Bipolair (Een Sci-Fai / Komedie)

Nederland is in 2067 een verdeeld land. In de Snelle Zone doen mensen in één jaar voor twintig jaar levenservaring op, in de Langzame Zone heeft alles zijn vertrouwde tempo behouden.
Margot (62) kiest voor het noorden – één jaar voor zichzelf, intens en volledig in plaats van nog twintig jaar voortsukkelen. Maar daar ontdekt ze niet alleen kunst, passie en vriendschap – ze verliest ook haar rol als moeder en oma.
HOOFDSTUK 1: DE GRENS
Margot Westerbaan zat voor de glazen schuifdeuren van de wachtkamer van het Noord-Nederlandse Temporaal Transitiecentrum in Utrecht en sloeg de man naast haar gade. Hij bladerde nerveus in ‘SWIFT’, het wekelijkse magazine van de Snelle Zone. Zo te zien een man die niet had kunnen aarden in het trage zuiden en nu grote haast had om terug te keren naar huis. Verderop zag ze mensen – meestal oude van dagen – die juist van noord naar zuiden waren gereisd en werden verwelkomd. Het zag er ongemakkelijk uit, ondanks de spandoeken ‘Welkom Opa Flip’ en ‘Eindelijk weer thuis, Greet’. De stramme oudjes keken verloren om zich heen toen ze werdenomhelsd en gekust. Boven de deuren hing nog altijd het oude Nederlandse wapen, maar ernaast prijkte nu het logo van de Snelle Zone Autoriteit – een spiraal die een wervelwind moest voorstellen, een symbool van de versnelde tijd.
“Mevrouw Westerbaan?” De stem van de counselor klonk zacht, geduldig. Yasmin heette ze, een vrouw van rond de veertig die eruitzag alsof ze haar tijd verdeelde tussen beide zones.
Dat kon ook, best, tenminste voor korte periodes – voor een vakantie, een studiereis – kon je heen en weer, als je de juiste papieren had. Maar als je eenmaal een paar maanden aan ‘de overkant’ had doorgebracht, kwam je meestal niet meer terug. Het was lastig om weer een verblijfsvergunning te krijg voor de zone die je de rug had toegekeerd en waar je als ‘zoneverrader’ werd gezien. De meeste mensen wilden ook helemaal niet terug als ze eenmaal gewend waren aan hun nieuwe – snelle of juist langzame – levenstempo. En als ze dan toch terugkeerden, bleek de schok dat hun biologische leeftijd afweek van die van hun zonegenoten meestal onverdraaglijk.
Margot keek naar de foto in haar hand. Emma, zeventien jaar oud, lachend met haar diploma in de hand. Naast haar stond kleine Finn, Emma’s zoon van vier, Margots eerste kleinkind. Over een paar weken zou hij vijf worden. In de Langzame Zone. Margot zou na een verblijf van één jaar in de Snelle Zone twintig jaar verouderen, terwijl Emma en Finn gewoon één jaar ouder zouden worden. Het kon natuurlijk nog gekker. Sommige mensen die naar de Langzame Zone waren verhuisd hadden in de Snelle Zone kinderen van hun eigen leeftijd of zelfs ouder. Gezinshereniging was dan bijzonder pijnlijk.
Ze begreep ook goed waarom Emma haar in hun laatste gesprek had gesmeekt niet te verhuizen. Ze zag het licht flikkerende hologram nog voor zich: Emma in haar woonkamer in Tilburg met de kleine Finn op schoot. Ze had er moe uitgezien, zoals zovele jonge moeders. Haar ogen hadden verdrietig gestaan, wat haar vermoeide uitstraling had versterkt. “Mam”, had Emma’s hologram gezegd, “je hoeft dit niet te doen. We kunnen een mooie tijd hebben, jij en ik en Finn. We kunnen reizen, dingen ondernemen… normale dingen.”
“In de Langzame Zone”, had Margot zacht geantwoord. “Maar ik wil een jaar voor mezelf in de Snelle Zone. Een jaar, meer niet. Misschien minder.” Haar besluit stond vast.
De ontdekking van deze temporele technologie had geleid tot wat ‘De Doorbraak’ werd genoemd: twaalf jaar geleden had Nederland zich opgesplitst in twee zones toen bleek dat een deel van de bevolking wilde experimenteren met versneld leven, terwijl het andere deel vasthield aan de traditionele temporaliteit. De Parlamentaire Commissie voor Temporele Rechtvaardigheid besloot in 2055 tot een officiële scheiding. Noord-Nederland werd de Snelle Zone, met Amsterdam als hoofdstad. Zuid-Nederland (hoofdstad Maastricht) bleef de Langzame Zone. Sindsdien was Nederland een bipolair land.
De Temporele Partij had niet lang daarna in het noorden de macht had gegrepen met de belofte van ‘Maximaal Leven voor Elke Burger’. Het zuiden werd geregeerd door de Traditionalistische Unie die vond dat ‘Stabiliteit de Basis van Beschaving’ was. Beide gebieden behielden hun Nederlandse identiteit, maar ontwikkelden verschillende levensculturen. Wie van de ene naar de andere zone wilde verhuizen, moest daarom een grote psychologische verschillende inburgeringstest doen.
Margot kreeg de uitslag van haar test van Yasmin te horen: ” U heeft de cultuurscan goed doorlopen. U zult zich waarschijnlijk kunnen aanpassen aan de Snelle Zone-mentaliteit. Gefeliciteerd.” Yasmin keek haar aan. “Maar de keuze blijft zwaar. U heeft altijd volgens de regels van de Langzame Zone geleefd: stabiliteit, consistentie, familie eerst. In uw geval: kinderen grootbrengen, uw man verzorgen. U heeft geen familie in de Snelle Zone? Geen vrienden die de overgang hebben gemaakt? Het zou het integratieproces makkelijker maken.”
“Nee.” Margot vouwde de foto op en stopte hem in haar handtas. “Daarom ga ik juist.”
Yasmin glimlachte begripvol. Zonder dat ze werkelijk begreep wat Margot bedoelde. Hoe had Margot het ook moeten uitleggen? Dat ze er tegenop zag om in de Langzame Zone misschien nog dertig jaar in hetzelfde tempo voort te sukkelen. Dezelfde routine, dezelfde gezichten, dezelfde gesprekken. Precies het soort leven waar de Snelle Zone-beweging tegen in opstand was gekomen na de Doorbraak. Het leven waar ze sinds Piets dood drie jaar geleden maar niet aan kon wennen. Ze wilde weer eens iets beleven. Liever één jaar waarin ze twintig jaar aan ervaringen op kon doen dan twintig jaar die voorbij geleden zonder dat ze er erg in had. Dan werd ze maar in korte tijd veel ouder, zolang die korte tijd het maar waard was. Ze had al genoeg jaren vermorst.
“De eerste week zal verwarrend zijn”, waarschuwde Yasmin.
“Ik ben er klaar voor”, zei Margot, al kon ze zich geen voorstelling maken van wat haar te wachten stond.
De eerste uren waren overweldigend. Margot was terechtgekomen in een wereld die leek op de hare, maar waar net een tikje anders. De gebouwen waren hoger, alsof ze hun best deden de hemel te bereiken. Auto’s bewogen zich voort met een manische snelheid de haar deed denken aan stomme films, waarin iedereen haast leek te hebben. Margot voelde dat haar hart sneller klopte dan gewoonlijk en haar ademhaling gejaagder, terwijl ze tegelijkertijd extreem geconcentreerd was. Maar al gauw wist ze niet beter of het was altijd zo geweest. Het leven in een hoge versnelling wende snel.
Ze had een kleine studio gehuurd in Amsterdam-Noord, in een van de Snelle Zone-complexen die waren gebouwd voor tijdelijke bewoners zoals zij. In het complex was een café waar ze aan de praat raakte met een barista, een jongeman van misschien dertig. “Je bent nieuw hier”, zei hij, terwijl hij schijnbaar moeiteloos de perfecte schuimvorm tevoorschijn toverde op haar cappuccino. “Een Zuiderling?”
“Net gearriveerd”, zei Margot. “Hoe wist je dat?”
Hij glimlachte. “Je kijkt naar alles alsof je het voor het eerst ziet. Dat doen jullie allemaal in het begin.”
Hij gebaarde naar de mensen in het café. “Meer dan de helft van onze klanten komt uit de Langzame Zone. In het begin communiceren jullie anders. Voorzichtiger, beleefd, minder direct. Hier zeggen we wat we denken. We hebben geen tijd voor omwegen.”
Margot keek rond. Nu hij het zei, zag ze het. Sommige mensen praatten met hun handen, lachten harder, hadden intensere gesprekken. Anderen waren stiller, observeerden meer. “Ik pas me wel aan”, zei ze.
In de dagen daarop genoot ze met volle teugen van allerlei activiteiten in het complex voor nieuwkomers. In twee dagen bezocht ze een expositie met Noord-Nederlandse kunst van na De Doorbraak, volgde ze kookcursus waar ze leerde eten te maken dat de smaakpapillen maximaal prikkelde en leerde ze in een paar uur de tango dansen. De ene piekervaring volgde op de andere. Zo druk had ze het in jaren niet gehad. Ze sliep beter dan ze in jaren had gedaan, moe als ze was van alle indrukken die ze overdag opdeed.
Na een maand in de Snelle Zone had Margot een nieuw leven opgebouwd dat rijker was dan ze zich vroeger had kunnen voorstellen. Ze had zich aangesloten bij een leesclub die elke week samenkwam om boeken te bespreken. Margot was de beleefde gesprekken uit haar zuidelijke boekenclub gewend, nu nam ze deel aan verhitte discussies die tot diep in de nacht konden voortduren.
Ze had vriendschap gesloten met Helena, een voormalige chirurg uit Maastricht. Helena was anders dan de anderen – waar de meeste mensen naar de Snelle Zone kwamen uit verlangen naar een intensiever leven, was Helena haar oude leven ontvlucht.” Ze ging naar elke expositie, elke voorstelling, elke lezing – niet uit liefde voor kunst, maar zoals iemand naar een feest gaat om zijn verdriet te vergeten. “Ik ben hier niet omdat ik zo van het leven houd”, had ze tijdens hun eerste gesprek gezegd. “Als ik maar genoeg meemaak”, zei ze, “dan heb ik geen tijd meer om stil te staan bij wat ik verloren heb. In de Langzame Zone had ik nog dertig jaar om te rouwen om mijn man. Hier duurt het korter en is de pijn minder.”
Maar het was Marco die de grootste indruk maakte. Hij was haar al opgevallen tijdens de tentoonstelling van de expositie met Noord-Nederlandse kunst van na de Doorbraak, waar ze had gezien hoe aandachtig hij naar de tentoongestelde schilderijen keek. Maar ze waren pas later met elkaar in gesprek geraakt, in de gezamenlijke keuken van hun complex. “Je hebt mooie handen”, had hij gezegd terwijl hij naar haar keek toen ze groenten stond te snijden voor haar avondeten. “Handen van iemand die heeft gewerkt, geleefd.”
Margot had gelachen. “Dat is wel een eigenaardige manier om een gesprek te beginnen.”
“In de Langzame Zone zou ik je eerst hebben gevraagd naar het weer. Dan naar je werk, je familie, je mening over de regering. Hier kunnen we dat gelukkig overslaan.” Marco was zeventig jaar oud geweest in de Langzame Zone, afkomstig uit een klein dorp in Limburg waar hij veertig jaar lang accountant was geweest. Maar hij had altijd getekend en geschilderd in zijn vrije tijd – kleine aquarellen van landschappen, portretten van zijn familie, stillevens die hij verstopte in laden omdat ze ‘niet praktisch’ waren. Zijn vrouw had zijn kunst altijd getolereerd als een hobby, zijn kinderen hadden er over geginnegapt. Maar kon hij elke dag schilderen, elke dag experimenteren, elke dag ontdekken wie hij was en wat hij kon.
Hij woonde in het appartement naast het hare, en zijn studio was een explosie van kleur en energie. De muren hingen vol met schilderijen die hij had gemaakt sinds zijn komst naar de Snelle Zone – niet meer de voorzichtige aquarellen van vroeger, maar felle, emotionele werken die leken te trillen van leven. “Kijk”, zei hij, en hij wees naar zijn laatste schilderij. Een portret van een oude vrouw die op een bankje zat, met zo’n intensiteit geschilderd dat je haar levensverhaal kon lezen in elke rimpel. “In Limburg zou ik dit nooit hebben durven maken. Te emotioneel, te direct. Daar schilder je aardige landschapjes die niemand kunnen kwetsen. Hier schilder je de waarheid.”
“Weet je wat het verschil is tussen kunst in beide zones?” vroeg hij haar terwijl hij een nieuw doek opzette. “In de Langzame Zone maak je kunst om de tijd te doden. Hier maak je kunst om de tijd te vangen, te concentreren, om elk moment zo intens mogelijk te maken.” Hij glimlachte. “Zoals Alfred Hitchcock ooit zei over zijn films: ‘Not a slice of life, but a piece of cake.’ Dat is de kunst die je hier vanzelf maken: kunst om het leven te vieren. Kunst als taart.
En zo leefden de mensen hier ook. Voor een bewoner van de Snelle Zone was het leven een soort film, waar de overbodige scènes en dialogen uit waren gesneden. Een leven waarin je je van hoogtepunt naar hoogtepunt bewoog. Waarin je zelf de hoofdrol speelde. Mensen werden binnen dagen vrienden, binnen weken geliefden.
Binnen twee weken sliepen Margot en Marco samen. Het was de eerste keer dat ze iemand had aangeraakt sinds Piets dood, en het voelde als het ontwaken uit een lange slaap. Marco’s lichaam was getekend door de tijd, net als het hare, maar in de Snelle Zone voelden ze zich beiden jong – niet fysiek, maar spiritueel. “Ik heb veertig jaar moeten wachten om de kunstenaar te worden die ik werkelijk was”, fluisterde Marco tegen haar terwijl ze lag te kijken naar het ochtendlicht dat door de gordijnen viel. “En ik heb zeventig jaar moeten wachten om zo verliefd te worden dat het pijn doet.”
“Ik voel die pijn ook”, antwoordde Margot. Margot en Marco: M&M, zoals ze zichzelf noemden. Voor elkaar geschapen, leek het.
Na een maand belde Margot Emma via het interzonale hologramsysteem. Het was een dure verbinding – communicatie tussen de zones vereiste complexe tijdsynchronisatie – maar ze wilde haar dochter laten weten dat alles goed met haar ging.
“Ik dacht dat je ons vergeten was”, zei Emma’s hologram.
“Natuurlijk niet.
“Je hebt Finns verjaardag gemist.”
Dat was waar ook. “Verdorie. Hoe… hoe was zijn feestje?”
“Iedereen was er. Hij vroeg naar je.”
“Misschien kan ik hem spreken?”
Emma aarzelde. “Hij is op school. Maar ik weet niet of het wel goed is of hij je zo ziet.”
“Zo oud?”
“Je lijkt wel honderd! Ik denk dat hij schrikt.”
“Ik voel me jonger dan ik me in jaren gevoeld heb.”
“Mmm.”
“Zeg maar dat oma heel veel van hem houdt. En dat ze een heel avontuur beleeft.”
“Dat doe ik. Elke dag. Maar hij raakt er van in de war. Het schijnt dat veel kinderen dat hebben als iemand uit de familie naar het noorden verhuist.”
“Verhuist?” Margots stem was scherper dan ze bedoelde.
“Dat is toch wat je hebt gedaan? Je bent een Noordeling geworden.”
—
Na het gesprek ging Margot op haar balkon zitten en huilde. Marco kwam naast haar zitten en sloeg zijn arm om haar heen.
“Ze begrijpt het niet”, zei hij.
“Mijn kleinkind vergeet me. Voor hem ben ik geen oma meer, maar een vreemde oude vrouw uit het noorden.”
“Maar jij vergeet hem niet.”
Margot keek hem aan. “Nee. Maar wat heeft hij daaraan?”
Marco was stil lange tijd. “Weet je M. Ik heb drie kinderen in de Langzame Zone”, zei hij uiteindelijk. “Toen ik zes maanden geleden de overgang maakte zes maanden geleden, was mijn jongste dochter dertig. Nu is ze nog altijd dertig, maar ik ben biologisch van zeventig naar tachtig gegaan. Voor haar ben ik ineens een oude man geworden die bovendien zijn ‘verantwoordelijkheden’ heeft opgegeven om kunstenaar te worden. Ze begrijpt niet dat dit geen escapisme is – maar juist het tegenovergestelde.”
“Heb je spijt?”
“Elke dag. Geen seconde.” Hij pakte haar hand. “In de Langzame Zone had ik nog tien, misschien vijftien jaar voor de boeg. Jaren waarin ik kon wegkruipen achter excuses: geen tijd, geen geld, geen ruimte. Een zinloos leven, gevolgd door een zinloze dood. Hier heb ik in zes maanden meer geschilderd dan in de voorgaande tien jaar. Mijn lichaam is ouder, maar mijn kunst is levendiger dan ooit. Als ik sterf zal ik een goed, voldragen leven hebben geleid.”
“Maar tegen welke prijs? We zijn vreemden geworden voor onze eigen familie.”
Marco glimlachte droevig. “Misschien waren we altijd al vreemden. Misschien heeft De Doorbraak dat alleen beter zichtbaar gemaakt.”
Na een kleine zes maanden in de Snelle Zone had Margot voor bijna tien jaar aan ervaringen opgedaan. Haar spiegelbeeld toonde nu een vrouw van diep in de zeventig – grijs haar, een gegroefd gelaat, handen die op boomschors leken. Maar ze leefde nog steeds volgens de Noord-Nederlandse principes, genoot nog altijd volop en was niet van plan om vaart te minderen. Ze was begonnen met schrijflessen waar ze leerde haar emoties direct op papier te zetten, had een korte maar intense affaire gehad met een archaeoloog die opgravingen deed naar het oude Amsterdam van voor De Doorbraak. Ze had vrienden gemaakt, afscheid genomen van kennissen die teruggingen naar de Langzame Zone, had gehuild om verlies en gelachen om vreugde.
Nu had ze een expositie van Marco’s laatste werk georganiseerd in een kleine galerie in het centrum van Amsterdam-Noord. Ze keek naar de felle, emotionele portretten van medebewoners van de Snelle Zone. Elk schilderij getuigde van een keuze voor intensiteit, en de pijn en vreugde die daarbij hoorde. “Kijk”, had Marco gezegd, toen ze samen voor een portret van Helena stonden. “In de Langzame Zone zou ik haar hebben geschilderd als een vriendelijke dame in een tuin. Hier schilder ik haar verdriet, maar ook haar moed om dat verdriet te trotseren.”
—
Maar de gesprekken met Emma werden steeds moeilijker.
“Finn is nu vijfeneenhalf”, meldde Emma tijdens hun maandelijkse hologram-gesprek. “Hij leert lezen. Hij vraagt naar je.”maar hij… hij heeft moeite met begrijpen waarom je bent wegegaan uit ons deel van Nederland.”
Ze liet Margot een holografische foto zien. De jongen die verscheen was slechts iets groter geworden, zijn gezichtje nog rond en kinderlijk. Hij had nog steeds Piets ogen. “Hij lijkt nog precies op zichzelf”, zei ze met een glimlach die pijn deed.
“Ja. Maar hij praat anders over jou. Gisteren vroeg hij of je nog wel Nederlandse bent of dat je ‘een van die snelle mensen’ bent geworden.” Emma’s stem werd zachter. “Ik weet niet wat ik daarop moet zeggen. Je bent… je bent anders. Je praat anders, je denkt anders. Zijn lerares zegt dat veel kinderen in het zuiden bang zijn voor de snelle zone. Ze zien het als… als onnatuurlijk.”
“Emma, ik voel me beter dan ooit. Voor het eerst in mijn leven leef ik zoals ik wil leven. Zoals ik volgens mij moet leven.”
Bij Finn op school zeggen ze dat de Snelle Zone vol zit met mensen die hun families in de steek laten. Dat jullie… jullie egoïstisch zijn.”
Margot voelde woede opborrelen – een emotie die ze in de Langzame Zone zou hebben onderdrukt, maar die hier tot expressie mocht komen. “En wat denk je dat ze in het noorden over het zuiden zeggen? Dat jullie saai zijn, bang voor verandering, vastgeroest in tradities die niet meer passen bij de moderne tijd? Of denk je dat we het te druk hebben met genieten van het leven? Dat ons leven te mooi is om neer te kijken op anderen en te roddelen?”
Emma zuchtte. “Ik weet het niet. Ik probeer alleen mijn zoon uit te leggen waarom zijn oma ineens oud is geworden en in een ander land woont.”
Die nacht kon Margot niet slapen. Ze stond op haar balkon en keek naar de snelweg waar het verkeer voorbijraasde in eindeloze stromen licht. Op de horizon zag ze de lichten van de grensstad Zwolle, verdeeld sinds de Scheiding – Noord-Zwolle in de Snelle Zone, Zuid-Zwolle in de Langzame Zone. Families die elkaar bezochten via dagpassen, kinderen die opgroeiden met de wetenschap dat hun land diep verdeeld was.
—
Marco vond haar daar de volgende ochtend, nog steeds in haar pyjama.
“Je wilt teruggaan”, zei hij. Het was geen vraag.
“Ik weet het niet.” Margots stem was schor van het huilen. “Mijn familie groeit op zonder mij. Finn zal me nauwelijks herkennen als een oude vrouw van tachtig die bovendien ‘onnatuurlijk’ leeft.”
“En als je nu teruggaat? Dan ben je nog geen jaar weg geweest. Maar je hebt tien jaar geleefd volgens principes die zij niet begrijpen. Zul je je nog wel kunnen aanpassen aan het leven daar?”
Margot sloot haar ogen. Ze dacht aan de leesclub, aan de heerlijke verhitte discussies over literatuur en leven. Aan de directheid van vriendschappen hier, de emotionele eerlijkheid. Aan hoe klein en benauwd haar oude leven nu leek. “Ik kan het nu nog proberen. Over een paar maanden is het te laat.”
Het was Helena die de doorslag gaf. Helena, die op een dag aan Margots deur stond met roodbehuilde ogen.
“Mijn dochter is dood”, zei ze.
Margot sloeg haar armen om haar vriendin heen. “Wanneer?”
“Gisteren. Een auto-ongeluk in Eindhoven. Ze was… ze was tweeëndertig.” Helena’s stem brak. “Sinds ik hier ben hebben we elkaar maar drie keer gesproken omdat de inter-zonale gesprekken zo duur zijn. Ze belde me vorige maand – ik weet niet eens meer waarover, omdat ik zo bezig was met de volgende expositie, de volgende cursus, de volgende afleiding. Ik zei dat ik geen tijd had. En nu kan het niet meer. ”
“Dat kon je toen niet weten.”
“Nee. Maar ik realiseer me nu dat ze me nodig had. Dat ik bij haar had moeten zijn in plaats van hier.”
“Je dacht dat je hier een beter leven zou hebben.”
“Het was beter geweest als ik daar was gebleven.”
“Je was ongelukkig.”
“Hier ben ik ook ongelukkig. En ik ben liever daar ongelukkig dan hier. Ik ga terug. zei Helena plotseling. “Mijn kleinkinderen leven nog. Ik heb genoeg intensiteit gehad. Nu wil ik stabiliteit. Voor mezelf. En voor hen.”
Margot realiseerde zich dat ze niet de enige was die moeite had om zich over te geven aan een intens leven dat leidde tot verwijdering van mensen die haar dierbaar waren. Ze had andere motieven gehad dan Helena om naar de Snelle Zone te komen – Helena was op de vlucht geweest, Margot had persoonlijke vervulling gezocht, Helena had afleiding gezocht, Margot had de essentie willen vangen – maar ze was tegen hetzelfde obstakel opgelopen: ze zat nog te zeer vast aan haar verleden om het te kunnen loslaten. Niet dat het verblijf in de Snelle Zone zinloos was geweest. De herinneringen aan de intensiteit, de passie, de moed om zich volledig te geven zouden haar de rest van haar leven bij blijven, dat wist ze zeker. Ze zou voor altijd wat van haar ervaringen hier blijven meedragen. Als ze zou terugkeren naar de Langzame Zone, zou ze een completer mens zijn geworden. ‘Als’ ze zou terugkeren? ‘Wanneer’ ze zou terugkeren, bedoelde ze.
Margot belde het Noord-Nederlandse Temporaal Transitiecentrum om een vervroegde terugreis naar de Langzame Zone te reserveren.
Marco zei niets toen ze het hem vertelde. Hij knikte alleen en pakte haar hand.
“Ik begrijp het”, zei hij.
“Kom je mee?” vroeg ze, hoewel ze het antwoord al wist.
“Nee, M.” Hij glimlachte droevig. “Mijn kinderen zouden schrikken van hoe oud ik ben geworden, en ze zouden me nog steeds zien als iemand die hen heeft verlaten om te ‘spelen’ met verf. Ze begrijpen niet dat dit geen hobby is – maar het belangrijkste in mijn leven. n de Langzame Zone zou ik de rest van mijn leven bezig zijn met me aanpassen in plaats van me te ontwikkelen. Ik zou me moeten inhouden, elke dag opnieuw, in plaats van vooruit te gaan. Daar pas ik voor. Daar ben ik zo langzamerhand echt te oud voor.”
“Ik hoop dat ik je kan loslaten. Ik ben daar niet zo goed in. Ik heb mijn vorige leven ook niet kunnen loslaten. Jij kunt dat beter.”
“Ik heb misschien meer te winnen dan jij. En minder te verliezen.”
“Ik zal jou missen. Dit leven missen.”
“Dat mag ik hopen”, glimlachte hij. “Beter dan dat je me helemaal niet zou missen. We hebben voor tien jaar aan ervaringen samen, dat is niet niks.”
“Dag M.”
“Dag M.”
—
Yasmin – maar ietsje ouder dan zes maanden geleden – herkende Margot. “Mevrouw Westerbaan. U bent eerder terug dan verwacht. Is het wel bevallen?”
“Beter dan ik had verwacht”, zei Margot eerlijk. “De Noord-Nederlandse mentaliteit beviel me. Maar nu wil ik toch naar huis.”
“U begrijpt dat de aanpassing moeilijk zal zijn? U heeft voor tien jaar aan Noord-Nederlandse ervaringen.
“Ik weet het.”
“U bent wat ouder geworden, ouder dan mensen in het zuiden.”
“Ik weet het.”
“U bent directer, emotioneler, individualistischer dan toen u vertrok.”
“Ik weet het.”
Margot dacht aan Marco’s liefdevolle aanrakingen, aan de vriendschappen die ze had gesloten, aan de boeken die ze had gelezen en de kunstwerken die ze had gezien. Aan het gevoel dat ze volledig opging in leven, dat elk moment er eentje was om te koesteren. Aan hoe ze zich volledig had de overgegeven. En of ze het zou missen.
“En u bent nog steeds zeker? U kunt zo terug, uw jaar is niet om.”
Margot keek naar de glazen deuren die leidden naar de Langzame Zone. Daarachter lag een wereld waar ze nog moeder en oma kon zijn in plaats van een levensgenieter die een vreemde was geworden voor haar familie.
“Ik ben er klaar voor”, zei Margot. Al kon ze zich geen voorstelling maken van wat haar te wachten stond.
De eerste dag terug in de Langzame Zone ging alles zo traag dat Margot het gevoel had te stikken, alsof ze moest in stroop moest zwemmen. Hoewel haar lichaam tien jaar ouder was geworden gedurende de zes maanden in het noorden, moest ze zichzelf steeds dwingen zich aan te passen aan het slakkentempo. Maar het meeste moeite had ze met de mensen: iedereen leek om de hete brij heen te draaien, directe emoties te mijden en zich aan allerlei zinloze sociale conventies te houden. Margot moest zich inhouden, wist ze, maar ze wist niet of ze voldoende zelfbeheersing had om dit lang vol te houden.
Emma had haar opgehaald van het Transitiecentrum in Utrecht, de grensstad die fungeerde als doorgang tussen beide zones. Emma was nauwelijks veranderd. Margot des te meer. Emma zei er niets over, maar Margot zag haar kijken. Margot wilde haar vertellen over Marco, over Helena, over de expositie en de boeken en de tangolessen. Maar hoe kon je tien jaar aan Noord-Nederlandse ervaringen samenvatten voor iemand die enkele onbewogen Zud-Nederlandse maanden had doorgebracht? “Het was… intens”, zei Margot uiteindelijk. De voorzichtige, verhullende taal van het zuiden.
Finn keek haar nieuwsgierig maar voorzichtig aan toen ze binnenkwam in Emma’s huis in Tilburg. Voor hem was oma een half jaar weggeweest naar ‘de snelle plaats’ en teruggekomen als iemand die hij nauwelijks herkende.
“Oma, ben je nog wel Nederlands?” vroeg hij met de directheid die alleen kinderen hebben.
Margot knielde bij hem neer. Hij rook naar pepermunt tandpasta en kinderzeep, vertrouwde Zuid-Nederlandse geuren die haar hart deden breken.
“Natuurlijk, lieverd. Ik ben naar Noord-Nederland geweest, maar dat is nog steeds Nederland.”
“Mama zegt dat de mensen daar anders zijn. Dat ze niet genoeg om familie geven.”
Margot keek naar Emma, die deed alsof ze het niet had gehoord. Maar ja, dit was wat er vaak over de Snelle Zone werd gezegd in het zuiden – dat het een plek was voor egoïsten die hun verantwoordelijkheden ontvluchtten. Kennelijk dacht Emma er ook zo over.
“Ik geef heel veel om onze familie”, zei Margot. “Vooral om jou. Daarom ben ik teruggekomen.”
Die eerste weken waren de moeilijkste van haar leven. Ze probeerde terug te glijden in haar oude routine, maar alles voelde onvolledig, onderbenut. Gesprekken met buren over het weer frustreerden haar – in de Snelle Zone zouden ze in dezelfde tijd de zin van het leven hebben besproken. TV-programma’s leken eindeloos traag en oppervlakkig. Zelfs lezen, waar ze altijd dol op was geweest, kon haar niet bekoren. Het was alsof ze niet alert genoeg was, alsof haar hersens niet meer zo goed wilden. En ze miste Marco met een intensiteit die haar verbaasde.
Emma merkte de verandering op. “Je bent anders, mam. Rustelozer.”
“Ja.”
“Alsof je niet meer helemaal thuishoort.”
“Misschien is dat ook zo”, zei Margot, en ze schrok zelf van haar directheid.
Emma fronste. “Maar je bent toch blij dat je terug bent?”
Margot wilde ‘ja’ zeggen, maar realiseerde zich dat ze in de Snelle Zone had geleerd eerlijk te zijn, ook als dat pijn deed.
“Ik ben blij dat ik bij jullie ben”, zei ze voorzichtig. “Maar ik mis delen van mijn leven daar.”
“Zoals die man?”
“Marco. Ja, hem ook. Maar vooral de manier van leven. Het gevoel dat elke dag telt. Dat ben ik kwijt.”
Het was Finn die uiteindelijk de oplossing bracht. Drie maanden na haar terugkeer kwam hij naar haar toe terwijl ze in de tuin zat te staren naar niets in het bijzonder.
“Oma, vertel eens over de snelle plaats.”
“Wat wil je weten, lieverd?”
“Alles.” Hij ging naast haar zitten, zijn kleine hand in de hare.
Ze vertelde hem. Over de Snelle Zone, over Marco en Helena, over de tangolessen en de kunstexposities. Over hoe het zo gekomen was. Over de ontdekking van professor Van der Drift. Over hoe Nederland verdeeld was geraakt. Over hoe sommige mensen gewoon anders waren – niet beter of slechter, maar anders. Dat die tweedeling misschien helemaal niet zo slecht was
“Er zijn mensen die gelukkig zijn met een langzaam leven”, legde ze uit. “Ze houden van tradities, van voorspelbaarheid, van familie die altijd bij elkaar blijft. Dat is niet verkeerd – dat is mooi.”
“Zoals mama en ik?”
“Zoals mama en jij. En er zijn mensen die gelukkig worden van intensieve ervaringen, van nieuwe avonturen, van veel beleven in korte tijd. Dat is ook niet verkeerd – dat is ook mooi.”
“En jij?”
Margot dacht erover na. “Ik denk dat ik een beetje van beide ben. Daarom ben ik naar het noorden gegaan, en daarom ben ik teruggekomen.”
“Mis je de snelle plek?” vroeg hij.
“Ja. Maar ik ben blij dat ik terug ben bij jou.”
“Waarom?”
Ze keek naar zijn serieuze gezichtje, naar de nieuwsgierigheid in zijn ogen. “Ik kan niet allebei hebben, hoe graag ik dat ook zou willen. Ik moet kiezen. En dan kies ik natuurlijk voor jou.”
Langzaam begon het langzame leven te wennen. Margot schreef zich in voor een kunstcursus aan de universiteit voor senioren – niet omdat ze tijd moest doden, maar omdat ze in het noorden had geleerd dat creativiteit waardevol was. Ze ging vrijwilligerswerk doen bij een ziekenhuis, waar haar Noord-Nederlandse directheid verrassend goed werkte bij angstige patiënten. Ze leerde Emma en Finn om met liefde te koken – niet om een snelle hap te maken maar om volledig op te gaan in de voorbereidingen van de maaltijd, zodat het een waardevolle ervaring was. En ze begon te schrijven. Over de gevolgen van De Doorbraak, over hoe er in de beide zones wed gedacht over elkaar, over families die uiteenvallen en weer samenkomen. Haar verhalen werden gepubliceerd in ‘Nederlandse Verhalen’, het tijdschrift dat probeerde beide zones cultureel te verbinden.
En in de nieuwste editie van datzelfde tijdschrift zag ze tot haar vreugde dat Marco Hendriks een retrospectief had. “Hendriks, die op tot zijn pensioen accountant was in Limburg en nu een van de meest gevierde kunstenaars van de Snelle Zone is, toont nu op 91-jarige leeftijd werk dat lijkt te trillen van levenslust”, las ze. “Hendriks’ werk toont wat er gebeurt wanneer iemand zijn leven condenseert tot de essentie. Elke penseelstreek lijkt doordrenkt van urgentie, alsof de kunstenaar weet dat elke seconde telt nu zijn levenseinde nadert. Dit is geen kunst om op te hangen – dit is kunst om in te leven.”
Margot zag Marco voor zijn schildersezel staan, zijn penseel in zijn handen, op zoek naar hoe hij een heel leven kon vangen in één enkele streek. Ze zag Helena, die was teruggekeerd naar Maastricht en nu haar kleinkinderen liefdevol hielp opvoeden. Ze zag Emma, ze zag Finn. Als ze goed keek, zag ze Piet. Ze zag zichzelf – een Nederlandse vrouw die beide zones in haar hart droeg.
EINDE
Beelden: zelf gebakken met ChatGPT.
Logo voor de Sci-Fai / Komedie- en tragediereeks: zelf gebakken met ChatGPT.



