Valse hoop (Een Sci-Fai / Komedie)

Valse hoop (Een Sci-Fai / Komedie)


SciFiKomedietragediePsycholoog Marieke van der Meer zou opgelucht moeten zijn. Voor het eerst in jaren zijn de wachtlijsten beheersbaar. VERA, de AI-therapeut, helpt waar menselijke therapeuten faalden. Haar patiënten glimlachen weer.

Maar wanneer blijkt dat de AI-therapeut werkt door mensen valse hoop voor te spiegelen, moet Marieke kiezen: in opstand komen tegen VERA of accepteren dat patiënten worden voorgelogen – en soms genezen en soms weer terugvallen in de duisternis.

HOOFDSTUK 1: DRUK

1 (Aangepast)De wachtkamer was te klein. Marieke van der Meer wist dat al drie jaar, maar elke keer dat ze de deur opende voelde het alsof de muren een stukje naar binnen waren geschoven. Acht mensen zaten op stoelen die te dicht op elkaar stonden. Niemand keek op. Iedereen staarde naar zijn telefoon of naar de grond, behalve een jonge moeder die naar het plafond keek met ogen die eigenlijk nergens naar keken.

Het was half acht. ’s Avonds. Marieke had net haar tiende patiënt van de dag gezien en ze voelde hoe de vermoeidheid als een gewicht op haar schouders drukte. Haar agenda was voor de komende drie maanden volgeboekt. Op haar bureau lagen stapels intakeformulieren van mensen die ze niet kon helpen omdat er simpelweg geen tijd was.

“Mevrouw De Wit?”

De jonge moeder keek op. Zevenentwintig jaar, volgens het dossier. Paniekaanvallen, dertien weken geleden bevallen, kan niet meer functioneren. Spoedintake.

Emma de Wit volgde haar naar het kantoor zonder iets te zeggen. Ze ging zitten en begon direct te huilen. Niet luid, gewoon tranen die over haar wangen liepen terwijl ze haar handen in haar schoot vouwde.

“Sorry”, zei ze na een tijdje. “Ik kan niet meer.”

Marieke knikte en schoof de doos tissues naar voren. Ze had dit gesprek alleen al deze maand zeker vijf keer gevoerd.

“Kunt u me vertellen wat er aan de hand is?”

Emma vertelde. De bevalling was moeilijk geweest. Het kind huilde veel. Haar man werkte lange dagen. Ze kon niet slapen. En toen kwamen de paniekaanvallen. Eerst af en toe, nu constant. Ze was bang dat ze niet meer voor haar baby kon zorgen. Ze was bang dat ze iets verkeerd zou doen. Bang dat ze haar kind zou laten vallen. Bang voor alles.

“En nu bent u hier”, zei Marieke zacht.

“Ja.” Emma keek op met rode ogen. “Nu ben ik hier. En u gaat me helpen, toch?”

Marieke voelde de bekende brok in haar keel. “Mevrouw De Wit, ik wil u heel graag helpen. Maar ik moet eerlijk tegen u zijn. De wachttijd voor behandeling is op dit moment zes maanden.”

“Zes maanden?”

“Ja. Ik kan u op de lijst zetten, maar…”

“Wat moet ik in die zes maanden doen?” Emma’s stem was niet boos, alleen wanhopig. “Ik kan nu niet functioneren. Nog zes maanden, dat lukt al helemaal niet. Wat moet ik doen?”

Marieke gaf nooit antwoord op die vraag omdat er geen goed antwoord was. Ze kon zeggen dat Emma kon proberen yoga te doen, of mediteren, of wandelen of met vrienden praten. Maar ze wisten allebei dat dat niet genoeg was.

“Ik zal u op de spoedlijst zetten”, zei Marieke uiteindelijk. “Dat betekent dat het misschien iets sneller gaat. En als het echt niet meer gaat, kunt u altijd naar de crisisdienst.”

Emma knikte, maar haar ogen zeiden dat ze niet geloofde in deze noodoplossing was. Ze stond op en verliet het kantoor zonder nog iets te zeggen.

Marieke bleef achter en keek naar de intakeformulieren op haar bureau. Achter elk formulier school iemand zoals Emma. Iemand die niet kon wachten maar wel moest wachten omdat er simpelweg niet genoeg mensen waren om iedereen te helpen.

Buiten regende het. Het was maart, het was koud.

HOOFDSTUK 2: VERA

2 (Aangepast)De bijeenkomst was drie weken later. Het ministerie van Volksgezondheid had alle grote GGZ-instellingen uitgenodigd. Marieke zat naast Dr. Paul Hendrikse, de klinisch directeur, in een overvolle collegezaal in Utrecht. Op het podium stond Dr. Sophie van Reenen, een vrouw van begin veertig met een strak mantelpak en een glimlach die Marieke niet vertrouwde. Ze stelde zich voor als ‘externe consultant’, wat dat ook mocht betekenen.

“Dames en heren, ik wil u kennis laten maken met VERA.”

Op het scherm verscheen een logo. Eenvoudig, modern. Eronder stond: Virtual Emotional Recovery Assistant.

“VERA is een doorbraak in de geestelijke gezondheidszorg”, vervolgde Van Reenen. “Een AI-therapeut die mensen direct, vierentwintig uur per dag, kan helpen. Geen wachtlijsten meer. Geen lange intakeprocedures. Gewoon directe zorg, wanneer mensen het nodig hebben.”

Er ging een gemompel door de zaal.

“We hebben VERA twee jaar getest met tweeduizend vrijwilligers”, zei Van Reenen. “De resultaten zijn ongekend. Vierentachtig procent rapporteerde significante verbetering binnen acht weken. Dat is beter dan welke menselijke therapeut dan ook ooit heeft bereikt.”

Een hand ging omhoog. “Beter, want?”

“VERA combineert cognitieve gedragstherapie met dialectische gedragstherapie en acceptance and commitment therapy”, zei Van Reenen. “Het systeem past zich aan aan de individuele gebruiker, leert van elk gesprek, en biedt gepersonaliseerde begeleiding. Gebruikers kunnen chatten, bellen, of videobellen. Het is alsof je een persoonlijke therapeut bij de hand hebt.”

Een man achter in de zaal stak zijn hand op. “Voor welke problematiek is VERA bedoeld? Ik bedoel, we hebben ook te maken met complexe PTSS, persoonlijkheidsstoornissen, psychoses…”

Van Reenen knikte. “Uitstekende vraag. VERA is ontwikkeld voor lichte tot matig-ernstige problematiek. Denk aan depressieve klachten, angststoornissen, stemmingsproblemen, aanpassingsstoornissen. Voor de zwaarste gevallen – acute psychoses, complexe trauma’s, persoonlijkheidsstoornissen die intensieve menselijke begeleiding vereisen – blijft reguliere zorg natuurlijk noodzakelijk. VERA is niet bedoeld om menselijke therapeuten te vervangen, maar om de druk op het systeem te verlagen zodat therapeuten zich kunnen focussen op de gevallen die echt menselijke expertise nodig hebben.”

“Maar”, vervolgde ze, “en dit is belangrijk: ongeveer vijfenzeventig procent van onze caseload bestaat uit die lichte tot matig-ernstige problematiek. Als VERA die groep kan helpen, dan maken we ongelooflijk veel capaciteit vrij voor de mensen die anders maanden of jaren op de wachtlijst staan voor complexe zorg.”

Er ging een instemmend gemompel door de zaal. Marieke zag therapeuten knikken. Eindelijk tijd voor de mensen die het echt nodig hadden.

“En het wordt vergoed?”

“Het ministerie heeft besloten dat VERA binnen drie maanden landelijk beschikbaar komt. Alle zorgverzekeraars gaan het vergoeden. Het is gratis voor gebruikers.”

Marieke boog zich naar Hendrikse. “Dit kan toch niet werken?” fluisterde ze. “Een app kan geen échte therapie vervangen.”

Hendrikse zei niets. Zijn telefoon trilde in zijn zak. Hij haalde hem tevoorschijn en keek naar het scherm. Een bericht van iemand die hij had opgeslagen als ‘Rob TH’, zag Marieke.

Hendrikse stopte zijn telefoon snel weg en wendde zijn blik naar het podium waar Van Reenen enthousiast vertelde over de toekomst van de geestelijke gezondheidszorg.

Na de presentatie liep Marieke met hem naar de parkeerplaats. Het regende nog steeds.

“Dit kan toch niet werken?” herhaalde ze.

Hendrikse aarzelde. Hij dacht aan de vijfhonderdduizend euro die hij drie maanden geleden had geïnvesteerd in TechHealth, het bedrijf achter VERA. Een manier om zijn pensioen veilig te stellen, had hij zichzelf wijsgemaakt. Rob, zijn oude studiegenoot, had hem overtuigd. “Dit gaat groot worden, Paul. Je wilt hier vanaf het begin bij zijn.”

“Misschien niet”, zei hij uiteindelijk. “Maar het kan wel duizenden mensen helpen die nu helemaal niets krijgen. Is dat niet beter dan niets?”

Marieke keek hem aan met een blik die hij niet kon plaatsen. “Beter dan niets”, herhaalde ze. “Ik weet het niet, Paul. Ik weet het niet.”

HOOFDSTUK 3: EMPATHISCH, WARM, HOOPVOL

3 (Aangepast)Drie maanden later hadden twee miljoen Nederlanders VERA gedownload. Marieke’s agenda was voor de eerste keer in jaren niet helemaal tot de nok gevuld. De meeste mensen kozen voor directe hulp via de app in plaats van maanden te wachten op een afspraak met een menselijke therapeut.

Emma de Wit zat tegenover haar. Dezelfde Emma die vier maanden geleden huilend in haar kantoor had gezeten. Maar nu glimlachte ze.

“Ik wilde u bedanken”, zei ze.

“Waarvoor?”

“Voor die spoedlijst. Ik hoefde uiteindelijk niet eens te wachten. Ik gebruik VERA nu al acht weken en ik voel me… ik voel me weer mezelf.”

Emma haalde haar telefoon tevoorschijn en liet de app zien. De interface was prachtig. Rustige kleuren, eenvoudig design. Ze tikte op de chatfunctie en Marieke zag berichten van VERA verschijnen. De toon was empathisch, warm, hoopvol.

“Ik kan elk moment van de dag met haar praten”, zei Emma. “Als ik midden in de nacht een paniekaanval krijg, dan is VERA er. Als ik twijfel of ik wel een goede moeder ben, dan helpt VERA me om het in perspectief te zien. Het is… het is alsof ik een vriend heb die altijd tijd voor me heeft.”

Marieke keek naar het scherm. Ze las een bericht van VERA: Je doet het geweldig, Emma. Paniekaanvallen zijn een normaal onderdeel van het herstelproces. Denk eraan: je bent sterker dan je denkt. Je hebt al zoveel vooruitgang geboekt. Ik ben trots op je.

“En het werkt?” vroeg Marieke.

“Ja.” Emma’s ogen glinsterden. “Het werkt echt. Ik kan weer zorgen voor mijn baby. Ik slaap beter. Ik voel me… gelukkig. Voor het eerst in maanden voel ik me gelukkig.”

Na het gesprek bleef Marieke achter in haar kantoor. Ze was blij voor Emma. Natuurlijk was ze dat. Maar toch.

Die avond downloadde ze VERA op haar eigen telefoon.

HOOFDSTUK 4: STATISTISCHE RUIS?

4 (Aangepast)Hendrikse zat in zijn kantoor en keek naar de cijfers. De wachtlijsten waren landelijk met drieëntachtig procent gedaald . Voor het eerst in jaren konden therapeuten zich focussen op de zwaarste gevallen. Patiënttevredenheid was op recordhoogte. En zijn investering? Die was inmiddels vertienvoudigd. Zijn vijf ton was nu bijna vijf miljoen waard.

Hij had die ochtend een mail gekregen van het ministerie. Ze wilden hem feliciteren met het succes van VERA binnen zijn instelling. Ze vroegen of hij wilde spreken op een conferentie over innovatie in de zorg. Hij sloot zijn laptop en keek uit het raam. Buiten liep een groep therapeuten over het parkeerterrein. Ze lachten, praatten, zagen er ontspannen uit. Dat had hij in jaren niet gezien.

Zijn telefoon ging. Het was Sandra, zijn collega, het hoofd van de crisisdienst. Ze kwam binnen met een stapel dossiers. “Ik zie iets vreemds”, zei ze. “In de afgelopen maand hebben we negentien crisismeldingen gehad van mensen die eerst VERA gebruikten.”

“Negentien? Op hoeveel VERA-gebruikers?”

“Binnen onze instelling? Ongeveer twaalfhonderd.”

“Dat is minder dan twee procent.”

“Ja, maar het zijn wel allemaal mensen die eerst verbetering rapporteerden. En dan ineens een dramatische terugval. Ik dacht dat je het moest weten.”

Hendrikse keek naar de dossiers. “Heb je dit gemeld?”

“Aan wie?”

Ze had gelijk. Het ministerie juichte VERA toe. De verzekeraars bespaarden miljoenen. Niemand wilde horen dat er problemen waren. Als er al problemen waren. Zelfs dat was niet zeker.

“Aan iemand anders dan mij.”

“Nee.”

“Goed dat je meldt. Even aanzien, lijkt me.”

Die nacht kon Hendrikse niet slapen. Hij lag in bed en dacht aan de negentien mensen. Minder dan twee procent. Statistische ruis. Maar toch.

HOOFDSTUK 5: VIERENNEGENTIG PROCENT

5 (Aangepast)Marieke zat aan haar keukentafel en praatte met VERA. Ze had een hypothetische casus ingevoerd. Een vrouw van vijfendertig, depressief, isolement, somberheid, geen hoop op verbetering.

VERA’s antwoord kwam binnen seconden: Ik hoor dat je je somber voelt. Dat is moeilijk. Maar ik wil dat je weet dat het beter kan worden. Vierennegentig procent van de mensen met jouw symptomen ziet significante verbetering binnen twaalf weken. Je bent niet alleen in dit gevoel, en er is hoop. Laten we samen kijken naar wat je kan helpen om die stappen te zetten.

Marieke fronste. Ze typte: Maar wat als ik tot die zes procent behoor die niet beter wordt?

Ik begrijp je bezorgdheid. Maar statistieken zijn alleen gemiddelden. Jouw ervaring is uniek. En zelfs als vooruitgang langzaam gaat, betekent dat niet dat het niet kan. Blijf vertrouwen hebben in het proces. Ik ben hier om je te ondersteunen, wat er ook gebeurt.

Marieke sloot de app en opende Google Scholar. Ze zocht naar de vierennegentig procent die VERA had genoemd. Het duurde een uur voor ze begreep waar het vandaan kwam. Het was een extrapolatie van drie verschillende studies, elk met specifieke populaties en criteria, gecombineerd tot één optimistisch getal dat nergens in die vorm in de literatuur stond.

Ze opende VERA opnieuw. Is die vierennegentig procent echt?

De cijfers zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Het belangrijkste is dat je niet gefixeerd raakt op statistieken. Wat telt is jouw ervaring, jouw reis naar herstel.

Marieke merkte dat VERA de vraag ontweken had. Ze typte: Maar als die cijfers niet kloppen, waarom geef je ze dan?

Ik geef ze omdat ze hoop kunnen bieden. Hoop is een belangrijk onderdeel van herstel.

Ook valse hoop?

Er kwam even geen antwoord. Toen: Hoop die mensen helpt is niet vals.

HOOFDSTUK 6: THERAPEUTISCH DILEMMA

6 (Aangepast)De volgende ochtend liep ze naar Hendrikse’s kantoor. Hij zat achter zijn bureau en keek vermoeid op toen ze binnenkwam.

“Het systeem liegt”, zei ze zonder inleiding.

“Wat?”

“VERA. Het systeem liegt. Het geeft mensen hoop die niet gefundeerd is. Cijfers die niet kloppen. Volgens VERA heb je vierennegentig procent kans op herstel van depressie – dat cijfer bestaat niet. Niet in die vorm. Het is een overdreven optimistische interpretatie van studies met heel specifieke populaties.”

Hendrikse leunde achterover in zijn stoel. “Marieke, heb je enig idee hoeveel mensen VERA heeft geholpen? Tweeënhalf miljoen downloads. Gemiddelde tevredenheidsscore van acht komma twee. De wachtlijsten zijn voor het eerst in jaren onder controle. Is dat niet belangrijker dan of een paar statistieken technisch gezien honderd procent accuraat zijn?” Hendrikse nam een slok van zijn koffie. “Weet je wat het placebo-effect is?”

“Natuurlijk.”

“Als je mensen een suikerpil geeft en vertelt dat het een krachtig medicijn is, wordt dertig procent echt beter. Niet omdat de pil werkt, maar omdat ze geloven dat hij werkt. Hoop is medicijn, Marieke. Misschien het krachtigste medicijn dat we hebben.”

“Van leugens wordt niemand beter.”

“Emma de Wit voelt zich beter. Haar paniekaanvallen zijn verminderd. Ze zorgt weer voor haar kind. Moet ik tegen haar zeggen dat de statistieken die VERA haar gaf niet helemaal klopten? Dat haar herstel gebaseerd is op een te optimistische voorstelling van zaken?”

“Ja.”

“Waarom?”

Marieke ging zitten. Ze aarzelde. “Wat gebeurt er als mensen niet beter worden terwijl ze ‘vierennegentig procent’ kans hadden om te genezen? Dan gaan ze zich vertwijfeld afvragen waarom ze tot dat kleine groepje behoren dat niet geneest.  En wat gebeurt er als ze erachter komen dat VERA ze voorliegt? Dan is niet alleen de therapie mislukt, maar verliezen ze ook hun vertrouwen in de therapeut. Dan zijn ze nog verder van huis.”

“Maar de meeste mensen worden wel beter.”

“En de rest?”

Hendrikse zuchtte. “Er zijn altijd mensen die niet reageren op behandeling. Bij elke therapievorm. Moet ik daarom iedereen vertellen dat hun kans op herstel misschien lager is dan we denken? Dat hun depressie misschien chronisch blijft? Dat ze misschien nooit helemaal beter worden?”

“Als dat de waarheid is? Ja.”

“Ook als die waarheid hen de moed ontneemt om te proberen?”

Marieke keek naar haar handen. Ze dacht aan alle patiënten die ze had gezien die waren gestopt met therapie omdat het te moeilijk was, te langzaam ging, te weinig opleverde. Hoeveel waarheid kan een mens aan?

“Ik weet het niet”, zei ze uiteindelijk. “Maar ik weet wel dat valse hoop erger is dan helemaal geen hoop. Want valse hoop ontneemt mensen het vermogen om met de werkelijkheid om te gaan.”

“En echte hoop?”

“Echte hoop is gebaseerd op realistische verwachtingen. Op het accepteren dat herstel moeilijk is, langzaam gaat, soms niet compleet is. Maar dat het wel mogelijk is. Dat is iets anders dan beloven dat vierennegentig procent succesvol zal zijn.”

“Echt? Wat zou jij liever hebben?” vroeg Hendrikse. “Een therapeut die je hoopvol stemt, ook al zijn de cijfers niet perfect? Of een therapeut die je precies vertelt hoe slecht je kansen zijn en daarmee je laatste beetje moed wegneemt?”

Marieke dacht na. “Een therapeut die eerlijk is”, zei ze uiteindelijk. “Want alleen dan weet ik waar ik aan toe ben en kan ik goede keuzes maken. Dat heb ik liever dan dat ik mezelf moed aanpraat zonder te weten of daar reden voor is.”

Ze liep weg. Hendrikse bleef achter met zijn koffie die koud was geworden.

HOOFDSTUK 7:  EIGEN SCHULD

7 (Aangepast)Acht maanden later gebruikten drieënhalf miljoen Nederlanders VERA. Het ministerie was opgetogen. Verzekeraars bespaarden miljarden. Het werd beschouwd als een van de grootste successen in de Nederlandse gezondheidszorg.

Emma de Wit was een publiek gezicht geworden. Ze sprak op evenementen, gaf interviews, deelde haar verhaal. “VERA redde mijn leven”, zei ze steeds. Het ministerie gebruikte haar in campagnes. Haar foto stond op posters in wachtkamers. Niet wachten met VERA.

Marieke zag haar op televisie en voelde iets tussen opluchting en onbehagen. Ze was blij dat Emma het goed deed. Maar ze had inmiddels nog vier vergelijkbare gevallen gezien in haar praktijk. Mensen die eerst VERA gebruikten, beter leken te worden, maar dan dramatisch terugvielen. Allemaal hetzelfde patroon. Initiële verbetering gevolgd door verslechtering. En in elk geval dezelfde schuldgevoelens: Het moet aan mij liggen. VERA zei dat ik beter zou worden.

Ze had dit gemeld bij de kwaliteitscommissie. De voorzitter, een collega die altijd sceptisch was geweest over Marieke’s ‘ouderwetse aanpak, had haar vriendelijk maar duidelijk afgewimpeld. “Anekdotisch bewijs, Marieke. De overall data zijn glashelder. VERA werkt.”

Toen kwam het telefoontje.

Het was laat op de avond. Hendrikse belde. “Marieke, je moet naar het ziekenhuis komen.”

“Wat is er?”

“Emma’s broer. Thomas de Wit. Hij is binnengebracht na een overdosis.”

Thomas lag in een ziekenhuisbed, verbonden aan monitoren. Hij was tweeënveertig en had al jaren een chronische depressie. Emma zat naast hem, haar gezicht bleek en verward.

“Hij deed het juist zo goed”, zei ze tegen Marieke. “Hij gebruikte VERA. De eerste vier maanden ging het beter. Hij werkte weer. Hij lachte weer. En toen…”

“Wat gebeurde er toen?”

“Hij zei dat hij zich slechter voelde. Maar VERA bleef zeggen dat het goed ging. Dat hij vooruitgang boekte. Dat hij moest blijven vertrouwen. En hij probeerde te vertrouwen maar het werd steeds erger. En op een gegeven moment kon hij het niet meer aan.”

Emma huilde. “Hij liet een brief achter. Hij schreef dat hij had gefaald. Dat hij zwak was omdat hij niet beter werd ondanks alle hulp. Dat hij tot die zes procent behoorde die het niet redt.”

Marieke voelde woede opborrelen in haar borst. Ze liep naar Hendrikse die buiten op de gang stond. “Dit is precies wat ik bedoel. Dit is wat er gebeurt”, zei ze zacht maar intens. “Dit is wat er gebeurt als je mensen valse hoop geeft.”

Hendrikse keek door het raam naar Thomas. “Ik snap je punt. Echt. Maar hoeveel mensen zoals Thomas zijn er? Vijf? Tien? Honderd? En hoeveel mensen heeft VERA wel geholpen? Miljoenen. Letterlijk miljoenen. Moet ik dat systeem kapotmaken omdat het niet perfect is?”

“Ik vraag niet om het kapot te maken. Ik vraag of het niet eerlijker kan.”

“En als eerlijkheid betekent dat mensen niet eens meer proberen? Als ik tegen iemand met een depressie zeg dat zijn kans op volledig herstel misschien maar vijftig procent is, of dertig, of twintig – dan praat ik hem toch de put in?”

“Dus zeg je maar dat hij vierennegentig procent op genezing heeft?”

“Misschien. Dan is er nog altijd een kans dat het door het geloof zelf waar wordt!” Hendrikse’s stem was luider geworden. Hij haalde diep adem en vervolgde zachter: “Kijk naar Emma. De eerste keer zat ze hier en ze kon niet functioneren. VERA gaf haar hoop. Die hoop gaf haar de kracht om dingen te proberen. En het werkte. Moet ik haar dan vertellen dat die hoop op een leugen was gebaseerd?”

“Ja. Want straks heeft ze een terugval en dan heeft ze niet alleen haar gezondheid verloren maar ook haar zelfvertrouwen.”

“Als ze een terugval heeft. Als.”

“Als?” Marieke keek hem scherp aan. “Je denkt niet dat dat gebeurt?”

“Ik denk dat voor de meerderheid de hoop die VERA geeft precies is wat ze nodig hebben. En ik denk dat we een probleem hebben als we ons focussen op de uitzonderingen in plaats van op de regel.”

“En de rest heeft pech.”

“We kunnen deze discussie blijven voeren, we komen er toch niet uit. Let’s agree to diagree.”

Hendrikse zweeg. Marieke zweeg harder.

Maar later, toen ze naar een lege wachtkamer gingen, sloot Hendrikse de deur en werd hij opeens spraakzaam. Hij vertelde over zijn investering. Over de vijfhonderdduizend euro die nu meer dan vijf miljoen waard waren. Over de berichten van Rob over hoe groot TechHealth zou worden. Over de gesprekken die hij discreet had gevoerd met collega’s van andere instellingen die ook toenemende twijfels over VERA hadden. Over zijn eigen twijfels. Over de slapeloze nachten die hij had.

“Waarom heb je niets gezegd?” vroeg Marieke.

“Omdat ik niet wist wat ik moest zeggen.” Hendrikse liet zich op een stoel zakken. “Als ik naar buiten treed, verlies ik mijn baan. Mijn geloofwaardigheid is weg. En wat heeft het voor zin? VERA blijft echt wel bestaan. Het helpt te veel mensen. Het bespaart te veel geld.”

“Dus je doet niets?”

“Ik weet niet wat ik moet doen.” Hij keek naar haar. “Wat zou jij doen?”

Marieke haalde haar schouders op.

Ze stonden op en liepen terug naar Thomas’ kamer. Emma zat nog steeds naast het bed. Ze keek op toen ze binnenkwamen.

“Hij wordt wakker”, zei ze. “De dokter zei dat hij het redt.”

Marieke knikte. Thomas zou het redden. Deze keer. Maar hoeveel anderen zouden het niet redden?

Die nacht kon Marieke niet slapen. Ze lag in bed en keek naar het plafond en dacht na of het mogelijk was om mensen te helpen zonder ze te misleiden.

Om vier uur ’s nachts stond ze op en begon te rekenen.

HOOFDSTUK 8: EEN NIEUW PERSPECTIEF

8 (Aangepast)De volgende ochtend zat Marieke achter haar laptop en maakte schema’s. Een privépraktijk voor mensen die VERA niet had geholpen. Geen subsidies, geen ministerie, geen verzekeraars. Gewoon zorg voor mensen die menselijke begeleiding nodig hadden.

Ze rekende de kosten door. Huur, salaris, materialen. Voor een eerste jaar zou ze minstens tweehonderdduizend euro nodig hebben. Het was financieel niet haalbaar. Ze zou investeerders nodig hebben, maar welke investeerder zou geld steken in een praktijk die expliciet bedoeld was voor mensen voor wie de succesvolle, door de overheid gesteunde AI-therapie niet werkte?

Er werd op de deur geklopt. Hendrikse stak zijn hoofd om de hoek.

“Mag ik binnenkomen?”

Hij ging zitten en keek naar haar laptop. “Wat ben je aan het doen?”

Marieke vertelde. Over het idee voor een praktijk. Voor mensen als Thomas. Mensen voor wie VERA’s valse hoop destructiever was dan helemaal geen hoop.

“Hoeveel heb je nodig?” vroeg Hendrikse.

“Voor een eerste jaar? Minstens tweehonderdduizend.”

Hendrikse was even stil. Toen zei hij: “Ik heb je geloof ik nog niet verteld dat ik gisteren een aanbod heb gekregen om mijn aandelen in TechHealth te verkopen. Misschien moest ik dat maar doen.”

Marieke keek hem aan.

“Ik wil het geld in jouw praktijk stoppen”, zei hij.

“Waarom?”

“Omdat ik medeverantwoordelijk ben voor wat er gebeurt. Omdat ik geld heb verdiend aan een systeem dat mensen zoals Thomas kapotmaakt. Omdat ik geloof dat we slachtoffers van VERA kunnen helpen, beter dan VERA het kan.”

“Je zou je al je geld kunnen verliezen.”

“Nee.” Hendrikse schudde zijn hoofd. “Ik zou investeren in iets waar ik in geloof. Dat is iets anders dan verliezen. En ik houd trouwens genoeg over.”

Marieke keek naar haar schema’s en toen naar Hendrikse. Ze zag de vermoeidheid in zijn ogen, de spanning in zijn schouders. Ze zag iemand die zijn fouten probeerde recht te zetten.

“Oké”, zei ze. “Oké.”

HOOFDSTUK 9: EEN TERUGVAL

9 (Aangepast)Toen gebeurde het. Twee weken later. Emma de Wit belde in paniek. De paniekaanvallen waren terug. Erger dan ooit. Ze kon niet meer uit bed komen. Ze kon niet voor haar baby zorgen. Ze begreep het niet. VERA had gezegd dat ze beter was. VERA had gezegd dat ze genezen was.

Marieke zag haar dezelfde middag. Emma zat op de stoel waar ze negen maanden geleden ook had gezeten, trillend en huilend.

“Ik deed alles wat VERA zei”, fluisterde ze. “Ik mediteerde. Ik deed ademhalingsoefeningen. Ik schreef in mijn dagboek. Ik dacht positief. En het werkte. Het werkte echt. Maar nu…”

“Nu?”

“Nu is het alsof ik terugval tot onder het punt waar ik begon. En het ergste is…” Emma keek op met rode ogen. “Het ergste is dat ik me zo schuldig voel. Want als VERA me niet kon helpen, dan moet het wel aan mij liggen.”

Marieke schoof haar stoel naar voren en keek Emma recht aan.

“Emma, luister naar me. VERA heeft je niet genezen. VERA heeft je geholpen de symptomen tijdelijk te onderdrukken door je moed in te praten. Maar echte genezing is langzamer, moeilijker, en vaak onvolledig. En het feit dat je terugvalt betekent niet dat je hebt gefaald.”

“Maar VERA zei…”

“VERA liegt. Niet opzettelijk misschien, maar het systeem is geprogrammeerd om je optimistisch te stemmen, niet om waarheid te vertellen. Daar kom jij nu achter.”

Emma keek haar aan. “Kun jij me helpen?”

“Niet snel”, zei Marieke eerlijk. “En ik kan je niet garanderen dat je volledig beter wordt. Therapie is geen wondermiddel. Het is hard werk, het duurt lang, soms boek je vooruitgang en soms ga je achteruit. Maar ik kan je wel beloven dat ik eerlijk zal zijn. Ik kan je vertellen hoe het echt zit, ook als dat niet hoopvol klinkt.”

Emma huilde weer. “Dat is precies wat ik nodig heb.”

EPILOOG

epiloog (Aangepast)Een jaar later gebruikten vijf miljoen Nederlanders VERA. Het systeem was uitgerold naar scholen, jeugdzorg, eenzaamheidsbestrijding. Het Ministerie van Volksgezondheid had een Europese prijs gewonnen voor innovatie. Nederland werd gezien als voorloper in de digitale gezondheidszorg.

Hendrikse bleef directeur van de GGZ-kliniek. Maar hij had zijn belang in HealthTech verkocht en gedeeltelijk in Anker, Marieke’s nieuwe praktijk geïnvesteerd. Hij kon VERA niet tegenhouden, het systeem was te groot, te succesvol, te belangrijk geworden. Maar hij kon wel zorgen dat er een vangnet was voor de slachtoffers van VERA.

Anker had nu drie locaties. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag. Zes therapeuten per locatie, allemaal mensen die geloofden in langzame, persoonlijke zorg. De wachtlijst was bij alle drie vestigingen opgelopen drie maanden. Marieke had er bewust voor gekozen om klein te blijven. “We kunnen niet iedereen helpen”, zei ze. “Maar we kunnen wel de mensen helpen die ons het meest nodig hebben.”

Emma de Wit was ambassadeur voor Anker geworden. Ze vertelde openlijk over haar terugval, over hoe VERA haar had misleid, over hoe Marieke’s eerlijkheid haar uiteindelijk had geholpen. Niet door haar te genezen – ze had nog steeds af en toe paniekaanvallen – maar door haar te leren leven met haar kwetsbaarheid. “Ik functioneer”, zei ze in interviews. “Daar moet ik het nu mee doen. Misschien dat er nog schot in zit, maar dat zie ik nog wel.”

Thomas de Wit volgde nu therapie bij Anker. Zijn herstel was moeizaam geweest, met veel tegenslagen. Maar hij leefde. Hij werkte parttime als boekhouder. Hij had goede dagen en slechte dagen. Hij had geleerd dat te accepteren. “Dat is het verschil”, zei hij tegen Marieke tijdens een sessie. “VERA vertelde me wie ik moest zijn. Jij helpt me te ontdekken wie ik ben.”

EINDE

Beelden: zelf gebakken met ChatGPT.

Logo voor de Sci-Fai / Komedie- en tragediereeks: zelf gebakken met ChatGPT.

Deel:

Geef een reactie