Sollicitatiegesprek (Les in succes deel 3)

Sollicitatiegesprek (Les in succes deel 3)

En als ze je dan ten slotte vragen ‘hoe je jezelf over vijf jaar ziet’, dan zeg je –

(Terwijl je volkomen terecht denkt: wat een onzinvraag. Vijf jaar geleden had ik niet kunnen bevroeden dat ik hier te midden van dit stelletje ja-knikkers en nee-doeners en hielenlikkers zou zitten.

De invloed die we hebben op ons eigen leven is beperkt, wat we doen, wie we zijn, wat we denken en voelen – het is grotendeels afhankelijk van factoren buiten onszelf. Natuurlijk kunnen we invloed uitoefenen op ons eigen leven – stel je voor, ik had vandaag ook in bed kunnen blijven – maar die invloed is beperkt.

Wie daar anders over denkt, is dom, dor, duf, fantasieloos: hij is kennelijk blind voor de enorme variatie aan levens die hij zou kunnen leiden. Virtuele levens, die hij nog voordat ze zijn begonnen de nek omdraait – kan het kortzichtiger?

Wie in alle ernst denkt dat hij ook maar iets zinnigs kan zeggen over ‘waar hij over vijf jaar is’ – pardon, in sollictiatiejargon: wie in alle ernst denkt dat hij ook maar iets zinnigs kan zeggen over ‘hoe hij zichzelf over vijf jaar ziet’- lijdt aan zelfoverschatting. Hij gelooft kennelijk dat hij al die omgevingsvariabelen wel even kan wegvlakken, dat alles wat buiten zijn macht ligt er kennelijk niet toe doet – de komende terreuraanslagen niet, de volgende economische crisis niet, de voortgang van de wetenschap niet, de technologische niet – kan het hovaardiger?, kan het arroganter?)

– met een minzaam glimlachje –

(Waaruit moet blijken dat je niet alleen een strateeg met een kanon van een langetermijnvisie bent, maar ook één en al ambitie. Voorzover dat niet al bleek uit je voorgebakken antwoord op de vorige vraag, ‘Wat zijn je slechte eigenschappen?’: “Ik ben wil soms te veel, ben soms iets te ongeduldig.”)

– tegen het hoofd van de sollicitatiecommissie: “Over vijf jaar? Dan zit ik in uw stoel.”

Deel:

Geef een reactie