Schuld – de eerste 5.000 jaar: van schuldenberg naar schone lei

Schuld – de eerste 5.000 jaar: van schuldenberg naar schone lei

In de reeks ‘Intelligente boeken om te lezen tijdens een al dan niet intelligente lockdown’: Schuld – de eerste 5.000 jaar van David Graeber.

De meeste mensen hebben liever geen schulden. Begrijpelijk, want wie een schuld moet voldoen, kan zijn geld niet helemaal vrijelijk besteden. Zoals geld gemunte vrijheid is, is schuld een eerste stap op weg naar slavernij. Schuld is een knellende band, en hoe eerder je ervan verlost bent, hoe beter. Krediet staat bij de meeste mensen in diskrediet, om het woordspelerig uit te drukken.

Niet iedereen denkt er zo over uiteraard. Tegenwoordig niet. En vroeger al helemaal niet, zo blijkt uit het boek Schuld – de eerste 5.000 jaar van antropoloog David Graeber (o.a. mede-oprichter van Occupy en ontdekker/uitvinder van de ‘bullshit jobs’).  

Schuld als sociaal kapitaal

In veel samenlevingen geldt volgens hem schuld niet zozeer als een last, maar als een vorm van sociaal kapitaal – als een vorm van bezit bijna. Zit wat in natuurlijk: iemand die een schuld aangaat, staat niet alleen in het krijt bij een ander, hij gaat tegelijkertijd een relatie met hem aan. Hij mag er vanaf dan op rekenen dat een schuldeiser z’n best zal doen om uitstaande vorderingen veilig te stellen – hem desnoods zal helpen in tijden dat hij financieel krap zit: een betalingsregeling treffen, zich inkopen in zijn onderneming of hem zelfs bescherming bieden zoals een leenheer dat bij zijn vazallen deed. Schuldeiser en schuldenaar zijn in schuld verbonden, ze zijn wederzijds afhankelijk. Schuld schept een band – en die band knelt niet zo in een samenleving waarin persoonlijk vrijheid en zelfontplooiing minder hoog worden aangeslagen dan bij ons.

Sterker nog, waarom die band verbreken? Waarom de reciprociteit vernietigen? Ter bevordering van de gemeenschapszin is het toch goed als de uitstaande schulden blijven uitstaan? Hoe langer, hoe beter. “Stel dat je een vriendin met een dringende behoefte aan geld wilt helpen maar haar niet in verlegenheid wilt brengen. Gewoonlijk is de gemakkelijkste manier om dit te doen het geld te verstrekken en te benadrukken dat dit een lening is – en beide partijen vervolgens te laten vergeten dat dit ooit gebeurd is. Of denk aan alle gevallen waarin de rijken dienaren aanwerven door hun iets toe te schuiven wat ogenschijnlijk een lening is”, aldus Graeber.

Schuld als splijtzwam

Deze functie van schuld als sociaal bindmiddel – Graeber spreekt van schuld als het weefsel van samenlevingen – verdwijnt zodra de schuld wordt geanonimiseerd, en schuldeiser en schuldenaar elkaar niet kennen.

Dat gebeurt volgens Graeber zodra geld wordt geïntroduceerd of schulden verhandelbaar worden (schuld was er eerder dan geld, zegt hij – terwijl sinds Adam Smith juist algemeen aanvaard is dat geld er eerder was). Dan is het al snel gedaan met de welwillendheid van een schuldeiser als iemand niet of te laat betaalt. Als hij de ene wanbetaler soepel behandelt, is het einde zoek en verslapt de betalingsdiscipline bij andere schuldenaren ook. Strikte maatregelen nemen dus als iemand in gebrek blijft, zonder aanziens des persoons. Laat de vervuiler betalen. Jaag die wanbetaler op, pak hem bij zijn lurven en schud hem leeg! Krediet kan worden gebruikt om mensen onder controle te krijgen en te houden. Macht wordt nog vergroot doordat schuld een negatieve morele lading heeft. Wie schulden heeft, is slecht.

En zo is schuld is niet meer bevorderlijk voor de gemeenschapszin maar juist een splijtzwam. Schuldeiser en schuldenaar zijn nog altijd in schuld verbonden, maar bevinden zich in een vechthuwelijk. “Revoluties beginnen vaak met schuld. Boerenopstanden heeft altijd hetzelfde programma: eerst verbranden ze alle schuldpapieren. Daarna pas belastingdocumenten en kadasters.”

Schuld als groeihormoon

De anonimisering van schuld heeft er echter ook toe geleid dat de moderne samenleving kon worden gefinancierd – iets wat Graeber niet of nauwelijks lijkt in te zien. En toch. Grote ondernemingen kunnen niet bestaan zonder banken en beurzen waar hun enorme schulden worden verhandeld (geen leenheer die ze als vazal zou willen hebben). De moderne natiestaat en de Europese Unie zouden weer in koninkrijkjes en hertogdommen uiteenvallen als ze geen miljarden konden lenen. Economische groei zou niet mogelijk zijn zonder schuld/groeihormoon.

Kortom: op individueel niveau mag een schuld dan een aantasting van persoonlijke vrijheid zijn, dat bedrijven en landen zich in gigantische schulden kunnen steken is juist bevorderlijk voor diezelfde vrijheid. Lees: de vrijheid om als consument in een markteconomie uit een ongekend groot aanbod spulletjes te kopen. En, dat vooral, de vrijheid om als burger je eigen leven in te richten zonder te zijn overgeleverd aan de nukken van een of andere despoot. Schuld is net zo goed een ‘private vice’ als een ‘public virtue’, zeker binnen de moderne natiestaat.

Slinkende schulden

Maar dreigt er dan geen gevaar dat die staatsschulden te hoog oplopen?, vragen veel mensen zich elke crisis opnieuw af. Hoe gaat de overheid die torenhoge schulden ooit aflossen? Ook nu, tijdens de coronacrisis, rijzen die vragen weer. Economen zijn het er met elkaar over eens dat zolang de rente – je zou kunnen zeggen de prijs om al die schulden aan te houden – laag is, een hoge schuldenberg best te dragen is. En daar ziet het voorlopig wel naar uit. We kunnen ons de schulden veroorloven.

Blijft de vraag of die schuld niet ooit moet worden terugbetaald. Of moet de overheid soms tot in lengte van dagen rente – hoe laag ook – blijven betalen?

Hierover bestaat minder consensus. De bekende econoom Lex Hoogduin heeft voorgesteld de door de coronacrisis veroorzaakte toename van de staatsschuld over 100 jaar uit te smeren. Dan vallen de jaarlijkse lasten tenminste mee. Andere economen zien daar de noodzaak niet zo van in. Ze wijzen op Japan, waar de overheid al jarenlang schuld op schuld stapelt. Zolang de eigen bevolking dit maar financiert door te sparen of de centrale bank die schulden maar opkoopt zonder aflossing te eisen, kan dat misschien wel.

En dan? Als de geschiedenis die Graeber schetst ons iets leert, is het wel dat schulden die van de ene op de andere generatie worden doorgeschoven uiteindelijk in het  niets verdwijnen, zodat mensen die zijn opgezadeld met een schuld uit het verleden  ‘een schone lei’ kunnen beginnen.  

Wellicht dat dit nu ook weer gebeurt. Ga maar na. Over enkele tientallen jaren herinnert waarschijnlijk niemand zich meer waar die schulden voor zijn aangegaan. De kleinkinderen en achterkleinkinderen van de oorspronkelijke schuldeisers ook niet. Niemand verwacht dat geld ooit nog terug te zien. Waarom ook – het is allemaal zo lang geleden, wat gaat het hun nog aan? De herinnering aan de schuld die ooit zo belangrijk leek is vervaagd. Nog even en het is alsof de schuld nooit heeft bestaan. Niet afgelost maar verdampt.  

Beeld: Black hole of euro, commons.wikimedia.org

Deel:

Geef een antwoord