De laatste tijdreiziger (Een Sci-Fai / Detective)

De laatste tijdreiziger (Een Sci-Fai / Detective)

SciFi DetectivesNederland, 2175. De dijken zijn allang doorgebroken.

Luna Verschoor staart uit over het water waar ooit Den Haag lag. Haar driejarige dochter Emma is gestorven aan de hittegolf van vorige week – nog een slachtoffer van de klimaatramp die de wereld verwoestte.

Maar Luna is de kleindochter van David Verschoor, de legendarische tijdreiziger. En zij weigert te accepteren dat het te laat is.

De laatste tijdreiziger – het vervolg op De tijdhandelaar – is een verhaal over de grenzen van liefde, de wrede logica van de natuurkunde en de vraag wanneer je moet ophouden met groot dromen en beginnen met klein handelen. 

HOOFDSTUK 1: AANVRAAG HISTORISCHE NOODINTERVENTIE

H1 (Custom)

Nederland, maart 2175.

Luna Verschoor stond op de dijk die vroeger de A4 was geweest en keek uit over het water waar ooit Den Haag had gelegen.

In de verte rees het Rijksinstituut voor Klimaatadaptatie op als een betonnen eiland, verbonden met de andere overgebleven stukken Nederland door een netwerk van bruggen en veerponten. Vierenveertig meter boven de oude zeespiegel. Dat was wat er van haar land over was.

De tablet in haar handen trilde: “Hittegolf-waarschuwing Amsterdam-Noord. Verwachte temperatuur: 49 graden Celsius. Bewoners worden verzocht binnen te blijven.”

Luna sloot de tablet af. Dit soort berichten kende ze beter dan haar lief was.

“Luna?” Pieters stem onderbrak haar gedachten voordat ze een duistere kant op konden stromen. Pieter – Dr. Pieter Janssen van het Instituut – stond achter haar. Zijn pak was doorweekt doordat de lucht zo vochtig was, en zijn stem klonk hijgerig. Hij zag er veel ouder uit dan hij was. Maar ja, wie niet?

“De vergadering over Project Noordzee-evacuatie III begint over tien minuten”, zei Pieter.

Luna draaide zich niet om. “Dat project wordt gecanceld.”

“Gecanceld?” Zijn stem klonk verbijsterd. “We kunnen nog duizenden mensen redden…”

“Ik heb een beter plan.”

Pieter kwam naast haar staan. Hij vaker gesprekken gevoerd met mensen die geloofden in wonderen. “Emma was een lief kind. Maar we kunnen haar niet terughalen. Wat we ook doen.”

“Wie zegt dat ik haar wil terughalen? Ik ga haar redden”, zei Luna. “Haar en miljoenen anderen. Door te zorgen dat ze nooit in gevaar komen.”

Die avond zat Luna in het appartement aan de Prinsengracht dat generaties Verschoors hadden bewoond. Haar moeder – de oorspronkelijke Luna, Davids dochter – had het na zijn dood bewaard als een museum van hun familiegeschiedenis. Een museum waar nu ook David Verschoors complete tijdreisonderzoek werd bewaard. Luna kende het werk van David door en door, en sinds Emma’s dood had ze zich weer grondig verdiept in alles wat hij had geschreven over de technologie die hij had ontwikkeld om fysiek door de tijd te reizen. Inclusief zijn ontdekking dat tijdreizen alleen mogelijk was door biokinetische conversie van levensenergie naar temporale energie.

Omstreden, inderdaad, niet omdat Davids ideeën niet klopten, maar omdat die levensenergie moest worden opgebracht door andere mensen. Zij moesten hun tijd opofferen om iemand anders door de tijd te laten reizen. Geen wonder dat daar ethische bezwaren tegen waren gerezen, en dat tijdreizen al snel verboden werd. Daar kwam nog eens bij dat niet bekend was wat de gevolgen zouden zijn als iemand een tijdreis maakte en in een ander tijdvak terecht kwam. Ongetwijfeld zou hij invloed hebben op de wereld die hij daar aantrof. Misschien een verwaarloosbare invloed – David Verschoor was teruggereisd in de tijd, maar veel meer dan een waarnemer van zijn eigen verleden was hij niet geweest. Maar wat als iemand zich wél flink liet gelden in een andere tijd? Dan zou dat misschien op allerlei manieren doorwerken naar de huidige tijd. Gevaarlijk. Nog een reden om tijdreizen te verbieden.

Luna keek naar de foto op het bureau – Emma, drie jaar oud, lachend in de tuin van hun oude huis in Haarlem. Het huis was nu vijf meter onder water. En Emma was dood. “De hittegolf van vorige week”, had de dokter uitgelegd toen het veel te laat was: “Haar hartje kon de temperatuur niet aan.” Maar het huis had nooit onder water hoeven komen te staan en Emma had nooit hoeven sterven als de mensheid tijdig had ingegrepen.

Maar op welk moment had dat nog gekund? Januari 2029, misschien. Toen was de klimaattop van Madrid geweest. Dat was de laatste realistische kans geweest op de een opwarming van niet meer dan 2 graden. En daarmee ook de laatste kans om de stijging van de zeespiegel binnen de perken te houden. De top was alleen jammerlijk mislukt door politieke blokkades van de VS en Rusland en door gebrek aan politiek draagvlak.

Veel te weinig mensen waren in 2029 al bereid om wat te doen tegen de opwarming van de aarde. Omdat het ‘hun tijd wel zou duren’? Omdat ze wat kleine offers moesten brengen? Omdat ze ondanks alle bewijs van het tegendeel weigerden te geloven dat het klimaat ontregeld was? Van alle drie een beetje. Luna had nooit willen geloven dat de mens dom en slecht was, maar helaas wees de geschiedenis daar wel op. De meeste mensen deugden niet, moest ze constateren. Maar gelukkig waren er ook altijd mensen die wel bereid waren zich in te zetten voor een betere, leefbaarder wereld. Wetenschappers, meestal, die zich lieten leiden door feiten en niet door eigen belang en geloofsovertuigingen. Alleen: moesten die wetenschappers ook andere veel mensen mee zien te krijgen. In 2029 was de tijd daar nog niet rijp voor.

2055 dan? Het jaar dat in Nederland voor het eerst in meer dan 100 jaar op grote schaal dijken waren doorgebroken en land was ondergelopen. Het jaar dat steden en dorpen in Noord-Holland moesten worden geëvacueerd. En ook het jaar dat wereldleiders voor het eerst allemaal naar klimaatwetenschappers luisterden. Zeker professor Sarah Nakamura had na de 2e Watersnoodramp eindelijk gehoor gekregen. Haar modellen en voorspellingen, die jarenlang waren genegeerd door de belangrijkste politici, bleken exact te kloppen. Eindelijk gingen de landen, inclusief notoire dwarsliggers als de VS en Rusland, samenwerken om verdere opwarming van de aarde tegen te gaan. Alleen, wist Luna met de kennis van het jaar 2175, die maatregelen gingen niet ver genoeg. Dat kwam doordat Nakamura wist niet tot in detail hoe de onderling verbonden oceanen, bossen en andere subsystemen elkaar beïnvloeden en nu en dan een kantelpunt bereikten waardoor het klimaat opeens veel sneller opwarmde. Kantelpunten – ‘ tipping points’ – die in Luna’s tijd wel bekend waren maar in de tijd van Nakamura nog niet. Daardoor waren zelfs de sombere modellen van Nakamura te optimistisch geweest.

Dat nam niet weg dat 2055 een goed jaar was om naar terug te keren. Het was tenslotte eerste jaar waarin de klimaatopwarming eindelijk hoog op de wereldagenda stond, ook al kon niemand toen de ernst van de situatie volledig goed inschatten. Luna hoefde misschien alleen Nakamura te laten zien waar het werkelijk naar toe ging met de wereld. En met haar een plan van aanpak ontwikkelen om te voorkomen dat alle rampen van na 2055 zich weer zouden voordoen. Als Nakamura in 2055 had geweten wat Luna nu wist, had alles anders kunnen gaan.

Terug naar 2055, dus. Voor die reis van 120 jaar in het verleden zou ze de complete levensenergie nodig hebben van ongeveer zestien mensen. Het was een afschuwelijke berekening. Maar Luna het deed uit liefde voor haar dochter. En om te redden water nog te redden viel van de verwoeste wereld.

Luna opende haar laptop: “Aanvraag Historische Noodinterventie onder artikel 15 van de Wet op Temporele Veiligheid.”

HOOFDSTUK 2: DE ENE OF DE ANDERE TIJD?

H2 (Custom)Vergaderzaal 3-B, een week later. Luna nam plaats achter de tafel waar vijf ambtenaren, twee Tweede Kamerleden en Pieter Janssen op haar hadden zitten te wachten, verscholen achter waterglazen en bureaucratische formulieren.

“Mevrouw Verschoor”, zei commissievoorzitter Van der Berg. “U heeft een hoogst ongebruikelijke aanvraag ingediend.”

Luna legde het dossier op tafel. “Een Aanvraag Historische Noodinterventie onder artikel 15 van de Wet op Temporele Veiligheid.”

“2055”, zei commissievoorzitter Van der Berg, “Mevrouw Verschoor”, “uw aanvraag is hoogst ongebruikelijk. We kunnen dit niet zomaar goedkeuren.”

Luna legde haar dossier op de tafel. “Tijdreizen naar het verleden om historische rampen te voorkomen. Dat mag. Dat staat expliciet vermeld in artikel 15. En als er ooit een historische ramp was, dan nu.” Luna opende haar tablet. “Zeespiegelstijging: 3,2 meter sinds 2050. Klimaatvluchtelingen: 12 miljoen alleen al in Europa. Gemiddelde temperatuur: 6,5 graden hoger dan in 2000. Nederland heeft 40% van zijn landoppervlak verloren. Vorige week zijn er zevenentwintig kinderen gestorven aan de hittegolf. Alleen al hier in Amsterdam.”

Ze keek de kamer rond. “Dit is het einde van onze beschaving. Tenzij we terug in de tijd kunnen gaan om deze ramp te voorkomen. In lijn met artikel 15”

“Toen artikel 15 werd opgesteld. Maar er zijn inmiddels wetenschappelijke bezwaren” , zei Van der Berg.

Dr. Hendriks, de regeringsadviseur voor Temporele Zaken, leunde voorover. “U bent toch de kleindochter van David Verschoor?”

“Ja, nou en?”

“Misschien kleurt dat uw visie?”

“Ik weet echt wel waar ik het over heb.”

“Dan weet u ook dat er twee theorieën over tijdreizen bestaan. De lineaire theorie suggereert dat veranderingen in het verleden ons heden direct beïnvloeden. De multiversum-theorie stelt dat veranderingen een parallelle tijdlijn creëren.”

“Ja, ja. Natuurlijk, dat weet iedereen.”

“Maar in Davids tijd geloofden de meeste mensen dat er maar één wereld was, één universum. Nu geloven steeds meer wetenschappers dat verschillende werelden naast elkaar bestaan, met verschillende tijdlijnen. Het blijven natuurlijk theorieën, maar toch.”

“Ik ken de theorieën. Ik heb alle reden om uit te gaan van lineaire tijd.”

“Net als David?”

“Niet omdat David dat ook deed.”

“Maar toch… “, ging Hendrik verder. “Als de multiversum-theorie juist is, zou uw missie geen enkel effect hebben op onze wereld. U zou een andere realiteit creeëren. Misschien een betere realiteit. Maar naast de onze. U zou de onze niet verbeteren.”

Luna keek hem scherp aan. “Hebt u kinderen, Dr. Hendriks?”

“Twee zonen.”

“Dan begrijpt u waarom ik bereid ben dat risico te nemen.”

HOOFDSTUK 3: EEN KANTELPUNT

H3 (Custom)Nederland, 15 februari 2055.

Luna materialiseerde in het Vondelpark, waar toen nog bomen stonden, waar de lucht nog grauw kleurde en de regen nog met bakken uit de hemel viel. Luna’s lichaam brandde van de temporale pijn, het was alsof de moleculen in haar lichaam nog natrilden van haar tijdreis.

Boven haar hoofd hoorde ze het geluid van een stad in paniek – sirenes, helikopters, het geratel van evacuatiewagens. Amsterdam in 2055 was een stad die plots begreep dat de toekomst was aangekomen.

Luna wandelde richting de universiteit. Onderweg zag ze op nieuwsschermen in etalages de beelden: de West_Fries Omringdijk had het begeven en diverse andere dijken waren doorgebroken. De Zaanse Schans was weggevaagd. Noord-Holland stond blank, duizenden mensen werden geëvacueerd. Maar Amsterdam was nog niet in direct gevaar, dus ze kon nog bij Sarah Nakamura op bezoek gaan.

Bij de universiteit vroeg ze naar Professor Sarah Nakamura.

“Laboratorium B-12”, zei de receptionist. “Maar ze praat vandaag met niemand. Ze is… overstuur.”

Luna liep door gangen vol studenten die angstig naar nieuwsberichten keken. Beelden van Nederlandse vluchtelingen, van overstroomde steden, van politici die beloofden dat dit “nooit meer zou gebeuren.” Bij laboratorium B-12 klopte ze aan.

“Wegwezen!” riep een stem.

Luna duwde de deur open. Een vrouw van middelbare leeftijd zat voorovergebogen naar computerschermen vol klimaatmodellen. Haar grijze haar was uit haar staart gevallen, koffievlekken bedekten haar blouse.

“Professor Nakamura?”

Sarah keek op. Haar ogen waren rood van vermoeidheid en tranen. “Als je journalist bent, rot op. Als je van de regering komt – het is te laat. Twintig jaar te laat.”

“Ik kom uit de toekomst.”

Sarah lachte bitter. “Natuurlijk. Iedereen is vandaag profeet.”

Luna haalde haar tablet tevoorschijn. “Professor Nakamura, ik ga u iets laten zien. Kijk alsjeblief gewoon.”

Ze opende een videobestand. Op het scherm verscheen een luchtopname van Nederland in 2175 – eilandjes verbonden door bruggen, drijvende steden, alleen de hoogste delen van het land nog boven water.

Sarah staarde naar het scherm. “Dit is… CGI? Computeranimatie?”

“Dit is Amsterdam-Noord.” Luna scrollde door meer beelden. “De Zuiderpark-wijk drijft nu op het water. Het Centraal Station ligt twintig meter onder de zeespiegel.”

Ze toonde foto’s van hittegolven, van klimaatvluchtelingen, van Emma in het ziekenhuis. “Dit is mijn dochter. Ze stierf vorige maand aan orgaanfalen door extreme hitte. Ze werd drie jaar.”

Sarah bestudeerde de beelden met wetenschappelijke precisie. “Deze erosiepatronen… de zeespiegelstijging volgt exact mijn worst-case scenario’s. Maar dan versneld, door plotselinge tempowisselingen.”

“Uw modellen waren correct voor de eerste fase”, zei Luna. “Maar u kende de tipping points niet. De feedbackloops die het proces plotseling versnellen.”

Luna toonde grafieken, temperatuurdata, oceaanstromingspatronen uit 2175. “De Golfstroom viel stil in 2089. De Amazone werd savanne in 2101. De West-Antarctische ijskap stortte in tussen 2067 en 2078.”

Sarah leunde naar achteren, haar gezicht bleek. “Als dit waar is… dan zijn al mijn voorzichtige projecties een grap. Wetenschappelijk drijfzand. Dan gaan we niet naar 2,5 graden opwarming. Dan gaan we naar 5 graden. Of meer.”

“Nu begrijpt u het.”

“Maar hoe kan ik dit bewijzen? Hoe kan ik collega’s overtuigen met data uit de toekomst?”

Luna glimlachte voor het eerst sinds Emma’s dood. “Dat hoeft niet. Uw eigen modellen zijn genoeg. U hoeft ze alleen maar goed door te rekenen. En vooral niet stoppen bij politiek gewenste uitkomsten.”

HOOFDSTUK 4: DE DOORBRAAK

H4 (Custom)Sarahs laboratorium, drie dagen later.

Sarah had niet geslapen. Haar computerschermen toonden klimaatmodellen die ze eerder nooit had kunnen voltooien – projecties waarin alle feedback loops, alle tipping points, alle versnellingsmechanismen werden meegenomen.

“Mijn god”, fluisterde ze, toen ze alle resultaten op een rij had gezet. “We zitten niet in een klimaatcrisis. We zitten in een klimaatineenstorting.”

Luna keek over haar schouder. “Precies. En nu komt het moeilijke deel – de wereld dit laten geloven.”

“Nederland staat onder water. Iedereen luistert nu”, zei Sarah. Ze pakte de telefoon. “Ik bel Peterson van MIT. En Hansen van Columbia. En iedereen die ik ken.”

De volgende uren volgde een cascade van gesprekken. Sarahs reputatie opende deuren, Luna’s toekomstdata deden de rest. Binnen een week hadden zeventien toonaangevende klimaatwetenschappers hun eigen modellen aangepast en kwamen tot dezelfde verschrikkelijke conclusie.

Oktober 2055. Sarah stond voor de Verenigde Naties, met achter zich de gezamenlijke verklaring van 200 klimaatwetenschappers.

“We hebben ons vergist”, zei ze in de microfoon. “We waren te optimistisch. Te goedgelovig. Te hoopvol. Dit is hoe we er voorstaan. Veel erger dan we tot dusver dachten.”

Ze klikte een eerste slide aan. “De werkelijke temperatuurstijging zal in een ‘business as usual-scenario’ niet 2,5 graden zijn. Het zal 6,2 graden zijn. Als we niet ingrijpen zal tegen 2100 60 procent van de aarde onbewoonbaar zijn.”

Gemompel in de zaal.

“De Nederlandse dijkdoorbraak is niet het ergste wat ons de komende jaren te wachten staat. Het is een voorproefje van veel ergere rampen. We verwachten over één of twee jaar soortgelijke rampen in Bangladesh, Zuid-Florida en Noord-Duitsland. En we zijn hoogstwaarschijnlijk te laat om dat te voorkomen. Binnen tien jaar: volledige instorting van de West-Antarctische ijskap Zeespiegelstijging van drie meter. Londen, Hamburg, Venetië: allemaal onbewoonbaar.”

Luna zat achteraan en keek toe hoe Sarah systematisch de laatste illusies van beheersbare klimaatverandering verbrijzelde.

“We hebben nog drie jaar”, zei Sarah. “Drie jaar om de wereldeconomie volledig om te gooien. Of we accepteren dat de menselijke beschaving eindigt in 2100.”

De zaal was muisstil.

HOOFDSTUK 5: het Nederlandse Protocol

H5 (Custom)De maanden die volgden waren een wervelwind van actie. Voor het eerst in de geschiedenis was de wetenschappelijke gemeenschap unaniem: dit was een existentiële crisis die onmiddellijke actie vereiste.

President Morrison van de Verenigde Staten kondigde de National Climate Emergency Act af. “We gaan de klimaatcrisis behandelen zoals we Pearl Harbor behandelden – als een aanval op onze beschaving.”

Europa kondigde de European Green Mobilization aan – het grootste economische transformatieprogramma sinds het Marshall Plan uit de 20e eeuw.

China, India, Rusland – alle grote vervuilers kondigden binnen weken drastische programma’s aan.

Allemaal maatregelen volgens het Nederlandse Protocol – vernoemd naar het land dat als eerste de prijs betaalde voor onze collectieve ontkenning. Al in december 2055 ondertekenden 195 landen Nederlandse Protocol. “De grootste mondiale mobilisatie in de geschiedenis”, noemde de VN-secretaris-generaal het. En inderdaad: er kwam alleen al voor het komende jaar tien biljoen dollar voor groene technologie voor een complete transformatie van de wereldeconomie. Binnen drie jaar moest dit leiden 95 procent CO2-reductie binnen drie jaar. Dijken werden over de hele wereld verzwaard. Fossiele brandstoffen werden vanaf januari 2057 in de ban gedaan. Alle energie moest hernieuwbaar zijn alle transport elektrisch. Er kwamen massale investeringen in kernenergie en geo-engineering.

Luna keek naar het nieuws over de vergadering van de VN vanuit haar hotelkamer en huilde van opluchting. Eindelijk, eindelijk werd er gehandeld zoals nodig was.

“We hebben het gedaan”, zei Sarah toen ze die avond in Londen samenkwamen. “De wereld luistert eindelijk.”

“Denk je dat het genoeg is?” vroeg Luna.

“Met jouw data… ja. Als we dit uitvoeren, stabiliseert de temperatuur rond 2080 op 2,8 graden. Dramatisch, maar beheersbaar. We hebben de wereld gered.”

“De wereld gered. Dat mag wel eens tijd worden”, grapte Luna. En ze vertelde Sarah over haar familie. Ze vertelde over David Verschoor. Over hoe hij de liefde van zijn leven had opgeofferd om een imperium in tijdhandel te kunnen opbouwen. Over hoe hij spijt had gekregen en driehonderdtwaalf mensen had gebruikt om terug in de tijd te gaan en haar te redden. En ze vertelde over Davids dochter Luna, die haar jeugd had opgeofferd om het imperium van vader te vernietigen. “David offerde zijn liefde op voor wetenschap. Luna de Eerste offerde haar jeugd op voor gerechtigheid”, zei Luna. “We hebben een lange traditie van verschrikkelijke keuzes maken voor een hoger doel. Nu heb ik ook ik weet niet hoeveel levens opgeofferd om de wereld te redden. Maar dit offer was het waard. Ik heb de vloek die op onze familie rustte doorbroken. Eindelijk.”

Ze zuchtte voldaan. Ze had bewezen dat er momenten waren waarop alles kon veranderen – je moest alleen weten wanneer die momenten waren. 2055 was zo’n moment geweest. En zij had dat moment gepakt.

Luna keek naar Emma’s foto in haar portemonnee. “En eindelijk kan mijn Emma kan later veilig opgroeien. Ik wil dat meemaken.”

HOOFDSTUK 6: TERUG NAAR AF

H6 (Custom)Nederland, maart 2175.

Luna materialiseerde op de dijk waar ze was vertrokken. Maar het was niet de dijk uit haar herinneringen aan 2055 – het was nog steeds de dijk van haar eigen tijd, omringd door water waar ooit Nederland was geweest.

Ze keek rond, verwachtend veranderingen te zien. Misschien meer land, lagere waterstand, tekenen dat het Nederlandse Protocol had gewerkt.

Niets. Alles was precies hetzelfde. Het water, de hitte, de smog. Nederland was nog steeds grotendeels verdronken.

Luna liep naar haar appartement. Emma’s foto stond nog op het bureau, precies waar ze die had achtergelaten. Haar dochter was nog steeds dood.

Ze zette haar computer aan en zocht naar het Nederlandse Protocol. Niets. In de geschiedenisboeken stond de dijkdoorbraak van 2055 beschreven als een beperkte ramp die had geleid tot “verhoogde aandacht voor klimaatmaatregelen” en “bescheiden investeringen in duurzame energie.”

Geen wereldoorlog tegen klimaatverandering. Geen massale mobilisatie. Geen dramatische CO2-reducties.

Luna zocht wanhopig verder. Sarah Nakamura had bestaan, was inderdaad een gerespecteerde klimaatmodelleerder geweest. Maar er was geen spoor van hun samenwerking, geen bewijs van de mondiale campagne die ze hadden gevoerd.

Het was alsof haar reis naar 2055 nooit had plaatsgevonden.

Luna zakte in haar stoel. De multiversum-theorie. Ze had met haar tijdbewijs bewezen dat die die verdomde multiversum-theorie inderdaad klopte, anders dan ze zo vurig gehoopt had. Sarah Nakamura en zij hadden de wereld gered. Alleen niet deze wereld. Ergens bestond er een wereld waar het Nederlandse Protocol was ondertekend, waar de wereld was gered, waar een andere Emma misschien nog leefde. Maar niet hier. Deze tijdlijn lag vast, onveranderbaar. Een gevangenis waaraan deze Luna met haar verdriet nooit zou kunnen ontsnappen. Wat was ze goedgelovig geweest.

Voor het eerst sinds Emma’s dood lachte Luna – een bitter, gebroken geluid. Ze had de Verschoor-vloek niet doorbroken. Ze had er alleen maar een variatie op gevonden.

HOOFDSTUK 7: SPIJT

H7 (Custom)Amsterdam-Noord, april 2175.

“En?” vroeg Pieter Janssen, terwijl hij Luna en hij over de loopbrug liepen naar het monument voor de klimaatvluchtelingen. “Heb je de wereld gered?”

Luna keek hem aan. “Ja. Een andere wereld.”

“Ah.” Pieter knikte begrijpend. “En dat troost je?”

Luna dacht lang na. “Nee. Het maakt het erger. Want nu weet ik zeker dat er voor ons geen redding mogelijk is. Dat het echt te laat is.”

Ze stopten bij de drijvende gedenkplaats – met namen van mensen die waren gestorven tijdens Luna’s afwezigheid. “Zeshonderddertig mensen”, zei Pieter terwijl ze over de loopbrug liepen naar het monument voor de klimaatvluchtelingen. “Vierhonderd kinderen.”

Luna las de namen op het monument. Kevin Jansen, 4 jaar. Amira Hassan, 3 jaar. Thomas de Wit, 7 jaar. Kinderen die hadden kunnen leven.

“Allemaal gestorven terwijl jij probeerde een andere wereld te redden”, zei Pieter. “Een wereld die geen enkele impact heeft op de problemen hier.”

“Ik weet het.”

“Werkelijk?””

Luna keek hem aan. “Wat wil je dat ik zeg? Dat ik het niet zou overdoen? Dat ik zou accepteren dat Emma dood is en er niets meer te doen valt?”

“Dat zou mooi zijn. Want dat is de realiteit.”

Luna staarde naar de namen op het monument. “Er is ergens een Emma die leeft.”

“En? Helpt dat deze Emma?” Pieter wees naar een foto op het monument – een meisje van drie jaar dat leek op Emma. “Helpt het deze kinderen die gestorven zijn terwijl u weg was?”

Luna gaf geen antwoord. Ergens leefde haar dochter in een wereld met het Nederlandse Protocol. Dat moest toch iets betekenen?

“Luna”, zei Pieter zacht. “Er zijn hier nog kinderen die gered kunnen worden. Echte kinderen, in deze wereld.”

“Wat kan ik doen? Het is al te laat. Alles wat ik doe is druppel op een gloeiende plaat.”

“Ja. En dat is beter dan niets doen terwijl je droomt van andere werelden. Liever kleine daden dan grote fantasieën.”

Luna knikte. Ze liepen verder langs het monument. “Weet je wat het ergste is, Pieter? Ik geloof nog steeds dat ik dit allemaal had kunnen voorkomen. Ondanks alle fysica, ondanks alle bewijzen van het tegendeel. Een deel van mij gelooft ook nog steeds dat mijn acties deze wereld hebben veranderd. Ik ben net zo achterlijk als al die klimaatontkenners vroeger. Ik ben net zo erg als die mensen die ik de dood van Emma verwijt.”

“Ik kan me goed voorstellen dat je spijt hebt”, zei hij.

“Spijt van de tijdreis? Zeker Maar spijt verandert niets aan wat al gebeurd is. Ik kan kunnen niet terug in de tijd om die reis omgedaan te maken, dat weet je”, zei ze spottend.

Luna’s appartement, die avond.

Luna zat aan haar bureau en keek naar Emma’s foto. Drie jaar oud, lachend in een tuin die nu onder water lag, in een wereld die te laat had gehandeld.

Ze dacht aan Sarah Nakamura, aan het Nederlandse Protocol, aan de wereld die ze samen hadden gecreerd. Een wereld waarin klimaatverandering was gestopt, waarin miljoenen levens waren gered. Ze dacht aan de andere Emma – de Emma die ze nooit zou ontmoeten, in een wereld die ze nooit zou zien, gered door keuzes die in deze werkelijkheid zinloos leken.

Het was een vreemde vorm van rouw – rouwen om een kind dat je verloor, terwijl je wist dat datzelfde kind ergens anders opgroeide in veiligheid.

Ze opende haar laptop en begon te typen:

“Aan de Emma die ik redde,

Je zult dit nooit lezen omdat we in verschillende werkelijkheden leven. Maar ergens groei jij op in een wereld waar je moeder – een andere versie van mij – niet gek werd van verdriet. Waar de dijken hoger zijn en de zomers koeler.

Ik hoop dat die andere Luna je vertelt over de wetenschap. Over hoe Sarah Nakamura de moed vond om de waarheid te vertellen. Over hoe de wereld eindelijk luisterde toen het nog kon.

Ik hoop dat ze je niet vertelt over de prijs. Over de zestien mensen die stierven zodat ik informatie naar het verleden kon brengen. Over de honderden mensen die niet geëvacueerd konden worden omdat ik zo nodig naar het verleden moest afreizen.

Met alle liefde die ik niet kon geven,

Je andere moeder”

Luna sloeg het bestand op maar stuurde het niet. Er was nu eenmaal niemand in deze wereld om het naar toe te sturen.

EPILOOG: KLEINE DADEN

Epiloog (Custom)

Rijksinstituut voor Klimaatadaptatie, een jaar later.

Luna stond op het dek van evacuatieschip ‘Tweede Kans’ en keek toe hoe families aan boord stapten. Vierhonderd mensen uit de overstroomde gebieden rond Arnhem.

“Mevrouw Verschoor?” Een klein meisje keek naar haar op. Ze had donkere ogen zoals Emma.

“Ja, liefje?”

“Waar gaan we naartoe?”

Luna knielde neer. Ze wilde zeggen dat alles goed zou komen, dat ze naar een veilige plaats gingen waar geen overstromingen waren. Maar dat zou een leugen zijn geweest.

“We gaan naar een plaats die veiliger is dan hier”, zei ze. “Niet perfect, maar beter. En we gaan ons best doen om jullie te beschermen.”

Het meisje knikte ernstig. “Oké.”

Luna pakte haar hand en bracht haar naar een bed in het schip. Het was alles wat ze kon doen. Te weinig en te laat voor te velen, maar wel echt.

Het schip voer door de nacht. Luna bleef aan dek staan en keek naar de sterren. Ergens, misschien, in een parallel universum dat ze nooit zou zien, leefde een versie van Emma in een wereld waar het Nederlandse Protocol de klimaatverandering had gestopt. Ergens danste een versie van Emma in de regen, zonder bang te hoeven zijn dat de dijken zouden breken. Ergens was een moeder niet gek geworden van verdriet. Ergens. Maar niet hier.

Deze wereld was reddeloos verloren. Maar sommige mensen konden nog worden gered, al was het maar tijdelijk. Dat zag Luna nu als haar taak. Niet meer geloven in grootse oplossingen, maar iets goeds doen in een wereld die z’n beste tijd had gehad. Het multiversum was dan wel oneindig groot, en er waren wie weet hoeveel aardes die gered konden worden. Maar Luna wilde liever proberen er op het miniscule restje leeefbare aarde in dit piepkleine universum nog wat van te maken. Er viel nog veel te doen in de korte tijd die er nog restte. Nog even en het was te laat.

EINDE

Beelden: zelf gebakken met ChatGPT.

Logo voor de Science Fiction- en Detectivereeks: zelf gebakken met ChatGPT.

Deel:

Geef een reactie