De influencer (Sci-Failleton, deel 4)

De influencer (Sci-Failleton, deel 4)

Influencer Vera Winters heeft meer dan twee miljoen volgers op YouTube, een ongeneeslijke ziekte en een plan: haar sterfproces livestreamen, tickets verkopen voor haar uitvaart en €650.000 ophalen voor kankeronderzoek. Zij vraagt uitvaartondernemer Oscar de Bruin om mee te werken aan haar laatste wens.

HOOFDSTUK 1: VERA

Met zo’n jonge vrouw had Oscar nog niet eerder afgesproken. Vierentwintig pas. Naam: Vera Winters. Reden bezoek: Vooroverleg eigen uitvaart, las hij op het naar zijn mail doorgestuurde webformulier.

Hij klikte op ‘accepteren’ en voegde haar toe aan de agenda. De volgende dag, vier uur.

Hij googelde: Vera Winters. De eerste hit was een YouTube-kanaal. @VeraVirtue. 2,4 miljoen abonnees. Het bleek een jonge vrouw te zijn, met kort blond haar en zonder make-up. Ze keek direct in de camera, met een serieuze maar niet onvriendelijke blik.

De video’s onder haar foto droegen titels als:

“Why Memento Mori Changed My Life”

“How to Stop Fearing Death”

“The Stoics Were Right About Everything”

Oscar scrollde. Elke video had honderdduizenden views. Sommige miljoenen.

Hij klikte op de meest recente: “I Have 6-8 Weeks to Live.”

De video begon. Vera’s gezicht vulde het scherm. Op de achtergrond een witte muur met in de hoek een plant. “Hi,” zei ze. Haar stem was kalm, bijna monotoon. “Ik ben Vera. Sommigen van jullie kennen me al jaren. Voor de nieuwe kijkers: ik maak video’s over filosofie. Vooral stoïcisme. Memento mori. Bedenk dat je zult sterven.”

Ze zweeg even. Keek recht in de camera.

“Ik heb kanker. Kleincellig longcarcinoom. Stadium vier. Niet behandelbaar. Ik heb nog even. Misschien twee weken, misschien acht.”

Haar uitdrukking veranderde niet. Geen tranen. Geen trilling in haar stem.

“Ik ga dood.”

Deze keer keek hij de comments onder haar video’s.

Duizenden. Tienduizenden.

“You saved my life. Literally. I was planning to end it. You taught me that death is natural, not something to rush.”

“My dad died last year. I couldn’t handle it. Your videos helped me understand.”

“I’ve been watching for three years. You’re the only person who gets it.”

“Thank you. For being real. For not lying about how hard it is.”

Om kwart voor vier de volgende dag zat Oscar achter zijn bureau toen Lotte op de deur klopte.

“Ze is er.”

“Stuur maar binnen.”

De deur ging open. Vera Winters kwam binnen.

Ze zag er precies uit zoals op de foto’s. Iets magerder misschien maar zeker niet ziekelijk. Ze droeg een spijkerbroek, witte sneakers en een zwart T-shirt met witte letters: Memento Mori. Ze droeg een laptop onder haar arm. Geen tas. Geen jas.

Ze ging zitten. Zette de laptop op tafel, keek hem aan zonder te knipperen. Haar ogen waren blauw, bijna grijs.

“Bedankt dat u tijd voor me maakt.”

“Natuurlijk.” Oscar schoof een kopje koffie dat Lotte had gezet naar haar toe. “Zwart? Of wilt u melk?”

“Zwart is goed.”

Oscar pakte zijn notitieblok. “Uw aanvraag zei dat u uw eigen uitvaart wilt regelen.”

“Klopt.” Vera zette het kopje neer. “Ik ga dood.”

Oscar knikte. “Ik heb het gezien,” zei hij. “U bent ziek.”

“Kanker. Longen. Stadium vier.” Ze zei het zoals je een boodschappenlijstje zou voorlezen. Brood, melk, dood.

“Het spijt me.”

“Hoeft niet.” Ze opende haar laptop. “Ik kom voor iets specifieks.” Ze draaide het scherm naar hem toe. Oscar zag haar YouTube-kanaal. “Ik ben influencer,” zei Vera. “Filosofie. Stoïcisme. Memento mori – bedenk dat je zult sterven.”

“Dat heb ik gezien.”

“Ik wil het livestreamen.”

“Dat kan, dat doen we vaker. Bij elke uitvaart zijn er camera’s beschikbaar. Al gebruiken we ze niet bij elke uitvaart. Sommige mensen willen een besloten bijeenkomst,” zei Oscar. “Ieder het zijne,” voegde hij toe, om duidelijk te maken dat hij te ruimdenkend was voor een makkelijk oordeel. “Wij proberen alleen een gedenkdienst te verzorgen die de overledene recht doet.”

“Niet alleen de gedenkdienst. De hele reis ernaar toe. Het sterfproces. Ik ga over een paar dagen naar een hospice. Ik wil dat mijn volgers er vanaf dan bij zijn. Ik wil dat live streamen.”

“Dat doen we helaas niet,” zei Oscar.

“Dat doe ik zelf,” zei Vera.

“En, als ik vragen mag, uw naasten? Die kunnen zich daarin vinden? Voor veel mensen is sterven iets intiems. Om dat te delen met …” Oscar wierp een blik op @VeraVirtue – “…miljoenen vreemden. Dat zou niet in elke familie goed vallen.”

“Ik heb geen familie. Niet echt.” Haar stem bleef vlak. “Mijn ouders leven nog, maar we hebben geen contact. Al vijf jaar niet. Mijn volgers zijn mijn familie.”

“En u weet zeker dat het een waardig afscheid zal zijn, zo voor de camera?”

“Waardig.” Ze herhaalde het woord langzaam, alsof ze het proefde. “Dat woord hoor ik vaak de laatste tijd. Maar waarom zou het zo veel waardiger zijn om te sterven zonder camera erbij?

“Het is niet aan mij om te bepalen…” begon Oscar, zonder te weten wat hij wilde zeggen.

“Nee,” onderbrak Vera, en ze stond op om haar woorden kracht bij te zetten. “Het is aan mij. Dat is precies het punt. Mijn dood. Mijn keuze. Ik wil anderen helpen door te laten zien dat je dood in de ogen kunt kijken zijn. Dat je kunt accepteren wat onvermijdelijk is. Hoe moeilijk dat ook is. Dat vind ik ‘waardig’.”

“Duidelijk,” zei Oscar.

“En nog iets,” zei Vera. “Ik wil er geld mee verdienen.”

“Geld,” herhaalde Oscar, niet begrijpend.

“Ja. Voor onderzoek.” Vera bleef zitten, stem kalm. “Kleincellig longcarcinoom heeft een overlevingskans van zeven procent. Met nieuwe behandeling misschien vijftien. Maar die behandeling moet eerst getest worden. Dat kost geld.”

Ze opende haar laptop weer, liet hem een spreadsheet zien. “Dit is mijn plan. 50 vrijkaartjes voor mijn beste vrienden. Maar verder: entree voor de fysieke uitvaart: 200 euro. Tweehonderd plekken. Dat is 40 duizend euro. Sponsors voor de livestreams: bedrijven die me al jaren steunen. Geschat zeker honderdduizend. En een donatieknop tijdens de streams. Doel: vijfhonderdduizend euro. Samen dus bijna 650.000 euro ”

Oscar wist niet wat hij hoorde.

“U wilt entree vragen. Voor uw uitvaart.”

“Ja.”

“U wilt sponsors. Voor uw dood.”

“Ja. En? Wat is daar mis mee?”

“Een uitvaart wordt in het algemeen niet als een evenement gezien. Niet iets waar je entreegeld voor kunt heffen.”

“Wat?” Vera leunde naar voren. “Wat is het dan? Een ritueel om mensen te laten doen alsof de dood niet bestaat? Een paar uur huilen en dan doorleven alsof er niets is gebeurd?”

“Het is een manier om afscheid te nemen. Waardig afscheid.” Hij dacht aan hoe Simone was gestorven. Aan de kamer in het ziekenhuis waar hij met haar hun laatste uren samen had doorgebracht. Aan de uitvaart, die hij in haar geest had proberen te organiseren. Niet iedereen hoefde op die manier het leven te verlaten. Maar om er een commercieel project van te maken, ging hem te ver. Iedereen mocht sterven zoals hij zelf wild, maar als het even kon moest het wel waardig gebeuren.

“Daar is dat woord weer. Waardig.” Vera stond weer op. Ze dacht even na. Toen: “Wat kost een uitvaart?”

Oscar aarzelde. “Dat verschilt.”

“Gemiddeld.”

“10.000 euro.”

“En wie verdient daaraan?”

“Dat is anders.”

“U verdient aan andermans dood. Ik aan mijn eigen dood. Is dat zo erg?”

“Wij helpen mensen,” probeerde Oscar nog.

“Dat doe ik ook. Door meer dan zeshonderdduizend euro op te halen voor onderzoek dat over tien jaar misschien iemands leven redt.”

Ze pakte haar laptop, stopte hem onder haar arm.

“Als u eruit bent, dit is mijn nummer.” Ze legde een kaartje op zijn bureau. Wit, zwarte letters, minimalistisch. “Ik heb niet veel tijd meer.”

HOOFDSTUK 2: WAARDIG STERVEN

Oscar pakte zijn telefoon, belde Mira.

“Ja?”

“Kun je even komen?”

“Ben er al.”

De deur ging open. Mira kwam binnen, sloot hem achter zich.

Oscar leunde achterover. “Ze wil livestreamen. En geld vragen. Voor een goed doel, zegt ze. “Kankeronderzoek.”

“En?”

“Ik weet niet of we hieraan moeten meewerken. Dit is geen normale uitvaart.”

“Tja. Wat is normaal?” Mira ging zitten. “Ze is vierentwintig. Ze gaat dood. Ze wil toch nog iets betekenen. Waarom is dat verkeerd?”

Oscar zei niets.

Mira zuchtte. “Kijk, ik begrijp je. Het voelt raar. Maar heiligt het doel de middelen niet?”

“Misschien,” zei Oscar.

“Nee,” zei zijn vader, toen Oscar hem vertelde over Vera, haar ziekte, de livestream en het geld.

“Ik heb gezegd dat ik er over na zou denken.”

“Zeg nee.” Henks stem werd harder. “Wat die vrouw wil is geen uitvaart. Ze wil een circusvoorstelling.”

Oscar zei niets. Hij wist hoe zijn vader over deze dingen dacht. Henk had vijfendertig jaar uitvaarten verzorgd, op de oude manier: stil, respectvol, zonder poespas. Hij was gestopt toen Oscar het overnam, maar zijn neiging om te pas en te on pas met meningen te strooien was niet met pensioen gegaan.

“Die vrouw is ziek,” zei Henk. “Echt ziek. Niet alleen haar lichaam. Ook haar hoofd. En jij moet haar beschermen tegen zichzelf. Het is een kind met een smartphone, ze weet niet wat ze doet. Zeg nee. En blijf nee zeggen. Die vrouw heeft jou niet nodig. Ze heeft therapie nodig.”

“Misschien.”

Henk ademde langzaam. “Ik heb dit werk vijfendertig jaar gedaan. Ik heb duizenden uitvaarten verzorgd. En één ding heb ik geleerd: de dood is privé. Het is geen spektakel.”

“Voor jou. Maar niet voor Vera.”

“Voor niemand. De dood hoort bij familie. Bij dierbaren. Niet bij camera’s en donaties en livestreams.”

“Waarom niet?”

“Omdat het de waardigheid van de overledene aantast.”

Om drie uur ’s nachts zat Oscar nog steeds achter zijn laptop. Hij had geprobeerd te slapen, maar vannacht zat het er niet in.

Om halftwee was hij opgestaan. Had koffie gezet. Was aan de keukentafel gaan zitten. En was begonnen met zoeken.

Eerst: kleincellig longcarcinoom stadium 4 behandeling.

De resultaten waren deprimerend. Chemo, bestraling, palliatieve zorg. Gemiddelde overleving: zes tot twaalf maanden. Kans op overleven na vijf jaar: zeven procent. Van elke honderd mensen met deze diagnose, stierven er drieënnegentig binnen vijf jaar.

Oscar klikte verder.

Nieuwe behandelingen kleincellig longcarcinoom.

Een artikel uit The Lancet Oncology. De titel: “Immunotherapie gecombineerd met targeted therapy toont veelbelovende resultaten in fase-1 trial.”

De behandeling combineerde twee medicijnen: één dat het immuunsysteem activeerde, één dat specifieke mutaties in de tumorcellen aanviel. In de fase-1 trial, met zeventien patiënten, was de responsrate 41 procent. Dat was zes keer beter dan standaardbehandeling.

Maar het was fase-1. Kleine groep, alleen om veiligheid te testen. Voor fase-2 was een grotere groep nodig. Honderd patiënten. Meer data. Meer tijd.

Oscar scrollde naar beneden.

De geschatte kosten voor de fase-2 trial: twee miljoen euro. Waarvan nu: vierhonderdduizend beschikbaar. Het ontbrekende bedrag: 1,6 miljoen.

Oscar leunde achterover.

Vera’s doel was zeshonderdduizend tot zeshonderdvijftigduizend euro. Bijna de helft van wat nodig was.

Niet genoeg om de hele trial te financieren. Maar genoeg om dit dichterbij te brengen. Genoeg om momentum te creëren. Genoeg om andere financiers over de streep te trekken.

Hij pakte zijn telefoon en tikte een bericht. Kunnen we nog een keer praten?

HOOFDSTUK 3: HET CONTRACT

Vera had dezelfde spijkerbroek aan en had opnieuw haar laptop mee. Maar deze keer glimlachte ze toen ze binnenkwam. “U hebt erover nagedacht,” zei ze.

“Ja.”

“En?”

Oscar gebaarde naar de stoel. “Ga zitten.”

Ze ging zitten. Legde haar laptop op tafel maar opende hem niet.

Oscar haalde diep adem. “Ik heb een paar vragen.”

“Natuurlijk.”

“Uw ouders. Zullen ze geen bezwaar maken?”

Vera’s gezicht verstrakte, heel kort. “Dan maken ze maar bezwaar. Ik ben vierentwintig. Dit is mijn keuze.”

“Ze kunnen proberen het tegen te houden.”

“Ze doen hun best maar.”

Oscar noteerde: “Ouders – mogelijk probleem.”

“En dan het geld. zeshonderdvijftigduizend euro is een groot bedrag. Hoe weet u dat u het haalt?”

Vera opende haar laptop en draaide het scherm naar Oscar.

“Dit is mijn bereik.” Ze liet een analytics-scherm zien. “Gemiddeld driehonderdduizend views per video. Dertig procent engagement. Mijn volgers zijn loyaal. En ze geloven in de missie.”

Ze klikte naar een ander tabblad. Een mail van een bedrijf: MindfulLife Supplements.

“Dit is een van mijn sponsors. Ze bieden honderdduizend euro voor exclusieve sponsoring van de livestreams.”

Oscar las de mail. Een waterdicht contract..

“En de entree?” vroeg hij. “200 euro voor een uitvaart. Dat is erg eh… ongebruikelijk.”

“Mensen betalen honderd euro voor een concert. Tweehonderd voor een festival. Waarom niet voor iets betekenisvols?”

“Omdat het geen concert is. Het is een uitvaart.”

“Precies. Het is belangrijker.” Vera leunde achterover.

Ze liet een schema zien. Drie camera’s in het hospice, live-editingsoftware, geluidsapparatuur. Voor de uitvaart: vijf camera’s, een regiekamer, livestream naar YouTube en Twitch tegelijk.

“En de beveiliging van de uitvaart?” vroeg hij.

“Goed punt.” ze klikte naar een ander tabblad. “We verwachten media-aandacht. Mogelijk demonstranten. Mensen die vinden dat dit niet kan.”

“Hoe gaan we daarmee om?”

“Beveiliging bij de ingang. Alleen mensen met een ticket komen binnen. De pers krijgt een aparte sectie, achteraan.”

Oscar noteerde. “En de livestream zelf? Hoe voorkomen we dat het dat het een reality-show wordt? Hoe zorgen we voor een … passend afscheid? ” Hij probeerde het woord ‘waardig’ te vermijden.

Geen muziek tijdens emotionele momenten. Geen close-ups van mensen die huilen. Geen chat tijdens de dienst zelf.”

“Wel tijdens het verblijf in het hospice?”

“Ja. Dat is het hele punt. Mensen kunnen reageren, vragen stellen, delen. Maar tijdens de uitvaart: alleen op afstand kijken. Respect.”

Oscar knikte. Het was een goed doordacht plan. Professioneel. Maar hij zweeg. Dacht aan Henks woorden. Zeg nee. Bescherm haar tegen zichzelf.

Vera leek zijn aarzeling op te merken. “Ik heb nog niets bereikt in het leven en het is al bijna te laat. Maar met die zeshonderdvijftigduizend euro word ik iemand die andere mensen kan redden. Dat betekent toch iets?”

Ze sloot haar ogen, alsof ze iets uit het hoofd wilde leren. “Dat is waarom ik dit doe. Niet voor de aandacht. Niet voor mijn ego. Maar omdat het het enige is dat ik nog kan doen.” Ze dacht even na. “En omdat het me vreselijk lijkt om alleen te sterven.”

Nee, ze was niet ziek in haar hoofd, dacht Oscar. Ze was helder. Helderder dan wie dan ook. Hij pakte een contract uit zijn la. “Hier staat alles in. Alle afspraken. Lotte bespreekt de details met u.”

“Hoeveel rekent u?”

Oscar dacht na. “Twintigduizend euro? Inclusief techniek voor de livestream, extra beveiliging en voor de controle van de toegangsbewijzen.” Hij dacht even na. “Minus onze sponsoring van vijfduizend euro. Dus vijftienduizend?”

“Lijkt me schappelijk,” zei Vera.

HOOFDSTUK 4 – VOORAANKONDIGING

Die avond, om acht uur, ging Vera’s video live. “Hoi,” zei Vera. Ze zat weer in de kamer met de witte muur en de plant op de achtergrond. Maar haar gezicht was dunner dan tijdens vorige filmpjes en haar jukbeenderen scherper. De ziekte deed zijn werk.

“Jullie weten wat er aan de hand is. Ik heb kanker. Zes tot acht weken, zeiden ze. Ik ben nu in week vijf.”

Ze pauzeerde. Keek recht in de camera.

“Dinsdag check ik in bij een hospice. En ik ga livestreamen. De goede dagen, de slechte dagen. De gesprekken, de stiltes. De momenten dat ik bang ben, en de momenten dat ik oké ben.”

Oscar zag het aantal bezoekers stijgen. Vijftigduizend. Honderdduizend. Tweehonderdduizend.

“Waarom doe ik dit?” Vera glimlachte. “Omdat ik drie jaar geleden begon met video’s maken over memento mori. Bedenk dat je zult sterven. Ik praatte erover alsof ik het begreep. Maar nu gaan we zien of ik echt begreep waar ik het over had. Of ik niet alleen van ’talk the talk’ ben maar ook van ‘walk the walk’. En misschien steken jullie er iets van op.”

Ze glimlachte en leunde achterover.

“Ik ga ook geld ophalen. Voor onderzoek naar kleincellig longcarcinoom. De kanker die mij doodt. Overlevingskans: zeven procent. Maar met nieuwe behandeling: misschien vijftien. Twintig. Dertig.”

De camera zoomde langzaam in.

“Ik kan mezelf niet redden. Maar ik kan misschien anderen redden. Dus daarom: op de dag van mijn uitvaart heffen we entreegeld. De toegang is tweehonderd euro. Er zijn tweehonderd plekken. Het geld gaat volledig naar onderzoek.”

De comments explodeerden.

I’m in.

Take my money.

This is insane but I love it.

You’re so brave.

Maar ook:

This is sick.

You’re exploiting your own death.

This is disgusting.

Vera leek de comments niet te zien. Of ze negeerde ze.

“De uitvaart is op Zorgvlied in Amsterdam en wordt verzorgd door Uitvaartcentrum De Bruin.”

Ze keek even de camara in. “Meneer de Bruin. Iemand met meer ervaring met de dood dan wie dan ook. Oscar, dank je.” Oscar voelde hoe hij moest blozen.

Vera pauzeerde even en ging toen weer verder. “De datum wordt nog bekend gemaakt, ha ha. De ticketverkoop is al gestart. En voor iedereen die niet kan komen: het wordt gestreamd. Gratis. Met dank aan mijn sponsor MindfulLife Supplements.”

Ze zweeg. Keek naar haar handen. “Ik ben bang,” zei ze, zachter nu. “Ik ben doodsbang. Maar ik ben ook… opgelucht. Omdat ik eindelijk kan laten zien wat ik altijd heb gepredikt. Dat dood niet het einde is. Dat het… dat het gewoon deel is van het leven.”

HOOFDSTUK 5: AANDACHT

De volgende ochtend zette Oscar na een doorwaakte nacht zijn telefoon aan. telefoon. Het apparaat begon aan één stuk door te zoemen. Vijftien gemiste oproepen. Acht voicemails. Drieëndertig berichten.

Hij checkte de eerste voicemail. “Meneer De Bruin, u spreekt met Peter Janssen, RTL Nieuws. Wij willen graag een interview…”

Delete.

De tweede: “Oscar, dit is Caroline van het AD. We schrijven een artikel over de ethiek van…”

Delete.

Hij opende WhatsApp. Berichten van mensen die hij in jaren niet had gesproken. Oude studiegenoten, verre neven, een ex-collega van Henk.

Allemaal dezelfde vragen: Is het waar? Doe je dit echt?

Oscar negeerde ze.

Hij checkte zijn mail. Honderdzeventien nieuwe berichten sinds gisteravond. De meeste van journalisten. Maar ook:

Van: directie@deboomgaard.nl

Onderwerp: Heroverweging samenwerking

De Boomgaard was een van zijn grootste klanten. Tientallen uitvaarten per jaar, goed voor veertig procent van zijn omzet.

“Ons is ter ore gekomen…,” las Oscar. Hij scande het mailtje. “Per direct opschorten…,” zag hij.

Hij klikte het weg. Van later zorg.

Oscar googelde: Vera Winters livestream death.

De resultaten laadden. Artikelen. Tientallen. NOS, Volkskrant, Guardian, New York Times.

“Influencer verkoopt tickets eigen uitvaart”

“Dying YouTuber to broadcast final weeks”

“Ethici: ‘Dit gaat te ver'”

Oscar opende zijn laptop. Ging naar nu.nl.

Daar stond het. Tweede artikel, met foto van Vera:

“Stervende influencer wil dood livestreamen: ‘Het is mijn keuze'” Daaronder: “Uitvaartondernemer onder vuur: ‘Dit gaat alle grenzen te buiten'”

Oscar klikte.

Het artikel citeerde een ethicus van de VU: “Dit is exploitatie, vermomd als autonomie. Deze jonge vrouw is kwetsbaar en wordt misbruikt door mensen die er financieel voordeel uit halen.”

Een theoloog: “De dood is heilig. Dit is heiligschennis.”

En Henk. Zijn vader, opgevoerd als ‘een ervaren uitvaartondernemer’:

“Mijn zoon heeft een grote fout gemaakt. Dit is geen uitvaart. Dit is een spektakel. En het zal slecht aflopen.”

Oscar staarde naar het scherm.

Henk had met de pers gepraat.

Zijn eigen vader.

Hij belde hem. “Bel die influencer,” nam Henk de telefoon op. “Zeg nee. Red wat er te redden valt.”

“Nee.”

Stilte.

“Wat zei je?”

“Ik zei nee.” Oscar stond op. “Pa, ik heb dit gekozen. Ik kan niet terug.”

“Je kúnt wel terug. Je wílt niet terug. Dat is iets anders.”

“Misschien.”

Henk zuchtte, zwaar. “Oscar, ik begrijp het niet. Waarom doe je dit? Voor het geld? Voor de aandacht?”

“Nee. Voor…” Oscar zocht naar woorden. “Voor het goede doel. Ik heb met Vera gepraat, ze heeft me overtuigd.”

Henk was even stil. Toen: “Ik schaam me voor je.”

“Dat spijt me,” zei Oscar.

“Mij ook.”

De verbinding werd verbroken.

Oscar bleef staan, telefoon in de hand. Zijn vader had hem nog nooit eerder gezegd dat hij zich voor hem schaamde.

Hij belde Mira op kantoor.

“Ja?,” nam ze op.

“Ik ben wat later. Moet nog even wat regelen…”

“Ja. Ja natuurlijk.” Mira’s stem klonk gespannen. “Maar wat wil je doen? Dit is groot. CNN, BBC, ze delen het al.”

“Mijn heeft vader heeft ook al met de pers gepraat.

“Ach ja, Henk,” zei Mira.

“De Boomgaard wil niet meer met ons werken.”

“Dat is ernstiger,” zei Mira. “Ik zie dat er ook een petitie is gestart. Op Change.org. ‘Stop de livestream-dood van Vera Winters.'”

“Hoeveel handtekeningen?”

“Twaalfduizend. In zes uur.”

Oscar sloot zijn ogen en zuchtte diep. “Ik kom eraan,” zei hij.

“Goed. Enne… Gebruik de achteringang. Er staan mensen voor de deur.”

“Wat voor mensen?”

“Journalisten. En… anderen. Demonstranten, denk ik. Ze hebben borden.”

Oscar hing op. In de spiegel zag hij een man die twee dagen niet had geslapen. Wallen onder zijn ogen, haren door de war en een verwilderde uitdrukking op zijn gezicht..

Oscar sloop via de achteringang zijn kantoor binnen. Twee journalisten hadden hem toch gezien, riepen vragen die hij negeerde.

Binnen was Lotte koffie aan het zetten. Ze deed alsof ze niets van het rumoer buiten merkte. Maar toe er iets tegen het raam van het kantoor werd gegooid, liet ze de kopje koffie uit haar handen vallen. Ze slaakte een gil.

Oscar holde naar het raam. Er stonden nu vijfentwintig, dertig mensen. Sommigen met borden:

“DOOD IS GEEN ENTERTAINMENT”

“STOP DE EXPLOITATIE”

“VERA VERDIENT BETER”

Maar ook:

“HET IS HAAR KEUZE”

“STEUN VERA”

“MEMENTO MORI”

De groepen stonden tegenover elkaar. Schreeuwden. Een politieagent probeerde ze uit elkaar te houden.

Oscar keek naar de gezichten. Woede, passie, overtuiging.

“Maak je geen zorgen,” zei hij tegen Lotte.

Oscar liep naar zijn kamer, deed de deur dicht en ging zitten achter zijn bureau. Hij duwde de stapel rekeningen, contracten en condoleancebrieven opzij en pakte zijn laptop. Hij opende een nieuw document en typte:

Statement Oscar de Bruin, uitvaartondernemer Zorgvlied.

Vera Winters heeft mij gevraagd haar uitvaart te verzorgen.

Ik heb toegezegd. Niet omdat ik geld wil verdienen. Niet omdat ik publiciteit zoek. Maar omdat Vera het recht heeft te sterven op haar eigen voorwaarden.

Ze kiest ervoor haar dood te delen. Om anderen te helpen. Om geld op te halen voor onderzoek. Om te laten zien dat sterven iets menselijks is, iets wat bij het leven hoort. Niet iets om je voor te schamen.

Ik steun haar keuze. En ik zal haar helpen deze conform haar wensen uit te voeren en een passende, waardige uitvaart te verzorgen..

Iedereen die het daar niet mee eens is, mag dat vinden. Maar het verandert niets aan mijn beslissing.

Met vriendelijke groet,

Oscar de Bruin

Hij las het drie keer over, ademde diep in en mailde het naar de NOS, de Volkskrant, RTL Nieuws en andere media.

Het nieuws werd binnen een uur opgepikt, zag hij op de site van de Telegraaf: “Uitvaartondernemer verdedigt ‘dood-livestream’: ‘Het is haar keuze'”

Nu kon hij echt niet meer terug.

HOOFDSTUK 6: DOODSBANG

Het Lindenhof lag aan de rand van Amsterdam-Noord, verscholen tussen bomen. Een laag gebouw, bakstenen muren, grote ramen. Het zag er niet uit als een plek waar mensen gingen sterven, eerder als een kuuroord.

Oscar parkeerde zijn auto bij de ingang. Haalde diep adem. Liep naar binnen.

De receptie was klein, licht, met zachte muziek uit onzichtbare speakers. Een vrouw van een jaar of vijftig zat achter de balie.

“Goedemorgen. Kan ik u helpen?”

“Ik kom voor Vera Winters. Mijn naam is Oscar de Bruin.”

De vrouw keek op haar computer. “Ah, ja. U staat op haar lijst. Kamer zeven, eerste verdieping. Lift is daar rechts.”

“Dank u.”

Oscar nam de lift. De deuren sloten, langzaam en stil. Zachte jazzmuziek vulde de cabine.

Eerste verdieping. De deuren gingen open.

De gang was breed, licht, met schilderijen aan de muren. Landschappen, abstracte kunst, foto’s van bloemen. Alles kalm. Alles vredig.

Kamer zeven was halverwege de gang. De deur stond op een kier.

Oscar klopte. “Vera?”

“Kom binnen.”

Hij duwde de deur open.

Overal licht. Overal technici in de weer. Drie camera’s, allen actief, rode lampjes knipperend. Monitoren aan de muur, één met de chat (al duizenden berichten), één met en meter waarop te zien was hoeveel er al gedoneerd was (€5.247) en één waar de livestream zelf te zien zou zijn.

Vera zat rechtop in bed, kussens achter haar rug. Ze droeg een lichtblauwe pyjama, had gekamd haar en was licht opgemaakt. Ze zag er breekbaar uit, al stonden haar ogen helder.

Ze glimlachte toen ze Oscar zag. “Je bent gekomen.”

“Natuurlijk.”

Hij liep naar het bed. Ging in de fauteuil zitten, buiten beeld van de camera’s.

“Hoe voel je je?” vroeg hij.

“Doodsbang.” Ze lachte. “Letterlijk.”

Een vrouw in zwart T-shirt en spijkerbroek kwam binnen. “Tien minuten tot we live gaan. Vera, laatste check. Geluid oké? Licht niet te fel?,” vroeg ze aan Vera.

“Het gaat.”

“Mooi. Remember: adem, neem je tijd, drink water als je het nodig hebt. Wij modereren de chat. Niks raars komt erdoor.”

Vera knikte.

“Sophia,” zei ze tegen Oscar. “Mijn regisseur.”

Sophia keek naar Oscar. “Jij blijft?”

“Als Vera het wil.”

“Ja.” klonk Vera’s stem zacht. “Blijf. Als je wilt.”

Sophia liep naar de monitors. Zette een headset op. Begon te typen.

Oscar keek naar Vera. “Weet je zeker dat je het aankunt?”

“Nee.” Ze glimlachte.

Keek naar de monitor. De berichten in de chat liep volgenden elkaar steeds sneller op:

3 minutes!!!!

I’m so nervous

Vera if you read this: you’re incredible

This is wrong. Stop it.

€50 donated. Good luck Vera.

Sophia riep: “Twee minuten!”

Vera haalde diep adem. Sloot haar ogen. Opende ze weer. Keek recht in de camera. “Oké,” fluisterde ze. “Ik ben er klaar voor.”

Sophia telde af. “Zestig seconden… dertig… tien… vijf, vier, drie…”

Ze wees naar Vera.

De rode lampjes gingen aan.

Live.

Vera keek in de camera. Glimlachte. “Hoi,” zei ze. Haar stem was rustig, helder. “Ik ben Vera. En dit is dag één.”

De chat explodeerde. Duizenden berichten per seconde.

Oscar keek naar de bezoekcijfers. 127.000… 198.000… 341.000…

Vera vervolgde: “Ik weet niet precies wat ik moet zeggen. Ik heb dit niet geoefend. Ik wilde geen script. Want dit…” Ze gebaarde om zich heen. “Dit is echt. Dit is mijn leven. Of wat ervan over is.”

Ze lachte, zacht.

“Voor wie het niet weet: een paar weken geleden kreeg ik te horen dat ik longkanker heb. Kleincellig carcinoom, stadium vier. Niet te behandelen. Ik heb nog maar hooguit een paar weken te leven, schatten ze.”

Haar stem brak heel licht. “En mijn eerste gedachte was: oké. Dit is het. Ik ga dood. En niemand zal het merken.”

Stilte. Vera keek naar haar handen.

“Maar toen dacht ik: nee. Ik wil niet stilletjes verdwijnen. Ik wil dat mijn dood iets betekent. Voor anderen. Voor de wetenschap. Voor iedereen die hierna komt.”

Ze keek weer in de camera.

“Dus daarom zit ik hier. Om geld op te halen voor onderzoek naar kleincellig longcarcinoom. Om jullie mee te nemen in wat het betekent om te sterven. En om te laten zien dat de dood niet eng hoeft te zijn.”

Vera pakte een glas water. Dronk. Zette het terug.

“Ik ga niet liegen. Ik ben bang. Ik weet niet hoe dit voelt. Ik weet niet hoeveel pijn er komt. Ik weet niet of ik sterk genoeg ben.”

Haar stem werd zachter.

“Maar ik ga het proberen. En jullie helpen me. Door te kijken. Door te doneren. Door erover te praten.”

Ze glimlachte.

“Dus… dank je dat je bent gekomen om mij uit te zwaaien.”

Stilte. Tien seconden.

Toen: “Oké. Genoeg serieus gepraat. Laten we beginnen. Vraag me dingen. Via de chat.”

Sophia typte snel en selecteerde een vraag.

“Eerste vraag,” zei Vera. “Van KatieB92: Hoe voel je je op dit moment?”

Vera dacht na. “Moe. Alsof ik een marathon heb gerend, maar dan naar binnen. Mijn lichaam doet pijn. Mijn longen voelen… zwaar. Zoals wanneer je kou hebt gevat en weet dat je ziek wordt. Maar dan voor altijd.”

Volgende vraag.

“Van TomH: Mis je dingen uit je oude leven?”

Vera lachte. “Ja. Koffie. Ik mag geen cafeïne meer. En hardlopen. Dat was mijn meditatie. Nu kan ik amper naar de badkamer lopen zonder buiten adem te zijn.”

Volgende vraag.

“Van Anonymous: Heb je spijt van je keuze?”

Vera fronste. “Welke keuze? Om dit te doen bedoel je waarschijnlijk? Nee. Geen seconde. Zelfs als het niks oplevert. Zelfs als niemand het begrijpt. Dit is de enige keuze die ik nog heb. Daar sta ik helemaal achter.”

Oscar keek naar de teller. €38.491… €42.003… €45.788…

Elke minuut kwam er meer binnen.

Vera praatte verder. Over kanker, over de diagnose, over de eerste dag dat ze zich realiseerde dat dit echt was. “Ik dacht: dat kan niet. Ik ben vierentwintig. Ik ben net begonnen.”

Haar stem brak.

“Maar het kan wel. Het gebeurt. En er is niks dat ik kan doen om het te stoppen.”

Tranen liepen over haar gezicht. Ze veegde ze niet weg.

“Sorry. Ik wilde niet huilen.”

De chat:

Don’t apologize

You’re human

We’re here for you

€100 donated

Vera lachte door haar tranen heen. “Jullie zijn lief. Dank je.”

Ze keek naar de camera. “Oké. Nog één vraag. Dan ga ik rusten.”

Sophia selecteerde.

“Van MarkL: Wat wil je dat mensen zich van je herinneren als je er niet meer bent?”

Vera dacht lang na. Dertig seconden. Veertig.

Toen: “Dat de dood niet het einde is van wie je bent. Het is het einde van je lichaam. Maar je ideeën, je impact, je liefde… die blijven.”

Ze glimlachte.

“Dus leef alsof wat je achterlaat belangrijker is dan wat je meeneemt.”

Stilte.

“Oké. Dat was het voor vandaag. Dank je voor kijken. Tot morgen.”

Sophia gebaarde. De camera’s gingen uit.

Vera zakte achterover in de kussens. Sloot haar ogen.

“Hoe was het?” fluisterde ze.

Oscar keek naar de monitor.

Kijkers: 1,2 miljoen.

Donaties: €163.827.

“Perfect,” zei hij.

Er werd geklopt. De deur ging open. Een verpleegkundige kwam binnen, een vrouw met vriendelijk gezicht en donker haar.

“Vera, tijd voor je medicatie.”

Vera fronste maar knikte. “Oké.”

De verpleegkundige gaf haar een bekertje met pillen. Vera nam ze, spoelde ze weg met water.

“Ik laat jullie verder met rust,” zei de verpleegkundige. Ze keek naar Oscar. “Blijft u lang?”

“Nee. Ik ga zo.”

“Prima. Prettige dag verder.”

De deur ging dicht.

Vera leunde achterover. “Het zijn er steeds meer.”

“De pillen?”

“Ja. Voor de pijn. Ze helpen, maar… ze maken me ook wazig.”

“Kun je de morgen de livestream doen?”

“Ja, als ik niet te veel neem kan ik nog helder denken.” Ze lachte, maar het klonk bitter. “Grappig, toch? Ik ga dood maar ik moet mezelf op pillendieet zetten.”

Oscar stond op en legde zijn hand op haar schouder. “Ik moet gaan. Maar ik kom morgen weer, als je wilt.”

“Graag. Dank je.”

Bij de deur draaide Oscar zich om. “Ik vind je moedig. Ik weet niet of ik het zou kunnen.”

“Natuurlijk wel. Sterven is makkelijk. Iedereen kan het. Je moet alleen accepteren dat je doodgaat, dat is de kunst.”

HOOFDSTUK 7: ‘DAUGHTER OF THE UNIVERSE’

Die nacht sliep Oscar eindelijk weer behoorlijk, al werd hij vroeg gewekt door zijn trillende telefoon.

Berichten. Tientallen.

Hij opende WhatsApp. Mira: Check de krant. Alle kranten.

Op de homepage van nu.nl stonden vier artikelen over Vera:

“Vera Winters livestream gezien door 1,2 miljoen: ‘Ik wil dat mijn dood iets betekent'”

“Ethici verdeeld over ‘dood-livestream’: ‘Grensverleggend of grensoverschrijdend?'”

“Donaties na één stream al €163.000: doel van €500.000 binnen bereik”

“Familie Winters reageert: ‘Onze dochter wordt misbruikt'”

Oscar klikte op het laatste artikel.

Rob en Saskia Winters, Vera’s ouders, hadden een verklaring afgegeven:

“Wij zijn diepbedroefd over de situatie waarin onze dochter zich bevindt. Vera is kwetsbaar, angstig en wordt geëxploiteerd door mensen die profiteren van haar angst voor de dood. Wij roepen iedereen op deze livestreams niet te kijken en Vera’s waardigheid te respecteren door haar met rust te laten.”

Er stond een foto van de ouders bij het artikel. Rob Winters was een man van een jaar of vijftig, met lang haar en een verwilderde blik. Naast hem Saskia, blond, tranen in haar ogen. Twee oudere jongeren, die er inderdaad diepbedroefd uitzagen maar tegelijkertijd en stuk minder volwassen dan Vera.

Oscar googelde: Vera Winters familie estrangement.

Hij vond een Reddit-thread van twee jaar geleden:

“Anyone know why Vera stopped talking about her parents?”

Antwoorden:

She mentioned once they didn’t accept her career choice.

I think it’s deeper. She said in a stream: “Some people only love you when you do what they want.”

Oscar scrollde verder, en zag een YouTube-comment van drie jaar geleden, van Vera zelf:

“To everyone asking: I don’t talk to my parents because they wanted me to be someone I’m not. And when I refused, they cut me off. Not the other way around.”

De straat voor Het Lindenhof stond vol met nieuwsbusjes, camera’s, journalisten met microfoons en nieuwsgierige passanten. Oscar had zich voorbereid op een confrontatie met de pers, maar niemand had oog voor hem. Iedereen verdrong zich om een man die Oscar herkende als de vader van Vera, al zag hij er wat losser uit dan op de foto die Oscar had gezien. Hij had lang haar in een staart, een peace-teken om zijn nek, een gitaar in een versleten hoes op zijn rug en hij droeg sandalen. Een hippie. Zijn vrouw zat op de grond aan zijn voeten, huilend.

De vader van Vera pakte zijn gitaar. “Ik heb een nummer voor haar geschreven. ‘Daughter of the Universe’. Ze moet het horen.”

“Daughter of the Universe, you were born to shine…,” zong hij vals.

Oscar kende dit slag mensen. Figuren die helemaal voor vrede op aarde waren, maar daar geen poot voor wilden uitsteken. Waarmee ze – dat moest Oscar toegeven – de vrede wellicht dichterbij hadden kunnen brengen, ware het niet dat ze verder ook geen poot uitstaken – hun kinderen verwaarloosden, hun relaties lieten versloffen, hun eigen leven en dat van hun naasten lieten verloederen. Werkschuw tuig, zoals zijn vader Henk het noemde. Een beetje pielen op de gitaar en jengelen – meer dan dat lukte ze niet. Niets had je aan ze, dit soort overjarige hippies. Al kon Oscar nu dankzij het gepiel en gejengel van de ouders van Vera nu wel naar binnen slluipen zonder dat iemand hem opmerkte.

Sophia zat voor de deur van Vera’s kamer, met de laptop op schoot. Ze zag er bleek en vermoeid uit.

“Oscar. Goed dat je er bent.”

“Hoe is het?”

Sophia schudde haar hoofd. “Ik weet het niet. Ik vraag me af of ze het aankan.”

Oscar keek door het raampje van de deur. Zag Vera in bed liggen, opgerold en klein onder de dekens.

“Mag ik naar binnen?”

“Ja. Maar wees stil. Ze heeft haar rust nodig.”

Oscar duwde de deur open. Liep naar binnen. De kamer rook naar ziekte. Naar medicijnen en zweet en iets bitters dat Oscar niet kon plaatsen.

Vera lag op haar zij, rug naar hem toe.

Hij ging zitten in de fauteuil. Wachtte. Tien minuten. Twintig. Toen bewoog Vera. Draaide zich om. Opende haar ogen.

“Oscar.”

“Hoi.”

Ze glimlachte zwak. “Heb je mijn ouders gezien?”

“Zeker. Je vader heeft een lied voor je geschreven. Ik heb het niet helemaal gehoord.”

“Je wilt het niet helemaal horen,” glimlachte ze.”

“Ouders,” zei Oscar. “Mijn moeder leeft niet meer, mijn vader wel. Die kan er ook wat van.”

“Ik zag het,” zei Vera. “Hopelijk leggen jullie het bij.”

“Ik hoop het ook,” zei Oscar. “Maar hoe voel je je?”

Ze antwoorde niet maar ging rechtop zitten. Ze kreunde, met een van pijn vertrokken gezicht.

“Wil je morfine?” vroeg Oscar.

“Nee. Nog niet. Ik moet helder zijn. The show must go on. The livestream must go on, bedoel ik.”

“Je hoeft het niet te doen hè. Als het te zwaar wordt, als de pijn te erg is, stop je gewoon. Je hebt je best gedaan, al flink wat geld opgehaald, dus het is geen mislukking.”

Vera glimlachte. “Deal.”

Ze stak haar had uit en Oscar pakte ‘m. Koud en fragiel, voelde hij, hij durfde bijna niet te schudden uit angst iets te breken.

“Jij hoeft dit ook niet te doen,” zei ze. Oscar?”

“Ik weet het. Maar het helpt. Om iets te doen dat goed voelt.”

Vera knikte. “Mij ook.”

Even later had de crew zich rondom het bed verzameld en kon de livestream worden hervat.

Vera keek in de camera. Glimlachte.

“Hoi. Sorry voor de pauze. Mijn lichaam had even een time-out nodig.”

Ze lachte.

De chat explodeerde:

We missed you!

How are you feeling?

€100 donated

“Ik wil iets zeggen,” zei Vera. “Over mijn ouders. Jullie hebben ze misschien gezien.”

Stilte. Ook in de chat.

“Ze zijn niet slecht. Ze zijn bang. Bang dat ik hun wereld afwijs. Hun god. Hun regels. En dat is moeilijk voor hen.”

Ze haalde diep adem.

“Maar ik kan niet leven volgens hun regels. Ik moet leven voor mezelf. En sterven voor mezelf. Op mijn manier. Dus mama, papa, als jullie dit zien: ik hou van jullie. Maar ik kan niet zijn wie jullie willen. Sorry.”

Stilte. Tien seconden.

Toen: “Oké. Genoeg emotie. Vragen?”

De stream ging verder. Veertig minuten. Vera beantwoordde vragen over pijn, over angst, over wat ze miste.

En aan het eind zei ze:

“Tot morgen. Dank dat jullie hier waren.”

De camera’s gingen uit.

Vera zakte achterover. Sloot haar ogen.

“Hoe was het?” fluisterde ze.

Oscar keek naar de monitor.

Kijkers: 1,8 miljoen.

Donaties: €347.394.

“Perfect,” zei hij.

HOOFDSTUK 8: DE LAATSTE LIVESTREAM

De volgende ochtend werd Oscar weer gewekt door getril van zijn telefoon. Een appje van Sophia: Red je het vandaag? Misschien de laatste keer.

Oscar haastte zich naar Het Lindenhof, waar Rob en Saskia weer (of nog steeds?) hun act opvoerden. Rob speelde weer (of nog steeds?) het huilerige ‘Daughter of the Universe’ of een nummer dat er precies op leek. Saskia kweelde mee, waarbij ze het wierrookstaafje in haar hand als een soort dirigeerstok op en neer bewoog. Oscar kon weer achter hen om het gebouw insluipen.

Hij rende naar de kamer van Vera op de eerste verdieping en trof daar Sophia, de verpleegkundige die Oscar al kende en een arts aan, die zich om het bed van Vera hadden verzameld.

Vera lag in bed, slap, met een gezicht dat asgrauw was. Een zuurstofmasker over haar neus en mond. Monitoren piepten, cijfers knipperden.

Oscar sprak de arts – een man met vermoeide ogen – aan: “Wat is er gebeurd?”

“Mevrouw Winters heeft longbloeding gehad. Haar saturatie is gedaald naar zevenentachtig procent. Haar bloeddruk is instabiel,” verstond Oscar. Hij begreep het niet helemaal.

“En?”

“En ik adviseer overplaatsing naar het ziekenhuis. Voor monitoring, mogelijk intubatie als het verslechtert.”

Oscar keek naar Vera. Ze opende haar ogen. Keek naar hem.

Schudde haar hoofd.

“Ze wil niet,” zei Sophia zacht.

De arts fronste. “Dat begrijp ik. Maar als dit escaleert, kan ik hier niet de zorg leveren die ze nodig heeft.”

“En als ze blijft?,” vroeg Oscar.

“Ik zou het afraden. Vannacht. Morgen. Deze week. Ik weet het niet. Maar het kan zo gedaan zijn.”

Vera schudde haar hoofd. Trok het zuurstofmasker naar beneden.

“Nee.” Haar stem was schor, nauwelijks hoorbaar. “Ik blijf. Hier.”

“Vera, je bent heel ziek,” zei Sophia. “Als je hier blijft…”

“Dan sterf ik. Ik weet het.” Ze hapte naar adem. “Maar ik doe… de stream… eerst.”

De arts zuchtte. “Mevrouw Winters, ik moet u officieel informeren: tegen medisch advies het ziekenhuis weigeren kan uw leven verkorten.”

Vera schudde het hoofd.

De arts knikte. “Oké. U bent gewaarschuwd.”

De arts vertrok na instructies achter te laten: zuurstof blijven toedienen, elke twee uur vitale functies checken, bij verslechtering onmiddellijk bellen. De verpleger begeleidde hm naar buiten.

Vera was inmiddels in slaap gevallen. Haar ademhaling was oppervlakkig en onregelmatig.

Sophia zat op de grond, rug tegen de muur, laptop op schoot. Ze staarde naar het scherm zonder te typen.

Oscar zat in de fauteuil. Keek naar Vera. Naar de monitor: hartslag 94, saturatie 89%, bloeddruk 95/60.

“Ze gaat dood,” zei Sophia zacht.

Oscar keek naar haar. “Nog niet.”

“Weet je wat het gekke is?” zei Sophia. “Vera heeft honderden video’s gemaakt, duizenden comments gelezen, miljoenen mensen bereikt. Maar het was nooit genoeg.”

“Maar dit is anders?”

“Precies. Likes, views, comments… dat zijn cijfers. Maar dit… ” Ze gebaarde naar de monitoren, de camera’s. “Dit is tastbaar. Dit is echt geld, echte impact, echte levens die worden gered.”

Oscar begreep het. De livestreams, de donaties, de controverse: ze gaven betekenis aan het onvermijdelijke.

Vera schrok wakker, trok het zuurstofmasker naar beneden. “Water.”

Sophia gaf haar een glas. Vera dronk, kleine slokjes, langzaam. “Kunnen we… nu… streamen?,” vroeg ze.

10 minuten later ging de camera aan.

Geen licht, geen setup. Alleen Vera in bed, ochtendlicht door het raam, zuurstofmasker naast haar. Ze keek in de camera. Glimlachte zwak. Haar stem was broos, haperde om de paar woorden.

“Niet zo’n beste nacht. Bloeding. Pijn. De dokter… wilde me… naar het ziekenhuis. Maar ik… ben gebleven.”

Ze ademde zwaar. Sloot haar ogen. Opende ze weer.

“Omdat ik… iets wil zeggen. Iets… belangrijks.”

Stilte. De chat was stil. Iedereen wachtte.

” Misschien… is de dood… gewoon… het einde. Misschien… is er geen… betekenis.”

Ze keek recht in de camera.

“Maar ik… weiger… dat te geloven. Want als er… geen betekenis… is… dan kunnen wij die … creëren.”

Haar stem werd steviger. Helderder.

“Daarom doe ik… dit. Niet omdat het… makkelijk is. Niet omdat ik… niet bang ben. Maar omdat… dit… mijn manier is… om te zeggen: ik was hier. Ik leefde. Ik deed ertoe.”

Ze glimlachte.

“En jullie… maken dat… waar. Door te kijken. Door te doneren. Door… erover te praten.”

“Dus… alsjeblieft. Deel dit. Praat erover. Doneer… als je kunt. Laat de wereld… zien… dat één persoon… een verschil… kan maken.”

Vera zakte achterover. Zuurstofmasker terug op haar gezicht.

De verpleegkundige kwam binnen met soep. Ze aarzelde toen ze zag dat Vera aan het streamen was, maar Vera wenkte hem zodat hij haar de soep kon geven. Vera nam drie happen en zette toen de kom weg. “Mijn maag… is gekrompen.”

Vera ging rechtop zitten, met kussens in haar rug. Haar gezicht was bleek, haar ogen donker.

Maar ze glimlachte.

Vera glimlachte. “Dit is… waarschijnlijk… mijn laatste stream.”

De chat explodeerde. Duizenden berichten per seconde.

Vera keek naar de teller op het scherm. Donaties: €347.394.

“We zijn… bijna… bij zeventig procent. Dat is… ongelooflijk. Maar ik wil… meer. Ik wil… de vijfhonderd.”

Ze hapte naar adem. “En ik denk… dat we… het kunnen. Als we… samenwerken.”

Stilte.

“Ik weet… dat jullie bezorgd zijn. Maar… het gaat goed met me. Ik ben… waar ik… wil zijn.”

Ze keek naar de teller. €415.291.

“We zijn… zo dichtbij. Nog… even. We kunnen het halen.”

Haar stem haperde. Ze pauzeerde, ademde diep.

Sophia typte snel. Selecteerde een vraag.

“Van Emma L: Heb je spijt van deze keuze?”

Vera schudde haar hoofd. “Geen seconde. Dit is… het beste… dat ik ooit… gedaan heb.”

Volgende vraag.

“Van Daniel K: Ben je bang?”

“Ja. Heel bang. Ik ben bang voor de pijn. Voor het onbekende.” Ze zuchtte. “Ik kan de kanker niet stoppen. Maar ik kan wel kiezen hoe ik ermee omga. Angst is… geen reden… om niet te leven. Ook niet als je bijna dood bent.”

Oscar keek naar Vera. Haar ademhaling werd zwaarder. Haar gezicht bleek. “Misschien…,” fluisterde hij. “… misschien is het nu genoeg?”

Ze schudde haar hoofd. “Nog niet. Bijna.”

Ze keek in de camera.

“Eén vraag… nog. Dan… ga ik even rusten.”

Sophia selecteerde.

“Van Anonymous: Wat wil je dat we onthouden?”

Vera dacht na. Dertig seconden. Veertig.

Toen: “Dat de dood… niet het einde is… van wie je bent. Maar het begin… van wat je achterlaat.”

Ze glimlachte en sloot haar ogen.

De teller tikte door: €442.381…€468.790… €501.247.

Het doel was bereikt. Sophia en Oscar juichtten.

Vera opende haar ogen. “We hebben… het gehaald.” Er brak een grote glimlach door op haar betraande gezicht.

De chat explodeerde:

WE DID IT

VERA YOU DID IT

€1000 MORE FROM ME

THIS IS HISTORY

Vera keek in de camera. “Dank jullie. Dank jullie… allemaal.”

Ze zakte achterover. Sloot haar ogen.

De camera ging uit.

HOOFDSTUK 9: ‘ALS JE DIT ZIET, BEN IK DOOD’

De monitor krijste. Rode cijfers knipperden. Hartslag: 142. Saturatie: 81%. Bloeddruk: 78/45.

Binnen tien seconden stormde de verpleegkundige binnen, gevolgd door de arts.

De arts scheen met een lampje in Vera’s ogen. “Vera, kun je me horen?”

Vera opende haar ogen, langzaam. Knikte zwak.

“Pijn?”

Ze knikte weer.

“Waar?”

Vera legde haar hand op haar borst. “Overal.”

De arts keek naar de verpleegkundige. “Morfine, tien milligram. Nu.”

“Nee.” Vera’s stem was nauwelijks hoorbaar. “Nog niet.”

“Mevrouw Winters, u moet…”

“Ik moet … helder blijven. Nog… even.”

Oscar knielde bij het bed. Pakte Vera’s koude, klamme hand.

“Je moet toch iets doen tegen de pijn?,” zei hij

“Straks. Eerst… praten.”

“Praten over… ?”

“Over hoe… ik wil… sterven.”

De arts keek naar de verpleegkundige, toen naar Oscar. “Vijf minuten. Dan geef ik haar de morfine, of ze wil of niet.”

Ze liepen de kamer uit, zodat Sophia en Oscar alleen met Vera achterbleven.

Vera’s gezicht was grauw, haar lippen blauw. “Als ik… sterf… wil ik dat… jullie het… filmen.”

Sophia verstijfde. “Vera… we hebben ons doel bereikt, het is niet meer nodig.”

“Niet live. Gewoon… opnemen. En dan later uitzenden. Zodat mensen… kunnen zien… hoe het is.”

“Ik wil het. Dit is… mijn laatste kans… om…” Vera’s stem werd steviger, helderder. “… om iets te betekenen.”

“Je betekent al zoveel,” zei Oscar zacht.

“Nog niet genoeg.” Tranen liepen over haar gezicht. “Beloof het. Alsjeblieft.”

Oscar keek naar Sophia. Ze zag er bleek uit, geschokt. Maar ze knikte. “Oké. Als dat is wat je wilt.”

“Dank je.” Vera sloot haar ogen. “Oké. Kom nu maar door met die morfine,” glimlachte ze.

De monitor piepte zacht, regelmatig.

Oscar keek naar Vera en aan alles wat er in de afgelopen dagen was gebeurd. Nog geen twee weken geleden had hij haar ontmoet. Een vreemde met een waanzinnig plan. Nu was ze… wat? Een cliënt? Een vriend? Een mentor misschien?

De deur ging zacht open. De verpleegkundige kwam binnen, checkte de monitor, de infuuszak.

“Hoe lang nog?” fluisterde Oscar.

“Uren. Misschien een dag. Haar lichaam vecht nog.”

“Maar niet meer voor lang?”

“Nee.”

De verpleegkundige liep weg.

Vera werd wakker. Keek om zich heen, verward.

“Sophia?”

Sophia sprong overeind. “Ik ben er.”

“Hoe laat… is het?”

“Kwart voor acht.”

“’s Avonds?”

“’s Avonds.”

“Goed.” Vera’s stem was helder, sterker dan eerder op de dag. “We gaan… filmen.”

Oscar walgde van het idee dat iemands doodstrijd publiekelijk te zien zou zijn. Maar hij protesteerde niet. Misschien zag hij het verkeerd. En Vera had het volste recht om zichzelf te filmen terwijl ze stierf. Hij kneep hij z’n lippen samen, meer niet. Sophia en Vera hadden eruit kunnen opmaken dat hij het moeilijk had, dat hij eigenlijk wilde dat ze zouden stoppen. Maar ze vatten de hint niet.

Sophia zette de camera’s aan. Geen extra belichting, geen opsmuk. Alleen Vera in bed, met het licht van de kamer en het avondlicht dat door het raam naar binnen viel.

Vera keek in de lens. Glimlachte zwak.

“Hoi. Als je dit ziet… ben ik dood.”

Haar stem was rustig, helder.

“Ik weet niet… wanneer dit gebeurt. Vandaag, morgen. Maar het gebeurt.”

Ze haalde diep adem.

“En ik wil… dat je weet… dat ik niet bang ben. Niet meer.”

“Ik was bang. Heel lang. Bang om te verdwijnen. Bang dat mijn leven… niks betekende.”

“Maar jullie… hebben me laten zien… dat dat niet waar is.”

Tranen liepen over haar gezicht.

Ze keek recht in de camera.

“Dus als je dit ziet… wees niet verdrietig. Wees trots. Want samen… hebben we iets ongelooflijks gedaan.”

Ze glimlachte. “Oké. Dat was het. Vaarwel.”

Sophia zette de camera uit. Vera sloot haar ogen weer. Oscar deed er het zwijgen toe. Het liefste was hij vertrokken, maar uit respect voor Vera hield hij zich in.

De stroom chats droogde op. Twee minuten lang typte niemand iets.

Toen, langzaam, begonnen mensen hartjes te plaatsen.
❤️
❤️
❤️

Duizenden. Honderdduizenden. Als virtuele kaarsen.

Een digitale wake.

Vera’s ademhaling werd onregelmatig. Diep, dan oppervlakkig, dan stilte. Toen weer diep.

De arts kwam binnen. Luisterde. Keek naar de monitor.

“Dit is het,” zei hij zacht. “Minuten. Een uur, hooguit.”

Oscar knikte. Kon niet praten.

Sophia zat bij het doodsbed, hield zacht huilend Vera’s hand vast.

Vera opende haar ogen. Keek naar hen. Toen vielen haar ogen weer dicht.

Haar ademhaling stopte.

De monitor piepte. Eén lange, vlakke toon.

De arts checkte Vera’s pols. Keek op zijn horloge. “Tijd van overlijden: 23 uur 27.”

Stilte.

Sophia barstte in snikken uit.

Oscar zat stil, gevoelloos en keek naar Vera’s gezicht. Emotieloos, vond Oscar, het gezicht van iemand die alle pijn achter zich had gelaten. Maar de huid zag ook bleek en strak gespannen en had opeens veel weg van perkament nu de dood was ingetreden.

Diezelfde avond nog trilde Oscars telefoon dat er een filmpje was verschenen op YouTube: “VERA WINTERS FINAL MESSAGE | Goodbye”

Oscar klikte erop.

Vera’s gezicht vulde het scherm. Bleek, maar vredig.

“Hoi. Als je dit ziet… ben ik dood.”

Vera’s stem, zo helder. Zo levendig.

De video eindigde met een zwart scherm.

Oscar scrollde naar de comments. Het waren er al honderden.

I’m crying

Rest in peace Vera

You changed my life

Thank you for everything

€500 donated in her memory

HOOFDSTUK 10: DE UITVAART

Lotte bewaakte de ingang van de aula van begraafplaats Zorgvlied. “Helemaal uitverkocht,” zei ze tegen Oscar toen die ruim voor het begin van de uitvaart aankwam.

“Mooi. Zo zou zij het gewild hebben. En ook wel handig dat je niet aan de deur hoeft te verkopen.”

Lotte lachte.

“En haar ouders?,” vroeg Oscar.

“Die komen niet. Ze vinden dit ongepast. Vera onwaardig.”

Oscar liet Lotte achter, zodat die de gasten kon verwelkomen en liep door naar de aula. Op de muur werden video’s van Vera geprojecteerd. Haar stem vulde de ruimte.

Oscar ging zitten op de eerste rij. Alleen. Maar al gauw begonnen mensen binnen te komen.

Jong, de meesten. Twintigers, dertigers. Veel tattoos, piercings, felgekleurde haar. Vrienden van Vera. Ze huilden. Omhelsden elkaar. Staarden naar de kist.

Om één uur begon de ceremonie.

Sophia sprak eerst. Over Vera’s visie, haar moed, haar weigering stil te verdwijnen.

Een vriend, Mika, over hoe Vera haar leven had gered.

Toen anderen. Korte verhalen, herinneringen, tranen. En stoïcijnse waarheden: “Angst voor de dood is natuurlijk,” zei een spreker. “Maar het is ook irrationeel. Je bent niet bang voor de tijd vóór je geboorte, toch? Waarom dan voor de tijd na je dood? Marcus Aurelius zei: ‘De dood is net zo natuurlijk als geboren worden.’ Ik geloof dat.” Een andere spreker had het er over dat je moest proberen ‘de dingen te zien zoals ze zijn, niet zoals je wilt dat ze zijn.’

En toen kwam Oscar. Hij stond op. Liep naar het podium. Keek naar de zee van gezichten. Allemaal keken ze naar hem. “Ik ben Oscar de Bruin,” begon hij. “Vera’s uitvaartondernemer. Maar ook… haar vriend, denk ik.”

Hij haalde diep adem.

“Een paar weken geleden kwam Vera naar me toe met een waanzinnig plan. Ze wilde verdienen aan haar eigen dood. Geld ophalen voor onderzoek. En mensen laten zien dat sterven niet eng hoeft te zijn.”

“Ik dacht: dit is idioot. Dit kan niet. Dit mag niet. Maar Vera overtuigde me. Met argumenten. Met haar vastberadenheid. Haar weigering om machteloos te zijn.”

Zijn stem brak.

“En nu is ze dood. En ik sta hier. En ik vraag mezelf af: was dit het waard?”

Hij keek naar de kist.

“Als ik helemaal eerlijk ben, is haar manier niet de mijne. Ik moet nog steeds wennen aan het idee dat je zo publiekelijk afscheid neemt van het leven. Misschien een generatieding, ik weet het niet. Maar voor mij is het niet iets om van de daken te schreeuwen. Maar…,” Oscar pauzeerde even. “Maar Vera heeft meer gedaan in vijf weken dan de meesten in een heel leven. Ze heeft meer dan zeshonderdduizend euro opgehaald. Ze heeft miljoenen mensen bereikt. Ze heeft levens veranderd. En ze heeft laten zien dat de dood niet het einde hoeft te zijn van wie je bent. Maar het begin van wat je achterlaat.”

Stilte.

“Rust zacht, Vera. En dank je.”

Hij liep terug naar zijn stoel.

De ruimte was stil. Toen barstte applaus los. Mensen stonden op. Huilden. Klapten.

En voor het eerst die dag voelde Oscar iets anders dan verdriet. Hij voelde trots.

EPILOOG

Oscar zat de volgende dag in zijn kantoor en nam zijn agenda door.

Leeg.

De Boomgaard had niets meer van zich laten horen. Andere grote klanten hadden zich teruggetrokken. Te controversieel, zeiden ze. Te riskant. Oscar had verwacht dat allerlei mensen zich uit sympathie bij hem zouden aanmelden om zijn uitvaart te verzorgen, maar dat was nog niet gebeurd. Misschien waren de mensen die hem sympathiek vonden ook vooral van de generatie van Vera. Te jong om te sterven, een enkele uitzondering daargelaten.

Mira kwam binnen. “Oscar, je moet dit zien.”

Ze legde een krant op zijn bureau. De Volkskrant.

“VERA’S LEGACY MAAKT BREAKTHROUGH MOGELIJK”

Het artikel legde uit: de donaties, het sponsorgeld en de opbrengst uit de verkoop van de tickets voor Vera’s uitvaart hadden de fase-2 trial gefinancierd. Tien patiënten waren al ingepland.

Als het werkte, zou het de overlevingskans van kleincellig longcarcinoom verviervoudigen, van zeven procent naar achtentwintig procent.

Even later belde Henk aan.

Oscar deed open. “Pa. Kom binnen.”

Henk liep naar binnen. Keek rond. “Hoe gaat het?”

“Rustig. Te rustig.”

“Geen klanten?”

“Even niet. Maar komt wel weer.”

Henk knikte. Ging zitten. Hij schraapte zijn keel. “Ik had misschien ongelijk. Over Vera. Over wat je deed.”

Oscar keek op. “Echt? Ik ben anders zelf ook niet helemaal overtuigd…”

“Ik dacht dat je te ver ging. En eerlijk gezegd ben ik het er nog steeds niet mee eens. En bovendien…”

“Bovendien?”

“Bovendien dacht ik dat je iets met Simone probeerde goed te maken. En misschien was dat ook wel zo. Gedeeltelijk.”

“Maar?”

“Maar je hebt ook moed getoond. En daar ben ik trots op. Ik begrijp het niet, ik ben het er niet mee eens. Maar ik ben wel trots op je.”

Oscar voelde hoe hij moest blozen. “Dank je, pa.”

Henk glimlachte. “Graag gedaan. En Oscar?”

“Ja?”

“Als je hulp nodig hebt. Met het bedrijf. Laat het me weten.”

“Echt?”

“Ja. Ik ben misschien oud. Maar ik heb nog wel wat ideeën om klanten te werven. En als je wilt dat ik met De Boomgaard spreek…”

Oscar lachte. “Dat zou fijn zijn.”

Henk stond op en omhelsde hem.

Thuis bleef Oscar maar denken aan wat Henk had gezegd: “Ik dacht dat je iets met Simone probeerde goed te maken.”

“Hij had een punt,” zei hij tegen Simone.

“Soms loop ik over straat en ruik ik je parfum. Dan kijk ik op, en zie ik je even. Maar dan is het iemand ander. Ik mis je elke dag. Denk nog vaak terug, vooral aan die laatste maand… we hadden het alleen over je medicatie, bezoekuren of ik de planten wel water gaf. Ik schaam me ervoor dat ik niet sterk genoeg was om je beter te begeleiden. Dat ik zo veel onuitgesproken heb gelaten.”

Ze was gestorven was precies zoals Oscar het had gewild. Maar of het was zoals zij het had gewild? Of had ze zich neergelegd bij wat Oscar wilde, omdat ze nu eenmaal van hem hield en haar niet teleur wilde stellen? Was ze niet onnodig eenzaam geweest, zo zonder iemand die werkelijk begreep wat ze doormaakte? Hij zou het nooit weten. Maar hij had het haar moeten vragen.

Dat hij nu een keer kon voldoen aan iemands laatste wensen deed hem goed. Hij had de neiging om ervan uit te gaan dat iedereen wel zo’n beetje op dezelfde manier in het leven stond als hij. En zo’n beetje op dezelfde manier tegen de dood aankeek en op zo’n beetje dezelfde laatste stappen zou willen nemen. Dat hij erin was geslaagd iemand zoals Vera te begeleiden in haar laatste dagen, iemand die zulke andere ideeën had gehad dan hij – daarmee had hij toch een revanche op zichzelf geboekt. Al zou hij zijn nalatigheid tegenover Simone nooit goed kunnen maken, die fout zou hij niet herhalen.

EINDE

Deel:

Geef een reactie