De erfenis van een fout volk

Opeens is die angst er weer in alle hevigheid. Voor een groot gedeelte van de Nederlandse bevolking heeft het tot voor kort zo populaire gepolder afgedaan, evenals de veelgeprezen overlegcultuur en het roemruchte harmoniemodel. Tegelijkertijd steekt er in andere Europese landen een racistische bries op – met de (bijna)overwinning van Le Pen in Frankrijk en de nog altijd niet gekeerde opmars van de De Winters en Haiders. En zijn er een stel ‘kutmarrokaantjes’ en voetbalsupporters die antisemitische leuzen roepen. Dan wil het wel met de angst voor extreem rechts.

Op zich is die angst misschien verklaarbaar. Nederland heeft niet zo’n fraaie rol gespeeld in het verleden. Sterker nog, een groot gedeelte van de vaderlandse geschiedenis is in bloed geschreven. De Verenigde Oost-Indische Compagnie is groot geworden over de lijken van talrijke slaven. Onze voorvaderen hebben flink huisgehouden in Suriname en Indië. En in de Tweede Wereldoorlog zijn vrijwel nergens zo veel joden weggevoerd als uit Nederland. Met zo’n verleden – wat zijn wij anders dan een volk van moordenaars, slavenhandelaars en collaborateurs? – kan het bijna niet anders of we zijn beducht om ons weer te bezondigen aan misdaden tegen de menselijkheid.

Te meer daar wij het verleden zo slecht hebben verwerkt. De VOC wordt in schoolklassen opgehemeld als een soort maatschappelijk verantwoorde onderneming avant la lettre en Suriname en Indië worden eufemistisch bestempeld als ‘wingewesten’ die we zijn ‘kwijtgeraakt’. En de rol van Nederland in de Tweede Wereldoorlog? Ach, wij wijzen liever de beschuldigende vinger naar die vuile moffen. Duitslandhaat is zelfs een soort tweede natuur geworden, een bron van semi-folkloristisch vermaak tijdens voetbalwedstrijden.

Ondertussen heeft in Duitsland een langdurig, pijnlijk maar uiteindelijk heilzaam genezingsproces plaatsgevonden. De bevolking heeft schuld bekend en heeft maatregelen genomen om te voorkomen dat er een nieuwe anti-democratische stroming dominant kan worden. En wij? Wij houden de doofpot paraat: om de politionele acties in Indië te verdoezelen, om de medeplichtigheid aan de Jodenvervolging te verbloemen en onze ‘schuld door nalatigheid’ aan de volkerenmoord in voormalig Joegoslavië weg te moffelen. Met het gevaar dat wij in de toekomst keer op keer in dezelfde fouten zullen vervallen, omdat wij maar geen lering trekken uit het verleden.

Daarom is onze angst voor extreem rechts ook wel enigszins terecht. Wij zijn bijzonder ontvankelijk voor ondemocratische ideeën, zolang wij blijven rondlopen met al die spoken uit het verleden. Maar die angst is eerder ingegeven door onze eigen ondemocratische en inhumane neigingen dan dat er nu werkelijk een rechts-extremistische dreiging de kop opsteekt. Want wat voor gevaar vormen een paar baldadige jongetjes nu eigenlijk? Of een paar losgeslagen voetbalsupporters? Onze rechtsstaat kan ze best aan.

Het zou anders zijn als Nederland een racistische politieke partij van betekenis kende, maar dat is niet het geval. De populist Pim Fortuyn wordt wel vergeleken met Le Pen, De Winter en Haider, maar dergelijke vergelijkingen gaan niet op – al was het maar omdat Fortuyn islamieten op ideologische gronden bekritiseert en niet op racistische. Zoals Fortuyn getergd zei tegen een journalist die hem toch vergeleek met Le Pen: ‘Hou daar toch eens mee op’. Hij had ook kunnen zeggen: ‘Kijk naar je eige’.

Verkiezingen 2002 (Serie columns voor Writers Block)

Deel:

Geef een reactie