De ongrijpbare magie van Harry Potter

De critici waren er niet kapot van, maar het publiek is enthousiast over de eerste film over de tovenaarsleerling, Harry Potter en de steen der wijzen. En overal woeden discussies over de diepere betekenis van het werk van J.K. Rowling. Waarin schuilt de aantrekkingskracht van Harry Potter? Vanwaar alle commotie?

Het is moeilijk onbevangen naar een veelbesproken film als Harry Potter en de steen der wijzen te kijken. Voor je het weet geloof je inderdaad dat de Harry Potter-reeks een verkapte kritiek is op het Thatcher-tijdperk (zoals het online tijdschrift Slate). Of zie je het verhaal als een eerbetoon aan de duivel (zoals enkele Amerikaanse christelijke fundamentalisten). Of echoën de conclusies na van het congres dat je vorige dag hebt bezocht, over ‘Harry Potter en het dwangmatige consumptiegedrag’. Maar wat blijkt als je je vooroordelen opzij probeert te zetten en even vergeet dat Harry Potter wellicht een inleiding is in de denkwereld van Osama Bin Laden (Newsweek)? Wat als je Harry Potter in de eerste plaats als verhaal beoordeelt, en dan pas kijkt naar alle mogelijke diepere boodschappen en betekenissen?

Dan blijkt dat Harry Potter bovenal een hele gewone film is. Gewoon althans voor wie de films kent uit de traditie van Disney en Steven Spielberg: een film voor het hele gezin, vol met eigentijdse special effects, met veel vaart verteld, met de nodige afwisseling tussen de actiescènes en de rustiger scènes die bedoeld zijn om een lach dan wel een traan op te roepen.

Vooral de geest van Spielberg waart nogal eens rond in de gangen van Zweinstein, te midden van alle tovenaarsleerlingen, trollen en Haast Onthoofde Henken. De film biedt dezelfde overdadige aandacht voor spektakel als bij Spielberg. Dezelfde zwaar aangezette emoties (‘over the top’ in de ogen van velen, mede door de erg nadrukkelijke muziek van Spielberg’s huiscomponist John Williams). En dezelfde achteloosheid als het gaat om het uitbeelden van de karakters en hun ontwikkeling. Harry Potter en de steen der wijzen is geen Jurassic Park, waar kleurloze personages een bijrol vervulden temidden van alle met zorg ontworpen dinosaurussen en prehistorische roofvogels. Maar Harry Potter lijdt wel een beetje aan het Kuifje syndroom, zoals Het Parool oordeelde: “Omringd door kleurrijke figuren, is Harry Potter zelf een bleekneus. De show wordt bij de kinderen gestolen door zijn roodharige kameraad Ron Wemel. Het plezier van de film zit hem in de oogstrelende vormgeving, die van het bezoek aan de winkelstraat voor tovenaars en de eerste maal dat Harry de grote zaal van Zweinstein betreedt mooie momenten maakt.”

Literaire Brian de Palma

Voorzover er iets ongewoon is aan de Harry Potter-reeks (en al helemaal niet des Spielbergs), dan is het dat er zo veel ontleend is aan andere kinderboeken. En de vele verwijzingen zijn bepaald niet zorgvuldig verstopt. Wie ook maar enigszins vertrouwd is met de Engelse literatuur zal een gevoel van herkenning niet kunnen onderdrukken. Dickens, Dahl, Tolkien en Carroll zijn de bekendste namen die zich aandienen, maar schrijfster J.K. Rowling heeft meer inspiratiebronnen. In een artikel In The London Review of Books, noemt mythologe Wendy Doniger de drie belangrijkste ingrediënten waar het tovermengsel van Rowling uit bestaat. In de eerste plaats allerlei Oedipale verhalen, die sinds mensenheugenis rondwaren. Het Bijbelse verhaal van Kaïn en Abel is zo’n Oedipus-verhaal in de dop. Het lijkt geen toeval dat Harry net als de broedermoordenaar/door God uitverkoren Kaïn een litteken op zijn voorhoofd heeft. In de tweede plaats lijkt Rowling zich goed hebben verdiept in de typisch Engelse (kost)schoolliteratuur, van Henry Fielding (The History of Tom Jones) tot Charles Dickens en hun nazaten. Standaardverhaal: Arme weesjongen moet zich staande houden in onbekende, vaak vijandige omgeving. Overwint echter, mede dankzij de hulp van vrienden en is na enkele beproevingen klaar om de grootste daden te verrichten waartoe hij is voorbestemd. Het verhaal van een Engelse Jezus in burger, kortom, met het kostschoolkind als verlosser, te vergelijken met Annie, die tranentrekker uit de jaren tachtig. Tot slot zijn de Harry Potter-boeken nauw verwant aan de fantastische, duidelijk door het christendom geïnspireerde kinderverhalen van Tolkiën (In de ban van de ring) en C.S. Lewis (de Narnia-reeks) en publieksvriendelijke SF-films zoals Star Wars waarin een mythische strijd tussen goed en kwaad centraal staat.

Rowling betoont zich met Harry Potter een soort literaire Brian de Palma. Zoals De Palma allerlei vondsten van zijn grote voorbeeld Alfred Hitchcock in zijn films aanwendt, zo gebruikt Rowling allerlei literaire en religieuze archetypen om haar verhaal aan te kleden. In de ogen van sommige critici is dit laakbaar, maar de De Palma’s van deze wereld verdedigen zich altijd met het adagium ‘beter goed gejat dan slecht bedacht’. Of, zoals De Palma het zelf uitdrukte, op een gegeven moment ontstaat er dankzij meesters als Hitchcock een bepaalde ‘grammatica’ en ‘woordenschat’. Andere kunstenaars hoeven die niet per se verder te ontwikkelen, ze kunnen ervoor kiezen zich met de taal van de oude meesters uit te drukken. Zo ook Rowling. Die ‘taal’ van Harry Potter lijkt zelfs een belangrijke oorzaak van het succes van de reeks. Want de ‘taal’ is universeel, door de tijd beproefd en gelardeerd met krachtige, beeldenrijke archetypische personen en handelingen. De Oedipus-mythe, het verlossingsverhaal, de strijd tussen goed en kwaad – als vehikel om een boodschap over te dragen zijn ze oersterk. Iedereen heeft er wel iets van meegekregen, iedereen herkent er wel iets in.

Wat bedoelt ze eigenlijk?

Zo sterk als de archetypische ‘taal’ van Harry Potter is, zo onduidelijk is de boodschap van het verhaal. Er ís wel degelijk een boodschap, Harry Potter is geen ‘l’art pour l’art’. Rowling zelf heeft gezegd dat haar werk een ode is aan de menselijke verbeeldingskracht, vermomd als een verhaal over toverij. De vele verwijzingen naar andere auteurs onderstrepen dit; ze kunnen in elk geval makkelijk worden opgevat als een liefdesverklaring aan de literatuur en daarmee aan de verbeeldingskracht die er aan ten grondslag ligt. Daarnaast heeft Harry Potter onmiskenbaar anti-autoritaire trekken, vooral gericht tegen het ouderlijke gezag (ironisch dat Harry Potter door het hele gezin wordt gewaardeerd). In Harry Potter klinkt ook duidelijk een anti-materialistische ondertoon door, getuige de klassenstrijd in de dop op Zweinstein tussen de arme Harry en de rijke Malfidus (ironisch dat Harry Potter gesponsord wordt door die multinational pur sang, Coca Cola). En Harry Potter heeft een hoogstaande moraal, anders dan zijn tegenstander Voldemort, die alleen gelooft in ‘macht’ en niet in ‘goed en kwaad’ (ironisch dat Harry Potter nogal eens als ‘amoreel’ wordt bestempeld).

Getuige de vele interpretaties en misverstanden over wat de schrijfster nu eigenlijk bedoelt, zijn deze thema’s slecht uitgewerkt. Sterker nog, het maakt de boodschap even moeilijk grijpbaar als Harry Potter zelf wanneer hij zijn jas aantrekt die hem onzichtbaar maakt. Ziedaar Harry Potter: een voor velerlei uitleg vatbaar verhaal, gegoten in herkenbare maar op zich tamelijk loze beelden met een overdonderende aantrekkingskracht. Iedereen kan aan Harry Potter zo’n beetje de betekenis geven die hij zelf wil. Eén beeld in Harry Potter staat hier misschien wel symbool voor: de spiegel die verscholen staat in een kamer van het kasteel Zweinstein (ontleend aan Sneeuwwitje van de gebroeders Grimm? Aan Orphée van Jean Cocteau? The Picture of Dorian Gray van Oscar Wilde?). Als je in de spiegel kijkt, zie je jezelf niet zoals bent maar zoals je wilt zijn. Maar wie vlucht uit de werkelijkheid is gewaarschuwd. Veel mensen zijn eraan onderdoor gegaan omdat ze zichzelf niet van dat spiegelbeeld konden bevrijden.

Artikel voor Writers Block

Deel:

Geef een reactie