Swanns kant op: een welbesteed isolement

Swanns kant op: een welbesteed isolement

In de reeks ‘Intelligente boeken om te lezen tijdens een al dan niet intelligente lockdown’: Swanns kant op van Marcel Proust.

Ook wie Marcel Proust niet heeft gelezen weet dat hij in Op zoek naar de verloren tijd beschrijft hoe de geur van een madeleine associaties met vroegere gebeurtenissen oproept.

Alleen schijnt dat Proust in werkelijkheid nooit zo’n ervaring heeft gehad, maar dat hij de madeleine nodig had om zijn jeugdherinneringen kunnen presenteren. “En het is inderdaad nog maar de vraag of Proust zijn eigen aha-erlebnis, die als je er goed over nadenkt ook te mooi is om waar te zijn, wel zo serieus nam: in een artikel over Flaubert uit 1920 schrijft hij dat de madeleine domweg een truc was om een mooie overgang tussen twee tijdsniveaus in zijn roman mogelijk te maken”, schrijven Rokus Hofstede en Martin de Haan, de vertalers van Swanns kant op in hun nawoord van dit eerste deel van Op zoek naar de verloren tijd.

Wel zijn die herinneringen grotendeels gebaseerd zijn eigen ervaringen, en het werkelijkheidsgehalte daarvan lijkt vooral zo groot doordat de enorme gedetailleerdheid; het is bijna alsof zijn herinneringen niet meer dan een paar dagen oud zijn. Proust beschikte kennelijk over het vermogen om (zonder madeleine) als het ware in de tijd te reizen. Je zou kunnen zeggen dat hij de tijd als ruimte ervaart, waarin hij van het ene naar het andere tijdvak kan bewegen. Zoals hij, omgekeerd, in de ruimte van het kerk van het stadje Combray juist de tijd ervaart. Die kerk was ‘een bouwwerk dat als het ware een ruimte van vier dimensies besloeg – met als vierde de Tijd – en dwars door de eeuwen zijn schip ontrolde, dat van travee tot travee, van kapel tot kapel niet alleen een paar meter leek te winnen en af te leggen, maar ook een hele reeks tijdperken zegevierend achter zich liet’.

Waar in De toverberg van Thomas Mann de tijd sneller of langzamer beweegt al naar gelang iemand intenser leeft en waarneemt, staat bij Proust de tijd af en toe helemaal stil – het is alsof de tijd bevroren is, en door Proust kan worden geobserveerd. Het ligt voor de hand om dit toe te schrijven aan zijn vermogen om zaken zo intens te beleven dat de tijd nog langzamer gaat stromen dan bij Mann en helemaal tot een halt komt. En behalve dit scherpe observatievermogen, moet Proust ook een extreem goed geheugen hebben gehad plus het vermogen om al zijn intense herinneringen op papier te zetten.

Ik denk dat Proust in de dertien jaar dat hij overdag voornamelijk in bed lag en wat aan zijn boek prutste zowel zijn waarnemingsvermogen, zijn geheugen als zijn schrijfvaardigheid heeft ontwikkeld.

Want hoe gaat dat? Zodra je een gedachte (herinnering, waarneming etc.) onder woorden brengt, bepaalt die formulering je gedachten ook. Je brengt niet alleen iets onder woorden, die woorden hebben ook invloed op je denkbeelden. Ze sturen je bepaalde richting op. En voor je het weet, ga je gaat iets denken dat je eerst niets dacht, komen nieuwe herinneringen en waarnemingen boven. En wwer nieuwe woorden. Enzovoorts – tot er een boek ligt. 

je moet alleen de rust hebben en de concentratie kunnen opbrengen om te schrijven. Een vrijwel geïsoleerd bestaan zoals de bedlegerige Proust had is dan ideaal. En, wil het isolement welbesteed zijn, vervolgens beginnen met schrijven. Want dát is de madeleine, dan komt de tijd tot stilstand.

Beeld:  微博/微信:愚木混株 Instagram:cdd20 via Pixabay

Deel:

Geef een antwoord