Niet zo heerlijk (Over de gevolgen van AI voor literair vertalen volgens Martin de Haan)

Literair vertalen is deels een creatieve bezigheid. Niet helemaal creatief, want je moet recht doen aan de betekenis van de brontaal waaruit je vertaalt. Maar wel creatief omdat je mag – nee, moet – afwijken van wat er in oorspronkelijk staat om de vertaalde tekst toegankelijker te maken. Een literaire vertaler is dus slaaf en meester tegelijk. Een slaaf die gebonden is aan de letterlijke betekenis van de woorden die hij moet verwerken. Maar ook een meester, die vrij is om de tekst te herscheppen zoals hij dat zelf wil – vrij om vrij te vertalen 😉
Het slaafse gedeelte van het werk wordt in toenemende mate weggeautomatiseerd, zeker nu kunstmatige intelligentie aan haar opmars is begonnen. Zoals literair vertaler Martin de Haan in een essay in de Volkskrant (AI kan de menselijke vertaler overbodig maken. Maar waarom zouden we dat willen?) zegt, maakt AI er nu nog vaak een potje van – DeepL vertaalt het Franse salaud (klootzak) via het Engelse bastard als bastaard, het Franse bâtard (bastaard) via dezelfde weg als klootzak – maar ‘dergelijke vertaalfouten zal AI binnen niet al te lange tijd nauwelijks meer maken, of in elk geval niet meer dan een mens’, denkt hij.
Inderdaad. Ik heb onlangs een presentatie bijgewoond met een spreker die een toespraak gaf die ‘in real time’ werd vertaald, zodat hij tegelijkertijd dezelfde toespraak in het Italiaans kon houden. Vrijwel foutloos, volgens hem in elk geval zeker goed genoeg voor helpdeskmedewerkers buitenlandse klanten in hun eigen taal te woord te kunnen staan. Nog even en de ‘Universal Translator’ die we kennen uit Star Trek bestaat echt. Althans voor juridische, technische en andere teksten met vastomlijnde begrippen in bron- en doeltaal, waarin het afdoende is om te vertalen wat er staat. Daarbuiten komt AI de komende tijd (jaren? decennia?) evenwel nog geheid in de problemen.
In de aflevering Darmok van Star Trek TNG komt bijvoorbeeld een volk voor dat louter in metaforen spreekt, die geworteld zijn in een eigen mythologie. De Universal Translator kan dan wel enkele keelklanken vertalen als “Darmok and Jalad… at Tanagra”, maar heeft geen idee dat dit zoiets betekent als ‘samen tegen een gemeenschappelijke vijand vechten, is bevorderlijk voor de vriendschap’. De creativiteit om tot een goede tekstinterpretatie te komen, moet in Star Trek van de mens komen en niet van de vertaalmachine. En zo is het ook met machinevertalingen van bronteksten met veel beeldspraak, verwijzingen, dubbelzinnigheden en andere taalgebonden eigenaardigheden – literaire teksten voorop. Maar wie weet, misschien zal het tekstbegrip van AI ooit zo groot zijn dat het de problemen waarop het nu stuit kan omzeilen.
Een ander probleem is dat AI zich ook stilistisch niet kan meten met een goede menselijke vertaler. Nog niet, tenminste. Een kunstmatig intelligent programma plakt namelijk woorden achter elkaar op basis van statistische gemiddelden, terwijl een literair werk zijn stilistische aantrekkelijkheid juist ontleent aan de afwijking van die gemiddelden, stelt hij. En de literaire vertaler vangt ‘de verhouding tussen de norm en de afwijking ervan – de stijl – in een nieuwe tekst’.
Maar ook stijl kun je programmeren, zegt De Haan (en hier wordt het essay echt interessant!), namelijk door een programma te laten afwijken van de norm. Wie wel eens een muziekstuk heeft gemaakt met een programma als Suno of Udio, of beelden met Stable Diffusion of Dall-E 3 kan zich hier wel iets bij voorstellen. Het is heel makkelijk om iets origineels (eigens, artistiekerigs) te maken door een werk van een bepaalde artiest te combineren met die van een heel andere, of elementen op te nemen die niet eigen zijn aan het genre. Kortom, door af te wijken van de norm. “En misschien zijn dit soort werken wel beter dan wat wij mensen tot nu toe hebben voortgebracht.”
Wat rest de mens dan nog, als AI ons op alle fronten overtreft? De Haan stelt dat we nog altijd ‘de vrije keus hebben om onze eigen menselijkheid niet op te geven’: “Schrijven en vertalen, gewoon omdat je er de innerlijke noodzaak toe voelt, zou dat niet heerlijk zijn?” Hij geeft geen antwoord op die vraag, maar ik denk dat dit helemaal niet zo ‘heerlijk’ zou zijn. Want wat is er ‘heerlijk’ aan een wereld met artiesten die minder goed werk afleveren dan machines, die louter voor zichzelf werken, die geen publiek weten te vinden, en niet kunnen leven van hun inspanningen?
Beeld: zelf gebakken met Dall-E 3




Goedemorgen Jan,
Ik heb je artikel gelezen. Ik deel je observatie en een interessante reflectie. Bedankt daarvoor!
Wij proberen in het oog van de storm ook te focussen op meer welzijn in plaats van meer efficiency. Interessant om naar te verwijzen in het artikel of een ander bericht?
https://www.fairlingo.com/ons-experiment-met-een-6-urige-werkdag/