Cataloguskind (Een Sci-Fai / Romantiekverhaal)

Cataloguskind (Een Sci-Fai / Romantiekverhaal)

SFRRomantiekmettekstMaaike en David droomden van een kind – het perfecte kind. Via Genesis Labs konden ze hun baby samenstellen: intelligentie, uiterlijk, gezondheid – alles geoptimaliseerd. Hun dochter Sophie werd precies wat ze hadden besteld.

Alleen is de druk om de perfecte dochter te zijn verstikkend. Haar enige afleiding is Luca, een rommelige schoolgenoot die haar leert dat ze niet bang hoeft te zijn om haar ouders teleur te stellen.

HOOFDSTUK 1: EEN PERFECTE DOCHTER

H1 (Aangepast)Sophie Hartman wist precies wanneer ze was ontstaan. Niet de dag van haar geboorte – die datum stond in haar paspoort. Nee, ze wist wanneer ze was ontworpen. Het was op een dinsdag geweest, want ze hadden het haar verteld. Ze zag ze voor zich: Maaike en David op de bank in de woonkamer, hun gezichten blauw verlicht door het hologram dat boven de salontafel zweefde. De woonkamer was netjes maar gedateerd – IKEA-meubels van tien jaar oud, een barst in het plafond die ze al jaren wilden laten repareren. Op tafel lagen stapels papieren: hypotheekdocumenten, pensioenberekeningen, een spreadsheet met doorgestreepte vakantiebestemmingen.

“Schuif de kin iets naar voren”, zei Maaike. “Niet zo’n zwak gezicht.”

Stefan veegde met zijn vinger over het scherm. Het hologram van een tienermeisje draaide langzaam rond, haar gezicht veranderde steeds van uitdrukking terwijl algoritmes de parameters aanpasten.

“Beter?”

“Ja. Nee, wacht – nu ziet ze eruit alsof ze altijd overal tegenin gaat. Iets terug.”

Ze hadden al drie uur zitten pielen. Het meisje was nu ongeveer vijftien. Met een veeg over het scherm kon je haar zien als peuter (schattig, grote ogen, krullen), als achtjarige (serieus, al intellectueel), als twintiger (elegant, de perfecte dochter om mee uit eten te gaan) en als veertigjarige (verzorgd, met een succesvolle uitstraling, het soort vrouw dat voor haar ouders zorgt).

“Oogkleur?”

“Bruin. Net zoals jij.”

“Intelligentie?”

“Maximaal. Uiteraard.”

Ze stelde het zich tenminste voor, terwijl ze voor de spiegel in de badkamer stond, veertien jaar later. Haar moeder die aarzelde bij de vraag naar ‘emotionele stabiliteit’, haar vader die ongeduldig zijn vinger over het scherm bewoog: “Gewoon het beste pakket. We betalen er wel voor.”

Beneden op het scherm moet er toen ze klaar waren een nieuwe melding zijn verschenen:

DRAAGMOEDER TOEGEWEZEN: Kandidaat #BNL-4478-F. Leeftijd: 24. Gezondheid: optimaal. Voorgeschiedenis: 3 succesvolle zwangerschappen. Geen contact met biologische ouders na geboorte.

SPERMADONOR TOEGEWEZEN: Kandidaat #EUR-8821-M. IQ: 148. Geen genetische aandoeningen. Artistieke aanleg. Geen contact met biologische ouders na geboorte.

Maaike moet een steek van jaloezie hebben gevoeld toen ze las over de draagmoeder. Een 24-jarige vreemde die hun dochter zou dragen. “We hadden zelf zwanger kunnen worden”, had ze ongetwijfeld gezegd. Waarop David iets had geantwoord als: “Voor een fractie van de prijs krijgen we dan een kind met jouw astma, mijn slechte ogen, en als we pech hebben ook nog eens autisme van mijn kant van de familie. Nee, dank je.”

En misschien had Maaike nog gevraagd: “Hoe gaan we haar noemen?”

En had David geantwoord: “Sophie. Van Sophía. Wijsheid.”

En had Maaike geknikt, waarna ze had gedrukt op BEVESTIGEN.

Ja, zo moet het zijn gegaan. Sophie draaide haar gezicht naar links, naar rechts. Symmetrisch. Geen acne, ondanks haar leeftijd. Haar tanden stonden recht zonder beugel. Ze zag eruit als iemand die door een algoritme was samengesteld – wat ze ook was.

Beneden klonk het geluid van de koffiemachine. Acht uur precies. Haar vader dronk zijn koffie altijd staand bij het aanrecht, haar moeder zat aan tafel met yoghurt en muesli. Sophie kende het ritme van hun ochtend zoals je een liedje kent dat je te vaak hebt gehoord.

Ze trok haar schooluniform aan. Witte blouse, marineblauwe rok, het embleem van het Gymnasium op haar borst. Alles keurig gestreken door haar moeder, die elke zondagavond twee uur aan de strijkplank stond. “Het is belangrijk dat je er verzorgd uitziet”, had ze ooit gezegd.

Maar wat ze toen had bedoelde was: het is belangrijk dat je eruitziet alsof je € 239.000 hebt gekost. Want zoveel hadden haar ouders betaald.

Sophie was zeven toen ze de factuur contract vond. Ze zat op de bank met haar vaders tablet – ze wilde alleen even een spelletje spelen – toen ze per ongeluk een map opende met de naam ‘Sophie – Documentatie’.

Ze klikte erop.

Genesis Labs Solutions B.V.

Factuurnummer: GN-2050-847392

Datum: 15 juni 2050

SPECIFICATIES PRODUCT:

– Basismodel: Meisje, Europees fenotype

– Cognitieve capaciteit: 94e percentiel (€45.000)

– Empathie-score: 81e percentiel (€12.000)

– Werkethiek: 92e percentiel (€38.000)

– Premium Appearance Optimization (€89.000)

– Draagmoederschap (€45.000)

– Donormateriaal (€20.000)

– Handling (€400)

TOTAAL: €239.400

Te betalen in 18 jaarlijkse termijnen van 13.300 euro. 5 procent korting bij betaling ineens.

18 jaarlijkse termijnen? Sophie had de brieven gezien die haar vader verscheurde voordat hij ze in de papierbak gooide. Ze had de telefoontjes gehoord, laat in de avond, waarin hij kortaf sprak over ‘betalingsregelingen’ en ‘financiële moeilijkheden’. Haar ouders liepen achter. Vervelend. Maar waarom moesten ze dat zo nodig op Sophie afreageren?

Want dat deden ze. Elke dag. Vandaag weer. Ze was nog niet begonnen aan haar ontbijt of Maaike zei: “Je hebt morgen je wiskundetoets.”

“Ik weet het.”

“En je presentatie voor biologie vrijdag.”

“Ook dat.”

“Ik wil alleen zeggen dat…”

“Maaike”, verzuchtte David. “Ze weet het.”

Haar moeders mond klapte dicht. Ze begon te roeren in haar yoghurt, maar nam geen hap. Sophie at haar boterham methodisch, kauwde precies dertig keer zoals ze ergens had gelezen dat gezond was.

Het was David die de stilte verbrak. “Volgende week donderdag hebben we weer een check-up bij Genesis.”

Sophies legde haar boterham neer. “Pfff… “, zuchtte ze, zonder de dertig keer kauwen vol te maken

“Ik ga dit keer ook mee”, zei Maaike snel.

Genesis Labs wilde geld zien.

HOOFDSTUK 2: GENESIS LABS

H2 (Aangepast)De check-up vond plaats in een kliniek die eruitzag als een Apple Store. Wit, minimalistisch, met planten die te groen waren om echt te zijn. De assistente die haar bloeddruk mat droeg een badge met daarop: “Lara – Kwaliteitscoördinator”. Alsof Sophie een product was dat op defecten werd gecontroleerd.

“Bloeddruk perfect”, zei Lara met een glimlach die even gepolijst was als de vloer. “Hartslag 58. Uitstekend.”

Sophie zat op de behandeltafel in een papieren schort. Haar ouders zaten naast elkaar op stoelen, handen gevouwen, gezichten gespannen.

Dr. Visser kwam binnen met een tablet. Hij was begin vijftig, grijs haar, vriendelijke ogen die toch iets kils hadden. Hij praatte tegen Sophie alsof ze een volwassene was, wat ze op papier ook was: een voltooid project.

“Je cijfers zijn uitstekend. 8,9 gemiddeld. Beter dan 96 procent van je leeftijdsgenoten.” Hij scrollde over zijn tablet. “Geen gezondheidsproblemen. Perfecte BMI. Je ouders mogen trots zijn.”

David knikte kort. Maaike glimlachte met haar lippen stijf op elkaar.

Dr. Visser knikte. Hij keek naar Sophie. “Hoe gaat het op school? Veel vrienden?”

De vraag kwam uit het niets, als een klap. Sophie knipperde. “Eh, ja. Genoeg.”

“Goed. Sociale vaardigheden zijn belangrijk voor latere ontwikkeling.” Hij stond op. “Dan zie ik jullie over zes maanden. Tenzij…”

Dr. Visser keek op van zijn tablet en liet zijn blik op Sophie vallen, “Ik moet nog iets met je ouders bespreken. Als je het niet erg vindt.”

“Sophie?”, vroeg David, toen Sophie zich van de domme hield, en hij wierp een blik op de deur.

“Okeeeee… ik ga al”, zei Sophie, en ze liep geïrriteerd de kamer uit. In de wachtkamer kon ze de woordenwisseling tussen de arts en haar ouders vaag horen, maar verstaan deed ze niets. Hadden haar ouders maar een superieur gehoor voor haar aangeschaft, dat was nu goed van pas gekomen.

“We begrijpen het”, hoorde Sophie haar vader zeggen toen Dr. Visser haar ouders uitliet. Zijn stem klonk hol. “We zijn ermee bezig.”

“Ik hoop het”, Dr. Visser sprak zacht, bijna vriendelijk. “Het zou zonde zijn als we artikel 12.3 van uw contract—”

“We weten het, we kennen het contract”, onderbrak Maaike hem.

Op de terugweg in de auto zei niemand iets. Sophie zat achterin en keek naar het landschap dat voorbijgleed. Keurige huizen met keurige tuinen, mensen die keurige levens leidden zonder schulden omdat ze zich nodig een perfecte dochter hadden aangeschaft die ze zich niet konden veroorloven.

De weken daarna veranderden de ruzies thuis van gedempt naar luid. Sophie hoorde het door haar slaapkamerdeur, door de muren heen. Davids stem, scherp en verbitterd. Maaikes snikken, hoog en fragiel.

“We kunnen het niet betalen. We kunnen het gewoon niet.”

“Dan vinden we een manier. We verkopen de auto. We nemen een tweede hypotheek.”

“We hebben al een tweede hypotheek. Voor háár.”

“Voor mij”?, dacht Sophie. “Ik heb er toch niet om gevraagd?”

HOOFDSTUK 3: LUCA

H3 (Aangepast)De volgende dag op school ontmoette ze hem.

Het was bepaald geen liefde op het eerste gezicht. Geen oogcontact door een drukke gang, geen toevallige botsing bij de lockers. Ze zat in de bibliotheek te leren voor haar biologietoets toen iemand naast haar neerviel op een stoel en een stapel boeken op tafel liet vallen.

“Shit. Sorry.”

Sophie keek op. Een jongen, ongeveer haar leeftijd, rommelig haar, overhemd half uit zijn broek, das scheef. Hij grijnsde naar haar alsof ze oude vrienden waren.

“Je zit op mijn plek.”

Ze knipperde. “Er is hier geen vaste plek.”

“Jawel. Deze tafel, dit raam, elke dinsdag derde uur. Mijn plek.” Hij ging zitten, onuitgenodigd. “Maar je mag hier ook zitten, als je belooft niet te hard te ademen. Ik moet me concentreren.”

Ze staarde hem aan. “Concentreren? Jij?”

“Op mijn kunstopdracht. Ik moet een portret maken van iemand die er perfect uitziet.” Hij schoof zijn schetsboek open. “En jij bent perfect.”

“Wat?”

“Je gezicht. Symmetrisch. Geen oneffenheden. Je zit zelfs perfect rechtop.” Hij begon te schetsen zonder op te kijken. “Je bent een cataloguskind, toch?”

Sophie sloot haar biologieboek. “Ik moet gaan.”

“Wacht.” Hij keek op. Zijn ogen waren groen met gele spikkels, als een bos in de herfst. “Sorry. Ik ben een klootzak als ik teken. Blijf alsjeblieft. Ik beloof dat ik mijn mond houd.”

Ze bleef zitten. Waarom wist ze niet.

Luca tekende in stilte, zijn potlood kraste over het papier. Sophie probeerde te leren, maar ze las dezelfde zin vijf keer zonder de betekenis te begrijpen. Ze was zich bewust van zijn blik, hoe hij haar gezicht scande alsof hij een kaart las.

Na tien minuten draaide hij zijn schetsboek om.

Het was haar gezicht, maar dan anders. Hij had haar neus iets scheef getekend, een sproet toegevoegd bij haar linkerwenkbrauw die ze niet had, haar haar warrig in plaats van strak.

“Dit ben jij”, zei hij. “Zoals je eruit zou zien als je niet zo bang was.”

“Ik ben niet bang”, zei ze.

Luca glimlachte. “Iedereen is bang. Jij weet het alleen goed te verbergen.”

Hij scheurde de pagina uit zijn schetsboek en schoof hem over de tafel. “Voor jou. Gratis. ‘No strings attached’.”

Sophie pakte het papier op. Ze keek naar zichzelf, maar dan niet-zichzelf.

“Ik heet Luca”, zei hij.

“Sophie”, zei ze. “Cataloguskind”, gaf ze toe.

“Ik niet”, zei Luca. “Daarom zit ook maar op de Havo.”

“Misschien moet je beter je best doen.”

“Jij misschien wat minder.”

Ze vouwde het papier zorgvuldig op en stopte het in haar tas, tussen haar schoolboeken en notities.

Die avond, toen ze weer alleen op haar kamer zat, hing ze de tekening boven haar bureau.

Twee dagen later, tijdens de lunch, ging Luca zonder het te vragen naast haar zitten.

“Waarom eet je altijd alleen?” vroeg hij.

“Ik hou van stilte.”

“Bullshit.” Hij haalde een boterham tevoorschijn die eruitzag alsof hij door een kind van vijf was gemaakt. “Jij eet alleen omdat je denkt dat je het niet verdient om met andere mensen te eten.”

Sophie keek hem aan. “Dat is belachelijk.”

“O ja?” Hij nam een hap van zijn boterham. Kaas viel eruit. Hij raapte het op en at het van de tafel. “Weet je wat ik zie als ik naar je kijk?”

“Een slimme leerling? Iemand die perfect is”

“Een meisje dat denkt dat ze perfect moet zijn.” Hij veegde zijn mond af met zijn mouw. “Mijn moeder deed hetzelfde. Probeerde perfect te zijn voor mijn vader, voor haar baas, voor iedereen. Altijd bezig met wat anderen dachten. En weet je wat er gebeurde? Ze vergat te bestaan. Ze stierf toen ik twaalf was. Hartaanval. Vijfenveertig jaar oud.”

“Dat vind ik erg voor je.”

Luca ging er niet op in. “Ik denk dat je jezelf kapotmaakt voor mensen die je toch nooit genoeg zullen vinden”, zei hij.

Sophie voelde haar gezicht warm worden, haar keel dichtknijpen. “Je kent me niet.”

“Misschien niet. Maar weet je….”

“Nou?”

“Wat gebeurt er als je eens minder hard probeert perfect te zijn?”

“Dan…” Ze kon de zin niet afmaken.

Luca keek haar aan met zijn grote, groene ogen die alles in zich op leken te nemen. “Kom vrijdag met me mee. Naar mijn huis. Ik wil je iets laten zien.”

“Ik kan niet. Ik heb …”

“Genoeg gestudeerd. Genoeg gepresteerd. Genoeg bewezen.” Hij pakte haar hand. Zijn vingers waren warm, ruw van het potlood. “Een middag maar. Een paar uur. Als het niet helpt, ga je terug naar je spreadsheets en je schema’s. Deal?”

Sophie keek naar hun handen. Zijn hand om de hare. Het was vreemd om aangeraakt te worden zonder dat het een check-up was, zonder dat iemand haar bloeddruk mat of haar reflexen testte.

“Deal”, hoorde ze zichzelf zeggen.

Vrijdag stond Luca bij de schoolingang met zijn handen in zijn zakken, een slordige glimlach op zijn gezicht.

“Klaar?” vroeg hij.

“Ik weet het niet.”

“Dat is de juiste houding.” Hij begon te lopen. “Kom op.”

Ze volgde hem door de straten. Hij woonde niet ver, in een klein appartement boven een Turkse bakkerij. De trap was smal en krakend, de gang rook naar verse brood en oude boeken. Hij opende de deur naar een ruimte die het tegenoverde was van haar huis.

Chaos.

Overal stapels boeken, kranten, schetsboeken. Schilderijen die half af waren, doeken die tegen de muur leunden. Een bank bedolven onder dekens en kussens. Een open keuken waar borden in de gootsteen stonden en kruimels op het aanrecht lagen.

“Welkom in mijn paleisje”, zei Luca.

Sophie keek rond, haar brein schreeuwde om orde, om systeem, om een stofzuiger. Maar haar hart voelde iets anders. Iets lichts.

“Het is…” Ze zocht naar het juiste woord. “Levendig.”

Luca grijnsde. “Dat is het mooiste compliment dat ik ooit heb gekregen.”

Hij haalde thee voor hen, gewone thee in mokken die niet bij elkaar pasten. Ze gingen zitten op de bank, tussen de dekens. Buiten klonk het geluid van verkeer, van mensen die voorbijliepen, van het leven.

“Wil je weten waarom ik je hierheen heb gebracht?” vroeg Luca.

“Omdat je medelijden met me hebt?”

“Omdat ik denk dat je moet zien hoe het ook kan.” Hij zette zijn mok neer. “Ik wil niet dat jou hetzelfde overkomt als mijn moeder…”, begin hij.

“Ik leef nog wel even”, zei Sophie.

“Ze stortte daar neer. Op de vloer van de badkamer. Met een lijstje in haar hand: dingen die ze nog moest doen. Schoonmaken, strijken, mailen. Zelfs in haar laatste seconde was ze aan het presteren.”

Sophie slikte. “Dat is verschrikkelijk.”

“Het is de waarheid.” Hij keek haar aan.

Ze voelde de tranen nu echt komen. “Ik weet niet hoe ik moet stoppen.”

“Je moet helemaal niet stoppen, Sophie. Je moet beginnen. Met iets wat je zelf wilt. Iets dat van jou is.”

“Je begrijpt het niet.”

“Leg dan eens uit.”

“Mijn ouders hebben veel voor me betaald.”

“Dus je bent hun bezit?”

“Ik moet toch laten zien dat ik het waard ben?”

Luca schudde zijn hoofd. “Bullshit. Ze hebben je DNA misschien gekocht, maar je gedachten? Je dromen? Die zijn van jou.”

Sophie lachte door haar tranen heen. “Ik heb geen dromen. Alleen doelen.”

“Wat is je doel dan?”

Ze dacht na. Eerlijk. Voor het eerst in maanden dacht ze eerlijk na over wat ze wilde.

“Ik wil…” Ze stopte. “Ik wil dat ze trots op me zijn.”

“Moet je daarom zo je best voor ze doen?”

“Dat is het wel het minste dat ik kan doen. Ze hebben schulden. Voor mij gemaakt.”

“Die worden niet kleiner als jij ongelukkig bent.”

Hij leerde haar tekenen. Niet goed, ze was waardeloos in tekenen, maar dat was juist het mooie eraan. Eindelijk deed ze iets zonder doel, zonder dat ze erin moest uitblinken, zonder dat het perfect hoefde te zijn. Dat was tenminste de bedoeling.

“Kijk”, zei hij op een middag. Hij pakte haar hand en liet haar een potlood vasthouden zoals hij het deed. “Je krampte. Alsof je bang bent dat het potlood wegrent.”

“Ik ben niet bang.”

“Je bent doodsbang.” Hij glimlachte. “Maar dat is oké. Angst betekent dat het iets betekent.”

Ze tekende lijnen, cirkels, vormen die nergens op leken. Ze scheurde ze niet verscheuren. Luca bewaarde ze allemaal in een map met “Sophies Imperfecties” erop geschreven.

“Waarom bewaar je dit?” vroeg ze.

“Omdat jij het bent. De echte jij. Niet de versie die je ouders willen, niet de catalogus-Sophie. Gewoon Sophie die niet weet wat ze doet, maar het toch doet.”

HOOFDSTUK 4: DE TERUGVORDERINGSCLAUSULE

H4 (Aangepast)De volgende maandag haalde Sophie een 7 voor haar wiskundetoets.

Meneer De Vries keek haar verbaasd aan toen hij het cijfer gaf. “Is alles goed met je, Sophie?”

“Ja hoor”, zei Sophie. “Gewoon een stomme fout.”

Maar het was geen stomme fout geweest. Sophie had de laatste drie vragen opzettelijk verkeerd beantwoord. Ze had naar het scherm gekeken en bewust de verkeerde antwoorden ingevuld.

Het voelde als springen van een klif.

Haar hele lichaam had geprotesteerd. Haar geweten had het uitgeschreeuwd: Doe het goed! Je ouders hebben ervoor betaald! Ze hebben alles opgeofferd!

Maar Sophie had de verkeerde antwoorden ingevuld.

En nu, met het cijfer in haar hand, voelde ze iets vreemds. Opluchting.

Thuis zat Maaike aan de keukentafel met haar laptop. Ze keek naar Sophies schoolresultaten – alle ouders hadden realtime toegang tot de cijfers van hun kinderen.

“Sophie?” riep ze. “Kun je even komen?”

Sophie liep naar de keuken. Ze wist wat er komen zou, en dat was geen prettig vooruitzicht.

“Er staat hier een 7 voor wiskunde.”

“Ja.”

“Is er iets mis? Ben je ziek?”

“Nee, gewoon een foutje. Het is echt niks, ik was gewoon afgeleid.”

Maaike keek haar onderzoekend aan. “Afgeleid? Waardoor?”

Sophie dacht aan Luca. Aan zijn warrige haar en zijn slordige T-shirt en zijn pulpboek.

“Gewoon… dingen.”

“Sophie had een 7 voor wiskunde”, zei Maaike tegen David tijdens het avondeten.

David liet zijn vork vallen. “Een 7?” Davids stem was vlak, emotieloos.

“Ja. Ik… ik begreep de stof niet goed.”

“Sophie.” Maaike leunde naar voren. “Is er iets aan de hand?”

“Het is maar één toets.”

“Het is nooit maar één ding!” Davids stem schoot omhoog. “Alles telt. Alles is belangrijk. Begrijp je dat niet?”

Sophie voelde de tranen prikken achter haar ogen. Ze kneep haar kaken op elkaar. “Het spijt me.”

“‘Het spijt me’ is niet genoeg.” David stond op. “Je bent veertien jaar. Straks moet je naar de universiteit. Je toekomst begint nu. En wij… wij betalen voor die toekomst.”

Hij liep de kamer uit. De deur viel dicht achter hem.

Maaike zat stil, haar handen gevouwen in haar schoot. “Papa bedoelt het niet zo.”

“Jawel.” Sophies stem was zacht. “Hij bedoelt het precies zo.”

De volgende ochtend zat Sophie aan het ontbijt toen Maaike binnenkwam.

“Ik heb nagedacht”, zei Maaike. Haar stem was vlak. Afstandelijk. “Over gisteren.”

Sophie keek op van haar yoghurt.

“En?”

“Ik denk dat je dit moet zien.”

Een map met 47 pagina’s juridisch jargon, gedrukt op papier dat stijf aanvoelde van de belangrijkheid. Haar moeder had het geopend op een pagina met:

Artikel 12.3 – Terugvorderingsclausule

“In geval van substantiële financiële wanbetaling (meer dan drie opeenvolgende termijnen) behoudt Genesis Labs zich het recht voor om het product terug te vorderen en te heralloceren naar nieuwe contractpartijen. Dit om de investering in genetisch materiaal en ontwikkelingskosten te waarborgen.”

Sophie las het drie keer. Vier keer. Vijf keer.

Het product.

Terug te vorderen.

Heralloceren.

“We willen je niet kwijt raken”, zei haar moeder. “We doen er alles aan. Maar begrijp je nu waarom papa gisteren zo overspannen reageerde?”

Sophie begreep het.

Ze ging naar haar kamer en sloot de deur. Ze pakte de tekening die Luca had gemaakt en keek ernaar. Het meisje met de scheve neus en de haren die niet zo zaten. Het meisje dat niet bang was.

Ze scheurde de tekening in stukken.

Morgen zou ze studeren tot haar ogen bloedden. Ze zou perfecte cijfers halen, perfecte antwoorden geven, perfecte dankbaarheid tonen. Ze zou haar ouders laten zien dat ze hun opofferingen waard was. Ze zou hun investering rechtvaardigen. Elke cent. Elke seconde. Elk gen. En meer dan dat: ze zou hun helpen hun aflossingsachterstand in te lopen.

HOOFDSTUK 5: SOPHIE’S KEUZE

H5 (Aangepast)De eerste week na dit besluit sliep ze vier uur per nacht. Ze stond om vijf uur op, studeerde tot zeven uur, ging naar school, gaf bijles tijdens de pauzes (vijftien euro per uur, contant), maakte huiswerk tijdens de lunch, volgde extra online cursussen ’s avonds. Ze at staand bij het aanrecht, altijd hetzelfde: brood met pindakaas, snel en efficiënt.

Haar cijfers stegen van 8,9 naar 9,4. Docenten noemden haar “een voorbeeld”. Haar geschiedenisdocent vroeg of ze wilde meedoen aan een landelijke wedstrijd. Ze won. Tweehonderd euro prijzengeld. Ze gaf het aan haar moeder. Net als de inmiddels 300 euro die ze met bijles geven had verdiend.

“Jij kunt het beter gebruiken dan ik”, zei ze.

Maaike keek naar het geld alsof het vergif was. “Sophie, je hoeft niet…”

“Jawel.”

Ze liep weg voordat haar moeder verder kon praten.

Luca zag ze niet meer. Ze beantwoordde zijn berichten niet, ontweek hem in de gangen. Op een dag stond hij voor haar locker.

“Waar ben je mee bezig?” vroeg hij.

“Studeren.”

“Bullshit. Je bent aan het verdwijnen.”

Sophie sloot haar locker. Keek hem recht aan. Haar stem was vlak, emotieloos, als een algoritme dat een antwoord genereert. “Ik doe wat ik moet doen.”

“Voor wie? Voor je ouders?”

“Voor mezelf.”

“Jezelf?” Luca lachte, maar het was geen vrolijke lach. “Sophie, dit is zelfmoord in slow motion.”

“Nee.” Ze pakte haar tas. “Dit is overleven.”

Thuis veranderde de sfeer. David en Maaike werden voorzichtig, alsof ze bang waren dat ze zou breken als ze te hard duwden. Ze vroegen niet meer naar haar cijfers. Ze moedigden haar aan om te rusten, te ontspannen.

“Je hoeft niet zo hard te werken”, zei Maaike op een avond.

Sophie keek op van haar laptop. “Ik wil het zelf.”

“Maar je moet ook leven, lieverd.”

“Dit is leven.”

Maaike keek haar aan met ogen vol iets wat Sophie niet kon plaatsen. Verdriet? Angst? Schuld? Het maakte niet uit. Sophie richtte haar aandacht weer op haar scherm.

Ze had een spreadsheet gemaakt. Kolommen voor vakken, rijen voor weken, cellen met kleuren: groen voor negen en hoger, geel voor acht, rood voor lager. Alles was groen. Ze zou het groen houden.

Haar telefoon trilde met een bericht van Luca: Hoe gaat het?

Ze typte een antwoord, wiste het, typte weer. Goed.

Leugenaar.

Ze grinnikte. Legde haar telefoon omgekeerd neer en deed haar ogen dicht.

Drie weken later, tijdens een biologieles, gebeurde het.

Sophie zat achter haar bureau, maakte notities over mitose, toen het lokaal begon te draaien. Langzaam eerst, dan sneller. Ze probeerde te ademen, maar de lucht was te dik, te warm. Haar hart bonkte, haar handen begonnen te trillen, er verscheen een waas voor haar ogen.

“Sophie?” De stem van de docent kwam van ver weg. “Gaat het?”

Ze wilde zeggen ja, natuurlijk, het gaat prima, maar in plaats daarvan viel de wereld opzij.

Zwart.

Ze werd wakker in het ziekenhuis. Wit plafond, witte muren, witte lakens. Haar moeder zat naast haar bed, ogen rood van het huilen. Haar vader stond bij het raam, rug naar haar toe.

“Sophie.” Maaike pakte haar hand. “Je bent flauwgevallen op school.”

“Wanneer?”

“Twee dagen geleden.”

Twee dagen. Ze had twee dagen verloren. Twee dagen zonder studeren, zonder presteren, zonder rendement.

“Ik moet …” Ze probeerde overeind te komen, maar haar lichaam voelde zwaar aan, alsof iemand het met lood had gevuld.

“Je moet niets”, zei David zonder om te draaien. Zijn stem klonk hol. “De dokter zegt dat je oververmoeid bent. Uitgeput. Je lichaam heeft het gewoon opgegeven.”

“Ik kan wel …”

“Nee.” Nu draaide hij zich om. Zijn gezicht was grijs, alsof hij ouder was geworden in twee dagen. “Je kunt het niet. En dat is ons probleem.”

Sophie begreep het niet. “Wat bedoel je?”

David liep naar het bed. Ging zitten. Pakte haar andere hand, zodat ze gevangen zat tussen hen in.

“We hebben je dit aangedaan”, zei hij. “Niet Genesis Labs. Niet de genetica. Wij. Maaike en ik.”

“David…” Maaikes stem trilde.

“Nee, ze moet het horen.” Hij keek Sophie recht aan. “We dachten dat we je een betere start gaven dan andere kinderen. Omdat je slimmer, gezonder en mooier zou zijn. Een kind dat geen genetische ziektes zou hebben. Geen astma, geen autisme, geen depressie. Een kind dat geluk voor het oprapen had. Maar misschien verwachtten we teveel.”

Sophie voelde tranen komen, maar ze kneep haar ogen dicht. “Ik wil jullie niet teleurstellen.”

“Dat doe je niet.” Maaikes stem brak. “Jij kunt ons niet teleurstellen, lieverd.”

“De dokter wil je langer hier houden”, zei David. “Voor observatie. Om te zorgen dat je echt rust.”

“Hoelang?”

“Een week. Misschien twee.”

Sophie sloot haar ogen. Twee weken. Veertien dagen van verloren tijd. Maar haar lichaam luisterde niet meer naar haar wil.

De dagen in het ziekenhuis waren vreemd. Stil. Langzaam. Sophie lag in bed en keek naar het plafond, luisterde naar het geluid van verpleegkundigen die voorbijkwamen, machines die piepten, mensen die leefden zonder schema.

Op de vierde dag kwam Luca.

Hij stond in de deuropening met een thermoskan en een schaapachtige grin. “Mag ik binnenkomen?”

Sophie knikte.

Hij ging zitten op de stoel naast haar bed, schonk warme chocolademelk in twee plastic bekers. “Van de bakkerij onder mijn huis. Beste ter wereld.”

Ze dronk. Het was te zoet, te romig, te lekker om gezond te zijn.

“Hoe wist je dat ik hier was?” vroeg ze.

“Je was twee weken niet op school. Ik heb rondgevraagd.” Hij nam een slok. “Ik wilde eerder komen, maar ik hoorde dat je rust nodig had.”

“Dat heb ik ook.”

“Rust van wat?”

Sophie keek naar haar handen. Kleine handen, dunne polsen, blauwe plekken van infuusnaalden. “Van mezelf.”

Luca zei niets. Hij pakte gewoon haar hand en hield vast.

Haar ouders kwamen elke dag op bezoek. David bracht bloemen, terwijl Sophie niet eens van bloemen hield (waarom wist hij dat niet?). Maaike bracht boeken, die Sophie niet las. Ze zaten bij haar bed en praatten over kleine dingen: het weer, de buren, nieuws dat niet belangrijk was.

Op de zevende dag zei David: “We hebben met Genesis gesproken.”

Sophie verstijfde. “Waarom?”

“Om te vragen of we het contract kunnen pauzeren.”

“Pauzeren?”

“Ja. Voor zes maanden. Geen betalingen, geen check-ups. Gewoon… tijd.”

Sophie begreep het niet. “Waarom zouden ze dat doen?”

David keek naar Maaike. Iets onuitgesprokens tussen hen. Toen weer naar Sophie. “Omdat we het gevraagd hebben. En omdat we bereid waren ‘concessies’ te doen.”

“Wat voor concessies?”

Stilte.

Maaike was degene die antwoordde. “We verkopen het huis.”

Sophies wereld kantelde. “Wat?”

“We verkopen het huis en kopen iets kleiner. Zodat we tenminste echt wat kunnen afbetalen. Niet al die kleine bedraagjes, dat telt niet op.”

Sophie schudde haar hoofd. “Nee. Nee, dat kunnen jullie niet doen. Ik wil niet dat jullie dit doen”, fluisterde ze.

Op de laatste dag in het ziekenhuis kwam Dr. Visser van Genesis Labs langs. Hij ging zitten op de stoel waar Luca had gezeten, vouwde zijn handen in zijn schoot.

“Hoe voel je je?” vroeg hij.

“Beter.”

“Goed.” Hij keek naar zijn handen. “Je ouders hebben me gevraagd om met je te praten. Over de toekomst.”

“Oké.”

“Genesis Labs heeft ermee ingestemd het contract te pauzeren. Zes maanden, geen betalingen. Maar daarna… daarna moet er een oplossing komen.”

“Wat voor oplossing?”

Dr. Visser keek op. Zijn ogen waren vriendelijk, maar ook vermoeid. “Dat hangt van jou af.”

“Van mij?”

“Ja. Als je achttien bent, kun je het contract overnemen. De schuld wordt dan jouw verantwoordelijkheid, niet die van je ouders.”

Sophie knipperde. “Mijn schuld?”

“Je ouders hebben het voorgesteld. Het geeft je controle. Over je eigen toekomst, over wat je waard bent, over wie je bent.”

Controle.

“En als ik dat niet doe?” vroeg Sophie.

Dr. Visser aarzelde. “Dan blijft de schuld bij je ouders. Ruim 140.00 euro. En als ze niet kunnen betalen…”

Hij hoefde de zin niet af te maken. Sophie kende artikel 12.3 uit haar hoofd.

“Denk erover na”, zei Dr. Visser. Hij stond op. “Geen haast. Geen druk. Je hebt nog vier jaar. Gewoon… denk erover na.”

Na zijn vertrek lag Sophie stil in bed. Vier jaar. Het leek tegelijkertijd heel lang en veel te kort.

Ze pakte haar telefoon en typte een bericht naar Luca. Stel, jouw vader heeft € 140.000 schuld , zou je die dan voor hem betalen?

Zijn antwoord kwam snel. Ik wel. Maar niet omdat ik het moet doen. Wel omdat ik het wil. Geen plicht, een keuze. Mijn keuze.

Sophie staarde naar het scherm.

Mijn keuze.

HOOFDSTUK 6: MEER RUST!

H6 Meer rust (Aangepast)Sophie kwam thuis op een regenachtige donderdagmiddag. Het huis zag er kleiner uit dan ze zich herinnerde, alsof het in haar afwezigheid was gekrompen. Haar moeder had bloemen neergezet op de keukentafel – goedkope tulpen uit de supermarkt – en haar vader had haar oude knuffelbeer op haar bed gelegd, alsof ze weer zes was.

“Welkom thuis”, zei Maaike. Ze klonk opgewekt, maar haar ogen waren rood.

Sophie knikte. “Dank je.”

Die eerste week thuis was vreemd. Haar ouders liepen op eieren om haar heen, vroegen voorzichtig of ze iets nodig had, of ze zich goed voelde, of ze wilde praten. Sophie zei weinig. Ze lag veel in bed, keek naar het plafond, dacht na.

Vier jaar.

140.000 euro. Meer zelfs.

Haar schuld. Haar keuze.

De woorden draaiden door haar hoofd als een mantra.

Op de zevende dag klopte Luca op de deur. Hij had een rugzak bij zich en die schaapachtige grijns die Sophie inmiddels kende.

“Dit is Luca”, zei Sophie tegen haar moeder.

“Klasgenoot”? vroeg Maaike hem.

“Schoolgenoot”, zei Luca. “Ik ben niet zo slim als Sophie.”

“Zo slim ben ik niet”, zei Sophie.

“Kom”, zei Luca. “We gaan ergens heen.”

“Waar?”

“Dat zie je wel.”

Maaike keek bezorgd. “Sophie heeft rust nodig.”

“Daarom gaan we”, zei Luca. Hij keek naar Sophie. “Toch?”

Sophie stond op. Voor het eerst in dagen voelde ze zich opgewekt. “Hoe meer rust hoe beter!”

Hij nam haar mee naar een park aan de rand van de stad. Een verwilderd park waar niemand kwam, met verwilderde struiken en verwaarloosde bankjes. Ze gingen zitten bij een vijver die meer modder dan water was.

“Waarom zijn we hier?” vroeg Sophie.

Luca haalde zijn schetsboek uit zijn rugzak. “Omdat niemand je hier kan vinden. Geen ouders, geen docenten, geen Genesis Labs. Hier ben je gewoon Sophie.”

“Ik ben altijd gewoon Sophie.”

“Bullshit.” Hij gaf haar het schetsboek en een potlood. “Teken iets.”

“Wat dan?”

“Maakt niet uit. Wat je wilt.”

Sophie keek naar het lege papier. Wit. Leeg. Vol mogelijkheden en angst. Ze begon te tekenen. Niets speciaals, gewoon lijnen die nergens naartoe leidden. Vormen die op niets leken. Het was waardeloos, maar het deed haar goed.

Na een tijdje zei Luca: “Mag ik je iets vragen?”

“Ga je gang.”

“Die schuld. Die 140.000.”

“141.000 zelfs.”

“Denk je echt dat je die gaat overnemen?”

Sophie stopte met tekenen. “Ik weet het niet.”

“Want?”

“Want…” Ze zocht naar de woorden. “Als ik het doe, ben ik zeker tien jaar jaar bezig met afbetalen. Best lang voor iets waar ik niet om heb gevraagd.”

“En als je het niet doet?”

“Dan blijft het hun probleem. En dan ben ik…”

“Schuldig?”

Sophie knikte. “Precies.”

Luca leunde achterover op de bank. “Weet je wat ik denk? Ik denk dat jij je altijd schuldig zult voelen, of je die schuld nu overneemt of niet. Omdat jij denkt dat je bestaan iets is waar je voor moet betalen.”

“Dat is ook zo.”

“Nee.” Hij keek haar aan. “Dat is niet zo. Niemand hoeft te betalen voor het feit dat ze bestaan. Zelfs jij niet.”

Sophie voelde tranen prikken. “Maar ik ben anders. Ik ben gemaakt. Ontworpen. Gekocht. Aan mij hangt een prijskaartje.”

“Mijn moeder heeft me ook gemaakt. Iedereen wordt gemaakt. Jij alleen via een iets ander proces.” Hij haalde zijn schouders op, om te laten zien dat hij het verschil niet zag. Luca dacht na. “Ik denk”, zei hij langzaam, “dat liefde iets is wat je geeft zonder te verwachten dat je iets terugkrijgt. Zodra je verwacht dat iemand iets teruggeeft – dankbaarheid, perfectie, rendement – dan is het geen liefde meer. Dan is het een zakelijke investering. En dan moet je niet klagen als dat niet oplevert wat je had gehoopt. Je bent je ouders helemaal niets schuldig.”

HOOFDSTUK 7: HET BESLUIT

H7 Hetbesluit (Aangepast)

Sophies achttiende verjaardag viel op een dinsdag. Geen speciale datum, geen symboliek, gewoon een dag waarop ze wakker werd en wist: nu.

Ze lag in bed en keek naar het plafond. Ergens in huis hoorde ze haar moeder rommelen in de keuken, het geluid van koffie die gezet werd, de radio die zacht speelde. Normale geluiden van een normaal leven.

Maar vandaag was niet normaal.

Ze stond op, trok een sweater aan, ging naar beneden. Haar ouders zaten al aan tafel. Pannenkoeken. Maaike had pannenkoeken gebakken, wat ze alleen deed op verjaardagen en Kerstmis. Ze zagen er verbrand uit aan de randen en ongelijkmatig dik, maar Sophie voelde haar keel dichtknijpen van iets dat op genegenheid leek.

“Gefeliciteerd, lieverd”, zei Maaike. Haar stem was te opgewekt, te luid.

“Dank je.”

David keek op van zijn krant. “Achttien. Officieel volwassen.”

“Officieel”, herhaalde Sophie.

Ze gingen zitten. Aten in stilte. De pannenkoeken smaakten naar as en zoet en iets dat Sophie niet kon plaatsen. Misschien angst. Misschien hoop.

“Ik wil het doen”, zei Sophie.

Haar ouders keken op van hun borden. David legde zijn vork neer. Maaike verstijfde.

“Wat doen?” vroeg David.

“De schuld overnemen. Als ik achttien ben. Ik wil het contract op mijn naam zetten.”

Stilte. Lange, zware stilte.

Toen schoof Maaike haar stoel naar achteren. “Nee.”

Sophie knipperde. “Wat?”

“Nee.” Maaikes stem trilde, maar ze bleef staan. “Je gaat geen jaren van je leven opofferen voor een fout die wij hebben gemaakt.”

“Ik ben toch geen fout”, grapte Sophie.

“Zo bedoelde ik het niet”, glimlachte Maaike. “Maar wij wilden zo nodig dat je perfect moest zijn. Niet jij.”

“Ik wil het doen. Voor mezelf. Niet voor jullie. “Omdat…” Ze slikte. “Omdat ik wil dat het míjn schuld is. Dan ben ik tenminste van mezelf.”

Maaike begon te huilen. Niet zacht, niet stil. Luid, met diepe snikken die haar hele lichaam lieten schudden. David liep naar haar toe, sloeg zijn armen om haar heen.

Het contract was dunner dan ze had verwacht. Twaalf pagina’s in plaats van zevenenveertig. Kennelijk hadden ze de juridische jargon gestroomlijnd voor tienerconsumptie.

OVERDRACHT VAN CONTRACTUELE VERPLICHTINGEN

Dit document formaliseert de overdracht van financiële verantwoordelijkheden verbonden aan Genetische Optimalisatieovereenkomst Nr. 5817-HM (hierna: “het Originele Contract”) van David Hartman en Maaike Hartman-Visser (hierna: “Oorspronkelijke Contractanten”) naar Sophie Hartman (hierna: “Nieuwe Contractant”).

Sophie las verder. Paragrafen over rentepercentages, aflossingsschema’s, verzuimclausules. Maar één zin sprong eruit:

“Door ondertekening van dit document erkent de Nieuwe Contractant dat de schuld persoonlijk en onvoorwaardelijk is voor de volle termijn van twintig (20) jaar, te beginnen op datum van ondertekening en in jaarlijkse termijnen te betalen. Bij eenmalige aflossing heeft debiteur recht op 5% korting.”

Twintig jaar. Lagere termijnlasten dan ze had gedacht. Dat was wel te doen, maar toch: van achttien tot achtendertig zou ze geld moeten overmaken, Tegen de tijd dat ze klaar was, zou ze al bijna toe zijn aan een midlifecrisis.

Onderaan de laatste pagina stond een lijn voor haar handtekening. Een simpele lijn, maar die zou haar leven bepalen.

Ze pakte een pen.

Hield die boven het papier.

En dacht terug aan alles wat Luca had gezegd, de gesprekken over controle en vrijheid, over gift en transactie, over wie ze was en wie ze wilde zijn.

Haar handtekening was niet mooi. Een beetje schuin, de letters niet allemaal even hoog. Ze moesten het er maar mee doen.

Sophie Hartman.

Die avond kwam Luca langs. Ze gingen naar hun park, het verwilderde stuk grond waar niemand kwam. De vijver was bevroren nu, een laag ijs bedekt met sneeuw.

“Dus je hebt het gedaan”, zei Luca.

“Ja.”

“Hoe voelt het?”

Sophie dacht na. “Zwaar. Eng. Maar ook… goed. Alsof ik eindelijk eigenaar ben van mezelf.”

Luca glimlachte. “Dat ben je ook.”

Ze liepen een tijdje stil samen op.

Tot Sophie de stilte doorbrak: “Luca?”

“Ja?”

“Mijn ouders houden van me. Maar ze hebben me ook gekocht. En nu vraag ik me af of dat wel samen kan gaan.”

Luca dacht na. “Ik denk”, zei hij langzaam, “dat liefde iets is wat je geeft zonder te verwachten dat je iets terugkrijgt. Zodra je verwacht dat iemand iets teruggeeft – dankbaarheid, perfectie, rendement – dan is het geen liefde meer. Dan is het een zakelijke investering.”

“Misschien.”

Ze gingen zitten op een bank die onder de sneeuw lag. Veegden hem schoon met hun mouwen. Zaten naast elkaar, schouders tegen elkaar, adem die zichtbaar was in de koude lucht.

Tot Luca zei: “Vertel me eens: wat wil je worden?”

“Als ik groot ben?”

“Ja.”

Sophie dacht na. “Ik weet het niet.”

“Kom op. Er moet iets zijn.”

“Vroeger wilde ik dokter worden. Of advocaat. Wat iedereen wil die niet weet wat hij wil maar toch geld wil verdienen.”

“En nu?”

“Nu wil ik…” Ze zocht naar de woorden. “Nu wil ik iets doen dat ik zelf heb gekozen.”

Luca glimlachte. “Zoals?”

“Misschien wel ethiek studeren. Filosofie. Vragen stellen over wat goed en fout is.”

“Of het goed is als mensen kunnen worden ontworpen?”

“Onder andere. Maar ja, zeker ook. Of je aan iemand die genetische geoptimaliseerd is andere eisen kunt stellen. Daar denk ik wel aan.”

“Ambitieus.”

“Hopelijk niet te.”

EPILOOG

Epiloog (Aangepast)Een half jaar later fietste Sophie door de regen naar huis van de universiteit. Ze was ingeschreven voor Ethiek, had haar eerste college gehad, had notities gemaakt in een schrift dat nog nieuw rook.

Haar telefoon trilden met een melding.

Bankoverschrijving: – € 7.050

Ze stopte bij een verkeerslicht. Keek naar het scherm. De eerste betaling. De eerste van twintig.

Ze dacht aan haar ouders, die vanavond thuis zouden zitten en opluchting zouden voelen dat de schuld niet meer van hen was. Ze dacht aan Luca, die ergens in zijn rommelige appartement aan het tekenen was. Ze dacht aan zichzelf, achttien jaar oud. Ze dacht aan haar schulden. Háár schulden. Zij was eigenaar van die schulden. En van zichzelf.

EINDE

Beelden: zelf gebakken met Google Gemini.

Logo voor de Science Fiction en Romantiek-reeks: zelf gebakken met ChatGPT.

Deel:

Geef een reactie