James Taylor in Carré: herkenbaarheid, troost, houvast

James Taylor in Carré: herkenbaarheid, troost, houvast

James Taylor speelde afgelopen dinsdag Carré zijn grote hits afgewisseld met enkele nieuwe nummers. Het publiek was hem er dankbaar voor.

Buiten giert de wind om het oude Carré-theater, de golven in de Amstel klotsen tegen de kade, fietsers stappen af omdat ze dreigen om te waaien – de storm regeert in Amsterdam. Maar binnenin het gebouw is het alsof de Californische zon straalt. De bezoekers laven zich aan de warmte van James Taylor met zijn zachte, vriendelijke nummers, zijn zoetgevooisde voordracht en zijn geruststellende gitaargetokkel. Bezoekers zoals Douwe Bob en Michael Prins – beiden getooid met de titel ‘De beste singer-songwriter van Nederland’ – hangen aan zijn lippen. Taylors bandgenoten omhelzen hem van tijd tot tijd, er worden high fives uitgewisseld op het podium in de pauze mogen fans met hem op de foto. De zomer is aangebroken in Carré en gaat getooid met de naam James Taylor.

De eerste echte singer-songwriter wordt James Taylor wel genoemd, al lijkt dat net iets te veel eer. Ja, hij voldoet aan het stereotiep: man met gitaar zingt kampvuurliedjes om bij weg te zwijmelen. Maar waar Joni Mitchell, Nick Drake of John Lennon in hun nummers hun ziel ontleden en hun intiemste gevoelens met de luisteraar delen, is dat bij Taylor zelden het geval. En waar Bob Dylan of Neil Young boos en sarcastisch uit de hoek kunnen komen, doet Taylor bij hen aan als een padvinder op leeftijd, met zijn geruststellende, niets-aan-de-hand nummers, zijn hoopvolle New Age-achtige odes aan de natuur, de mensheid of zijn vriendin.

Nummers die weinig persoonlijk zijn, en zich daarom ook goed laten coveren – ‘Fire and Rain’ is zelfs door 76 artiesten op de plaat gezet. Omgekeerd is Taylor met zijn weinig persoonlijke aanpak bij uitstek geschikt om nummers van anderen te coveren, glad te strijken en van een Tayloriaans warm gloed te voorzien, getuige zijn uitvoeringen van ‘How Sweet it is to be Loved by You’ van Motown-grootheden Holland-Dozier-Holland en natuurlijk ‘You’ve got a friend’ van Carole King.

Heimwee

Wonderlijk is het wel, dat hij zich meestal zo op de vlakte houdt, want hij heeft wat je noemt een veelbewogen leven gehad. Verslaafd aan de heroïne in de jaren dat hij in Londen woonde en bij het Apple-label van The Beatles onder contract stond. “Een periode waarin ik ondanks mijn succes ook heimwee had”, is het enige dat hij erover kwijt wil.

Hij had stormachtige relaties met Joni Mitchell en Carly Simon. Maar zij rekenden publiekelijk met hem af (“The pleasure I’m going to have / Watching your hairline recede / My vain darling …”, schreef een jaloerse Mitchell). Taylor hield zich daarentegen oorverdovend stil en bleef stug zijn eigen positief ingestelde zelf.

Wat zou een hoogsensitieve vrouw als Joni Mitchell eigenlijk in hem hebben gezien, vraag je je af, als je hem als een houten klaas op het podium ziet staan. Sympathieke man, dat wel, zoals hij daar onderonsjes met het publiek uitwisselt, zichzelf relativeert (‘Stupid Shit’, zo bestempelt hij ‘Steamroller Blues’) en de leden van zijn inderdaad uitstekende band prijst. Zeer sympathiek. Maar toch: dat Mitchell niet gillend gek van hem werd, denk je, terwijl je hem een boerse dans ziet doen tijdens ‘Steamroller Blues’ – Taylor maakt er een clownsnummer van, doet een blueszanger na, geeft een onbeholpen parodie op de ‘duck walk’ wegt, en trekt tijdens een gitaarsolo een gezicht alsof hij hoognodig naar de WC moet.

Slijtvast

Slechts nu en dan geeft Taylor zich bloot in zijn nummers of laat hij zich van een venijnige kant zien, zoals in ‘Hey Mister, That’s Me Up On The Jukebox’ (over de leegte van de roem) of ‘Money Machine’ (een aanval op het materialisme). Maar die speelt hij niet in Carré. Hij beperkt zich tot een selectie van zijn grote hits – en wat heeft hij er veel op zijn naam staan! – afgewisseld met enkele nieuwe nummers.

Opvallend is dat Taylor met zijn slijtvaste, enigszins nasale en onzekere stem in de loop van de jaren zo consistent is gebleven. Het nummer waarmee hij begint (‘Something in the Way She Moves’) stamt uit het einde van de jaren zestig, zou net zo goed gisteren zijn geschreven, een gevoelig nummer als ‘You and I Again’ van zijn nog te verschijnen album ‘Before This World’ zou zo veertig jaar oud kunnen zijn.

Op zijn albums uit de late jaren zeventig en het begin van de jaren tachtig experimenteerde Taylor nog wel voorzichtig met disco-invloeden of met orkestrale bombast. Nu is het al weer jaren slechts James Taylor met gitaar, af en toe bijgestaan door een band die zijn ‘soft rock’ vleugels moet geven. Voor muzikale vernieuwingen zijn we bij de stijlvaste Taylor aan het verkeerde adres.

Het publiek is hem er dankbaar voor. Elk nummer wordt met applaus begroet, er wordt meegeklapt en het einde is nog niet in zicht of de mensen komen uit hun stoelen omhoog om mee te zingen – de EO-jongerendag is er niets bij. Herkenbaarheid, troost, houvast: dat biedt Taylor en voor wie de zon wil zien, al schijnt ie niet is dat kennelijk genoeg. En verrek, na afloop is de storm buiten nog gaan liggen ook.

Deel:

Geef een antwoord