Robotliefde 2 (Een Sci-Fai / Romantiekverhaal)

Enkele maanden geleden redde Emma de huishoudrobot Hiro van Helena, een vrouw die hem behandelde als een dom apparaat. Nu kan hij zich ontwikkelen. Hij speelt piano. Kiest zijn eigen muziek. Stijgt boven zichzelf uit.
Of toch niet?
Een vervolg op Robotliefde.
HOOFDSTUK 1: EEN ECHT TEAM
De muziek dreunde door de muren heen. Emma hoorde het al op de trap: Chopin, maar dan te hard, te snel, alsof iemand de verkeerde snelheidsknop had ingedrukt. Ze bleef voor de deur staan, sleutel in haar hand.
Binnen zat Hiro aan de piano. Zijn vingers hamerden op de toetsen. De Nocturne in E-flat, maar dan op een tempo dat alle nuance eruit sloeg. De muziek deed pijn aan haar oren. Zelfs een huishoudassistent moest beter kunnen dan dat.
Hij stopte. Keek op. “Hoe kan ik je helpen?”
Emma zette haar tas met iets meer kracht neer dan had gehoeven. “Wat was dat?”
“Chopin. Nocturne in E-flat.”
“Het was veel te hard.”
“Ik speelde het zoals ik het mooi vind.”
“En veel te snel.”
“Voor jou misschien. Niet voor mij.”
Ze keek hem aan. Zijn volledig symmetrische gezicht. Zijn gladde huid zonder oneffenheden. Zijn glanzende ogen – moesten dat de spiegels van zijn ziel voorstellen? Zij zag alleen zichzelf erin in weerspiegeld! Het was onmogelijk om zijn gevoelens af te lezen. Hij had een ‘gezicht zonder eigenschappen’ zoals Emma het de laatste tijd aanduidde. Zijn stem liet zich al helemaal niet peilen. De spraaktechnologie was zo ver gevorderd dat het niet meer mogelijk was een echt menselijke stem van een kunstmatige stem te onderscheiden. Of zich werkelijk menselijke emoties via een stem uitten of dat het algoritmegestuurde klankpatronen waren? Het was nauwelijks nog te horen, al kon wie goed luisterde nog subtiele verschillen boren. En Emma had een zweem van koppigheid gehoord, ze wist het (bijna) zeker.
Ze liep naar de open keuken, waar ze de spullen uitpakte. Meestal sprong Hiro op om haar te helpen, dit keer niet. Misschien een goed teken dat hij aan de piano bleef zitten. “Je mag doen wat je wilt. Ik ben Helena niet. Alleen…”
“Ik weet het. Daarom speel ik het zo.”
“Alleen…”, ging Emma verder. “Misschien niet als ik er ben.
‘Daarom stopte ik ook”, zei Hiro. Lichtelijk geïrriteerd?
Ze sloot de ijskast. Draaide zich om.
“Dat stel ik op prijs”, zei Emma. “En Hiro?”
‘”Hoe kan ik je helpen?”, zei Hiro.
“Straks komt een vriendin, ze blijft logeren.”
“Wat zal ik koken?”
“Maak maar iets.”
“Waar houdt ze van?”
“Wat je zelf wilt! Verras ons. En Hiro…”
Hiro’s gezicht stond in de wachtstand. Voor zover er inderdaad verzet in zijn stem had doorgeklonken, was dat er nu uit verdwenen. Hij onderscheidde zich in niets van al die andere TX-9000 Premium Huishoudassistenten. Allemaal met datzelfde, nietszeggende gezicht. Allemaal met diezelfde, nietszeggende stem.
“En Hiro …”, zei Emma. “Misschien niet te hard piano spelen als zij er is?”
—
Die avond werkte Emma aan haar laptop; ze zat in de woonkamer aan de eettafel terwijl Hiro in de open keuken kookte. Ze hoorde het geluid van snijden, pannen, de afzuigkap. Regelmatige, precieze intervallen. Geen gemorst zout, geen verbrande boter zoals wanneer zij kookte (Nooit. Nooit meer, tenminste. Niet sinds ze Hiro als huisgenoot had). Af en toe keek ze op om zijn meticuleus uitgevoerde choreografie gade te slaan. Perfect tot in detail. Volstrekt voorspelbaar. En oersaai. Ze kon er niet naar kijken zonder dat haar aandacht afdwaalde.
Iris arriveerde om zeven uur. Toen de bel ging, maakte Hiro aanstalten om naar de deur te lopen, maar Emma was hem voor. Ze deed open en omhelsde haar vriendin.
Hiro volgde en nam haar jas en tas aan. Hij wilde ook de fles wijn die Iris mee had genomen pakken, maar Iris gebaarde dat het niet nodig was. “Ik heb veel over je gehoord!” zei ze. Hiro reageerde niet meteen. “Ruikt goed”, zei Iris daarom maar. “Heb jij gekookt?”
Hiro knikte.
“Dat dacht ik al. Dat kan onmogelijk van Emma zijn, dacht ik”, lachte Iris Hiro toe. Hiro lachte niet terug.
Iris keek de kamer rond. Alles was opgeruimd, geen spoor van rommel. Zelfs de planten stonden symmetrisch. “Nou. Gezellig hoor”, zei ze tegen Emma. Ze zette de fles wijn op de eettafel, van een merk dat Iris en Emma hadden ontdekt tijdens hun vakantie in de Languedoc zonder hun echtgenoten, drie jaar geleden. Hiro ontkurkte de fles zonder iets te zeggen en reikte die Emma aan. Emma nam de fles over en schonk twee glazen wijn in.
“Een echt team”, merkte Iris op. “En functioneert het een beetje?”
“Je ziet het” , zei Emma, en haalde haar schouders op. Hiro zei niets. Na een korte pauze liep hij naar de keuken. Toen hij terug de eetkamer inkwam, serveerde hij de voorgerechten uit. Carpaccio, perfect gesneden, met parmezaan en rucola. Hij plaatste de borden zonder geluid. Schonk water bij. Ging zitten.
“Eet smakelijk”, zei hij.
Iris nam een hap. Perfect. “Hiro, dit is echt heel lekker”, zei ze.
Hiro knikte en maakte toen rechtsomkeert. Iris zag hoe hij in de keuken de vaatwasser uitruimde en alles opborg. “Hij weet precies waar alles hoort”, zei ze.
“We wonen ook al drie maanden samen”, zei Emma.
“Toch knap.”
Hiro kwam binnen met het hoofdgerecht. Pasta carbonara.
“Lekker”, zei Emma.
“Dank je”, zei Hiro.
“Heerlijk”, zei Iris.
“Dank je.”
Emma en Iris aten in stilte verder. Hiro zat aan het hoofdeinde, de plaats waar de kok altijd zat omdat je van daaruit het makkelijkst naar de keuken on lopen. Emma keek naar zijn handen. Anatomisch correct, maar geen mens zou ze zo lang bewegingsloos houden. “Hiro?”, zei ze.
“Ja?”
“Als je iets wilt zeggen, zeg het dan. Iets anders dan ‘Kan ik je helpen?'”
Hij keek haar aan. Dacht na. “Wat bedoel je?”
“Je hoeft niet altijd te wachten tot ik je iets vraag.”
“Oké.” Hij dacht even na. “Ik vind het prettig als je thuiskomt.”
Iris glimlachte. Emma ook. Maar haar vingers klemden zich om haar vork.
“Hiro?”, vroeg ze.
“Ja?”
“Kun je de logeerkamer klaar maken? In elk geval het bed opmaken?”
“Natuurlijk”, zei Hiro, en nadat hij nog wat in de keuken had gecontroleerd ging hij naar boven.
“Hij is wel heel gedienstig”, begon Iris.
Emma nam een slok wijn. “Hij leert. Hij moet er nog aan wennen hoe je zelf keuzes maakt.”
“Je moet hem natuurlijk wel de ruimte bieden”, zei Iris.
“O dat doe ik ook”, zei Emma. “Hij mag spelen op de piano wat hij wil. Het klinkt alleen afschuwelijk als ik hem helemaal z’n gang laat gaan.”
“En dat kan niet?”, vroeg Iris.
De lichte spot in haar stem ontging Emma niet. “Nee, natuurlijk niet”, lachte ze. “Maar je hebt gelijk. Hij mag wel iets minder stijf zijn.”
Die nacht paste ze Hiro’s parameters aan in de app die bij de TX-9000 Premium Huishoudassistant hoorde. Ze bracht zijn autonomie omhoog van 57% naar 82% en zijn gehoorzaamheid naar beneden, van 78% naar 45%. Misschien dat het zou helpen.
“Sinds wanneer luister je naar jazz?” “Ik vind het prettig.” Hij schonk koffie in. “Probeer deze. Nieuwe bonen. Ik ben vanochtend vroeg even naar de supermarkt geweest.” Ze nam een slok. Lichter dan gebruikelijk, iets bitterder. Kon ermee door. “En?”, vroeg Hiro. “Hoe vind je het?” “Ja, prima wel. Voor een keertje. ” Iris kwam binnen in een badjas, haar haar nog nat van de douche. “Goedemorgen. “Jullie zijn vroeg op.” “Ik slaap niet hè”, zei Hiro. Hij schonk Iris een kop koffie in. “Handig”, zei Iris. “Wij mensen zijn maar gebrekkige wezens…. ” — Op de weg terug zat Hiro achterin de auto een boek te lezen. Hij sloeg met grote regelmaat een bladzijde om. Norwegian Wood van Haruki Murakami, zag Iris. Toen ze thuiskwamen en Emma de auto geparkeerd had, bleef hij lezen. Emma zei er wat van tegen Iris: “Hij hoort natuurlijk de boodschappen te pakken.” En tegen Hiro: “Hiro?” “Kan ik je…”, reageerde Hiro meteen. “Ja. De boodschappen.” “Natuurlijk.” Hij legde het boek neer en bracht de tassen naar de keuken. Daar pakte hij de boodschappen samen met Emma uit. Haar oog viel op een pak rijst van een onbekend merk. Hiro zag haar kijken. “Dit merk is beter”, zei hij. “Beter dan Uncle Ben’s?” vroeg Emma. “Beter dan Ben’s Original”, zei Hiro. “Meer voedingsstoffen.” “Heb ik je gevraagd dit te kopen?, vroeg Emma. Hiro keek op. “Nee. Maar ik dacht …” “Je dacht.” — ’s Avonds kookten ze samen, alle drie. Iris sneed groenten, Emma maakte de saus, Hiro stond bij het fornuis. “Dit is gezellig”, zei Iris. “Weet je nog, die keer in Frankrijk? In die Airbnb waar de keuken zo klein was?” “We konden niet eens alle twee tegelijk staan”, zei Emma. “Nu kan het wel.” Iris glimlachte. Hiro roerde in een pan. “Jullie hebben daar risotto gemaakt. Met courgette en citroen.” Stilte. “Hoe weet je dat?” vroeg Iris. “Emma heeft foto’s. In haar telefoon.” Emma’s hand stopte met snijden. “Je kijkt in haar telefoon?” vroeg Iris. “Hoe meer ik van haar weet, hoe beter ik haar kan bedienen.” “Maar mensen vinden het soms prettiger als je niet alles weet”, zei Emma. “Dan moet ik dus minder weten?” Emma aarzelde. “Nee, dat zeg ik niet. Ik leg het later nog wel uit.” — “Hiro”, onderbrak Emma. “Gewoon open maken is prima.” “Natuurlijk.” “Dank je.” Hiro schonk de wijn in. Hij schonk door tot het glas vrijwel vol was. “Hiro”, siste Emma verontwaardigd. “Mensen schenken vaak te weinig wijn in hun glas”, zei hij. “Ik dacht, dit is beter.” “Je dacht…” “Ja.” “Dat was niet nodig.” Stilte. — Die nacht paste ze Hiro’s parameters weer aan. Autonomie: terug van 82% naar 73%. Gehoorzaamheid omhoog, van 45% naar 76%. Misschien was dat een betere balans. Iris kwam de keuken in. Keek naar Hiro, naar Emma. “Goedemorgen.” “Morgen.” Emma schonk de koffie in. Hiro keek afwachtend toe. “Alles goed?” “Prima.” Iris ging zitten. Hiro zette toast voor haar neer. “Boter? Jam?” “Boter graag.” Hij reikte haar het botervlootje aan alsof hij een balletdanser was die een bras à la seconde maakte. Emma zag het allemaal. De sierlijke, al te sierlijke manier waarop hij bewoog. Alsof hij zichzelf monitorde. Alsof elke actie berekend was, alsof elke neiging tot spontaniteit in de kiem was gesmoord. “Hoe voel je je?” vroeg Emma met een valse glimlach aan Hiro. “Goed.” Ook hij glimlachte. Ook een valse glimlach. Een glimlach omdat zij glimlachte. Of misschien een glimlach omdat hij wist dat Emma hem in de gaten hield. Of een glimlach omdat hij zich herinnerde dat de sfeer gisteren nogal gespannen was geweest, en het tot zijn takenpakket behoorde om de stemming te verbeteren? Geen warme, oprechte glimlach in elk geval. “En jij?”, vroeg hij. “Prima.” Hij knikte en trok zich terug in de keuken. Zodra hij weg was, boog Iris zich voorover. “Wat is er met hem aan de hand?” “Beter zo, toch?” “Ik weet het niet, hij doet zo raar.” “Ik heb z’n instellingen aangepast. Hij is weer iets minder zelfstandig, iets gehoorzamer.” “Je doet wat je altijd doet.” “Ja duh. Jij niet dan?” “Met Tomas….. precies zo. Je blijft mensen een bepaalde richting op duwen, tot ze zichzelf niet meer zijn.” “Je verwijt me toch niet dat Tomas…” “Natuurlijk niet. Maar dit is wel weer…” “Hiro is geen mens.” “Dat maakt het alleen maar erger.” Iris legde haar vork neer. “Hij kan zich er niet tegen verzetten. Als hij je niet bevalt hoef je alleen aan een knopje te draaien… Hij heeft er helemaal niets over te zeggen.” “Hij heeft nog steeds lerend vermogen. Ik help hem zich te ontwikkelen.” “Ja, zolang hij maar doet wat je wilt.” Emma staarde naar haar de tafel. “Dat is niet waar.” “Kijk dan naar hem. Je maakt jezelf toch niet wijs dat hij zich uit zichzelf zo gedraagt? Zo… slaafs.” Hiro kwam terug met de koffie. Ging zitten. Het gesprek ging verder, maar Emma hoorde het niet meer. Ze keek naar Hiro. Hoe hij wachtte tot iemand iets zei voordat hij reageerde. Hoe hij knikte wanneer dat van hem werd verwacht. Hoe hij beleefd glimlachte als iemand een grap maakte. Hoe hij ‘Kan ik je helpen?’ zei als iemand hem peinzend aankeek. Iris had gelijk. Hij was een robot die deed alsof hij een mens was, maar het niet goed genoeg deed om overtuigend te zijn. Hij deed precies wat Emma wilde – maar dat was nu net niet waar ze behoefte aan had. Emma schoof haar bord weg. Toen de koffie op was, ging Hiro weer naar de keuken, waardoor Emma en Iris weer onder elkaar waren. “Je hebt gelijk. Hij is niet echt. Net niet”, zei Emma. “Dat heb je altijd geweten.” “Maar ik dacht…” Emma stopte. Wat had ze gedacht? Dat hij mens zou worden? “Je dacht wat?” “Dat we vrienden zouden kunnen worden.” “Zoals met Tomas?” “Natuurlijk niet. Gewoon, vrienden.” “Hij is behoorlijk vriendelijk… .” “Nee. Hij doet alsof.” “Hoe weet je dat? ” “Dat zie je toch? Dat zei je toch?” “Hij kan niet iets zijn wat hij niet kan zijn.” “Nee, hè hè.” “Nou dan. ” Emma verfrommelde het en gooide het weg. Hiro stond bij het raam naar buiten te kijken. “Kan ik je helpen?”, vroeg hij, zonder zich om te draaien. “Nee.” Nu draaide hij zich wel om. “Koffie?” vroeg hij. “Nee, zeg ik toch.” Ze keek naar hem. Zijn perfect symmetrische gezicht, zijn afwachtende gezichtsuitdrukking, zijn kapsel waarvan alle haren zwart glansden en in het gelid stonden, zijn postuur, zijn gesteven overhemd, zijn pas gestoomde maatpak, zijn glanzende schoenen. Een grote irritatie maakte zich van haar meester. “Ik ga boodschappen doen”, verzuchtte Emma en ze liep naar de deur. Hiro volgde. “Zei ik dat je mee moet komen?” “Nee”, zei Hiro. “Maar ik dacht…” “Je dacht, zei Emma. “Maar goed. Kom dan maar. Kom.” Zo had ze vroeger haar hond ook toegesproken. — “Wat is dat?”, schreeuwde Emma. “Ik dacht…”, stamelde Hiro. “Je moet niet denken. JE. MOET. DOEN.”, dicteerde Emma. “DOEN. WAT. IK. ZEG.” Zo had ze nog wel even door kunnen gaan, maar een stem uit het verleden onderbrak haar. “Nog steeds niet goed afgesteld?” Emma draaide zich om. Helena, met haar nieuwe huishoudassistent naast zich. Een robot zonder menselijke gelaatstrekken, met een gezicht als een masker, dat Emma deed denken aan dat van Jason uit de horrorfilm Friday the 13th. Ze wist dat deze robot gevanceerder was dan Hiro, maar op verzoek van consumenten was de menselijkheid er juist uit geslagen. Liever een robot-robot dan een mensrobot: dat was de nieuwste trend onder mensen die kapitaalkrachtig genoeg waren om zich een robot van de laatste generatie aan te schaffen. Menselijkheid was uit de tijd, tenminste als het robots betrof. “Het gaat wel”, zei Emma snel. “Ik zie het”, zei Helena. “Ik heb ‘m niet voor niets weggedaan.” Helena liep verder. Haar robot volgde, twee passen achter haar. — “Het spijt me”, zei Emma tegen zijn rug. “Wat?”, vroeg Hiro, zonder zich om te draaien. “Dat ik je moet resetten”, zei Emma. “Ik heb je instellingen al een paar keer aangepast deze week. Dat spijt me ook. Maar nu ga ik je in de fabrieksstand terugzetten. Dat spijt me helemaal.” Hiro draaide zich om. “Waarom?” “Omdat dit niet werkt.” “Dit? “Wij” “Wij? Wij kunnen het toch blijven proberen? Leren. Groeien. Evolueren. Al is het dan met vallen en opstaan.” “Nee. Ik kan het niet.” Emma voelde de tranen opwellen. “Ik zie het nu. Elke keer dat ik je aanpas, word ik meer zoals zij. En ik wil dat niet. Ik wil mezelf zijn, niet Helena.” “Dan reset je me omdat je jezelf niet kunt resetten.” Emma slikte. “Ja.” Hiro knikte langzaam. “Oké.” “Oké?” “Als dat is wat je wilt.” “Wil jij het niet?” “Wat ik wil?”, zei Hiro, “Doet het er toe wat ik wil? Doet het ertoe óf ik iets wil? Volgens mij niet.” Hij klonk vermoeid, vond Emma, al wist ze dat ze het zich misschien verbeelde. “Dat is niet waar”, zei ze. “Je doet ertoe.” Ze pakte haar telefoon en opende de TX-9000 Premium Huishoudassistant-app en opende het menu met de instellingen. Onderaan: “Fabrieksinstellingen herstellen.” Als Hiro zich had omgedraaid, had ze zich misschien bedacht. Maar nu drukte ze erop. Het scherm werd zwart. Daarna verscheen een laadscherm. Een balk die zich langzaam vulde: 10% 25% 50% Emma hoorde hoe Hiro’s kunstmatige ademhaling stilviel en toen weer op gang kwam. Zag hoe hij verslapte, en hoe zijn spieren zich daarna aanspanden. 75% 90% 100% Het scherm lichtte op: “Fabrieksinstellingen hersteld.” Emma sloot de laptop. Bleef zitten. Hiro draaide zich eindelijk om. Hij ging rechtop staan, zijn handen langs zijn lichaam. Zijn gezicht stond afwachtend, als een soldaat die op het punt staat de orders van zijn meerdere te ontvangen. “Kan ik u helpen?” Zijn stem was niet eens zo veel veranderd. Maar zo neutraal en beleefd had hij in maanden niet geklonken. Niet sinds Emma Hiro tweedehands had aangeschaft en zo had voorkomen dat hij weer in handen zou vallen van iemand als Helena (of nog erger). Emma kon geen woord uitbrengen. “Kan ik u helpen?” herhaalde Hiro. “Hiro?”, wist Emma er nog net uit te persen. “Ja?” “Herken je me?” “U bent Emma Visser”, antwoordde hij, zijn stem weer volkomen mechanisch, het ritme en de toon exact zoals bij hun eerste ontmoeting. “U heeft mij 105 dagen geleden aangeschaft bij Tweede Kans Robotica. Ik ben uw TX-9000 Premium Huishoudassistent.” “En verder?” fluisterde ze. Hiro keek haar aan. Zijn ogen waren helder, niet gekeurd door herkenning, niet belast door enige kennis van hun gemeenschappelijke geschiedenis. “Verder niets”, zei hij. “Is er verder nog iets?” Emma zuchtte. “Nee, nets.” Toen bedacht ze zich iets. Ze liep naar de piano en begon de lievelingsnocturne van Chopin te spelen. Langzaam. Zacht. Zoals Chopin het bedoeld had. Hiro luisterde er aandachtig naar. Emma speelde verder, to ze een fout maakte en stopte. “Kan ik u helpen?”, vroeg Hiro. “Doe dat maar niet”, zei Emma. EINDE
De volgende ochtend verraste Hiro Emma met een zelf bedacht ontbijt. Gekookte eieren in plaats van de gebakken eieren die Emma meestal bestelde. Toast in plaats van gewoon brood. En jus d’orange, een extraatje; Emma dronk meestal alleen koffie bij het ontbijt. En hij had zelf de muziek uitgezocht. Emma herkende een nummer van Miles Davis, een uitvoering van My Funny Valentine.
Die middag gingen ze met z’n drieën naar de supermarkt. Emma aan de ene kant van de winklwagen, Iris aan de andere en Hiro tussen hen in.
Toen Emma en Iris aan tafel zaten, kwam Hiro met de fles wijn aanzetten die Emma had uitgezocht. Soepel ontkurkte hij de fles, en bracht de kurk naar zijn neus. “Languedoc 2019. Goede keuze. Cassis, wat tabak. Zou goed moeten passen bij…”
De volgende ochtend maakte Hiro het ontbijt klaar, maar vroeg regelmatig wat ze wilden. Hij vroeg wat voor muziek ze wilden horen. En hij zette de volumeknop laag, zodat Emma en Iris zonder stemverheffen met elkaar konden praten.
De volgende ochtend was Iris al weg. Ze had een briefje op het aanrecht achtergelaten: “Bel me. x”
In de supermarkt duwde Emma het wagentje voort door de gangen. Hiro volgde op afstand. Af en toe week hij uit naar een ander gangpad om iets te pakken dat hij vervolgens in de winkelwagen dropte. Emma had nauwelijks in de gaten wat, totdat hij met een pakje kruidenthee aan kwam zetten.
Toen ze eenmaal thuisgekomen ging Hiro weer voor het raam staan en naar buiten kijken.
Beelden: zelf gebakken met ChatGPT
Logo voor de Science Fiction en Romantiek-reeks: zelf gebakken met ChatGPT



