De Toverberg: leven of levend sterven?

De Toverberg: leven of levend sterven?

In de reeks ‘Intelligente boeken om te lezen tijdens een al dan niet intelligente lockdown’: De Toverberg van Thomas Mann.

Thomas Mann beschouwde De Toverberg als een ideeënroman – en dat is het ook, alleen niet zoals hem voor ogen stond. Niet helemaal tenminste.

Mann wilde in het boek de meningsverschillen tussen conservatieven en liberalen belichten, maar dat is jammerlijk mislukt. De debatten tussen de archetypische liberaal Settembrini en zijn conservatieve tegenhanger Naphta zijn in elk geval oersaai. Wat tot daaraantoe is – saaiheid is zo erg nog niet als je er wat van opsteekt – maar in dit geval gaat de saaiheid gepaard met een gebrek aan inhoud. Settembrini en Naphta hebben weinig te melden, maar doen dat helaas vele tientallen pagina’s lang. Ik ben op een gegeven moment afgehaakt door zo veel ideeënarmoede. 

Bijzonder geslaagd is daarentegen Manns uitwerking van de gedachte dat – ik vat even samen – tijd als het ware als een functie van levenslust kan worden gezien. Hoe vitaler iemand is, hoe intenser zijn beleving en hoe trager de tijd lijkt te gaan. En omgekeerd, zoals heel duidelijk wordt: iemand wiens vitaliteit terugloopt, verliest zijn tijdsbesef. De dagen slepen zich voort, de jaren gaan in een ijltempo voorbij. Mann had de ingeving om dit te illustreren aan de hand van het verloop van de gebeurtenissen in een sanatorium, waar mensen afgesneden van de rest van de wereld zich met geroddel, onbenullige spelletjes en andere beuzelarijen onledig houden. In feite zijn het een soort levende doden, deze decadente patiënten die hun leven proberen te redden door niet aan het leven deel te nemen.

Een werkelijk ijzersterk idee, dat niet voor niets veel navolging heeft gekregen – denk alleen aan de film Otto e mezzo. (Zij het dat Mann zijn aandacht richt op de apolitieke, op zichzelf gerichte elite aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog en Fellini op de verveelde artistiekerige verveelde rijken uit zijn tijd). En dit ijzersterke idee is ook nog eens ijzersterk uitgewerkt.

Mann laat goed zien hoe snel de tijd voorbijgaat door de ontstellende verveling die onder de patiënten heerst. Voor de nieuwkomer Hans Castorp gaat het zelfs steeds sneller. De eerste dag doet hij zoveel indrukken op dat deze wel een paar dagen lijkt te duren. Naarmate zijn verblijf langer duurt, snellen de weken, maanden en jaren voorbij. Tegelijkertijd is het alsof de tijd stil staat aangezien elke dag een herhaling van de vorige lijkt. Mann maakt dit goed invoelbaar door de verteltijd en de vertelde tijd steeds verder uit elkaar te laten lopen: de eerste hoofdstukken van het boek bestrijken een paar maanden, de laatste bijna zeven jaar. Kortom: de compositie van het verhaal illustreert hoe de tijd kan ‘verschrompelen’ zoals Mann dat noemt.

Die versnelling/verschrompeling wordt abrupt onderbroken door een hoofdstuk waarin Hans Castorp overvallen wordt door een sneeuwstorm, verdwaalt en voor zijn gevoel zelfs bijna sterft. Hoewel hij maar even verdwaald is, lijkt het uren te duren voordat hij zijn weg naar het sanatorium terugvindt.

Mann is hier op z’n briljante best, met beeldende, virtuoze beschrijvingen van de skiënde Castorp en (in de vertaling van Hans Driessen) ‘de dansende vlokken, die schijnbaar zonder te vallen alle ruimte met hun dichte warreling in beslag namen’, ‘de striemende, ijzige windstoten die de oren deden branden van scherpe pijn, de ledematen verlamden en elk gevoel uit je handen weg haalden, zodat je niet meer wist of je je prikstok nog wel of niet vasthield’. en de sneeuw die ‘waaide van achteren zijn kraag in en smolt naar beneden over zijn rug; hij bleef liggen op zijn schouders en bedekte zijn rechterzij. Hij kreeg ineens het idee dat hij hier tot een sneeuwpop zou verstarren, met zijn stok in zijn hand geklemd.’ 

Juist wanneer er werkelijk wat op het spel staat, zoals tijdens dit soort bijna-doodervaringen, voel je je werkelijk leven – dat kun je uit dit hoofdstuk opmaken. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat Castorp uiteindelijk onder invloed van zijn sneeuwtocht besluit dat hij het leven niet langer aan zich voorbij wil laten trekken en het sanatorium verlaat. En dat hij zich in het krijgsgewoel van de Eerste Wereldoorlog stort, in de wetenschap dat het leven intenser is in aanwezigheid van de dood.

Deel:

Geef een antwoord