Klein hoekje (Over lifehacks, goed nieuws, autofictie en Emilia Pérez)

Klein hoekje (Over lifehacks, goed nieuws, autofictie en Emilia Pérez)

1. Lifehacks en goed nieuws

De beste ‘lifehack’ om ‘het leven een stukje leuker te maken’ uit de lijst van NRC is mijns inziens de tip om bakpapier eerst te verfrommelen en dan pas uit te spreiden om te voorkomen dat het terug rolt. Handig! De tip om dagelijks vijf keer naar onbekenden te glimlachen mocht er ook wezen (let wel: alleen als die onbekenden een glimlach terug geven, tellen ze mee). ‘Elke ruimte netter achterlaten dan je deze aantreft’: ook een goede.

Het blijmoedigste bericht van de week staat in de rubriek ‘goed nieuws’ op NU.nl: Een man is na zeven jaar herenigd met zijn hond. Hartverwarmend! ‘Twee ernstig bedreigde bamboemaki’s geboren in Brabantse dierentuin’ deed hier weinig voor onder. Het derde item van deze week (de rubriek ‘goed nieuws’ telt zelden meer berichten), ‘Pleister van levende hartspiercellen veelbelovend voor patiënten met hartfalen’ leek me een Fremdkörper. Te serieus en niet geruststellend genoeg voor een luchtige rubriek als deze. De pleisters zijn bovendien niet voor alle patiënten, er is nader onderzoek nodig en je krijgt de indruk dat voor dat onderzoek dierproeven nodig zijn. Brrr.

Deze aandacht voor het kleine, het nabije en het persoonlijke lijkt makkelijk te verklaren. De wereld is een onherbergzame plaats geworden, maar er is hier en daar nog een sprankje hoop. Huiselijk geluk bestaat nog, kijk maar. De liefde tussen mens en dier doorstaat elke tegenslag, lees maar. Door bakpapier te verfrommelen kun je je leven verbeteren, probeer maar. Geluk zit in een klein hoekje.

Onvervalst ‘goed nieuws’ neigt naar escapisme, zoveel is duidelijk. Buiten dat kleine, vertrouwde en gelukzalige hoekje kun je beter niet begeven, lijkt de impliciete boodschap van veel van dit soort berichten.

Alhoewel – niet te snel oordelen – misschien maakt het je juist weerbaarder, en ben je na een vitaminedosis klein goed nieuws weer bestand tegen een dagelijkse portie groot slecht nieuws.

Belangrijker nog: aandacht voor ‘het kleine, het nabije en het persoonlijke’ hoeft natuurlijk niet altijd zo mierzoet te zijn als die blijde berichten op Nu.nl of zo nietszeggend als de kinderlijk optimistische ‘lifehacks’ uit NRC. En hoeft ook niet altijd voort te komen uit escapisme. Er kan ook een bescheiden realisme aan ten grondslag liggen. Met aandacht voor ‘het kleine, het nabije en het persoonlijke’ – het begrijpelijke – kun je als journalist misschien een blik bieden op ingewikkelde toestanden daarbuiten. Een beproefde methode van menig documentairemaker: maak een verslag van de wederwaardigheden van die ene asielzoeker, en je biedt een venster op de wereld waarin vluchtelingen wanhopig op zoek zijn naar een verblijfplaats.

2. Autofictie

Van de week was er in De Balie een debat over ‘autofictie’, een literair genre waarin schrijvers persoonlijke ervaringen vermengen met fictie.

Het is bepaald geen nieuw genre. Fils (1977) van Serge Doubrovsky wordt gezien als het eerste voorbeeld van autofictie omdat hij de term muntte, maar hij bedoelde er ‘een verzonnen verhaal over een echt persoon’ mee. Nu worden eerder autobiografische verhalen met hier en daar een verzinsel als autofictie aangeduid. En daar vallen allerlei werken van ver voor 1977 onder – denk alleen aan de boeken van Charles Bukowsky vanaf het begin van de jaren zeventig, On the Road van Jack Kerouac (1957) of de romans van Henry Miller uit de jaren dertig. Maar terwijl deze autofictie in het verleden een marginale positie bekleedde in de literatuur, behoort het genre inmiddels tot de mainstream. Sterker nog, dit genre waarin ‘het kleine, het nabije en het persoonlijke’ centraal staan lijkt het enige waar nog brood mee te verdienen valt.

Er zijn verschillende verklaringen voor de populariteit van het genre. Als tegenwicht voor alle ‘fake news’ zoeken mensen naar eerlijke, persoonlijke verhalen, is er zo eentje. Autofictie zou vanwege z’n subjectieve karakter vooral aantrekkelijk zijn voor mensen die twijfelen aan traditionele waarheden en weinig op hebben met autoriteiten. Ook spelen maatschappelijke ontwikkelingen een rol: thema’s als identiteit, gender en diversiteit vinden in autofictie een natuurlijk platform. Uitgevers en media dragen bij aan deze trend door steeds vaker de persoonlijke ervaring van de schrijver centraal te stellen in hun marketing.

‘Navelstaren of literatuur?’, was de vraag waarom het draaide tijdens het debat. Het antwoord: dat hangt er helemaal van af. Ja, je krijgt egocentrische navelstaarderij als de persoonlijke ervaringen de literaire kwaliteit overschaduwen. Maar dat hoeft niet. De literaire kwaliteit hangt niet af van die persoonlijke ervaringen – de waarheidsgetrouwheid – maar van de uitvoering. Je zou autofictie dus moeten beoordelen worden op zijn artistieke merites, niet op de persoonlijkheid van de schrijver en wat hij allemaal heeft meegemaakt. Als fictie, die weliswaar gebaseerd is op feiten maar daaraan ontstijt. “waargebeurd is geen excuus”,  Gerard Reve zei het al.

Een probleem is alleen dat veel lezers de neiging om de hoofdpersoon in autofictie te beoordelen op basis van morele oordelen in plaats literaire. Iemand als Lale Gül wordt niet op haar schrijfkwaliteiten beoordeeld, maar op haar geloofsafval. Commercieel gezien misschien leuk voor haar. Minder leuk is alle haat die ze over zich heen krijgt. Terecht is het in elk geval niet. De realiteitsfixatie staat een eerlijke waardering van het werk in de weg.

3. Emilia Pérez

Een mogelijk neveneffect van die voorliefde voor ‘het kleine, het nabije en het persoonlijke’ en die realiteitsfixatie is dat kunst die uitstijgt boven de werkelijkheid op onbegrip stuit. Dat lijkt er nu aan de hand met de film Emilia Pérez.

Op het filmfestival van Cannes vorig jaar oogstte de film grote waardering, met een juryprijs en een prijs voor beste actrice voor de transseksuele hoofdrolspeelster Karla Sofía Gascón. De film werd onthaald als een wonderlijk werk dat filmgenres mixt – het is een musical over een gangster die een geslachtsverandering ondergaat – en de Franse regisseur Jacques Audiard werd geprezen om zijn durf. Begin januari won de film vier Golden Globes; nu heeft de ‘gangstermusical’ dertien Oscar-nominaties.

Maar sinds november zwelt de kritiek op de film aan. Mexicaanse critici maken bezwaar tegen de oppervlakkige behandeling van ernstige zaken zoals drugsgeweld en verdwijningen. Het stuit veel Mexicanen tegen de borst dat de film grotendeels in Parijs was opgenomen, met voornamelijk niet-Mexicaanse acteurs. Het taalgebruik deugt ook al niet – vooral het onverstaanbare Spaans van de Amerikaanse Selena Gomez krijgt het te verduren. De film wordt in Mexico vaak gezien als een racistische en eurocentrische bespotting van het land. Er is kritiek van LHBTI-belangenorganisaties, die vinden dat de film een achterlijk beeld schetst van transgenders. En musicalliefhebbers zijn niet te spreken over de liedjes. De hoofdrolspeler-speelster heeft een paar tweets geplaatst die verkeerd zijn gevallen (aan ‘als het je niet bevalt, maak je maar je eigen film’ werd nog het minste aanstoot genomen).

Audiard verdedigt zijn artistieke keuzes als bewuste pogingen om afstand te nemen van de realiteit. “Wat deed Jacques Demy toen hij het wilde hebben over de Algerijnse oorlog? Hij maakte de musical Les parapluies de Cherbourg. En ik geloof dat die vorm – een muzikale komedie – Demy de afstand bood die nodig is als je een film maakt over zo’n zwaar onderwerp”, zegt hij in een interview met de Volkskrant. “Dat klinkt paradoxaal, maar is het niet. Als je te dicht op het onderwerp zit, maak je een documentaire: een documentaire over transidentiteit, een documentaire over de verdwenen Mexicanen. Dat wilde ik niet.”

En waarom zou hij zich tot autofictie moeten beperken? Hij benadrukt zijn recht van elke kunstenaar om verhalen te vertellen die hem interesseren, ongeacht zijn achtergrond of afkomst.”Mensen mogen zich best afvragen of ik wel gerechtigd ben om iets te filmen. In dit tijdsgewricht stellen mensen dit soort vragen: wie mag waarover praten? Voor nu nam ik dat recht. Misschien kan ik een onderwerp in mijn films ontsluiten voor een breder publiek.” En in NRC: “Misschien een beetje pretentieus van me, maar moest Shakespeare helemaal naar Verona gaan om een verhaal over die plek te schrijven?”

Beeld: ziende blind, zelf gebakken met Red Panda

Deel:

Één gedachte over “Klein hoekje (Over lifehacks, goed nieuws, autofictie en Emilia Pérez)

Geef een reactie