Dubbelleven (Sci-Failleton, deel 3)

Dubbelleven (Sci-Failleton, deel 3)

Wanneer de kille aannemer Mark Jansen hem inhuurt om alle accounts van zijn overleden verloofde Lara ‘uit te gummen’, stuit Oscar op een mysterie. De data liegen niet: Lara bracht jarenlang elke nacht uren door in Elysium, een hyper-realistische virtuele wereld waar ze onder de naam Nyx een gevierd kunstenaar was.

Gedreven door de vraag waarom Lara haar echte leven ontvluchtte, neemt Oscar een riskante beslissing: hij creëert een vrouwelijke avatar, Mona, gemodelleerd naar zijn eigen overleden vrouw Simone, om in Elysium op onderzoek uit te gaan.

HOOFDSTUK 1: ‘IK WIL VERDER’

Hoofdstuk 1 Mark komt binnenSinds de dood van Simone verdroeg Oscar de geur van lelies niet meer. Daarom had hij het raam van zijn kantoor opengezet, maar het lukte de herfstlucht niet om de doordringende lucht te verdrijven. “Het spijt me”, zei Oscar.

Door het halfopen raam zag Oscar een dure zwarte Audi een parkeerplaats voor het uitvaartcentrum op gleed.

“Precies op tijd”, zei Oscar.

“Niet per se een aanbeveling”, zei Simone.

“Nee, maar liever een patser die die op tijd is dan een patser die te laat is.”

De man die uitstapte bewoog alsof zijn pak te strak zat. Gecontroleerd. Elke beweging was afgemeten, alsof spontaniteit een zwakte was die je kon wegtrainen. Hij controleerde zijn telefoon voordat hij het portier sloot. Toen zijn manchetknopen. Toen zijn das.

Hij wil niet voelen, dacht Oscar.

De deur ging open. Mark Jansen, vijfendertig, aannemer volgens het dossier, stak zijn hand uit zonder Oscar aan te kijken.

“Mark Jansen.”

“Oscar de Bruin.” Hij schudde de hand van zijn nieuwe cliënt. Koud. Stevig. Te stevig.

“Ik wil het kort houden”, zei Mark. Hij ging niet zitten. Bleef staan, armen over elkaar, alsof dit een zakelijke meeting was. “Lara wilde begraven worden zonder poespas. Hooguit tien mensen: haar ouders, mijn ouders, een paar naaste collega’s van ons bedrijf. Bosje bloemen. Korte toespraak, Geen muziek, want daar hield ze niet van. Dat is het wel zo’n beetje.”

“En Lara’s digitale nalatenschap?”, vroeg Oscar.

“Ja, ook nog natuurlijk. Ik wil dat het… netjes wordt afgehandeld.”

Oscar knikte. Pakte zijn tablet. “Wat heeft ze precies?”

“LinkedIn. Instagram. Facebook. E-mailaccounts. Twitter, denk ik. Misschien Pinterest.”

“Wij zullen sowieso alles doornemen om te zien of het van pas komt bij de herdenking. En we kunnen oude foto’s, social media posts en andere herinneringen combineren. Om een avatar te maken. Of een herdenkingsfilmpje. U wilt toch een gedenkdienst die de overledene recht doet?”

Mark keek hem vies aan, en schudde zijn hoofd vol walging. “Nee, geen poespas. Ik doe dit voor haar. Ik wil alleen zo snel mogelijk alles sluiten. Ik wil…” Hij stopte. Slikte. “Ik wil verder.”

De laatste twee woorden klonken als een bevel aan zichzelf.

Oscar keek op. Mark staarde naar de grond, kaak gespannen, handen tot vuisten gebald in zijn zakken.

“Neem de tijd”, zei Oscar zacht. “Er is geen haast.”

Marks hoofd schoot omhoog. Zijn ogen waren te helder. Te scherp. “Er is altijd haast.”

Oscar probeerde het opnieuw. “Mensen onderschatten vaak hoeveel…”

“Hoeveel kost het?”

Stilte.

“Driehonderd euro. Standaardpakket.”

“Prima.” Mark haalde zijn portemonnee tevoorschijn en pakte een betaalpas. “Ik kan meteen betalen als u wilt. Stuur de factuur maar naar mijn kantoor.”

Hij draaide zich om naar de deur.

“Meneer Jansen… Mark.”

Mark stopte maar draaide zich niet om.

“We kunnen ook wachten met sommige accounts”, zei Oscar. “Mensen sturen soms nog berichten. Condoleances. Herinneringen. Het kan helend zijn om…”

“Ik wil het gewoon weg hebben.” Marks stem brak bijna. Bijna. “Alles. Ik wil dat het… verdwijnt.”

Oscar gaf het op. “U kunt de details van de uitvaart met Lotte bespreken, onze accountmanager. Ze zal contact met u opnemen.”

Mark vertrok. Zonder gedag te zeggen. Oscar keek hem vanachter het raam na. Zag hoe Mark naar zijn auto liep. Hoe hij stopte. Hoe zijn schouders omlaag zakten. Hoe hij zijn handen op het dak legde en zijn hoofd liet zakken.

Deze man rent weg van zijn verdriet.

De gedachte was niet nieuw. Oscar had het eerder gezien. Hij kende het type. Had het tientallen, honderden duizend keer gezien in deze ontvangstruimte. Mannen die dachten dat controle hetzelfde was als kracht. Dat als je maar strak genoeg stond, het verdriet je niet zou raken. Dat als je maar snel genoeg bleef bewegen, de pijn je niet zou inhalen.

Zelf was hij ook zo’n man geweest.

Oscar schudde zijn hoofd. Opende zijn laptop. Typte Lara’s naam in het systeem.

Lara van Dam. Overleden 23 september. 32 jaar.

Hij keek naar haar foto. Een lachende vrouw met donker haar en een bril die te groot voor haar gezicht was. Ze hield een koffiekopje vast. Een kantoor op de achtergrond. LinkedIn-profielfoto waarschijnlijk.

Wie was je? dacht Oscar. En waarom wil je verloofde zo wanhopig vergeten dat je bestond?

Even later kwam Lotte binnen met twee koppen koffie.

“Mark Jansen?” vroeg ze, zonder zijn antwoord af te wachten. Ze zette een kop voor hem neer. Te veel melk, zoals altijd. “Ik zag hem vertrekken. Hij zag eruit alsof…” Ze stopte. Zocht naar woorden. “Alsof hij te laat was voor een volgende afspraak.”

Oscar keek op. Lotte stond tegen de deurpost geleund, met haar eigen kop koffie.

“Hij wil alles sluiten”, zei Oscar. “LinkedIn, Instagram, Facebook…”

“Geen avatar dus? Geen filmpje? Helemaal niets?”

“Hij zei: ‘Ik wil dat het verdwijnt.'”

Lotte fronste. “Verdwijnen?”

“Alsof het nooit bestaan heeft. Ze hebben jarenlang samengewerkt, ze heeft geholpen zijn bedrijf groot te maken. En nu wil hij haar uitgommen.”

“Denk je dat hij iets verbergt?”

“Of zij.”

HOOFDSTUK 2: ‘WHERE YOU CAN BE WHO YOU REALLY ARE’

Scene 2 (Aangepast)

Oscar rook in de computerruimte de geur die opsteeg uit de blikjes Red Bull die Jamal had laten slingeren en – wat was het – oververhit plastic?- iets elektronisch in elk geval, dat Oscar niet kon thuisbrengen. Jamal zat geconcentreerd te werken voor een laptop, zo te zien was hij de social media-accounts van Lara van Dam aan het leegtrekken.

“Oké”, mompelde Jamal. LinkedIn… check. Instagram… check. Facebook… check. Twitter… bestaat niet meer. Pinterest… bestaat wel maar ze heeft het nooit gebruikt. E-mail… drie accounts, allemaal clean. Dropbox… foto’s, belastingaangiftes, niets bijzonders.” Ik heb er een samenvatting van gemaakt. We kunnen alle accounts opzeggen. Of wil je het nog even doorlopen?

Oscar scrollde even door de beelden die Jamal had verzameld. Veel poezenfoto’s, AI-gegenereerde kakatoes die dansjes uitvoerden, foto’s van Lara met vriendinnen. Geen enkel beeld van Lara met Mark, maar misschien zei dat niets.

Hij leunde achterover, nam het verslag door dat Jamal had gecompileerd van alle berichten op de ‘socials’ en haar e-mailverkeer. De gebruikelijke huis-tuin-en keukendingen. Offerteaanvragen. Steunbetuigingen met slachtoffers van oorlogsgeweld. Heen en weer gemail over afspraken. “Geen rare dingen.”

“Geen geheime crypto-accounts”, bevestigde Jamal. “Geen Ashley Madison. Geen…” Hij stopte.

Oscar keek op van zijn eigen laptop. “Geen wat?”

Jamal staarde naar het scherm. Zijn wenkbrauwen gingen omhoog.

“Geen wat?” vroeg Oscar opnieuw.

“Data.”

“Ja, uiteraard.”

“Nee, ik bedoel…” Jamal typte iets. Een grafiek verscheen. Pieken. Dalen. Tijdstempels. “Ik bedoel data. Kijk nou!”

Oscar kwam overeind. Liep naar het scherm. Probeerde er wijs uit te worden.

Jamal wees naar een reeks pieken. “Normale mensen gebruiken misschien… twintig, dertig gigabyte per maand. Netflix, YouTube, emails, whatever.”

“Hoeveel gebruikte Lara?”

“Driehonderd.”

Oscar floot zacht.

“Maar dát is niet het rare.” Jamal zoomed in op de grafiek. “Kijk naar de tijden. Elke avond. Tussen tien uur ’s avonds en twee uur ’s nachts. Gigantische datastromen. Dit is geen Netflix. Dit is…”

“Wat?”

Jamal draaide zich om. Zijn gezicht stond ernstig. “Dit is VR-level bandwidth. Dit is real-time rendering. Dit is…”

Hij typte weer. Een inlogscherm verscheen. Zwart. Gouden letters.

ELYSIUM – Where you can be who you really are.

“Wat is dat?” vroeg Oscar.

Jamal scrolde door de site. “Een volledige virtuele wereld.”

Oscar staarde naar het scherm. “En Lara zat hier elke avond?”

“Vier uur per nacht. Elke nacht. Al drie jaar. Met de naam Nyx.”

“Had ze een affaire?”

Jamal haalde zijn schouders op. “Zou kunnen. Maar Elysium is geen datingsite. Niet alleen tenminste. Mensen bouwen er huizen. Bezoeken een casino. Richten een bedrijf op. Maken kunst.”

“Dus ze leefde een groot gedeelte van de dag in verwegistan?”

“In zekere zin.” Jamal keek naar hem. “De vraag is: waarom?”

Oscar dacht aan Mark. Aan hoe hij eruitzag in zijn dure pak. Aan zijn stem toen hij zei: Ik wil verder.

“Ze leidde een dubbelleven. Haar verloofde wist het niet”, zei Oscar.

“Denk je?”

“Hij zou het gezegd hebben. En me gevraagd hebben haar account op te heffen.”

Jamal draaide terug naar het scherm. “Ik heb haar login gevonden. Wachtwoord was opgeslagen in haar browser. Amateur move.”

“Kun je naar binnen?”

“Jawel.” Jamal aarzelde. “Maar dit is haar account. Haar avatar. Haar leven. Als ik daar rondloop ben ik basically aan het catfishen.”

“Wat?”

“Een valse identiteit aannemen om andere mensen te misleiden.”

“We misleiden niemand, we willen haar alleen beter leren kennen door te kijken wat ze deed in Elysium.”

“Blijft creepy.”

Oscar keek naar het Elysium-logo. Gouden letters die glommen alsof ze driedimensionaal waren. “Kan ik een eigen account maken?” vroeg hij.

Jamal draaide zich om. “Je wilt naar binnen?”

“Ik moet begrijpen wat ze daar deed. Wat ze daar zocht.”

“Oscar…” Jamals stem was voorzichtig. “Dit is niet jouw verantwoordelijkheid. Je kunt Mark gewoon vertellen dat ze een VR-account had en klaar.”

“En als hij vraagt wat ze daar deed?”

“Dan zeg je dat je dat niet weet.”

Oscar schudde zijn hoofd. “Mark huurt me in om Lara’s digitale nalatenschap af te handelen. Dat betekent dat ik moet weten wat ik afhandel.”

Ze keken elkaar aan. Jamal zuchtte.

“Als je naar binnen wilt moet je een avatar maken”, zei hij uiteindelijk. “Naam. Uiterlijk. Persoonlijkheid. Het werkt niet als je gewoon een default karakter neemt. Mensen nemen je dan niet serieus.”

“En dan kan ik niemand vragen of ze Lara kenden.”

“Nee En het kost tijd. Je kunt niet gewoon vijf minuten inloggen en dan weer vertrekken.”

Oscar knikte. “Regel het maar.”

Hij dacht aan Lara. Hoe ze vier uur per nacht, drie jaar lang haar huis had ontvlucht. Mark had ontvlucht. Terwijl hij dacht dat ze naast hem in bed lag te slapen. Wat zocht je daar? dacht Oscar. En waarom moest je zo ver weg om het te vinden?

Hij besloot Mark Jansen te bellen.

“Sluit maar af”, zei Mark.

“Zonder eerst te kijken wat ze daar deed?”

Oscar hoorde Mark zuchten.

“We hebben ook haar sociale media en haar e-mails doorgenomen, zoals afgesproken.”

“En, heb je daar wat aan gehad?”

“Ze hield veel van dieren. Poezen, kaketoes.”

“Niets bijzonders ontdekt dus.”

“Nee, niet echt.”

“Nou dan. Dan hoeven jullie dit ook niet uit te zoeken.”

“We willen een gedenkdienst die recht doet aan de overledene, toch?”, zei Oscar maar weer eens.

“Doe wat je niet kunt laten”, zei Mark.

HOOFDSTUK 3: DUBBELLEVEN (OF NIET)

Scene 3 (Aangepast)Mira Visser had het zeldzame vermogen om zichzelf weg te cijferen en toch aanwezig te zijn. Mensen vertrouwden haar meteen, al tijdens de eerste sessie rouwbegeleiding. Ze praatten met haar, vertrouwden haar hun intiemste geheimen toe. De meest gesloten mensen lieten voor haar hun tranen openlijk lopen. De somberste mensen wist ze aan het lachen te krijgen.

Nu zat ze achter haar bureau met een mok kruidenthee. Haar gezicht stond in de ruststand, met de neutrale uitdrukking die gebruikelijk is voor mensen die te veel verdriet hebben gezien om nog geschokt te raken. Ze droeg een oker vest over een witte blouse. Simpel. Warm.

“Oscar.” Ze glimlachte. “Koffie?”

“Graag.”

Ze stond op. Liep naar het koffiezetapparaat in de hoek. “Melk?”

“Zwart.”

“Natuurlijk.” Ze schonk in. Kwam terug. Zette de mok voor hem neer en ging weer zitten. “Vertel.”

Oscar nam een slok. Te heet. Hij zette de mok neer. “Lara van Dam.”

“De vrouw van de aannemer?”

“Verloofde.”

“Verloofde”, herhaalde Mira. Ze vouwde haar handen op het bureau. “Wat is er?”

“Ze had een dubbelleven.”

Mira’s wenkbrauwen gingen omhoog. “Een affaire?”

“Nee. Iets anders.” Oscar vertelde over Elysium. Over de virtuele wereld waar Lara een naam had die Mark niet kende. Over de vier uur per nacht die ze er drie jaar lang had doorgebracht.

Mira luisterde. Zei niets. Haar gezicht bleef neutraal, in een stand die alleen de meest ervaren therapeuten tot in perfectie beheersen. Toen Oscar klaar was, nam ze een slok thee.

“Interessant”, zei ze uiteindelijk.

“Interessant?”

“Je noemt het een dubbelleven.”

“Dat is het toch?”

“Misschien.” Mira zette haar mok neer. “Of misschien was het gewoon… een ander deel van haarzelf.”

Oscar fronste. “Wat is het verschil?”

“Een dubbelleven suggereert bedrog. Verraad. Dat ze Mark opzettelijk iets onthield.” Mira leunde achterover. “Maar wat als het gewoon een plek was waar ze… anders kon zijn? Niet beter of slechter. Alleen anders.”

“Ze gaf zich uit als iemand anders.”

“Misschien.” Mira keek hem aan. “Of was ze gewoon een ander deel van wie ze al was?”

Oscar dacht daarover na. Nam een slok koffie. Die was nu op drinktemperatuur. Bitter. Sterk.

“We zijn verschillende dingen voor verschillende mensen. Een dochter voor je ouders. Een partner voor je geliefde. Een professional voor je collega’s. En soms…” Ze stopte. Zocht naar woorden. “Als niemand kijkt, zijn we iemand die niemand kent.”

“Dus je vindt het normaal.”

“Ik vind het menselijk.” Mira nam nog een slok. “Maar moeten de nabestaanden het allemaal weten? Mogen mensen hun geheimen niet meenemen in het graf?”

“In dit geval wíl de nabestaande het niet eens weten.”

“Nou dan.”

“Maar zij wilde het misschien wel. Zij wilde dat hij ons zou inhuren. Ze moet toch geweten hebben dat wij…”

“Wat?”

“Ons werk grondig doen.”

Mira zweeg.

Oscar staarde naar zijn koffie. Zag zijn eigen reflectie in het zwarte oppervlak. Vervormd. Onscherp. “Als ik niet uitzoek wat ze deed in Elysium en hem niet vertel wat ik gevonden heb”, zei hij langzaam, “verzaak ik dan niet? Doe ik dan mijn werk niet goed?”

“Hangt ervan af wat je denkt dat je werk is”, zei Mira. “Als je werk is om accounts te sluiten, dan kun je Elysium sluiten zonder hem te vertellen wat erin stond.”

“Mijn werk is meer dan dat.”

“Je wilt een gedenkdienst die recht doet aan de overledene”, zei Mira. Een beetje treiterig, maar niet zo treiterig dat Oscar zich eraan stoorde.

“Ja, dat wil ik. Echt.”

“Moet je daarvoor weten wat die vrouw in het geheim uitvoerde?”

Oscar haalde zijn schouders op. “Nu weet ik te weinig van haar. Bijna niets.” Hij dacht even na. “Ik moet naar binnen”, zei hij. “Om te begrijpen wat ze daar zocht.”

Buiten was de lucht grijs. Regen dreigde maar viel nog niet. Oscar liep naar zijn auto. Pakte zijn telefoon. Een bericht van Jamal:

VR-gear komt morgen. Heb je al een idee voor een avatar?

Oscar typte terug:

Nog niet. Kom je vanavond langs?

Het antwoord kwam meteen:

20:00. Bestel pizza.

Oscar stopte zijn telefoon weg. Stapte in zijn auto. Startte de motor.

Maar hij reed niet weg.

Hij zat daar. Handen op het stuur. Starend naar het dashboard.

Oscar en simone (Aangepast)Hij dacht aan Simone. Aan hoe ze eruitzag in het ziekenhuis. Aan hoe slecht hij haar gekend had. Zij had ook een Elysium gehad: haar school, het leven dat ze buiten hem om had geleid. Destijds had hij er niet bij stilgestaan. Nu had hij wroeging dat hij geen enkele poging had gedaan om zich in dat leven te verdiepen, er misschien ook deel van uit te maken. Een gemiste kans om vaker samen te zijn.

“Als ik het over kon doen”, zei hij tegen Simone toen hij eenmaal thuis was. “Zou ik het anders doen.”

HOOFDSTUK 4: AVATAR

Scene 4 (Aangepast)

Jamal arriveerde om exact acht uur. Hij had een rugzak vol kabels, een grote doos met een VR-headset en een energiedrankje dat zo helgroen was dat het leek te gloeien.

“Pizza?” was het eerste wat hij zei.

Oscar wees naar de salontafel. “Quattro formaggi.”

“Perfect.” Jamal zette zijn spullen neer. Pakte een stuk. Beet erin terwijl hij de VR-headset uit de doos haalde. “Oké. Dit is een Oculus Quest 3. Niet de beste maar wel goed genoeg voor Elysium. Batterij gaat ongeveer twee uur mee dus je moet opladen tussen sessies.”

“Twee uur is genoeg?”

“Voor een eerste keer? Meer dan genoeg. Trust me.” Jamal zette de headset op de salontafel. “Maar voordat je los kunt gaan, moeten we praten over je avatar.”

Oscar ging op de bank zitten. “Wat moet ik weten?”

Jamal pakte zijn laptop. Klapte hem open. “Elysium is niet een game waar je een standaardkarakter kiest. Dit is… dit is een tweede identiteit. Mensen besteden maanden aan het perfectioneren van hun avatar voordat die staat voor wie ze zijn in die wereld.”

“Ik hoef niet perfect te zijn. Ik moet alleen… onopvallend zijn.”

“Verkeerde benadering.” Jamal typte iets. Een interface verscheen. Honderden opties. Gezichtsvormen. Haarkleur. Lichaamstype. Kleding. “Als je onopvallend bent, praat niemand met je. En als niemand met je praat, leer je niks over Lara.”

“Wat stel je voor?”

Jamal nam een slok van zijn energiedrankje. Leunde achterover. “Vrouwelijke avatar.”

Oscar fronste. “Wat?”

“Vrouwelijke avatar werkt beter in deze communities. Minder bedreigend. Mensen zijn opener. Vooral als je vragen wilt stellen over iemand die gestorven is.”

“Jamal…”

“Ik weet hoe het klinkt. Maar dit is niet raar in VR. De helft van de mannen in Elysium gebruikt een vrouwelijke avatar. De helft van de vrouwen gebruikt een mannelijke. Om de andere kant van hun karakter te verkennen, de kant die in het dagelijkse leven niet aan bod komt.”

Oscar staarde naar het scherm. Naar de oneindige opties.

“Je hoeft niet meteen te beslissen”, zei Jamal. “We kunnen…”

“Hoe moet ze eruitzien?” De vraag kwam eruit voordat Oscar wist dat hij het ging zeggen.

Jamal keek hem aan. “Wat?”

“Als ik een vrouwelijke avatar maak. Hoe moet ze eruitzien?”

Jamal zette zijn laptop op de salontafel. Draaide het scherm naar Oscar. “Dat kies jij. Dat is het hele punt. Je kunt zijn wie je wilt. Fantasie, realistisch, whatever. Sommige mensen maken avatars die lijken op beroemdheden. Anderen kiezen voor complete fantasy. Elf, vampier, cyborg. Het kan allemaal.”

“Een vrouw van een jaar of veertig. Blond”, hoorde Oscar zichzelf zeggen. “Haar tot op haar schouders, iets eroverheen misschien. Groene ogen. Een meter vijfenzestig. Kan dat”

Jamal knikte. “Natuurlijk, waarom niet.”

“Doe maar dan”, zei Oscar.

Jamal nam zijn laptop. Begon te typen. Een leeg figuur verscheen. Als snel kreeg het een hoofd. Haar. Ogen. Neus. Mond.

Oscar keek toe. Kon niet wegkijken.

“Kun je de neus iets breder maken?, vroeg hij. “En de kin iets smaller?

Jamal deed het. De avatar leek steeds meer op Simone. Op een gestileerde versie van haar dan, een soort karikatuur die niet in detail klopte maar haar wezen goed wist te vatten. Steeds beter.

“Dat is haar”, zei Oscar nadat Jamal een tijd aan de avatar had gesleuteld.

“Naam?” vroeg Jamal zonder op te kijken.

“Wat?”

“Je avatar heeft een naam nodig.”

“Mona”, zei hij.

Jamal hield even in. “Mona? Als in ‘Simona?”

“Mona. Als in Mona.”

“Oscar…”

“Wat?”

“Is dit wel een goed idee?”

“Dat is niet jouw probleem. Doe nu maar.”

Jamal typte. De naam verscheen onder het figuur.

Mona

De interface vroeg om een achternaam. Jamal keek naar Oscar.

“De Vries”, zei Oscar. De eerste naam die in hem opkwam. Niet Simone’s achternaam. Niet zijn naam. Iets neutraals.

Jamal typte. Klikte op ‘Create’.

De avatar draaide in het rond, zodat Oscar en Jamal haar van alle kanten konden zien.

“Is dit wat je wilt?” vroeg Jamal.

Oscar knikte. Kon niet praten.

Jamal sloeg de laptop dicht. Stond op. Liep naar de keuken. Oscar hoorde water lopen. Een glas gevuld. Jamal kwam terug. Gaf het aan Oscar.

“Oscar.” Jamals stem was zacht maar dringend. “Als dit te moeilijk wordt… als dit te dicht bij komt… we kunnen een andere avatar maken. Ik kan…”

“Ik moet begrijpen wat Lara daar zocht.”

Jamal zuchtte. Liet zich terug op de bank zakken. “Ik weet het niet. Maar het voelt niet goed.”

“Het hoeft niet goed te voelen. Het hoeft alleen te werken.”

Ze zaten even zonder iets te zeggen. De pizza werd koud. Het energiedrankje bleef onaangeroerd. Uiteindelijk pakte Jamal de VR-headset. “Wil je nu naar binnen of…”

“Morgen.” Oscars stem klonk rauw. “Morgen.”

Jamal knikte. Begon zijn spullen in te pakken. “Ik laat de headset hier. En de controllers. Instructies staan in je mail. Als je vragen hebt…”

“Ik weet het.”

“Oscar?”

“Ja?”

Jamal stond bij de deur. Rugzak over zijn schouder. Hij keek naar Oscar met iets wat bijna medelijden was.

“Wees voorzichtig”, zei hij. “Niet met Elysium. Met jezelf.”

Hij vertrok.

Oscar zat alleen op de bank. De VR-headset lag op de salontafel. Zwart. Glanzend. Wachtend.

Hij pakte hem op. Hield hem in zijn handen. Voelde het gewicht.

Toen zette hij hem aan. De schermen lichtten op. Het Elysium-logo verscheen.

ELYSIUM – Where you can be who you really are.

Oscar drukte op ‘Login’.

De interface liet de wereld zien. Een virtuele stad. Straten. Gebouwen. Mensen. Honderden mensen.

En ergens daartussen: Mona, de virtuele Simone. Wachtend om geboren te worden.

Oscars drukte de ‘Enter World’ knop in. Het scherm werd wit. Toen zwart. Toen was hij binnen.

HOOFDSTUK 5: ELYSIUM

Scene 5 (Aangepast)

Het eerste wat Oscar voelde was de grond onder zijn voeten.

Niet echt natuurlijk. Hij stond in zijn eigen woonkamer. Maar zijn hersenen registreerden: koude tegels, van elkaar gescheiden door zacht mos in de voegen.

Hij keek naar beneden.

Vrouwenvoeten. Blote voeten. Kleine tenen met gelakte nagels. Rose. De kleur die Simones nagels ook hadden gehad.

Zijn adem stokte.

Het is niet echt. Het is niet echt. Het is niet echt.

Maar zijn lichaam begreep dat niet. Toen hij zijn hand ophief zag hij een slanke pols. Dunne vingers. Geen eelt. Geen littekens van die keer dat hij zich had gesneden aan gebroken glas in de achtertuin.

Dit was niet zijn hand.

“Welkom in Elysium.”

De stem kwam van overal en nergens. Zacht. Vrouwelijk. Met een accent dat Oscar niet kon plaatsen.

“Je staat in het Aankomstplein. Neem de tijd om te wennen aan je avatar. Beweging werkt intuïtief – denk aan lopen en je loopt. Denk aan rennen en je rent. Interactie met objecten en andere spelers gebeurt via aanraking of spraak. Als je hulp nodig hebt, zeg dan ‘Help’ en er verschijnt een gids.”

De stem stopte.

Oscar stond stil. Probeerde te ademen. De headset voelde zwaar op zijn gezicht maar niet oncomfortabel. De controllers in zijn handen registreerden elke beweging.

Hij keek omhoog.

De lucht was onmogelijk blauw. Wolken dreven voorbij die te perfect waren om echt te zijn maar toch… hij geloofde dat ze er echt waren. Zijn hersenen vulden de rest in. Wind. De geur van gras. Het geluid van verre stemmen.

Hij keek om zich heen.

Het Aankomstplein was een open ruimte van witte marmeren tegels. Fonteinen spoten water in bogen. Over het hele plein stonden standbeelden verspreid – Griekse goden, moderne abstracte objecten, zelfs een enorme koperen draak. En overal: mensen.

Nee. Avatars.

Een vrouw met blauwe huid en zilveren haar liep voorbij. Ze droeg een jurk die leek te zweven.

Een man in een zwart pak stond bij een fontein. Zijn gezicht was… normaal. Doorsnee. Maar hij praatte met iemand die eruitzag als een levende vuurbal.

Oscar dwong zichzelf om te bewegen. Een stap. Zijn – haar – voet kwam omhoog. Ging toen weer neer.

Nog een stap.

Lopen werd makkelijker. Zijn hersenen accepteerden de illusie. Links was links. Rechts was rechts. Vooruit was vooruit.

Hij keek naar zijn handen. Draaide zijn polsen. Spreidden zijn vingers.

Simones handen.

“Hé, ben je nieuw?”

Oscar draaide zich om.

Een jonge vrouw – avatar – stond achter hem. Lang zwart haar. Bruine ogen. Een simpele witte blouse en spijkerbroek. Ze zag er… normaal uit. Menselijk.

“Ik… ja”, hoorde Oscar zichzelf zeggen.

Zijn stem klonk anders. Hoger. Zachter. Simone’s stem maar niet helemaal. Een beetje jonger misschien.

De vrouw glimlachte. “Eerste keer is altijd overweldigend. Ik ben Luna.”

“Mona.” Het voelde raar om het hardop te zeggen.

“Mooie naam.” Luna kwam dichterbij. “Zoek je iets specifieks of kijk je gewoon rond?”

Oscar aarzelde. “Ik… ik zoek iemand. Nyx. Maar ze is…” Hij stopte. “Ze is er niet meer.”

Luna’s gezicht veranderde. De glimlach verdween. “Nyx?” herhaalde ze zacht.

“Ken je haar?”

“Kende.” Luna keek naar de grond. “We praatten soms. Ze had een atelier in het Oude Kwartier. Prachtige plek. Vol kunstwerken.”

“Mag ik… mag ik daar naartoe?”

Luna keek hem aan. Haar ogen scanden zijn gezicht. Oscar voelde bekeken.

“Je bent familie?” vroeg ze.

“Nee. Ik… ik handel haar nalatenschap af. In de echte wereld.”

“Ah.” Luna knikte. “Je bent een van die digitale uitvaartmensen.”

“Zoiets.”

“Nyx praatte wel eens over dat werk. Ze vroeg zich af wat er met haar atelier zou gebeuren als ze…” Luna stopte. Slikte. “Als ze er niet meer was.”

“Wat zei ze?”

“Dat ze hoopte dat het zou blijven bestaan. Dat haar vrienden hier haar konden blijven bezoeken. Dat haar kunst zou blijven leven.” Luna veegde over haar oog. Een virtuele traan. “Sorry. Het is nog steeds… vers.”

Oscar wilde iets troostends zeggen, maar wist zo gauw niets.

Luna haalde diep adem. “Kom. Ik breng je naar haar atelier.”

Ze liepen door straten die te mooi waren om echt te zijn maar toch… Oscar kon zich een leven hier best voorstellen. Elysium was een stad die iemand had ontworpen met obsessieve aandacht voor detail. Victoriaanse architectuur naast moderne glazen torens. Bronzen lantaarnpalen naast neonreclames. En overal: leven. Avatars zaten in virtuele cafés. Praatte op bankjes. Wandelden hand in hand. Lachten. Gebaarden.

“Het Oude Kwartier”, zei Luna. Ze wees naar een smalle straat. “Nyx woonde daar. Derde verdieping.”

Het gebouw was oud. Bakstenen muren. Houten luiken. Klimop die omhoog kroop tot aan het dak. Romantisch. Tijdloos.

Luna drukte op een paneel naast de deur. Een interface verscheen.

NYX – ARTIST – OFFLINE

“Je kunt naar binnen”, zei Luna. “Ze heeft haar atelier opengesteld voor het publiek toen ze ziek was.”

“Zodat mensen haar kunst konden ook al was ze er niet meer?”

“En afscheid van haar konden nemen.” Luna’s stem brak.

Oscar keek naar de interface. Naar het woord OFFLINE dat gloeide in rode letters.

Het atelier was groter dan het van buitenaf leek. Hoge plafonds. Grote ramen die uitkeken over de virtuele stad. Zonlicht stroomde naar binnen en wierp schaduwen op de vloer

En overal: kunst.

Schilderijen aan de muren. Landschappen. Portretten. Abstracte explosies van kleur.

Sculpturen stonden verspreid door de ruimte. Sommige realistisch. Andere surrealistisch. Een draaiende helix van licht. Een boom gemaakt van draad en glas.

“Ze was getalenteerd”, zei Luna zacht. Ze stond bij een schilderij. Een portret van een vrouw. Niet Lara. Iemand anders. Grijs haar. Vermoeide ogen. “Dit ben ik. Ze schilderde het vorig jaar. Zei dat ze mijn ‘echte’ gezicht zag.”

Oscar keek naar het portret. Naar de details. De rimpels bij de ogen. De droefheid in de glimlach.

“Ben je ouder dan je avatar?” vroeg hij.

“Veel.” Luna glimlachte flauw. “In het echte leven ben ik zeventig. Weduwe. Twee kinderen die me nauwelijks bellen. Hier ben ik… wie ik was voordat het leven me uitputte.”

“Is er meer?” vroeg Oscar. “Brieven? Berichten? Iets wat ik moet zien?”

Luna knikte. “Er is een gedenksteen. Buiten. Mensen hebben berichten achtergelaten.”

De gedenksteen stond in een klein park. Virtueel gras. Virtuele bomen. Een simpele granieten plaat met Nyx’ naam erop.

En eronder: honderden berichten.

Oscar las.

“Nyx leerde me dat zwakte geen schaamte is. Ze was de enige die echt naar me luisterde. – Ash”

“Je kunst redde mijn leven. Letterlijk. Ik was van plan om… maar toen zag ik je laatste schilderij. En ik bleef. – Kieran”

“Je zei altijd: ‘We zijn hier vrijer dan daar.’ Ik begreep het niet toen. Nu wel. – Mara”

“Ik mis je gesprekken. Ik mis je lach. Ik mis de manier waarop je me zag. – Luna”

Luna raakte zijn schouder aan. “Ash”, zei ze. “Die kende Lara het beste. Die zou zou je moeten spreken als je haar echt wilt leren kennen.”

“Ik moet gaan”, zei Osca, want de twee uur batterijtijd waren bijna om. “Een volgende keer misschien.”

“Oké.” Luna stapte achteruit. “Als je terug wilt komen… ik ben er meestal. ’s Avonds. Bij de fontein in het Aankomstplein.”

“Dank je.”

Oscar opende het menu. Zocht naar de log-out optie.

LOG OUT? – PROGRESS WILL BE SAVED

Hij drukte.

De wereld vervaagde.


Oscar deed de headset af.

Zijn woonkamer. Zijn bank. De koude pizza op de salontafel.

Realiteit.

Maar het voelde… platter. Grijzer. Minder echt.

Hij keek naar zijn handen. Mannenhanden. Zijn eigen handen.

Maar ze voelden vreemd. Alsof ze niet helemaal van hem waren.

Oscar belde Mark opnieuw om hem te informeren over zijn ‘vorderingen’.

“Ik hoef het niet te weten”, zei Mark.

“Je hebt er recht op. Jij bent de cliënt. Ook al proberen we de laatste wensen van de overledene zo goed mogelijk uit te voeren, jij hebt ook inspraak.”

“Ik weet niet of ik wil weten wat ze in Elysium uitspookte. Ik denk het niet.”

“Je mag je opdracht ook ergens anders onderbrengen. Bij een uitvaartbedrijf dat niet het leven van de overledene uitspit. Ik zal geen kosten in rekening brengen voor het werk tot nu toe.”

“Dat hoeft niet”, zuchtte Mark.

“Dan gaan we verder. We weten wel wat over haar leven in Elysium, maar nog niet genoeg. Ze was er een gezien kunstenaar. En ze had er vrienden, veel vrienden.”

“Had ze een affaire?”

“Ik nog niet hoe diep die vriendschappen gingen.”

HOOFDSTUK 6: ASH

Scene 6 (Aangepast)

Oscar logde in om 22:47. Later dan gisteren. Hij had zichzelf wijsgemaakt dat hij werk moest afmaken. Facturen. E-mails. Administratie die niet kon wachten.

Maar de headset had op hem gewacht. En hij had geweten dat hij terug zou gaan.

Het Aankomstplein materialiseerde om hem heen. Minder overweldigend dan gisteren. Zijn hersenen accepteerden de illusie sneller. Mona’s lichaam voelde… vertrouwd.

Luna stond bij de fontein zoals ze had gezegd. Ze zwaaide toen ze hem zag.

“Je bent teruggekomen.”

“Ik heb meer vragen”, zei Oscar. Mona’s stem. Hij raakte er al aan gewend.

Luna glimlachte. “Kom. Er is iemand die je moet ontmoeten.”

Ze liepen door het Oude Kwartier, en drongen dieper tot in de wijk door dan gisteren. Smallere straten. Minder toeristen. Kleine cafés. Kunstgalerieën. Een boekwinkel met stoffige etalages.

“Ash komt hier vaak”, zei Luna. Ze wees naar een park. Niet het gedenkpark waar ze gisteren waren geweest. Dit park was wilder, met bomen die dicht op elkaar stonden en bloemen die kleuren hadden die in de echte wereld niet bestonden.

Een figuur zat op een bankje onder een wilg. Ash, nam Oscar aan. Een avatar met een gezicht dat zowel vrouwelijke trekken had als mannelijke. Zijn (of haar?) lichaamsbouw was slank maar niet fragiel. Haar (of zijn?) was lang en zilver. De kleding die Ash droeg was androgyyn – een lang gewaad, dat het midden hield tussen jurk en toga.

Een prachtig wezen, dacht Oscar.

“Ash”, zei Luna. “Dit is Mona. Ze wilde meer weten over Nyx.”

Ash keek op. Ogen die groen waren met gouden spikkels. Betoverend mooi.

Oscar ging zitten. Luna knikte. “Ik laat jullie alleen.” Ze liep weg.

Stilte.

Oscar keek naar het virtuele park. Naar bomen die bewogen in een wind die niet bestond. Naar de niet bestaande vogels die wonderlijke melodieën floten.

“Ik verzorg Lara’s uitvaart”, zei Oscar. “En ik probeer haar beter te leren kennen. Waarom ze zo veel tijd hier doorbracht… Waarom het echte leven niet genoeg was…”

“Of haar teveel was”, onderbrak Ash hem.

“Ja, dat kan ook”, zei Oscar.

“Mark houdt van perfectie”, vervolgde Ash. “Nyx zei dat altijd. Alles moest geoptimaliseerd. Het juiste huis. De juiste auto. De juiste baan. Hij bedoelde het niet slecht. Hij dacht dat hij voor hen allebei zorgde.”

“Maar?”

“Maar Nyx wilde geen geoptimaliseerd leven. Ze wilde een leven waarin ze kon twijfelen. Falen. Experimenteren. En dat kon niet met Mark.”

“Waarom vertelde ze het hem niet?” vroeg hij.

“Dat probeerde ze.” Ashs stem werd zachter. “Maar dan zei hij: ‘We kunnen erover praten. We kunnen een plan maken.’ En dat was het probleem. Hij wilde haar onzekerheid oplossen. Repareren. Terwijl ze alleen wilde dat hij accepteerde dat ze onzeker mocht zijn.”

“Dus kwam ze hier.”

“Ja.” Ash keek naar de bomen. “Vier jaar geleden. Ze maakte een account. Noemde zichzelf Nyx. Begon met schilderen. Dingen die ze in het echte leven nooit had gedaan omdat ze dacht dat ze er niet goed genoeg in zou zijn.”

“En hier?”

“Hier kon het haar niet schelen of ze goed was. Ze schilderde omdat het haar gelukkig maakte.” Ash glimlachte. “Eerst zag het er niet uit, echt afschuwelijk. Maar ze bleef schilderen.”

“En ze bleef hier komen.”

“Tot de laatste week. Tot ze te zwak was om de headset op te zetten.” Ashs stem brak. Virtuele tranen glinsterden.

Oscar wilde iets zeggen. Iets troostends. Maar de woorden bleven steken. In plaats daarvan raakte hij Ash’ hand aan.

“Ik ben ook iemand kwijtgeraakt”, zei Oscar. “Nog maar kort geleden. Mijn vrouw.”

“Gecondoleerd.”

“Ze leek wel op Lara, geloof ik. Nou ja… ik lijk op haar. Van buiten. Maar van binnen leek ze op eerder Lara”,

Ash keek hem niet begrijpend aan.

“Ze zag eruit zoals ik er nu uitzie.”

“Maar van binnen?

“Ze was ook iemand die niet helemaal zichzelf was in de echte wereld. Geloof ik tenminste. Ik heb haar er nooit naar gevraagd. Maar nu vraag ik me af of ze ook delen van zichzelf verborg.”

“En nu probeer je je met dit avatar in haar te verplaatsen?”

“Zo had ik het nog niet bekeken”, zei Oscar. “Misschien. Misschien kan ik me beter in haar inleven als ik word zoals zij.”

“Maar is ze hier geweest? In Elysium.”

“Nee, ze was niet zo technisch onderlegd. Simone kon niet eens een Facebook-account aanmaken zonder mijn hulp. Maar zeker, zij had er ook een leven naast. Het leven met mij was niet genoeg. Ze had meer nodig.”

“Misschien kan niemand bieden wat de ander nodig heeft, niet helemaal. Hooguit een deel.”

“Ja, maar niet iedereen heeft behoefte aan Elysium, toch? Alleen mensen die in het dagelijkse leven veel te kort komen, denk ik. ”

Ash glimlachte. “In het echte leven ben ik chirurg. Hartchirurg. Ik draag pakken. Ik praat in medisch jargon. Ik ben… wat mensen verwachten.” De glimlach vervaagde. “Hier kan ik iemand anders. zijn. Tussen geslachten in. Tussen categorieën in. Vrij om niet te kiezen.”

“Je bent jezelf?”

“Deels in geval. Maar hierbuiten ben ik ook deels mezelf.”

“En dat is beter?”

“Voor mij wel.”

Oscar reageerde niet, maar liet de stilte toe. Hij hoorde de vogels zingen, de wind door de bladeren ruisen. “Ik moet gaan”, zei hij. “Mijn batterij loopt snel leeg.”

“Kom je morgen terug?” vroeg Ash.

Oscar wilde ‘nee’ zeggen. Wilde zeggen dat hij genoeg had geleerd. Dat hij zijn werk had gedaan. Dat Lara en Ash geen affaire hadden gehad, maar een soort platonische liefde. Niet in plaats van haar relatie met Mark, maar eerder als aanvulling. Dat het haar makkelijker had gemaakt haar relatie met Mark vol te houden.

Maar voor hij het wist zei hij ‘ja’.

En Oscar bleef niet alleen de volgende dag terugkomen.

Hij kwam drie avonden achter elkaar. Toen vier. Toen elke avond.

In het begin vertelde hij zichzelf dat het voor het onderzoek was. Om Lara beter te begrijpen. Om Mark een volledig rapport te kunnen geven (ook al had hij er geen behoefte aan). Maar die fase was hij al lang voorbij.

Hij praatte met Ash. Met Luna. Met anderen die Nyx hadden gekend. En gaandeweg begonnen ze vragen te stellen.

Over Mona. Waar ze vandaan kwam. Wat ze hier zocht.

En Oscar merkte dat hij antwoordde.

“Ik werk in uitvaartdienstverlening”, hoorde hij zichzelf zeggen tegen een avatar genaamd Kieran. “Ik help mensen afscheid te nemen.”

“Moeilijk werk”, zei Kieran.

“Soms.”

“Waarom doe je het?”

Oscar – Mona – aarzelde. “Omdat ik weet hoe het voelt om achter te blijven. En ik wil dat anderen zich niet zo alleen voelen als ik me voelde.”

Het was waar. Hij had het nooit zo geformuleerd.

“Je bent goed”, zei Kieran.

“Misschien.”

“Nee. Echt. Je luistert. Dat doen weinig mensen.”

Dat had niemand hem ooit verteld.

Als Oscar was hij de professional. De man die het leven onder controle had. Een weduwnaar die niet leed onder het verlies van zijn vrouw.

Als Mona mocht hij kwetsbaar zijn. Twijfelen. Toegeven dat dingen moeilijk waren. Wat was daar op tegen? Misschien zou hij er beter door gaan functioneren.

HOOFDSTUK 7: ONDER CONTROLE?

Scène 7 (Aangepast)

“Oscar?”

Lotte stond in de deuropening van zijn kantoor. Haar gezicht stond bezorgd.

Oscar keek op van zijn laptop. Hij had de hele ochtend naar het scherm gestaard zonder iets te typen.

“Ja?”

“De familie Van Diemen is er. Voor de bespreking van de uitvaart.”

Oscar fronste. “Dat is volgende week.”

“Het is vandaag. Om één uur. Het is nu half twee.”

Stilte.

Oscar keek naar zijn agenda. Daar stond het. Vandaag. Rood gemarkeerd.

Fuck.

“Kun jij het niet doen?”

“Als het moet.”

“Ik kom er al aan.” Hij stond op. Pakte zijn jasje. Zijn hoofd voelde wazig. Alsof hij door water bewoog.

Lotte kwam niet weg bij de deur. “Is alles oké?”

“Het gaat prima.” Hij liep langs haar. “Laat de Van Diemens maar binnenkomen.”

Hij hoorde haar zuchten achter hem, maar ze zei niets meer.

Henk beltOscars telefoon ging. Henk, zijn vader.

Hij staarde naar het scherm. Liet het overgaan. De voicemail lichtte op.

“Jongen, kom je zondag eten? Bel me terug.”

Oscar legde de telefoon weg.

Hij zou bellen. Later. Straks.

Maar eerst moest hij naar Elysium. Ash had gevraagd of hij wilde komen naar een expositie. Werk van Nyx dat anderen hadden samengesteld als eerbetoon.

Gewoon een uur, dacht Oscar. Eén uur en dan bel ik Henk terug.

Hij zette de headset op.

De telefoon ging weer. Henk. Weer.

Oscar nam niet op.

Hij zat op de bank. Headset naast hem. Het was 21:33. Hij had Henk moeten bellen. Had moeten langsgaan voor het eten.

Maar hij was online geweest. In Elysium. De expositie was prachtig geweest. Nyx’ werk. Honderden stukken, tientallen mensen die kwamen kijken.

Mona had met iedereen gepraat. Geluisterd. Mensen getroost.

Zijn telefoon lichtte op. Een bericht van Henk:

Ben je boos? Heb ik iets gedaan? Bel me alsjeblieft.

Oscars handen beefden.

Hij typte: Sorry. Werk. Volgende week misschien?

Verstuurde het. Legde de telefoon weg en pakte de headset.

“Oscar?”

Mira sloot de deur van zijn kantoor en ging zonder om toestemming te vragen zitten.

Oscar keek geërgerd op. “Moet het nu?”

“Wat is er aan de hand?”

“Niets.”

“Dat is niet wat ik hoor van Lotte.”

“Ik heb misschien wat steekjes laten vallen vorige week. Bedoel je dat?”

“Steken, bedoel je.”

“Steken dan. Ik werk aan iets. En het kost meer tijd dan ik dacht.”

“Lara?”

Hij knikte. Niet helemaal een leugen.

Maar Mira liet zich niet zomaar voor de gek houden. Ze keek hem sceptisch aan.

“Ik ben naar binnen gegaan”, zei hij uiteindelijk. “In Elysium. Om Lara te begrijpen.”

“Hoe zie je eruit?” vroeg Mira.

“Als Simone.” Oscar kon niet liegen. Niet tegen Mira.

Mira’s gezicht veranderde niet. Maar iets in haar ogen werd zachter. Of droeviger. Oscar kon het niet onderscheiden.

“Het was praktisch. Vrouwelijke avatars wekken vertrouwen. Mensen praten makkelijker met een vrouw.”

Oscar keek weg. Naar het raam. Naar de planten op de vensterbank. Naar alles behalve Mira.

“Ik dacht je Simones dood wel verwerkt had. Zeker toen je die andere vrouw in het vizier kreeg. Of zij jou.”

Oscar zuchtte: “Ouwe koeien.”

“Ik heb me misschien vergist. Het is nog niet zo lang geleden dat Simone… Misschien dat de klap nu komt.”

“Nee, dat is het niet.”

Mira keek hem bedenkelijk aan. “Wat dan?”

Oscar wilde liegen. Wilde zeggen dat hij griep had. Dat hij slecht sliep. Dat het gewoon een slechte week was.

Maar hij was te moe om te liegen.

“Als Simone… Ik heet Mona”, stamelde hij. “Als Mona hoef ik niet de weduwnaar te zijn. Of de professionele uitvaartondernemer. Of de man die het allemaal onder controle heeft.”

“Je kunt iemand anders zijn.”

“Ja. Iemand die kwetsbaar mag zijn. Die mag toegeven dat dingen moeilijk zijn. Die niet altijd sterk hoeft te zijn.”

“Moet je dat hier dan wel? Van wie dan?

“Pfff… Zo ervaar ik dat”, zuchtte Oscar. “Is het zo erg dat ik af en toe weg wil van dit?” Hij maakte een breed gebaar.

“Dat hangt ervan af.” Mira leunde tegen de vensterbank. “Als tijdelijke ontsnapping of als een manier om te experimenteren? Dan kan het misschien zelfs helend zijn. Maar als Mona belangrijker wordt dan Oscar…”

“Dan laat ik de boel hier instorten.”

“Bijvoorbeeld. Dan ga je jezelf in de weg zitten in elk geval.”

“Maak je geen zorgen, ik heb het onder controle.”

“Ik hoop het.”

“Tuurlijk. ”

HOOFDSTUK 8: AFSCHEID VAN ELYSIUM

Scene 8 (Aangepast)

Oscar logde in om 23:14.

Hij had zichzelf beloofd dat hij niet zou gaan. Had naar de headset gestaard sinds het eten – een magnetronmaaltijd die hij half had opgegeten. Had tegen zichzelf gezegd: morgen. Morgen log ik in om afscheid te nemen. Om het af te sluiten.

Maar toen was het 23:00 geworden. En zijn handen hadden de headset gepakt voordat zijn hoofd kon protesteren.

Laatste keer, prentte hij zichzelf in. Dit is de laatste keer.

Het Aankomstplein materialiseerde.

Oscar – Mona – liep door het Oude Kwartier, langs Nyx’ atelier waar nu bloemen voor de deur lagen, naar het park in met zijn onmogelijke bomen en perfecte vogels.

Ash zat op het bankje. Maar dit keer was hun avatar anders. Donkerder. Het zilver haar hing voor het gezicht. De schouders hingen naar voren.

Verdriet, dacht Oscar. Zelfs hier. Zelfs in een wereld waar je kunt zijn wat je wilt, blijft verdriet bestaan.

“Hé”, zei Oscar zacht.

Ash keek op. “Hé.” Hij schoof op en maakte ruimte op het bankje. Oscar ging zitten en probeerde te genieten van de virtuele wind die door de virtuele bladeren woei. Ergens zong een vogel met een melodie die te mooi was om waar te zijn.

“Als je morgen zou kunnen kiezen tussen je echte leven en Elysium. Wat zou je dan kiezen?”

“Ik hoef gelukkig niet te kiezen. Ik wil ook niet kiezen.”

“En Lara?”

“Zij had het liefste hier geleefd, dat weet ik wel zeker. Hoe vaker ze hier kon komen, hoe liever.”

“Ik ben niet zoals jij”, zei Oscar. “Maar ook niet zoals Lara. Ik kan geen twee levens leiden. En ik kies liever het echte leven dan een fantasieleven hier.”

“Wat is er zo goed aan het echt leven?”

“Nou … dat het echt is?” Oscar moest lachen. Ash lachtte mee.

“Voor Lara was dit het echte leven”, zei Ash. “Hier leidde ze het leven dat ze bedoeld was te leven. Voor jou misschien niet.”

“Nee. Maar ik ga dit leven wel missen. Ik ga missen wie ik hier was.”

“Misschien kun je proberen daarbuiten te zijn wie je hier was.”

“Wat?”, zei Oscar niet begrijpend.

“Ik geloof niet dat Mark begrijpt waarom Lara zo vaak hier kwam. Maar misschien heb jij mensen om je heen die wel begrijpen wat je hier zocht.”

Oscar moest denken aan zijn vader. Aan Lotte. Aan Mira. Ik heb ze nooit de kans gegeven, realiseerde hij zich. Ik heb mezelf grootgehouden. Verstopt. Net zoals Lara. Net zoals Simone misschien.

“Wat denk je?” vroeg Ash.

Oscar keek naar hen – hem? haar? Het deed er niet toe. Ash was Ash. Niet in een hokje te plaatsen. Een vrije geest in een vrij lichaam.

“Een deel van mij wil hier blijven. Voor altijd.”

“En het andere deel?”

“Het andere deel weet dat ik terug moet. Naar mijn leven. Naar mezelf.” Hij haalde diep adem. “Maar ik weet niet of ik mezelf kan zijn. De volledige mezelf. Niet alleen de sterke Oscar. Ook de zwakke. De onzekere. De…”

“De menselijke.”

“Ja.”

Ash stond op. Stak een hand uit. “Kom.”

Oscar stond op. “Waar gaan we heen?”

“Nyx’ atelier. Een laatste keer.”

Ze liepen. Door het park. Door de straten. Naar het gebouw met klimop en houten luiken.

Het atelier was zoals Oscar het had achtergelaten. Schilderijen. Sculpturen.

Maar nu was er iets anders.

Een nieuw schilderij. Groot. In het midden van de ruimte.

Oscar liep ernaartoe. Staarde.

Het was een portret. Van twee vrouwen. Een met donker haar en een bril. Lara. De andere met zilver haar en groene ogen. Nyx.

Niet twee verschillende mensen. Dezelfde persoon. In twee vormen.

Beide vrouwen raakten elkaar aan. Voorhoofden tegen elkaar. Niet gescheiden. Maar ook niet samengesmolten. Lara en Nyx. De vrouw die Mark kende en de vrouw die ze hier was.

“Ze schilderde het in haar laatste week”, zei Ash. “Ik vond het drie dagen geleden. Het was verstopt achter andere werken. Alsof ze het voor zichzelf maakte. Niet voor anderen.”

Oscar kon zijn ogen er niet vanaf houden.

“Wat denk je dat het betekent?” vroeg hij.

“Ik denk”, zei Ash langzaam, “dat ze vrede had gemaakt met haar dualiteit. Dat ze accepteerde dat ze beide personen was.”

“Ik moet gaan”, zei hij Oscar zacht.

“Ik weet het.”

“Niet alleen nu. Ik bedoel… voor altijd.”

Ash knikte. “Ik weet het.”

“Bedankt”, zei Oscar. “Voor alles. Dat je me hebt laten zien wat Nyx zocht. En hebt helpen begrijpen wat ik zoek.”

Ash omhelsde hem. Virtuele warmte, echt gevoel.

Oscar stapte achteruit en groette. Opende zijn interface.

LOG OUT?

Zijn vinger zweefde even boven de knop. Toen drukte hij.

De wereld vervaagde.

HOOFDSTUK 9: EEN EXIT-GESPREK

Scene 9 (Aangepast)

Mark Jansen zat op dezelfde stoel als twee weken geleden. Zelfde pak. Zelfde strakke schouders. Zelfde gecontroleerde uitdrukking.

Maar Oscar zag nu dingen die hij toen niet had gezien. De manier waarop Mark aan zijn verlovingsring draaide. De schaduw onder zijn ogen die concealer niet helemaal verborg. De manier waarop hij zijn blik niet liet rusten – van de deur naar het raam naar Oscars bureau maar nooit lang genoeg om echt iets te zien.

Hij is net zo bang als ik, dacht Oscar. Hij wil niet dat iemand het ziet.

“Je zei dat je me iets moest vertellen”, zei Mark. Zijn stem klonk vlak. Zakelijk. “Over Lara’s digitale nalatenschap.”

Oscar knikte. Hij had de hele ochtend geoefend hoe hij dit zou zeggen. Had drie verschillende versies geschreven. Verwijderd. Opnieuw geschreven.

Uiteindelijk had hij alles weggegooid en besloten gewoon eerlijk te zijn.

“Ik heb iets gevonden”, zei hij. “Iets wat belangrijk was voor Lara. Een wereld die belangrijk voor haar was.”

Oscar haalde diep adem. “Ze had een vriend. Iemand met wie ze praatte over dingen die…” Hij stopte. Zocht naar woorden. “Over dingen die ze in haar echte leven niet durfde te bespreken.”

Mark stond op. Liep naar het raam. Stond met zijn rug naar Oscar.

“Had ze een affaire?”

“Nee.”

“Weet je dat zeker?”

“Ja. Haar vrienden daar waren platonische vrienden. Ze hielden van haar om wie ze was. Niet om wat ze deed of hoe ze er in werkelijkheid uitzag.”

“Ik hield van haar om wie ze was.”

Oscar zei niets. Wachtte.

“Je denkt van niet?”, zei Mark.

“Ik denk dat je hield van de Lara die je kende. Maar…” Oscar aarzelde. “Je kende haar maar gedeeltelijk.”

“Omdat ze me niet helemaal toeliet.”

“Zoiets.”

“Is dat mijn schuld?”

“Dat zeg ik niet. Ik weet het niet. Misschien dacht ze dat je die andere kant van haar niet zou begrijpen. Of misschien…” Hij dacht aan plannen en schema’s. “Misschien had ze gewoon een plek nodig. Om er tussenuit te kunnen. Om aan de druk te ontsnappen.”

Oscar pakte een usb-stick uit zijn la. “Hier staan Lara’s – Nyx’ – login gegevens. Je kunt naar binnen. Haar atelier bezoeken. Haar kunst zien. Haar vrienden ontmoeten. Of…” Hij aarzelde. “Of je kunt het laten zoals het is. Haar digitale wereld laten bestaan zonder een bezoek te brengen. En als het abonnement is verlopen niet verleengen.”

Mark pakte de usb-stick.

“Zijn er dingen daar die… die me pijn zullen doen?”

Oscar dacht na. “Er zijn dingen die je zullen verrassen. Die je misschien teleur zullen stellen.”

Mark stopte de usb-stick in zijn zak. Stond op.

“Ik moet erover nadenken.”

“Natuurlijk.” Oscar stond op om afscheid te nemen van Mark. “En tot morgen”

“Ja.”

Oscar keek naar zijn la. Daar lag de headset. Wachtend. Hij had hem van huis meegenomen vanmorgen. Had gedacht: misschien nog één keer. Om afscheid te nemen van Ash. Van Luna. Van iedereen.

Maar nu…

Nu wist hij dat als hij nog één keer inlogde, hij niet zou kunnen stoppen.

Hij verstuurde het. Opende zijn la. Pakte de headset.

Keek ernaar. En keek naar Simone naast hem.

En stopte de headset terug in de la.

Hij pakte zijn telefoon en belde Henk.

“Jongen!” Henk klonk opgelucht. “Ik dacht al dat je me vergeten was.”

“Sorry. Ik was… ik had het druk.”

“Te druk voor je oude vader?”

Oscar glimlachte. “Ja. Sorry. Maar… Henk?”

“Ja?”

“Mag ik zondag langskomen?”

“Natuurlijk. Natuurlijk jongen. Altijd.”

“Dank je.”

HOOFDSTUK 10: DE UITVAART

Scene 10 (Aangepast)

De aula van Zorgvlied was halfvol. Oscar stond achteraan, zoals hij altijd deed bij uitvaarten waar hij zelf niet hoefde te spreken. Professionele gewoonte.

Voor in de zaal stond Lara’s kist, eenvoudig grenenhout. Mark had geen bloemen gewild, alleen een klein arrangement van wilde veldbloemen.

Oscar keek naar de aanwezigen. Collega het bedrijf van Mark en Lara, een paar mensen die eruitzagen als familie. Een kleine camera op een statief stond opzij, de rode lampje brandde. Een livestream. Dat had Oscar niet verwacht.

Mark liep naar voren. Hij droeg een donkergrijs pak, geen das. Zijn handen trilden licht toen hij het spreekgestoelte vastpakte.

“Lara hield niet van speeches”, begon hij. Zijn stem was vlak, beheerst. “Ze zou dit waarschijnlijk verschrikkelijk vinden. Dus ik hou het kort.”

Hij keek naar de kist, toen weer naar de zaal.

“Lara en ik werkten samen. Tien jaar lang. Ze heeft me geholpen mijn bedrijf op te bouwen. Administratie, financiën, strategie – ze deed het allemaal. Haar devies – ons devies – was simpel: niet lullen maar poetsen. Gewoon doen. Geen tijd verspillen aan gepraat.”

Een kleine glimlach, bitter aan de randen.

“En ik geloof… ik geloof dat ik daarom ook deze begrafenis zo wilde houden. In haar geest. In onze geest: doen en dan weer verder. Niet te veel omkijken.”

Hij zweeg. Zijn handen klemden zich om het hout.

“Maar misschien…” Zijn stem brak. Hij herstelde zich. “Misschien hadden we toch wat meer moeten lullen en wat minder poetsen.”

“Want ze miste iets”, vervolgde Mark. “Dat weet ik nu. Ik wist het toen niet. Of ik wilde het niet weten. Maar ze miste iets… en dat vond ze elders.”

Hij gebaarde naar iemand achter in de zaal. Een assistent kwam naar voren met een ingelijst schilderij, ongeveer een meter bij een meter. Oscar herkende het meteen: het dubbelportret dat Lara van zichzelf en Nyx had gemaakt.

Mark had Elysium bezocht.

“Dit heeft Lara gemaakt”, zei Mark. “In een wereld die sommigen van jullie kennen. Een wereld waar ze zichzelf kon zijn op manieren die…” Hij stopte. “Die ik niet begreep.”

Hij keek rechtstreeks in de camera.

Zou Ash zijn uitgenodigd?, vroeg Oscar zich af.

“Ze vertelde me ooit dat ze vroeger getekend had. Als kind. Maar dat ze ermee gestopt was omdat ze geen talent had. Dat zei haar leraar, geloof ik. En ze geloofde hem.”

Marks stem werd steviger. Hij keek weer in de camera. “Maar in jullie wereld was ze wél getalenteerd. Dit is ook Lara. Misschien zelfs meer Lara dan de vrouw die ik dacht te kennen.”

Hij wendde zich weer tot de fysieke zaal.

“En daarom eren we haar ook op deze manier. Niet alleen zoals ze was in dit leven – efficiënt, sterk, nuchter – maar ook zoals ze was daar. Compleet.”

Mark keek opnieuw naar de camera, zijn ogen vochtig maar zijn stem vast.

“Voor degenen die meekijken vanuit Elysium…” Hij slikte. “Dank je. Dank jullie dat jullie haar een tweede thuis hebben gegeven. Een plek waar ze kon zijn wie ze wilde zijn.”

Hij stapte weg van het spreekgestoelte, liep naar de kist, legde zijn hand erop. Zei niets meer.

Oscar bleef staan tot de zaal leeg was.

Behalve Mark, die bij het schilderij stond, zijn vingers licht op het frame.

Oscar liep naar hem toe.

“Het is mooi”, zei Oscar zacht.

Mark keek op. Zijn ogen waren rood.

“Ik wist niet dat ze dit kon.” Zijn stem was schor. “Al die jaren…”

“Niemand weet alles van een ander”, zei Oscar. De woorden klonken hol, zelfs in zijn eigen oren.

Mark knikte langzaam. “Jij ook niet, hè? Van Simone.”

Oscar verstijfde.

“Lara vertelde me over je vrouw”, zei Mark. “Dat je haar uitvaart had gedaan. Dat je… dat je het moeilijk had gehad.” Hij keek Oscar aan. “Daarom wilde ze dat je haar uitvaart ook zou verzorgen.”

“Ah, zo”, zei Oscar, want wat moest hij anders zeggen?

Mark pakte het schilderij op en maakte aanstalten om te vertrekken. “Dank je”, zei hij tegen Oscar. “Voor alles.”

“Jij bedankt”, zei Oscar. En tot het schilderij: “En jullie ook bedankt.”

EINDE

Deel:

Geef een reactie