit aan de professionals over te laten? Zoals elke goede krant maken we overal een beetje een probleem van.”

De lezer stelt dit in het algemeen ook op prijs. “Er is een groeiende behoefte aan mensen om serieus te worden genomen en een stijgende weerzin tegen vluchtigheid: tegen het gehyp, tegen de manier waarop de politiek wordt behandeld, tegen de overdreven aandacht voor personen in plaats van de inhoud, tegen de snelle praatprogramma’s waarin niemand meer dan twee seconden aan het woord is en er geen stilte mag vallen. En hoe meer opwinding, hoe beter dat het voor ons is, hoe duidelijker we tegenwicht kunnen bieden met serieuze en evenwichtige informatie.”

“Al geef ik toe dat je ook daarin kunt overdrijven. Ter gelegenheid van de Olympische Spelen van Vancouver hadden we een artikel over ‘de groenste spelen ooit’. Duurzaamheid is nu eenmaal een belangrijk onderwerp voor ons. Maar ik kan me voorstellen dat veel lezers daar niet op zaten te wachten. ‘Getverderrie, weer een verhaal over duurzaamheid, waarom kan het niet gewoon over schaatsen gaan?!'”

Artikel voor Second Sight

Deel:

Geef een reactie