Zaken zijn zaken (Een Sci-Fai / Thriller)

Marcus verdient goed met het innen van schulden van mensen hun eigen lichaam als onderpand hebben gegeven. Een nier voor een auto, beenmerg voor een studie, een hoornvlies voor een paar maanden huur. Meestal lukt het ze wel te betalen voordat ze hun onderpand kwijt zijn. Meestal.
Een dystopische noir-thriller over liefde, verraad en de prijs van menselijkheid.
HOOFDSTUK 1: EEN NIEUWE BAAN
De kamer rook naar oud leer en olie. Een nieuwsscherm aan de muur speelde geluidloos reclames: “BioCorp – Uw lichaam, uw kapitaal! Lenen was nog nooit zo simpel!” Marcus zat rechtop in de kunstleren stoel, zijn handen rustig op zijn knieën. Tegenover hem zat een man van middelbare leeftijd achter een metalen bureau, zijn vingers gevouwen alsof hij in gebed was.
“Dit is geen leuke baan,” zei de man zonder omhaal. Zijn stem was vlak, emotieloos. “Het betaalt goed, maar het is zwaar. Andere mensen dwingen te betalen, de dingen die je moet doen als ze niet over de brug komen…” Hij pauzeerde, keek Marcus recht aan. “Niet iedereen kan het aan.”
Marcus knikte. Hij had de advertentie gezien: ‘Incasso-specialist gezocht. Goede beloning. Discretie vereist.’ Op weg hierheen had hij overal de posters gezien: “Orgaanschuld = Vrijheid. “Je lichaam is je kapitaal.” en “Niemand is te arm om te lenen.” Hij had sollicitatiegesprekken gehad bij banken, verzekeringsmaatschappijen. Dit was anders. Beter. Meer ‘hands-on’. Lucratiever.
“Uw voorganger werd te emotioneel betrokken,” vervolgde de man. “Dat wordt je ondergang in dit vak. Afstand bewaren is overleving.”
“Ik begrijp het,” zei Marcus.
“Zaken zijn zaken. Dat moet je altijd onthouden”, glimlachte de man flauwtjes. “Ik ben Hendricks. Welkom bij het team.”
De orgaaneconomie bestond nog niet zo lang. De Biologische Zekerheidsacte van 2157 had het systeem geformaliseerd na de Grote Crash. Mensen konden sindsdien legaal hun eigen lichaam als onderpand gebruiken. “Democratisering van krediet,” noemden politici het. “Menswaardige leningen,” zeiden de banken. Mensen leenden tegen hun eigen lichaam als onderpand. Een nier voor een auto, beenmerg voor een studie, een hoornvlies voor een paar maanden huur. Meestal hoefden ze hun onderpand niet af te staan. Meestal betaalden ze terug. Meestal. Marcus drukte op de bel van appartement 4B. Een magere man opende de deur, zijn ogen al vol begrip. “Ik weet waarom je hier bent,” zei de man. “Nog twee weken, oké? Ik krijg volgende week mijn loon.” Marcus checkte zijn tablet. “Meneer Kowalski, u heeft deze week uw salaris gekregen. U bent acht weken achter met de betalingen. Het contract is duidelijk.” “Alsjeblieft. Mijn vrouw is ziek, we hebben het geld nodig voor haar medicijnen…” “Uw medische situatie ontslaat u niet van uw contractuele verplichtingen.” Marcus tikte routineus op zijn tablet. “U heeft twee opties: volledige betaling binnen 24 uur, of anders… anders moet ik de vordering uit handen geven.” Hij keek weer op zijn tablet. “Ik zie dat u uw long als onderpand hebt gegeven?” Hij keek de man aan met een overdreven bezorgde blik. De man wilde de deur sluiten, maar Marcus hield hem tegen. “Volledig betaling dus, begrijp ik?”, zei hij Marcus was goed in zijn werk. Zijn succespercentage lag op 94 procent, ver boven het kantoorgemiddelde. Hij hield emoties buiten de deur. In ieders voordeel: hij verdiende goed, zijn baas nog meer en de mensen die betaalden behielden een compleet lichaam. “Zaken zijn zaken”, dacht hij. “Hendricks heeft gelijk.” Totdat hij Elena ontmoette. Marcus klopte drie keer – protocol – en wachtte. Toen de deur openging, zag hij eerst het blauwe oog, toen de rest van haar gezicht. Jong, misschien eind twintig, met donker haar dat voor haar ogen viel. Maar het waren haar handen die zijn aandacht trokken – ze trilden bijna onmerkbaar, als van iemand die voortdurend op haar hoede was. “Elena Vasquez?” “Ja.” Haar stem was schor, vermoeid. “Ik kom voor de achterstallige betalingen. Zes weken achter, in totaal 8.400 credits inclusief rente.” Ze deed een stap achteruit. “Ik… er is iets gebeurd.” Marcus zuchtte. Altijd hetzelfde liedje. “Mevrouw, uw persoonlijke omstandigheden ontslaan u niet…” “Ik ben beroofd.” Ze hief haar hand, toonde hem haar gehavende pols. “Drie dagen geleden. Kijk.” Ze gaf hem een politierapport, nog vers van de printer. Marcus bekeek het document. Echt. Officieel. Tijdstempel van drie dagen geleden. Hij keek naar haar gezicht – het blauwe oog was inderdaad recent, de zwelling nog duidelijk zichtbaar. “Het spijt me, maar dit verandert niets aan uw contractuele – ” “Alsjeblieft.” Haar ogen vulden zich met tranen. “Een week. Meer vraag ik niet. Dan kan ik alles betalen. Met rente.” Marcus staarde naar zijn tablet. Het protocol was duidelijk: geen uitzonderingen, geen medelijden. Maar iets in haar stem… “Één week,” hoorde hij zichzelf zeggen. “Daarna kom ik terug.” Liefde op het eerste gezicht. Van zijn kant tenminste. — Een week later stond Marcus opnieuw voor Elena’s deur. Deze keer opende ze meteen, alsof ze hem had verwacht. “Ik heb het niet,” zei ze direct. “Mijn creditcard is gehackt. De bank blokkeert alles voor onderzoek.” Ze toonde hem nieuwe documenten, nieuwe politierapporten. Marcus bekeek ze, en verzuchtte: “Nog één week dan.” Terwijl hij haar die ene week helemaal niet had mogen geven. Maar Marcus schoot het bedrag voor. Niemand die het opviel en Marcus kon zich deze goede daad veroorloven. Hij vertelde het haar de volgende week. Toen hij had aangebeld, had ze weer meteen opengedaan. En meteen gestameld: “Ik ben er mee bezig. Maar ik heb het nog niet helemaal.” “Laat maar”, had hij gezegd. “Laat maar?” “Voor deze keer. De schuld is afbetaald. Ik scheld het je kwijt”, zei hij. En maakte een handgebaar alsof hij haar absolutie verleende. En misschien deed hij dat ook wel, hij verloste van haar dan wel niet van haar zonden maar wel van haar schulden. “Wilt u niet even binnenkomen”, had ze toen gezegd. En zo was het begonnen. Die nacht sliepen ze voor het eerst met elkaar. Twee weken later was Marcus het gewend om Elena’s schulden uit eigen zak te betalen. Elena was dankbaar, stelde Marcus vast. Hij begon zichzelf te zien als haar beschermer in plaats van een zoveelste schuldeiser. Maar wat voelde ze voor hem? “Je bent anders dan de anderen,” zei Elena op een avond. Ze zaten op haar bank, een fles goedkope wijn tussen hen in. “Vriendelijker. Menselijker.” Marcus voelde iets warms in zijn borst. “Bij jou wel.” “Je kunt ook hard zijn. Ik zie het soms in je ogen. Maar bij mij kies je ervoor om aardig te zijn.” “Je brengt het beste in me naar boven.” “Promotie,” zei Hendricks. “Meer verantwoordelijkheden. Natuurlijk betaalt het ook beter.” Marcus had even geaarzeld. Hendricks had het gezien. En weggewuifd: “Het is hetzelfde werk. Gebruik je overredingskracht, zoals je altijd doet”, had Hendricks gezegd. “Alleen: nu roep je het extractieteam in als mensen blijven weigeren te betalen.” Marcus wist wat er dan gebeurde. Hij had de dossiers gezien van mensen die hun onderpand moesten afstaan. Levers, nieren, complete oogbollen. “En als ze weigeren mee te werken met het extractieteam?” “Dan vinden we manieren om hen te overtuigen. Dat is een volgende stap in het incassoproces. Maar dat is niet jouw zorg.” Die avond vertelde Marcus Elena over zijn promotie. Ze leek ongerust. “Gaat dat niet erg ver?” “Ik schakel alleen het team in. Wat zij doen is hun verantwoordelijkheid.” Elena keek hem lang aan. “Dat klinkt als iets wat iemand zegt om ’s nachts te kunnen slapen.” Marcus voelde een steek van irritatie. “Het systeem werkt, Elena. Mensen moeten gewoon hun contracten nakomen.” “Ten koste van hun lichaam?” Ze wees hem op een litteken rechts van haar navel dat hem nog niet eerder was opgevallen. “Het kost niemand zijn lichaam als hij gewoon betaalt”, zei Marcus. Maar helemaal overtuigd was hij niet. Toen kwam Hendricks met een nieuwe klus. Hij legde enkele dossiers op tafel. “Dit is wel iets anders dan wat je gewend bent.” Marcus opende het eerste dossier. Foto’s van een gezin: man, vrouw, twee kinderen. Hij kende ze wel, had ze nog gedreigd met extractie. “Wat is er anders?” “Ze werken niet mee aan extractie. Het team heeft het geprobeerd, maar ze zijn ondergedoken.” “Wat wilt u dat ik doe?” “Ze vinden. Overtuigen. Met alle middelen die nodig zijn. En als dat niet lukt, andere middelen inzetten.” Hendricks opende een la, haalde er een pistool uit. Klein, onopvallend, krachtig. Marcus staarde naar het wapen. “U bedoelt…” “Ik bedoel dat er soms extreme maatregelen nodig zijn.” “Nee.” De woorden kwam eruit voordat Marcus er erg in had. “Ik ben geen moordenaar.” “Dat dacht ik al,” zei Hendricks droogjes. Hendricks leunde achterover in zijn stoel. “Wat denk je dat er gebeurt in die extractiekamers, Marcus? Denk je dat mensen vrolijk hun lever afgeven en dan naar huis wandelen?” Marcus voelde de grond onder zijn voeten verschuiven. “Dat is… dat zijn medische ingrepen. Dit is moord.” “Zaken zijn zaken. En als jij het niet kunt, dan vinden we iemand anders die wel bereid is.” — De moorden begonnen een week later. Het gezin dat Marcus had geweigerd te doden was gruwelijk aan zijn einde gekomen. Alle verhandelbare organen waren geëxtraheerd. De ogen, de ingewanden, zelfs de hersenen waren verdwenen. Het bloed was afgetapt, de huid verwijderd. Marcus las het online: “Gewelddadige dood in Sector 5. Slachtoffers hadden extractie-schulden.” Hij belde Hendricks. “Heeft u… heeft iemand anders de zaak van dat gezin overgenomen?” “Zoals ik al zei, Marcus. Als jij het niet kunt, vinden we iemand die wel bereid is.” Het tweede slachtoffer was een alleenstaande moeder uit Sector 12. Weer een hardnekkige wanbetaler, weer iemand die het met de dood had moeten bekopen, weer iemand die haar organen was kwijtgeraakt. De vrouw – of wat er van haar over was – werd gevonden in haar appartement, doodgeslagen met een stomp voorwerp. Het derde was een oude man die zijn hoornvliezen had verpand voor zijn kleinzoons operatie. Ook dood, op gruwelijke wijze vermoord. Marcus realiseerde zich dat alle slachtoffers op zijn lijst hadden gestaan. Dat gezin, die moeder, die oude man: allemaal mensen die hij had proberen te ‘overtuigen’ om hun schulden af te lossen voordat ze dieper in de financiële ellende waren weggezakt. En als hij het wist, dan wist de politie dat ook. “U was de laatste die de familie levend heeft gezien,” zei rechercheur Martinez. “Ik was er niet bij die avond.” “Waar was u dan?” Erger nog: alle moorden waren gepleegd op avonden dat hij bij Elena was geweest. Zijn enige alibi was een vrouw van wie hij zijn baas niet kon vertellen dat hij een relatie met haar had. Als hij Elena noemde, zou hij haar erbij betrekken. De politie zou erachter komen dat hij al die tijd haar rekeningen had betaald. En dan Hendricks ook. Dat hij week was: iemand die te laf was om te moorden, iemand die voor mensen met schulden in de bres sprong. Geen goed idee. Marcus aarzelde. “Thuis.” “Alleen?” Opnieuw aarzeling. De politie wist wie er allemaal op zijn lijst stonden, dus kenden de naam van Elena. Maar meer dan dan wisten ze waarschijnlijkt niet. “Ja. Alleen.” Martinez fronste. “Vreemd. Drie moorden, drie keer mensen die u had bedreigd, drie keer toen u toevallig ‘alleen thuis’ was?” Marcus voelde zweet op zijn voorhoofd. “Ja?” Toen hij na het korte verhoor weer in zijn cel zat, sloeg de twijfel toe. Misschien moest hij toch alles opbiechten? Elena zou het misschien niet erg vinden. Minder erg dan wanneer hij moest opdraaien voor drie moorden die hij niet gepleegd had. Hij zou misschien nieuw werk moeten zoeken. Maar ook dat was geen ramp. Zo leuk was het werk nu ook weer niet. Maar voordat hij een kans kreeg het ware verhaal te vertellen, verscheen een advocaat die Hendricks geregeld. Een dure, een goede. Iemand die hem maande te zwijgen en die zelf het hoogste woord had. “Er is geen direct bewijs,” zei de advocaat. “Omstandigheden, ja. Maar geen getuigen, geen forensisch bewijs dat mijn cliënt daadwerkelijk ter plaatse was.” En zo werd Marcus vrijgelaten in afwachting van verder onderzoek. “Je baas houdt van je,” zei de advocaat toen ze het politiebureau verlieten. “Niet veel werkgevers zouden iemand met mijn uurtarief inschakelen.” “Ik ben gearresteerd,” zei hij zonder omhaal. Elena keek geschrokken op van haar thee. “Voor de moorden?” “Ze denken dat ik het heb gedaan. Alle slachtoffers stonden op mijn lijst. Hendricks wilde dat ik ze zou doden. Maar ik heb geweigerd. Ik ben geen moordenaar.” Elena zette haar kopje neer. Er gleed een uitdrukking over haar gezicht die Marcus niet kon duiden. “Dat dacht ik al,” zei ze rustig. “Maar ze vinden altijd wel iemand die bereid is te moorden.” Ze zuchtte. “Zaken zijn zaken.” Marcus verstarde. Die woorden. Niemand klonk zo. Niemand behalve… “Wat zei je?” Elena leek te beseffen wat ze had gezegd. “Ik… ik bedoelde alleen dat er altijd wel gewelddadige mensen zijn die…” “Nee.” Marcus schudde zijn hoofd. “Je zei ‘zaken zijn zaken’. Net zoals als Hendricks. Woordelijk hetzelfde.” Elena’s gezicht werd bleek. “Elena.” Marcus’ stem was koud geworden. “Hoe ken je Hendricks?” Ze aarzelde te lang. “Ik… ik ken hem niet. Ik bedoelde gewoon…” “Je schulden, de overval, het gedoe met je credit card …” Marcus stond op, begon te ijsberen. “Allemaal nep?” Elena sloot haar ogen. Toen ze ze opende, was ze een andere vrouw. Iemand die niet meer toneelspeelde. Die dat had opgegeven. “De schulden waren echt,” zei ze vlak. “De overval niet. En de credit card? Ik heb helemaal geen credit card, mocht ik willen. ” Marcus voelde de laatste puzzelstukjes op hun plaats vallen. “Jij en Hendricks…” “Ik ben zijn eigendom. Al drie jaar.” “En ik ben zijn alibi.” Elena knikte. “Elke avond dat jij hier was, kon hij iemand een moord laten plegen. Jij kon niet bewijzen waar je was zonder onze relatie te verraden. Perfect.” Marcus liet zich op de bank vallen. “En nu?” Elena ging naast hem zitten. “Nu ben je de perfecte zondebok. Een gewelddadige repo-man die te ver ging. De politie heeft de zaak bijna rond: bewijs, motief, gelegenheid. Het enige wat ontbreekt is een bekentenis.” Ze had opeens een pistool in haar hand. Klein, onopvallend, krachtig. “Mijn bekentenis of mijn dood”, begreep Marcus. Hij keek naar het wapen, toen naar haar gezicht. Tranen liepen over haar wangen. “Zelfverdediging, natuurlijk”, zei Marcus. “Hendricks zei dat als ik dit niet deed, hij ons allebei zou doden. Het spijt me. Hij houdt niet van losse eindjes.” Het schot echode door het kleine appartement. De jonge man zat rechtop in de kunstleren stoel, zijn handen rustig op zijn knieën. Zijn naam was David, een uit de kluiten gewassen vent, 23 pas. Tegenover hem zat een man achter zijn metalen bureau, zijn vingers gevouwen alsof hij in gebed was. “Dit is geen leuke baan,” zei de man zonder omhaal. Zijn stem was vlak, emotieloos. “Het betaalt goed, maar het is zwaar. Andere mensen dwingen te betalen, de dingen die je moet doen als ze niet betalen…” Hij pauzeerde, keek de man recht aan. “Niet iedereen kan het aan.” De jonge man knikte gretig. Hij had de advertentie gezien: ‘Incasso-specialist gezocht. Goede beloning. Discretie vereist.’ Hij had ook de nieuwsberichten gelezen over repo-mannen die te ver gingen, die te geweldadig waren. Hij zou het niet zo ver laten komen. Hij zou zijn emoties in toom houden. “Uw voorganger werd te emotioneel betrokken,” vervolgde de man, alsof hij Davids gedachten las. “Dat wordt je ondergang in dit vak. Je moet afstand bewaren, anders overleef je niet.” “Ik begrijp het,” zei de man. “Zaken zijn zaken. Dat moet je altijd onthouden”, glimlachte de man flauwtjes. “Ik ben Hendricks. Welkom bij het team.” EINDE
Drie maanden later liep Marcus door de regenachtige straten van Sector 7. Zijn tablet gloeide zwak in de avondschemering: dertig openstaande zaken, gerangschikt op urgentie. Zijn taser hing aan zijn riem. Duidelijk zichtbaar, mocht iemand eraan twijfelen: met hem viel niet te sollen.
Ze woonde in een vervallen huurkazerne in Sector 12. Marcus had het dossier bestudeerd tijdens de rit: Elena Vasquez, 28, geen familie geregistreerd, werk als serveerster. Haar financiële verleden liet zich kort samenvatten: weinig inkomsten, een grillig uitgavenpatroon en terugkerende liquiditeitsproblemen. Nu dreigden de schulden haar boven het hoofd te groeien. Of misschien moest hij zeggen: de schulden dreigden haar boven linker nier te groeien. De nier die ze had verpand en nu dreigde te verliezen.
Nog geen maand na die eerste keer kreeg Marcus een nieuwe opdracht van Hendricks: ‘hoogwaardige extracties’, zoals het heette. Niet meer de simpele incasso-gevallen, maar mensen die zo diep in de schulden zaten dat ze volledige organen moesten afstaan. En die daartoe moesten worden ‘overgehaald’.
Drie maanden later had Marcus twaalf extracties geregeld. Hij vertelde zichzelf dat hij alleen de intake en de doorverwijzing deed, maar hij wist wel degelijk wat er in die steriele kamers gebeurde. Hij leerde er niet aan te denken. Zaken zijn zaken, prevelde hij. Zaken zijn zaken.
Toen de politie hem ondervroeg, kon Marcus alleen zwijgen.
Die avond ging Marcus naar Elena. Hij had behoefte aan troost van iemand die in hem geloofde.
De kamer rook naar oud leer en olie. Op het nieuwsscherm speelde een verhaal over de “heldhaftige vrouw die een gewelddadige repo-man had gedood in zelfverdediging.” Elena’s foto vulde het scherm – jong, kwetsbaar, het ideale slachtoffer. De presentator noemde het “een triomf van moed over geweld in deze moeilijke economische tijden.”
Beelden: zelf gebakken met ChatGPT.
Logo voor de Science Fiction- en Thrillerreeks: zelf gebakken met ChatGPT.



