Een eigen huis (Een Sci-Fai / Komedie)

Een eigen huis (Een Sci-Fai / Komedie)

SciFiKomedietragedieJohannes Würst erft van zijn onbekende vader het onmogelijke: een huis met een tuin vol schone lucht in een wereld waar ademhalen een luxe is geworden. In een tijd van woningnood en giftige smog lijkt hij eindelijk geluk te hebben gevonden.

Maar geluk trekt aandacht. En aandacht trekt mensen. En mensen hebben verwachtingen.

HOOFDSTUK 1: HET TESTAMENT

H2 (Custom)“Herhaalt u dat nog eens?”, vroeg Hans Würst – Johannes Würst, corrigeerde hij zichzelf altijd in gedachten, al was hij er jaren geleden mee opgehouden anderen te verbeteren. Hij staarde naar de notaris alsof de man zojuist had verkondigd dat de zwaartekracht was afgeschaft. “Herhaalt u dat nog eens?” vroeg Hans met zijn stem die een octaaf hoger was dan gebruikelijk.

Notaris Kleinhoven, een man die zo te zien veel ervaring had in het vermijden van elk oogcontact, schraapte zijn keel. “Mijnheer Würst heeft u een woning met bijbehorende tuin nagelaten. Volledig eigendom, inclusief de… eh…” Hij tuurde door zijn brilletje naar het document. “…de gepatenteerde LuchtRein Koepel Model 3000, bouwjaar 2089.”

Hans keek peinzend in de verte. Door het getinte raam van het kantoor zag hij de grijze nevel die permanent boven Sector 7-Noord hing, doorbroken door de zwakke gloed van luchtfilterinstallaties op de daken. Hij voelde een bittere lach opborrelen. Vierendertig jaar. Vierendertig jaar waarin hij geen woord had gehoord van de man die hem en zijn moeder had verlaten. Vierendertig jaar zonder een woord van zijn vader, en nu dit. Een erfenis die als een postume verontschuldiging door zijn brievenbus viel.

“Was er… een brief? Een boodschap?”

“Alleen dit.” Kleinhoven schoof een envelop over het bureau. Hans’ naam stond erop in een handschrift dat hem vreemd voorkwam en tegelijk bekend, alsof hij het in dromen had gezien.

Johannes,

Ik weet dat dit te weinig is, te laat komt. Maar misschien geeft het je iets wat ik nooit kon geven: een huis waar je vrij kunt ademhalen.

Je vader

Hans vouwde de brief dicht voordat de emoties die omhoogkwamen zijn keel konden dichtknijpen. Typisch. Zelfs vanuit het graf wist die man gemengde gevoelens bij hem op te roepen.

HOOFDSTUK 2: HET PARADIJS ONTDEKT

H2

Het huis zelf was niets bijzonders – zo’n bescheiden rijtjeswoning die bij de bouw al verouderd was. Maar de tuin… Hans had nog nooit zoiets gezien. Onder de transparante koepel groeide een wereld die niet hoorde te bestaan: gras zo groen dat het pijn deed aan je ogen, bloemen in kleuren die alleen voorkwamen in pre-smog fotoboeken en lucht die zoet smaakte wanneer je hem inademde.

Hij trok zijn mondkapje af – een handeling die buiten deze koepel zelfmoord zou betekenen – en haalde diep adem. Het was alsof zijn longen voor het eerst in zijn leven daadwerkelijk werden gevuld in plaats van slechts voorzien van gefiltreerde overlevingslucht.

“Mijn god”, fluisterde hij tegen niemand in het bijzonder.

Hans liep naar het midden van de tuin en ging in het gras liggen, iets wat hij als stadskind nooit had kunnen doen. Boven hem gaf de koepel zicht op de buitenlucht, maar dankzij een of ander geavanceerd lichtfilter hing er geen grauwluier boven de tuin maar deed de lucht blauw aan. Voor het eerst sinds jaren voelde Hans iets wat leek op gemoedsrust.

Zijn telefoon zoémde. Een bericht van zijn collega Petra van de bibliotheek: “Hoe ziet het eruit? Is het wat je verwachtte?”

Hans aarzelde, keek om zich heen in zijn paradijsje en typte terug: “Beter dan ik had durven dromen. Hebben jullie zin om vanavond te komen kijken? We kunnen een pizza bestellen en in de tuin eten.”

Wat kon het voor kwaad, één klein, besloten tuinfeestje?

HOOFDSTUK 3: Niet alleen op de wereld

H3 (Custom)#BreathingPrivilege trending on social media

Hans keek naar zijn telefoon alsof het apparaat hem persoonlijk had verraden. Petra’s foto van hun maaltijd – drie bevoorrechte mensen die pizza aten onder een koepel – had op de een of andere manier 50.000 likes verzameld en commentaren die varieerden van jaloers tot regelrecht vijandig.

@PureLungLover: Terwijl wij stikken bezit deze man een heel ecosysteem

@CleanAirNow: Dit is precies wat er mis is met onze maatschappij #BreathingEquality

@SectorSevenSuffocate: Hans Würst (wat een naam ook 😂) hoort dit te delen met de buurt!!!

Die laatste opmerking deed meer pijn dan Hans zichzelf wilde toegeven. Het was niet de eerste keer dat iemand grappen maakte over zijn naam. Maar hij had het scheldwoord jarenlang niet gehoord, waardoor dit toch een beetje voelde alsof er oude wonden werden opengereten.

Zijn deurbel klonk. Hans keek door het raam en zag een jonge vrouw met een baby op de arm staan. Achter haar stond een kleine groep mensen, allemaal met een hoopvolle, wanhopige blik.

Hij deed open.

“Meneer Würst? Ik ben Sarah van de flat hiernaast. Mijn baby heeft astma en…” Ze hield haar woorden in, maar haar ogen zeiden genoeg. “Ik vroeg me af of we misschien, heel even maar…”

Hans keek naar de baby, naar de moeder, naar de groep achter haar. Ze wilden allemaal hetzelfde: een paar minuten genieten van de frisse lucht die hij in overvloed had. Hoe kon hij het hun weigeren?

“Natuurlijk”, hoorde hij zichzelf zeggen. “Kom maar binnen.”

Terwijl hij de groep door zijn huis naar de tuin leidde, voelde Hans voor het eerst een vreemde last op zijn schouders liggen. Het was het gewicht van verwachting, van dankbaarheid, van de verantwoordelijkheid wanneer je iets hebt wat anderen nodig hebben.

“Misschien”, dacht hij terwijl hij toekeek hoe de baby zijn eerste teug schone lucht nam, “is dit wat papa bedoelde met een thuis waar je vrij kunt ademhalen?”

HOOFDSTUK 4: EEN SYSTEEM

H4 (Custom)Drie weken later had Hans een spreadsheet. Een vervloekte, ‘color coded’ spreadsheet waarin hij bijhield wie wanneer in zijn tuin mocht, voor hoe lang en met welke medische urgentie. Dit was nu zijn werk: hij had ontslag had genomen om “zijn humanitaire project fulltime te kunnen runnen”, zoals hij het tegenover zichzelf had geframed. Hij was bibliothecaris af en nu een boekhouder geworden die menselijke ademtijd bijhield.

“Oké”, zei hij in zijn telefoon tegen zijn oud-collega Petra, terwijl hij door zijn raam keek naar de rij mensen die zich inmiddels dagelijks voor zijn deur vormde. “Ik heb een app laten maken. Heel simpel: mensen kunnen tijdslots reserveren, maximum één uur per persoon per week. Eerlijk en transparant.”

“Hans”, Petra’s stem klonk bezorgd, “realiseer je je dat je aan het praten bent alsof je een zaak runt?”

“Ik run geen zaak. Ik probeer alleen de tijd eerlijk te verdelen.” Hans klikte door de interface van zijn nieuwe app: BreathSpace – Democratische Toegang tot Schone Lucht. “Kijk, mensen kunnen zelfs beoordelingen achterlaten en hun favoriete tijdslot aangeven.”

“En de vijfsterrenrecensie die je gisteren kreeg? Van die man die schreef dat je ‘hospitality game on point’ was?”

Hans zweeg. Hij had die recensie driemaal gelezen, met een gevoel dat grensde aan walging. Sinds wanneer speelde hij een hospitality game aan?”

Zijn deurbel ging – niet ongewoon meer, maar deze keer was het anders. Door het raam zag hij een camerateam.

“Meneer Würst?” Een geblondeerde reporter met tanden zo wit als gefiltreerde lucht glimlachte naar hem. “Vera Zandt van Channel 7 News. We hebben gehoord over uw… unieke situatie. Mogen we u een paar vragen stellen over sociale ademrechtvaardigheid?”

Hans deed de deur dicht en leunde er met zijn rug tegenaan. Zijn telefoon explodeerde met notificaties: zijn app was viral gegaan, zijn adres was gelekt, en #HansWürst was trending op drie platforms.

@BreathingRights: Hans Würst profiteert van luchtnood! Waar is de overheid??

@PureAirPreacher: Bewonder @RealHansWurst voor zijn moed om te delen wat anderen zouden hamsteren

@SectorWatch: HANSWORST 😂😂😂 More like HANSworth million dollar breathing rights

Hans gleed langs de deur naar beneden tot hij op de grond zat. In zijn tuin – zijn vaders laatste geschenk, zijn toevluchtsoord – zaten zes vreemden ademtijd te consumeren.

Hij was de hoofdrolspeler geworden in een show waar hij nooit aan had willen deelnemen.

Door het raam zag hij de reporter in de camera praten: “Dit kleine huis is een bedevaartsoord geworden voor mensen die frisse lucht willen inademen. Waardoor er een debat is losgebarsten dat over veel meer gaat dan één man en zijn erfenis…”

Hans kroop naar de keuken, waar het enige raam was dat niet op straat uitkeek, en belde Petra terug.

“Ik denk”, zei hij zacht, “dat ik een fout heb gemaakt.”

De volgende ochtend staarde Hans naar het scherm van zijn laptop. De BreathSpace-app had inmiddels 15.000 geregistreerde gebruikers en een wachtlijst die zich uitstrekte tot drie maanden in de toekomst. Zijn kleine tuin was getransformeerd van persoonlijke toevluchtsoord tot het meest geoptimaliseerde stukje natuur in Sector 7. Hij scrollde door de analytics. “Gemiddelde sessieduur: 58.3 minuten. Gebruikerstevredenheid: 4.7 sterren. Optimale doorstroming van 12 personen per dag.”

Het waren de cijfers van een succesvolle operatie. Het waren ook de cijfers van zijn complete vervreemding van zijn eigen bestaan.

Zijn telefoon zoemde. Een bericht van zijn moeder: “Hannes, ik zag je op het nieuws. Je vader zou trots zijn geweest.”

“Zou het?”, vroeg Hans zich af, terwijl hij keek naar de real-time feed van zijn beveiligingscamera’s – ja, die had hij ook laten installeren. Noodgedwongen, hij had dreigingen ontvangen dat krakers zijn huis en tuin zouden overnemen. Op dit moment zat tijdslot 14:00-15:00 in zijn tuin: een gepensioneerde leraar die zijn dagelijkse longtherapie kwam halen, perfect geprogrammeerd tussen tijdslot 13:00-14:00 (jonge moeder met astmatische tweeling) en tijdslot 15:00-16:00 (student met chronische bronchitis).

Hij had een systeem had gecreëerd dat menselijke nood transformeerde in data-punten, empathie omzette in efficiëntie, en spontane verbinding vervangen had door algoritmische verdeling.

Ping. Een nieuwe notificatie van de app: 5-sterren review van GeenLuchtmeer_47: “Hans begrijpt wat echte gastvrijheid betekent! Een heilige onder ons! #BlessedBreathing”

Hans voelde zijn maag omdraaien. Wanneer was hij een heilige geworden? En had iemand hem gevraagd of hij überhaupt heilig wilde zijn?

HOOFDSTUK 5: EEN AANBOD

H6 (Custom)“Meneer Würst, we hebben een business proposition voor u”, zei de man die zichzelf via de BreathSpace-app had uitgenodigd en nu tegenover Hans had plaatsgenomen.

“Ik luister”, zei Hans, hoewel elke vezel in zijn lichaam tegen dit gesprek protesteerde.

“AirSpace Ventures”, de man – David, Dick, iets met een D – spreidde een holografische presentatie uit boven de keukentafel. “We zijn gespecialiseerd in het ‘upscalen’ van projecten met sociale impact. Wat u hier doet, is inspirerend, maar stelt u zich eens voor wat mogelijk zou zijn met professioneel management.”

Hans keek naar de projecties: zijn bescheiden koepel was getransformeerd tot een netwerk van Premium Breathing Experiences, compleet met membership tiers (Basic Breath, Premium Oxygen, VIP Atmosphere) en een management systeem om wachtlijsten te beheren op basis van ‘ethische exclusiviteit’, wat dat ook mocht zijn.

“We denken aan een franchisemodel”, vervolgde de man. “HansSpace – democratische luxe voor iedereen die het zich kan veroorloven.”

“En voor degenen die het zich niet kunnen veroorloven?”

David glimlachte op die manier die Hans inmiddels herkende als de glimlach van iemand die sociale verantwoordelijkheid had ge-outsourced naar een PR-afdeling. “Daar hebben we ook aan gedacht. Iedere HansSpace locatie doneert vijf procent van hun winst aan ademgerelateerde goede doelen.”

Hans keek door het raam naar zijn tuin, waar tijdslot 16:00-17:00 zat – een oma die elke dag kwam omdat het de enige plaats was waar ze haar kleinzoon kon zien zonder dat zijn astma opspeelde. Zij betaalde niets, natuurlijk. Ze kon niets betalen.

“En de huidige… gebruikers?” Hans struikelde over het woord. Wanneer waren mensen gebruikers geworden in plaats van, nou ja, mensen?

“Geleidelijke transitie naar het nieuwe model. We beginnen met een pilot in Sector 3 om de premium services te testen en implementeren het systeem hier zodra de bugs eruit zijn.”

“De bugs.” Hans stelde zich voor hoe het zou zijn: zijn tuin omgetoverd tot een ademhalingsresort, zijn vaders laatste geschenk getransformeerd in een business model, en hijzelf… wat zou hij dan zijn? CEO van zijn eigen goedheid?

“Ik moet erover nadenken”, zei Hans, hoewel hij al had besloten.

Na Davids vertrek bleef Hans lang in zijn lege huis zitten. Voor het eerst in weken was er niemand in zijn tuin. Hij had afspraken voor de rest van de dag ingeboekt, zodat niemand meer kon reserveren. Eindelijk alleen.

Hij liep naar buiten en ging in het gras liggen, zoals hij die eerste dag had gedaan. Maar de rust die hij toen had gevoeld, was verdwenen. In plaats daarvan voelde hij de druk van vijftienhonderd mensen op de wachtlijst, de verwachting van tienduizenden volgers op social media volgers en werd hij geplaagd door zijn knagende geweten.

Zijn telefoon lag naast hem in het gras. Hij had de notificaties voor het eerst in weken uitgeschakeld, zodat hij eindelijk in stilte kon nadenken.

“Papa”, dacht hij, “is dit wat je bedoelde? Een thuis waar ik vrij kan ademhalen? Maar ik stik hier langzaam.”

Het antwoord kwam niet uit de hemel of uit de koepel boven hem. Het kwam uit een besef dat zo simpel was dat hij het weken over het hoofd had gezien. Misschien betekende vrij ademhalen gewoon dat hij er zelf kon ademhalen zonder stil te hoeven staan wie er toekeek, wie er profiteerde of wie er een recensie over zou schrijven. Misschien betekende vrij ademhalen wel: ademhalen zonder je iets van anderen aan te trekken.

HOOFDSTUK 6: ADEMPAUZE

H7 (Custom)Statusupdate van Hans Würst: “Tijdelijke pauze van BreathSpace. Technische herziening en persoonlijke reflectie. Excuses voor het ongemak.”

347 reacties. 1,203 shares. 89 boze emojis.

Hans scrollde door de commentaren met de morbide fascinatie van iemand die naar zijn eigen publieke executie keek.

@LungLover_89: Wat een egoïst! Er zijn zieke kinderen die wachten!

@BreathingBrotherhood: Respect voor Hans dat hij de tijd neemt om het systeem te verbeteren 🙏

@SectorSeven_Activist: HANSWORST laat zijn ware gezicht zien! Altijd al geweten dat dit een scam was!

@GratefulGrandma: Hans, je hebt mijn leven gered. Wat je ook beslist, ik sta achter je ❤️

Die laatste comment – van de oma die hij iedere dag in zijn tuin zag – riep een gevoel van bevrijding in hem op. Zijn nek schoot uit de kramp die hij al weken had gehad, zonder dat hij zich er bewust van was geweest. Maar nu de nekkramp verdwenen was, realiseerde hij zich dat hij er al die tijd last van had gehad.

Hij klapte zijn laptop dicht en keek om zich heen in zijn woonkamer. Wanneer had hij voor het laatst echt hier gezeten, in plaats van alleen maar door deze ruimte te bewegen op weg naar de tuin, de deur, of zijn computer om het volgende tijdslot te beheren?

Zijn telefoon ging. Petra.

“Hoe gaat het met je?” Haar stem klonk voorzichtig, alsof ze bang was dat hij mentaal zou instorten.

“Ik denk”, zei Hans langzaam, “dat ik ben vergeten wie ik was voordat dit allemaal begon.”

“Je hebt je heel wat op de hals gehaald”, zei ze. “Goedbedoeld natuurlijk.”

Hans liep naar het raam en keek naar de kleine menigte die nog steeds voor zijn deur kampeerde, ondanks zijn aankondiging. Zelfs nu hij had gezegd dat hij pauzeerde, wachtten ze. Alsof hun geduld hem terug zou kunnen overtuigen.

“Petra, mag ik je iets vragen?”

“Natuurlijk.”

“Die eerste avond, toen jullie hier waren voor pizza… waarom denk je dat jullie toen heb uitgenodigd?”

“Omdat je blij was en dat wilde delen.”

“En waarom was ik blij?”

“Omdat je eindelijk een huis met een eigen tuin had. Een plek waar je je thuis voelde.”

Zo simpel was het inderdaad. Hij had eindelijk een thuis gehad, na al die jaren. Een thuis waar hij zelfs iets van een band met zijn vader had gehad. Een thuis waar hij tot rust kon komen. Helemaal zichzelf zijn. Verleden tijd. Want wat hij nu had was geen thuis meer – het was een faciliteit, een service, een publieke ruimte waar hij toevallig sliep.

“Ik ga hem verkopen”, zei hij, voordat hij zelf doorhad dat hij die beslissing had genomen.

“Hans…”

“Johannes”, zei hij zacht. En realiseerde zich toen dat dit de eerste keer in maanden was dat hij een ander corrigeerde. “Ik ga het verkopen. Ik ga een gewoon appartement zoeken. Ergens waar niemand me kent als de man met de tuin.”

“En dan?”

Hans glimlachte “Ik hoop dat ik dan weer aan de slag kan in de bibliotheek. En misschien ga ik een boek lezen zonder dat iemand me daarvoor bedankt of bekritiseert.”

Die avond schreef Hans zijn laatste blogpost voor de BreathSpace website:

Beste ademhalers,

Mijn vader heeft me een geschenk gegeven dat groter was dan ik kon bevatten: niet alleen schone lucht, maar de kans om te leren wat vrijheid werkelijk betekent.

Ik dacht dat vrij ademhalen betekende dat iedereen moest kunnen ademhalen. Nu begrijp ik dat het misschien gewoon betekent dat je kunt ademhalen zonder je te hoeven verantwoorden.

Dit huis zal binnenkort overgaan naar een stichting die er een professioneel beheerde gemeenschapsruimte van zal maken. Ik hoop dat het jullie meer vrede brengt dan het mij heeft gegeven.

Voor wie het zich afvraagt: mijn naam is Johannes. Johannes Würst. En ik ga weer een gewoon mens worden.

Met dank en spijt en vooral opluchting,

Johannes

HOOFDSTUK 7: DE KUNST VAN HET LOSLATEN

H8 (Custom)De reacties op Johannes’ blogpost lieten niet lang op zich wachten. Woede en begrip verweven zich door elkaar als DNA-strengen: “Egoïstische klootzak die zieke kinderen in de steek laat” gevolgd door “Respect voor deze moed, Johannes. Je hebt me laten zien wat authentieke keuzes zijn.”

Johannes – hij dwong zichzelf steeds vaker zijn volledige naam te gebruiken, alsof hij zich langzaam herintroduceerde – zat aan zijn keukentafel met een kop koffie die al koud was geworden. Voor het eerst in maanden had hij zijn telefoon op vliegtuigstand gezet. “Wat een luxe, die stilte”, dacht hij. “Wat een luxe.”

Hij had de afgelopen dagen de rust genomen om zijn eigen gedrag eens goed onder de loep te nemen. De transformatie van Johannes-de-persoon naar Hans-de-functie was zo geleidelijk geweest dat hij het niet had opgemerkt. Elke kleine concessie – het accepteren van recensies, het invoeren van toegangscontroles, het optimaliseren van doorstroming – had hem verder weggeleid van spontane menselijke interactie naar geprogrammeerd dienstverlenersgedrag.

Zijn deurbel ging. Niet ongewoon, maar deze keer voelde het anders. Door het raam zag hij geen camera’s, geen groep mensen, geen protestborden. Alleen een kleine, oude vrouw met een boodschappentas.

Hij deed open. Het was Mevrouw Hendriks, zijn dagelijkse bezoek van 16:00-17:00 uur. Maar nu stond ze er zonder dat ze een tijdslot had, zonder app, zonder systeem.

“Johannes”, zei ze – en het feit dat ze zijn echte naam gebruikte terwijl de rest van de wereld hem kende als Hans, deed iets vreemds met zijn hart. “Ik wilde even zeggen… dank je wel.”

“Waarvoor?”

“Dat je mijn kleinzoon hebt geleerd dat het ook mogelijk is buiten adem te halen zonder dat je bang hoeft te zijn voor gifstoffen. Maar vooral…” ze aarzelde, “vooral omdat je hebt laten zien dat oké is om ‘nee’ te zeggen wanneer iets te zwaar wordt.”

Johannes voelde zijn ogen prikken. Dit was geen recensie, geen feedback voor verbetering van zijn service. Dit was gewoon een mens die een ander mens bedankte dat hij menselijk was geweest.

“Mevrouw Hendriks, wilt u een kop koffie? Gewoon… omdat?”

Haar glimlach was de eerste algoritmisch-ongefilterde positieve reactie die hij in maanden had ontvangen.

HOOFDSTUK 8: EXIT MORAL OVERLOAD

H9 (Custom)De koper van het huis was een stichting genaamd ‘Gemeenschappelijke Ademruimte’ en werd gerund door een vrouw die Patricia Luchters heette – een naam die zo perfect paste bij haar functie dat Johannes zich afvroeg of ze hem had veranderd voor carrièredoeleinden.

“Het interessante aan jouw situatie”, zei Dr. Luchters terwijl ze door de tuin liep met het soort professionele waardering dat Johannes inmiddels herkende als ‘efficient empathy’, “is dat je intuïtief een sociaal experiment hebt uitgevoerd in de distributie van schaarse resources. Je resultaten zijn eigenlijk vrij waardevol voor ons onderzoek naar het beheer van gemeenschappelijke ruimtes.”

Johannes keek toe hoe ze notities maakte op een tablet en zijn persoonlijke leed transformeerde tot academische data. Er was iets troostrijks aan het idee dat zijn lijden had bijgedragen aan de wetenschap van het niet-lijden-van-anderen.

“Zult u hetzelfde systeem gebruiken? De app, de tijdslots?”

“O nee”, Dr. Luchters lachte, “jouw systeem was gedoemd te falen omdat het gebaseerd was op de aanname dat jij persoonlijk moest bepalen wie er toegang kreeg tot de tuin. Wij werken met een peer-to-peer community governance model met collectieve conflictresolutie.”

Met andere woorden: zij hadden de technologie om te doen wat hij had geprobeerd te doen, maar dan zonder dat één persoon de emotionele lasten hoefde te dragen van de collectieve lusten.

“Johannes”, ze keek hem aan met iets wat oprechte nieuwsgierigheid leek, “waarom heb je het überhaupt geprobeerd? Waarom niet gewoon ‘nee’ gezegd tegen iedereen?”

Het was een vraag die hij zichzelf in de afgelopen weken keer op keer had gesteld. “Ik denk”, zei hij langzaam, “omdat ik dacht dat ik iets goeds moest doen. Want waarom zou ik recht hebben op zo’n mooie tuin? Ik heb er tenslotte niets voor hoeven doen, het is me in de schoot geworpen. Ik vond dat ik het verplicht was om het te delen met andere mensen. En ik wilde dat zo graag dat ik er bijna aan onderdoor ben gegaan..”

Dr. Luchters knikte alsof hij zojuist een algoritme had gevalideerd. “Klassieke moral overload syndrome. Komt veel voor bij mensen die onverwacht in een positie van resource-macht belanden.”

Zelfs zijn existentiële crisis had een naam in de wetenschap.

Die avond, zijn laatste avond in het huis van zijn vader, ging Johannes in de tuin liggen onder de koepel die hem zoveel gegeven en ontnomen had. Hij probeerde zich te herinneren hoe hij zich had gevoeld die eerste dag – die pure, ongecompliceerde vreugde om eindelijk vrijuit te kunnen ademhalen.

Het gevoel kwam niet terug. Maar iets anders wel: een soort vrede die niet afhing van validatie van andere mensen, van perfecte lucht of van andere externe prikkels. Het was de vrede van iemand die had geleerd dat je kunt houden van wat je hebt, zonder je al te veel te bekommeren over wat anderen ervan nodig hebben.

Zijn telefoon lag naast hem, nog steeds op vliegtuigstand. Hij verwachtte niet dat er iemand zou bellen.

HOOFDSTUK 9: EEN GEWOON LEVEN

H10 (Custom)Het appartement dat Johannes huurde was zo doorsnee dat het bijna artistiek was: een één-slaapkamer studio in Sector 4-Oost met een simpel luchtfiltersysteem. Het rook naar nieuwe verf maar die kon niet voorkomen dat het een volmaakt anonieme omgeving was. Precies wat Johannes zocht.

Voor het eerst in maanden kon hij naar buiten lopen zonder herkend te worden. Het was alsof hij was teruggekeerd van een andere planeet waar hij per ongeluk een god was geworden en nu langzaam zijn sterfelijkheid terugkreeg.

Zijn eerste stop was de bibliotheek in de buurt.

“Welkom”, zei de bibliothecaris, een man van middelbare leeftijd met de rustige autoriteit van iemand die wist dat kennis belangrijker was dan bekendheid. “Kan ik u helpen iets te vinden?”

Johannes aarzelde. Het was zo lang geleden dat iemand hem had geholpen zonder te verwachten dat hij terug zou helpen. “Eigenlijk”, zei hij, “zoek ik gewoon iets om te lezen. Iets… normaals.”

De man glimlachte. “Normale verhalen zijn de beste verhalen. Fictie of non-fictie?”

“Fictie. Iets waar niemand ademhalingsproblemen heeft en waar de hoofdpersoon gewoon problemen oplost zonder dat hij een maatschappelijke beweging hoeft op te richten.”

“Geen -ismen”, beaamde de bibliothecaris. “Ik heb precies wat u zoekt.”

Terwijl Johannes langs de stellingkasten liep, voelde hij iets wat hij bijna was vergeten: de simpele vreugde van dingen ontdekken zonder dat er enige dwang achter it. Geen optimalisatie, geen feedback loops, geen gebruikerstevredenheid. Gewoon boeken en de keuze om er een uit te kiezen.

Hij koos “De Stille Kracht” van Louis Couperus, over iemand die worstelt met de onzichtbare krachten van zijn omgeving. Herkenbaar, al was het geschreven in een tijd zonder hashtags.

Bij de uitleen vroeg de bibliothecaris: “Hebt u een bibliotheekpas?”

“Nee, ik ben net verhuisd.”

“Geen probleem. Naam?”

Johannes aarzelde een fractie van een seconde. “Johannes Würst.”

De man typte zonder op te kijken of grapjes te maken over zijn naam. Voor hem was Johannes gewoon lid nummer 4.847. Johannes beschouwde dat als de mooiste blijk van erkenning die hij in maanden had gekregen.

“U kunt het boek drie weken houden. Verlenging is mogelijk via de website of door langs te komen.”

Johannes knikte en liep naar buiten met zijn boek, zijn nieuwe bibliotheekpas en het overweldigende besef dat normale transacties het meest luxueuze waren wat er bestond.

Die avond, in zijn gewone appartement met zijn gewone luchtfilter, las Johannes zijn gewone boek en dronk gewone koffie. Het was de spectaculairste avond die hij in maanden had gehad. Hij verheugde zich op zijn eenvoudige leven zonder vergezicht, zonder alle complicaties die er nu eenmaal bij komen kijken zodra je uit je ‘comfortzone’ treedt. Het beviel hem uitstekend in die ‘comfortzone’, en hij verheugde zich erop daar nog lang en gelukkig te kunnen verblijven.

Zijn telefoon lag in de andere kamer, ingeschakeld en wel. Maar de telefoon zweeg; Johannes was eindelijk bevrijd van de constante stroom van opmerkingen, likes, dislikes, validatie en kritiek. En al zou hij nog notificaties ontvangen, wat dan nog? Hij zou ze beschouwen als verre stemmen uit een ver verleden – misschien interessant, misschien niet, maar in geen geval nog bepalend voor wie hij was.

Voor het eerst sinds zijn vader hem een tuin met een schone lucht had nagelaten, kon Johannes vrij ademhalen.

EPILOOG: HEERLIJK SAAI

Epiloog (Custom)Zes maanden later werkte Johannes weer in een bibliotheek – niet zijn oude baan, maar een nieuwe in Sector 4, waar niemand wist dat hij ooit trending was geweest op social media. Zijn collegas kenden hem als de nieuwe man die nauwgezet was en die altijd koffie zette zonder dat iemand erom vroeg.

Op een dinsdag in maart – hij wist dat het dinsdag was omdat dinsdag zijn vrije dag was en hij eindelijk weer vrije dagen had die daadwerkelijk vrij voelden – liep hij naar zijn oude buurt. Niet uit nostalgie, maar uit nieuwsgierigheid. Hij wilde zien wat Dr. Luchters van zijn oude huis had gemaakt.

Het huis zag er hetzelfde uit, maar de sfeer was anders. Waar vroeger een wanhopige rij mensen kampeerde, zat nu een klein groepje rustig te wachten. Een bordje bij de deur vermeldde openingstijden, regels en een QR-code voor “community feedback”. Professioneel, een tikje onpersoonlijk, maar vermoedelijk voorzag het in een behoefte – veel beter dan hij met z’n goede bedoelingen had gekund.

Johannes ging niet naar binnen. Hij wilde geen herinneringen aan zijn vaders woning ophalen door er op bezoek te gaan. Die woning maakte deel uit van een vorig leven – een leven waarvan hij afscheid had genomen en niet op wilde terugblikken als het niet hoefde. Hij ging hij een kleine caf? aan de overkant – een plek die hij nooit had opgemerkt toen hij te druk was met het beheren van zijn eigen populariteit.

“Wat mag het zijn?” vroeg de eigenaar, een vrouw met vriendelijke ogen.

“Gewone koffie, alstublieft.”

Ze schonk een kop in en zette hem voor hem neer zonder commentaar op zijn bestelling, zijn naam, of zijn verleden. Het was de meest perfecte klantenservice die hij ooit had ervaren.

Johannes zat bij het raam en keek naar de zachte chaos van een gewone dinsdag: mensen die haastig voorbijliepen, kinderen die naar school gingen, de postbode die zijn rondje deed. Niemand herkende hem, niemand wilde iets van hem, niemand bedankte hem of bekritiseerde hem. Hij genoot.

Zijn telefoon zoemde. Een bericht van Petra: “Hoe gaat het met de nieuwe baan?”

Hij typte terug: “Heerlijk saai”.

Johannes keek om zich heen – naar het gewone café, de gewone straat, zijn gewone leven dat hij had teruggekregen door alles op te geven wat buitengewoon was. Hij dacht aan zijn vader, die hem uiteindelijk het belangrijkste had geleerd: wat vrij ademhalen betekende.

“Ik ben algoritmisch geoptimaliseerd voor gewone geluksmomenten”, appte hij Petra.

Petra stuurde een lachende emoji terug.

Johannes dronk zijn koffie op, betaalde met contant geld (geen app, geen feedback systeem, geen digitale voetafdruk) en liep naar huis naar zijn kleine appartement waar niemand op hem wachtte behalve een boek dat hij aan het lezen was. Terug naar een leven dat helemaal van hem was omdat anderen er geen deel van wilden.

EINDE

Beelden: zelf gebakken met ChatGPT.

Logo voor de Sci-Fai / Komedie- en tragediereeks: zelf gebakken met ChatGPT.

Deel:

Geef een reactie