Zakendoen met Japan

Wie eind jaren tachtig met Japan zakendeed, was een landverrader. Want wát was Nederland bang voor Japan. Voor de toevloed van steeds betere, kleinere en goedkopere producten. Voor de handelsbarrière’s die het land van rijst en raffinement opwierp om de eigen markt af te schermen. Voor de Japanse bedrijven die hier neerstreken: strafkampen, waar je maar beter niet te werk kon worden gesteld.

Ik trok me niets van die anti-Japanstemming aan en heulde met de vijand. Ik gaf me toen uit voor marketing adviseur van Japanse bedrijven. Marketing, dat kan iedereen – dacht ik – en adviseur is geen beschermd beroep. En Japanners wisten natuurlijk niets van Nederland, dus die konden wel een adviesje gebruiken.

Het ene na het andere congres over zakendoen met Japan heb ik afgelopen. Daar leerde ik dat je het visitekaartje van een Japanner aandachtig moest bestuderen, wilde je hem niet beledigen. Ik vernam dat ik niet zo diep hoefde te buigen als Japanners doen: daarmee zou ik mezelf alleen maar belachelijk maken. En ik kreeg te horen dat ik in het gezelschap van Japanners niet te hard moest praten omdat ze dit onbeleefd vonden.

Maandenlang heb ik achter Japanse bedrijven aangejaagd. Zonder succes. “Die zijn ook niet gek”, luidde de diagnose van mijn toenmalige vriendin. Ik hield het erop dat mijn zakelijke succes uitbleef doordat ik de Japanse taal niet meester was. Dat werd tenslotte op elk congres als een handicap genoemd.

Dus zette ik me aan het Hiragana en Katakana, de twee belangrijkste tekenstelsels waar het Japans uit is opgebouwd. “Konnichiwa, Smisu-san.” Hoewel er zeker vierduizend lettertekens waren, zette volharde ik in mijn pogingen om de ‘taal van de duivel’ te bedwingen. Tot het gelukkig niet meer hoefde. De Japanse economie klapte in, en mijn vijver met potentiële klanten droogde op. Ik kon Russisch gaan leren.

Nu lijkt de Japanse economie voorzichtig aan een nieuwe groeiperiode begonnen. Daarmee ontstaan opnieuw kansen voor bedrijven die zaken willen doen met Japan. Ik laat mijn beurt voorbij gaan. Al wil ik best eens spreken op een congres of seminar. De lessen van toen heb ik nog allemaal paraat.

Column voor Freeler

Deel:

Geef een reactie