Dale Watson: nog altijd trouw aan zijn ‘roots’

Dale Watson: nog altijd trouw aan zijn ‘roots’

Zich vernieuwen? Ach, waarom zou Dale Watson? Bovendien: “Het ligt me niet, ik kan en wil mijn ‘roots’ niet ontrouw zijn.” Zelfs blues, bluegrass en folkmuziek zijn voor hem te ver van zijn bed. Toch is een concert met Watson de moeite waard, bleek weer eens afgelopen zondag in het filiaal van Paradiso in Amsterdam Noord.

“Excuses, wat wilde je ook al weer weten?”, vraagt Dale Watson. Even was hij afgeleid door een mailtje dat op zijn smart watch verschijnt. Inderdaad: als het gaat om technologie loopt Watson voorop: “Geweldig toch dat ik oude 78-toeren platen die al lang uit de handel zijn zo kan downloaden? Technologie is de redding van heel wat muzieksoorten die op uitsterven staan.”

Helaas laat diezelfde technologie ons meteen daarop in de steek. De vraag was namelijk wat hij van het nieuwe nummer van Waylon vindt, de Eurovisie-single ‘Outlaw in ‘em’. Watson wil het nummer graag horen: hij kent Waylon als sinds deze 12 was, en is trots op wat de Nederlandse countryartiest allemaal heeft bereikt. Helaas is de internetverbinding in de kelder van de Amsterdamse Tolhuistuin te slecht om het nummer op te zoeken. Misschien dat Waylon straks komt kijken? “Geen idee, maar het zou leuk zijn. Uiteraard mag hij dan even het podium op komen.”

Eenmalig optreden

Watson is voor het eerst in jaren weer in Nederland, dit keer voor een eenmalig optreden in Amsterdam. Een bijzondere gebeurtenis, dus. Al is er muzikaal weinig veranderd sinds de vorige keer. Zo graag als Watson technologische vernieuwingen omhelst, zo behoudend is hij in muzikaal opzicht. Sterker nog, als het om muziek gaat, houdt Watson hardnekkig vast aan de traditie. Album na album (30 inmiddels) is hij trouw aan wat hij zelf Ameripolitan noemt, een Texaans mengsel van Honky Tonk, Western Swing, Outlaw Country en Rockabilly. Zijn laatste plaat, ‘Call Me Insane’, is uit 2015, maar er is al weer een nieuwe onderweg belooft hij.




De songs van album nummer 31 klinken niet wezenlijk anders dan die van zijn vorige 30. Want waarom zou Watson zich vernieuwen? Ach: “Ik hoop dat ik in de loop van tijd beter ben gaan spelen en zingen. En ik geloof dat de vier genres waarin ik me zo goed thuis voel nog wel ruimte is voor nieuwe akkoordenschema’s en melodieën.” Maar buiten de gebaande paden van de Ameripolitan zal Watson zich niet gauw begeven. “Het ligt me niet, ik kan en wil mijn ‘roots’ niet ontrouw zijn.” Zelfs blues, bluegrass en folkmuziek zijn voor Watson te ver van zijn bed.

Dat een bevriend artiest als Willie Nelson zich wel inlaat met allerlei exotische muzieksoorten? Dat moet hij weten, maar Watson niet gezien. “En als ik eerlijk ben vind ik Willie’s reggaeplaten en de nummers met Snoop Dogg bepaald niet tot zijn beste werk behoren. Willie is echt een schat van een man en als hij iemand aardig vindt, dan neemt hij een plaat met hem op. Zodoende heeft hij met vele artiesten samengewerkt en met Snoop Dogg ook. Muzikaal gezien heeft het weinig opgeleverd.”

Al zijn zelfs de meest experimentele uitjes van Willie Nelson wat Watson betreft te verkiezen boven de gladgestreken countrymuziek die tegenwoordig uit Nashvile komt. “Willie is altijd zichzelf, wat voor soort muziek hij ook maakt. Van de confectiepop van iemand als Taylor Swift kun je dat niet zeggen.”

Gloeiende hekel

De concerten van Watson staan grotendeels in het teken van zijn gloeiende hekel aan de gepolijste muziek die tegenwoordig voor country doorgaat (‘Country My Ass!’ zoals het heet in het gelijknamige nummer van Watson) en zijn voorliefde voor de muziek van mensen als Merle Haggard, George Jones en Johnny Cash. Watson ziet zichzelf als een van de laatste artiesten die nog muziek maakt in hun traditie, getuige nummers als ‘Nashville Rash’: “Help me Merle, I’m breakin’ out in a Nashville rash / It’s a-looking like I’m fallin’ in the cracks / I’m too country now for country, just like Johnny Cash.”





Watson ziet het als zijn roeping om de muziek van zijn helden levend te houden, of het nu is met songs waarin hij de gevestigde orde in Nashville hekelt of waarin hij zijn voorbeelden aanroept. Alleen zullen weinig muziekliefhebbers zijn strijdlust helemaal delen. Misschien is het inderdaad jammer dat mensen als George Jones en Merle Haggerd in de vergetelheid dreigen te raken, zoals met hun muzikale voorvaders Bob Wills en Jimmy Rogers ook is gebeurd. Maar aan de andere kant is er toch nog altijd genoeg goede muziek te beluisteren? Ook buiten de beperkte, om niet te zeggen benepen grenzen van de Ameripolitan? Misschien niet afkomstig uit Nashville, maar alleen al in een stad als Watsons eigen woonplaats Austin wordt er toch veel moois gemaakt? Dus waar maakt Watson zich eigenlijk zo druk om?

Volbloed entertainer

Gelukkig is Watson een volbloed entertainer (al zal niet iedereen zijn komische jingles voor zijn sponsor Lone Star-bier waarderen) waardoor hij nooit bitter of drammerig overkomt. Gelukkig is hij een eersteklas zanger en gitarist, zodat er zelfs voor wie geen fan is van zijn strijdliederen en heldendichten genoeg te genieten valt. Gelukkig zijn er de duetten met zangeres Celine Lee (Waylon is er vanavond niet).G elukkig varieert Watson ook in zijn thema’s, en komt hij af en toe met een van zijn vele trucksongs of met een komisch en spitsvondig nummer zoals ‘I Lie When I Drink (And I Drink A Lot)’, zijn bekendste song.




En gelukkig zijn er ook nog de nummers waarin Watson zich van zijn kwetsbaarste kant laat zien. Zoals het aan zijn overleden vrouw opgedragen ‘I See Your Face in Every Face I See’ (van het ‘Every Song I Write Is for You’). “Het persoonlijkste nummer van mijn persoonlijkste plaat”, aldus Watson. “En mijn lievelingsnummer.”




Deel:

Geef een antwoord