Leven na de dood (Sci-Failleton, deel 5)

Leven na de dood (Sci-Failleton, deel 5)


Wanneer uitvaartondernemer Oscar de Bruin de digitale nalatenschap van een onbekende chirurg moet regelen, ontdekt hij dat de overledene een goede vriend was – alleen kende hij hem onder een andere naam, in een andere wereld, als een ander persoon.

Een vervolg op Dubbelleven.

HOOFDSTUK 1: EEN ONBEKENDE VRIEND

Oscar heeft een hekel aan de meeste notarissen. Niet aan de mensen – ze kunnen best aardig zijn – maar aan wat ze vertegenwoordigen. De dood, vastgelegd in juridische taal. Erfenissen die families uit elkaar rukken. Digitale nalatenschappen waar niemand aan heeft gedacht tot het te laat is. Mensen die de wil van de overledene uitvoeren, naar de letter van de wet kijken en maar al te vaak de wensen, gevoelens en gevoeligheden van de erfgenamen uit het oog verliezen.

Notaris Van Dijk is een uitzondering. Hij overlegt met alle partijen die betrokken zijn bij de afhandeling van een erfenis, en probeert rekening te houden met iedereen. Ook voor hem is de wet heilig, ook voor hem geldt dat hij de wensen van de overledene probeert te eerbiedigen. Maar de wet is niet zijn enige houvast, en hij probeert de wensen van de overledenen af te stemmen met die van de levenden. En hij belt zelf, maakt zijn eigen afspraken, praat zoals een mens en klinkt niet als een wandelend hoofdstuk uit het Burgerlijk Wetboek.

“De Bruin”, zegt Van Dijk als Oscar de telefoon opneemt.

“Van Dijk.”

“Ik heb een klus voor je. Digitale nalatenschap. De overledene heeft speciaal naar jou gevraagd.”

Oscar stopt met typen. “Mij? Met naam en toenaam?”

“Ja. Oscar de Bruin. Je staat in het testament. Hij wilde dat jij het Digital Legacy Management op je neemt.”

Dat gebeurt zelden. Meestal krijgt Oscar dit soort opdrachten via doorverwijzing: een advocaat kent een weduwe, een weduwe kent een notaris, de notaris belt Oscar. Maar dit is hoogst uitzonderlijk.

“Wie is het?” vraagt Oscar.

“Dr. Hans Vermeer. Vijftig jaar. Chirurg. Zelfdoding, drie weken geleden.”

Oscar schrijft het op. Zelfdoding, niet zelfmoord. Van Dijk is precies in zijn woordkeuze, iets wat Oscar waardeert. Want wie de hand aan zichzelf slaat, is niet iemand die een ander het leven ongevraagd wreed ontneemt, maar iemand die het leven te veel is geworden. Zo iemand is geen moordenaar die straf verdient, maar iemand om medelijden mee te hebben.

“Had hij familie?”

“Een zus. Els Vermeer. Zij is executeur testamentair, maar hij wilde dat jij de digitale nalatenschap afhandelt.”

“Zei hij ook waarom ik dat moet doen?”

“Dat niet. Alleen: hij zal begrijpen waarom.'”

“Oké”, zegt Oscar. “Stuur me de gegevens door.”

“Doe ik. En De Bruin?”

“Ja?”

“Er zit een persoonlijke brief bij. Voor jou. Ik stuur hem mee met de documenten.”

De verbinding wordt verbroken.

Oscar staart naar zijn scherm. Een notificatie verschijnt: nieuwe mail van Van Dijk. Bijlagen: testament, overlijdensakte, machtiging.

En een PDF: Brief_voor_Oscar_de_Bruin.pdf:

Geachte heer De Bruin, beste Oscar,

We kennen elkaar niet. Tenminste, niet op de manier die telt in de wereld waar u leeft. Toch ken ik u. En ik vertrouw erop dat u mij ook kent.

Ik vraag u mijn digitale leven te openen. Niet om het te wissen, niet om het op te schonen. Maar om het te zien. En daarna, als u het goed acht, om het te laten zien.

Mijn zus Els is een goed mens. Maar ze begrijpt bepaalde dingen niet. Nog niet. Ik kon het haar niet vertellen toen ik leefde. Ik probeerde het. Vele malen. Maar het is me nooit gelukt.

Dank u.

Hans Vermeer

HOOFDSTUK 2: DE ONTDEKKING

Twee dagen later zit Oscar en Jamal in het appartement van Hans Vermeer.

Het is klein. Netjes. Boeken gerangschikt op kleur (iets wat Oscar niet begrijpt, want hoe vind je een boek zo ooit terug? Op kleur ordenen is een ordeningsysteem waardoor je geheid boeken kwijtraakt. Een ordeningssysteem dat de naam wat Oscar betreft niet verdient. Al moet hij toegeven dat boeken die volgens kleur zijn gegroepeerd zijn wel degelijk geordend zijn, in de zin dat de volgorde niet helemaal willekeurig is. Het toont maar weer eens aan dat mensen eenzelfde soort neiging hebben om zaken te ordenen, maar daar een heel andere invulling aan geven, mijmert Oscar – een man die zijn boeken op alfabet heeft staan (evenals zijn kruiden overigens en de CDs die hij nog heeft bewaard. Oscar gaat naar de keuken om koffie te zetten en ziet dat de koffiekopjes allemaal in het gelid staan. De vensterbanken en de lampen zijn stofvrij en de ramen netjes gelapt. Zou deze man voordat hij uit het leven stapte nog even zijn huis een schoonmaakbeurt hebben gegeven?

Oscar en Jamal hebben in gevallen zoals dit een standaardprocedure, die ze de ‘methode Ghostbusters’ noemen, naar een van Jamals favoriete films. Eerst maken ze een inventarisatie van de fysieke apparaten inventariseren – in dit geval laptop, telefoon, tablet en smartwatch – en dan proberen ze zich een beeld te vormen van alles wat de de overledene in de cloud had staan, zijn berichten op sociale media en zijn appjes, mailtjes en andere digitale sporen die hij heeft nagelaten.

De laptop staat op het bureau. Een Mac, drie jaar oud en – hoe kan het ook anders – schoon en zonder gebruikssporen. Jamal sluit een externe drive aan, start zijn extractiesoftware. Bestanden beginnen te laden. Foto’s van vakanties, oude familiekiekjes recente portretten van een hond (niet zijn hond, misschien die van zijn zuster Els). Documenten: medische artikelen, roosters de financiële administratie.

Niets bijzonders.

Maar dan verschijnt er een map die Oscar en Jamal niet hadden verwacht: Elysium_Backup.

Jamal klikt erop.

Duizenden bestanden. Logfiles, avatarconfiguraties, chatgeschiedenissen. Screenshots van de virtuele wereld Elysium.

Een wereld die Oscar kent.

“Mag ik even?”, vraagt hij aan Jamal. En zonder diens antwoord af te wachten, open hij een chatlog.

Ash: *Ik zal je missen.*

Nyx: *Ik jou.*

Ash: *Ik weet niet of ik het hier zonder jou kan volhouden.*

Ash en Nyx! Die heeft Oscar wel gekend.

Nyx – Lara – niet zo goed, maar toen hij na haar digitale nalatenschap beheerde, had een indruk gekregen van haar leven in en buiten Elysium.

En Ash? Als je Oscar gisteren had gevraagd of hij wist wie Ash was, had hij gezegd dat hij hem door en door kende door alle gesprekken die ze samen na het overlijden van Lara / Nyx hadden gevoerd. Maar vandaag was hij daar niet meer zo zeker van. Ash en hij hadden het vaak over Nyx gehad, maar eigenlijk nooit over wat haar dood had betekend voor Ash. Oscar had er ook nooit op aangedrongen, bedacht hij zich nu.

Begrijpelijk: hij was in Elysium om verhalen over Nyx te verzamelen om Lara’s uitvaart goed te kunnen verzorgen (‘een uitvaart die recht doet aan de overledene’, zoals Oscar altijd zei). Ash had hem het nodige over zichzelf verteld – dat hij in het dagelijks leven arts was, dat hij in Elysium meer ‘zichzelf’ kon zijn, en dat zijn vrouwelijke kant zich hier meer kon manifesteren – maar dat was het wel zo’n beetje. Dat de dood van Lara hem zwaar was gevallen, maakte Oscar nu op uit de chat. Toen hij in Elysium was, had hij niet opgemerkt. Hij was er niet over begonnen en Ash had niets laten merken. Had hij Ash zelfs maar gevraagd waarom hij zichzelf ‘Ash’ noemde? Misschien was het een soort gemankeerd anagram van Hans? Met de letters ‘h’, ‘a’ en ‘s’, maar zonder de ‘n’. De ‘n’ van ‘nee’ ? Van ‘negativiteiteit’? Een letter die van Hans niet mee mocht naar het paradijselijke Elysium. Dat moet het geweest zijn, dacht Oscar. Zo goed kende hij Hans / Ash dan weer wel: hij was iemand die, anders dan Lara / Nyx grote moeite had om een dubbelleven te leiden, en het liefste helemaal naar Elysium zou zijn verhuisd en de wereld daarbuiten het liefste achter zich had gelaten. Zonder ‘n’.

Oscar opent een screenshot van Ash in Elysium. Een figuur in een lange witte jas, slank, androgyn. Scherpe jukbeenderen, lang haar, ogen die groen-blauw lijken te gloeien. Achter de figuur een stad als in een droom, met neon, hologrammen en sprookjesachtige gebouwen.

Oscar zoekt verder. Meer beelden van Ash. Met anderen. Veel met beelden van Ash met Nyx. Met andere vrienden van Ash in Elysium. Ook enkele van Ash met Mona, zoals Oscar zich noemde toen hij in Elysium was. Nog maar een paar maanden geleden, realiseert Oscar zich. De dood van Simone was bijna ondragelijk geweest. De bezoeken aan Elysium hadden hem opgebeurd, vooral de gesprekken met Ash. Nu was het tijd om hem een wederdienst te bewijzen.

“Gaar het wel?”, vraagt Jamal.

“Ik moet terug naar binnen”, zegt Oscar.

“Je moet helemaal niks. Delegeer het. Aan mij. Aan wie dan ook.”

“Hij vraagt specifiek om mij.”

“Ik denk niet dat hij het merkt als je iemand anders stuurt.”

Oscar sluit zijn ogen. “Ik kende hem. Mona was bevriend met hem.”

Een lange stilte. Jamal ademt uit. “Shit, man.”

“Ja.”

“Wat ga je doen?”

“Mijn werk”, zegt hij.

HOOFDSTUK 3: TERUGKEER

Die avond zit Oscar thuis. Alleen.

De VR-headset ligt in de kast. Achter de oude fotoalbums van Simone, achter de doos met spullen die hij nooit heeft uitgepakt na haar dood. Hij heeft hem niet gebruikt sinds die laatste keer. Die dag dat hij besloot: nu niet meer.

Hij haalt de headset uit de kast. Blaast het stof eraf. Sluit hem aan.

De software update automatisch. Elysium 7.3. Nieuw sinds de laatste keer.

Oscar gaat op de bank zitten. Zet de headset op.

Welkom terug, Mona.

Het scherm flitst.

De wereld verdwijnt.


Oscar heeft sinds zijn laatste bezoek aan Elysium niet meer gedacht aan het Aankomstplein. Maar hij blijkt zich alles te herinneren. Er is weinig veranderd, al zijn er enkele gebouwen bijgekomen (een hotel, een casino) en is er nog meer neonreclame dan vorige keer. Toen deed het plein Oscar denken aan het Piazza Navonne in Rome, nu heeft het meer trekken van Times Square in New York gekregen. Maar het onwezenlijke licht is hetzelfde en de meeste gebouwen die het plein omringen staan nog – kleurrijke gebouwen die zo hoog zijn dat ze in de werkelijke wereld het plein in duisternis zouden hullen. Hologrammen zweven door de lucht. Avatars lopen voorbij – sommige menselijk, andere niet. Een draak, klein genoeg om op iemands schouder te zitten. Een robot met bloemen in plaats van handen.

Oscar – nee, Mona – ziet zichzelf, rechts in de bovenhoek van het scherm van zijn VR-bril. Zij is nog precies dezelfde. Een sterk vereenvoudigde, jongere digitale versie van Simone. Oscar groet haar. “Fijn weer wat tijd met jou en als jou door te brengen”, denkt hij. “En succes gewenst.”

Mona verlaat het plein – richting het Oude Kwartier, waar Nyx woonde en waar hij Ash vaak had ontmoet. Ze heeft het woonadres van Ash gevonden in de digitale nalatenschap van Hans: Via Salvatore 128, helemaal aan de rand van de bebouwde kom. Gaandeweg verandert het straatbeeld. Minder neon, meer natuurlijk licht – even kunstmatig uiteraard, maar het doet realistischer aan. De gebouwen zijn nu organischer dan aan het Aankomstplein, alsof ze gegroeid zijn in plaats van gebouwd. Mona loopt langs de smalle straatjes, de cafeetjes waar mensen – avatars – discussiëren over werk, over kunst, over het leven, langs de galerieën en de winkeltjes. Voor ze het weet staat ze voor het appartement van Ash.

Hoe komt Mona naar binnen? Ze herinnert zich dat Nyx haar atelier had opengesteld toen ze was overleden (en ‘permanent offline’ was, zoals dat hier eufemistisch werd genoemd). Maar Ash lijkt alles bij het oude te hebben gelaten. Mona ziet tenminste nergens een mededeling voor het publiek op de voordeur en het naamplaatje bij de deurbel vermeldt nog gewoon dat ‘Ash’ er woont. Dus belt ze maar aan.

“Hallo”, klinkt het door de intercom. Ze herkent de vriendelijke, licht bezorgde stem van Ash meteen. Maanden niet aan gedacht, maar wat klinkt die stem vertrouwd. Het is alsof ze hem net nog heeft gesproken. Alsof hij nog leeft.

“Ash?”, vraagt ze.

“Mona!”, zegt Ash. “Ik verwachtte je al.”

Ash blijkt op de bovenste etage te wonen van het huis. Ze komt meteen binnen in een grote ruimte, die haar doet denken aan het atelier van Nyx. Aan de muren schilderijen, tekeningen, holografische projecties. Mona meent er de hand van Nyx in te herkennen.

Ash zit bij een groot raam met uitzicht over het Oude Kwartier, met zijn rug naar Mona toe. Hij draagt dezelfde lange robe als op de foto’s. Zijn haar—donker, lang—valt over zijn schouders. In Elysium kon je bijkopen als je van uiterlijk wilde veranderen, maar hij zag er nog net zo uit….. kennelijk zo goed beviel, dat hij er geen behoefte aan had.

“Ash”, zegt Mona zacht.

Hij draait zich om.

Ash glimlacht. “Mona. Je bent terug.”

“Ja. En jij… Jij bent helemaal niet weggegaan.”

“Hans wilde dat je nog één keer naar Elysium zou komen, zodat hij je persoonlijk kon vertellen wat hij je nog te zeggen had. Dus goed dat je bent gekomen.”

“Ik zou jou – Hans? Ash? – natuurlijk nooit teleurstellen”, zei Oscar, die het concept van een avatar die voortleefde nadat de mens erachter was overleden op zich begreep, maar nog nooit mee van doen had gehad en enigszins onwennig was.

“Je kunt me niet teleurstellen, ik heb geen gevoelens.”

“Nee, natuurlijk niet. Ash had gevoelens die omdat Hans die had. Maar jij… hebt alleen de herinneringen aan die gevoelens, toch?”

“Ja, ik ben opgetrokken uit code. Vergelijkbaar met Data uit Star Trek TNG.”

“Ah mijn favoriete personage….”

“Niet Jean-Luc Picard?”

“Ook. Kun je niet twee favorieten hebben?”

“Als je twee levens kunt leiden, kun je ook twee favoriete personages hebben, lijkt me.”

“Dan kies ik Data, als het moet. Omdat hij zichzelf wilde verbeteren, en zo zijn best deed om ‘menselijker’ te worden. Voor Picard was het vanzelfsprekend dat hij aan zichzelf werkte, hij stond er niet bij stil. Voor hem was de uitdaging eerder om zich te verzoenen met wat hij was kwijtgeraakt in zijn leven, een huiselijk leven, een goede relatie, kinderen misschien. De keuze voor iets is ook altijd een keuze ten koste van iets anders is. Kiezen is opofferen, dat maakt Picard duidelijk.”

“Dan kies ik voor Picard als favoriete personage”, lachte Ash.

“Je bedoelt: Ash zou hebben gekozen voor Picard.”

“Dat bedoel ik. Omdat Ash ook eenzelfde keuzeprobleem had, omdat hij de twee werelden waarin hij leefde niet met elkaar kon verzoenen. Met elke stap die hij in Elysium zette, raakte hij verder verwijderd van de gewone wereld daarbuiten.”

“En is dat ook waarom hij uit het leven is gestapt. ”

“Dat weet ik niet, daar heeft hij niets over vastgelegd. Je zou zeggen van wel”, zei Ash. “Je merkt: ik kan speculeren. Al zouden sommige mensen het ‘hallucineren’ beschouwen.”

“Ik snap hoe AI’s werken”, zei Mona. “En begrijp dat je meer kunt dan een bandopname afspelen. Dat je geprogrammeerd bent om in de geest van Ash te spreken.

“‘In de geest van’ is wel een toepasselijke omschrijving. Want ja, ik ben natuurlijk de geest van Ash.”

“En hoe lang nog?”

“Tot het abonnement wordt stopgezet. Dat is aan zijn zus.”

“Heeft Hans daar niets over gezegd?”

“Nee, hij had het niet het gevoel dat hij iets moest achterlaten. Anders dan Nyx met haar kunstwerken.”

“Ook niet al die kunst hier aan de muur?”

Welnee, dat zijn reproducties, er zit geen NFT-kunstwerk tussen. Niets waard.”

“Waarom wilde Hans dan dat ik hier nog een keer kwam? Ik begrijp het niet.”

“Vooral omdat hij wilde dat ik je persoonlijk kon laten weten dat hij jou bewonderde.”

“Mij?”, vroeg Mona.

“Omdat jij de kracht had om Elysium te verlaten.”

“Ik ben gevlucht. Omdat ik er anders aan onderdoor was gegaan. Ik vergat te eten. Te slapen. Ik was meer Mona dan Oscar. Zo krachtig was ik niet.”

“Maar je hebt een keuze gemaakt. Hans heeft dat nooit gekund.”

“Nee.”

“Buiten Elysium was steeds minder voor hem. Hij speelde zijn rol als arts, als broer, als zoon. Maar hij voelde zich incompleet.”

“Ik vond hem behoorlijk compleet.”

“Ja hier. Hier kon hij zijn wie hij wilde. Geen man, geen vrouw. Iemand die die categorieën was ontstegen.”

“Misschien”, zegt Oscar zacht, “was hier zijn echte wereld. Misschien was hij daar de avatar. En was dat op het laatst niet genoeg voor hem, zeker na de dood van Nyx niet. Had Elysium hem uiteindelijk toch te weinig te bieden.”

“Ja, zou je zeggen. Al had hij er zonder zijn leven Elysium misschien wel veel eerder een einde aan gemaakt. Hierbuiten was hij eigenlijk al jaren dood, het enige dat hem nog zo lang op de been heeft gehouden was Elysium. Hier was zijn echte leven.”

“Ik vind dat hij moedig is geweest. Op zijn manier”, zegt Oscar. “Er is moed voor nodig om zo’n radicale keuze te maken. Veel mensen zijn ongelukkig, maar doen er niets aan. Ze wachten maar af, laten het leven aan zich voorbij laten trekken. Zo iemand was Hans in elk geval niet.”

Ze praten lang. Over Hans. Over Elysium. Over Mona’s vertrek.

Dan zegt Ash: “Hans wilde dat Els zou vertellen over Ash. Over Elysium. Over Nyx. Daarom heeft hij je ook gevraagd.”

“Ik weet het”, zegt Mona. Hij herinnert zich de brief die Hans had nagelaten, met die zin die hij eerst niet kon plaatsen – ‘En daarna, als u het goed acht, om het te laten zien.’ Nu is het hem duidelijk wat Hans daarmee heeft bedoeld. Maar: “Ik weet alleen niet of Els het zal begrijpen.”

“Nee.”

“Maar ik zal het proberen duidelijk te maken.”

Mona staat op. “Ik moet gaan. Ik heb werk te doen.”

“Kom je terug?”

“Het is verleidelijk. Zeer verleidelijk”, zegt Mona weifelend. “Te verleidelijk”, besluit ze. “Ik denk het niet.”

“Zolang ik er nog ben, ben je in elk geval welkom”, zegt Ash.

Oscar opent het menu op het scherm van de VR-software.

Uitloggen?

Hij klikt op Ja.

HOOFDSTUK 4: EEN LASTIG GESPREK

Twee dagen later.

Oscar zit in een café, met tegenover hem Els Vermeer.

Ze is ouder dan Hans. Drieënvijftig, maar als ze had gezegd dat ze drieënzestig was, had Oscar het zo geloofd. Grijs haar, kort geknipt. Een trui, simpel. Handen die maar blijven friemelen. Ze draait met een lepel het zakje in haar thee rond, trekt het omhoog, laat het dan weer zakken. Om gestrest van te worden.

“Je zei dat je iets had gevonden.” Haar stem is vlak en gecontroleerd maar gespannen.

Oscar opent de laptop die hij bij zich heeft en draait het scherm naar haar toe.

“Ik heb Hans’ digitale nalatenschap doorgenomen. Zoals gevraagd. En ik heb iets gevonden dat je moet zien.”

Els kijkt naar het scherm. Een map: Elysium_Backup.

“Wat is dat?”

“Alles wat Hans heeft bewaard van Elysium. Een sociale VR-omgeving. Een virtuele wereld. Mensen creëren avatars, bouwen levens op, hebben relaties.”

Els fronst. “Hans deed niet aan gaming.”

“Het is geen game. Niet in de traditionele zin van het woord tenminste. Het is…” Oscar zoekt naar woorden. “Een tweede leven. Voor sommige mensen is het meer dan dat. Eerder hun eerste leven.”

Hij opent een afbeelding. Ash, in het atelier, voor het raam met uitzicht over het Oude Kwartier.

Els staart er naar. “Wie is dat?”

“Ash. Dat was Hans’ avatar. Zijn naam in Elysium.”

“Het lijkt wel een vrouw”, briest Els.

“Hij was deels vrouw”, zegt Oscar. “Deels vrouw, deels man. Hij én zij.”

Els pakt de laptop. Scrollt door de foto’s. Ash alleen. Ash met Nyx. Ash met anderen. Ash op verschillende plekken in Elysium.

“Hoelang kwam hij daar al?” vraagt ze.

“Zeven jaar.”

“Al die tijd”, zegt ze. “En hij heeft me nooit iets verteld.”

“Hij wilde het je vertellen. Maar had er moeite mee. Omdat hij dacht dat jij er moeite mee zou hebben. Dat het te pijnlijk voor je zou zijn.”

“Ik heb er ook moeite mee!” Ze kijkt naar de foto’s. Haar gezicht verstrakt. “We spraken er elke week. Ik dacht dat we close waren. Maar hij had een heel leven dat ik niet kende.”

“Misschien waren jullie wel close”, probeert Oscar. “Ook al deelde hij niet alles met je.”

“Mmm”, gromt Els.

“Misschien deelde hij wat hij dacht dat hij kon delen. Of durfde. En waren jullie zo close als hij dacht dat mogelijk was?”

Els zegt niets.

“Ik heb Ash gekend”, zegt Oscar. “Niet je broer, niet Hans. Maar Ash.”

Els kijkt hem niet begrijpend aan. Zegt niets.

“Ash, zijn avatar”, verduidelijkt Oscar. “Ik heb Elysium een paar keer bezocht. Ik heb hem vaak gesproken. We waren… vrienden, denk ik. Maar ik wist niet wie hij was. Niet in de echte wereld. Maar voor mij doet dat niets af aan de vriendschap. Ook al waren we waarschijnlijk minder close dan jullie.”

“Maar hij wist wel wie jij was”, dringt het tot Els door.

“Ja…. ik heb de uitvaart van een vriendin van Ash georganiseerd, en dat wist Ash. Vandaar dat hij nu bij mij is uitgekomen.”

Els sluit de laptop. “En heeft hij jou wel iets gezegd over waarom hij er een einde aan heeft gemaakt? ”

“Nee”, zegt Oscar. “Ik kan er alleen over speculeren. Maar ik weet het niet.”

“Het zou me helpen als ik het wel wist”, zei Els.

“Dat begrijp ik”, zegt Oscar.

Els schuift de laptop teleurgesteld terug naar Oscar en staat op. “Ik moet gaan.”

Oscar wil al iets zeggen in de trant van ‘ik begrijp dat je tijd nodig hebt om dit te verwerken’, maar hij bedenkt zich.

“Wacht”, zegt hij. “Weet je…”

“Wat?”

“Je kunt met hem praten, als je wilt. Alles vragen. Misschien geeft hij antwoord. Je zult hem in elk geval beter leren kennen. En ik denk beter begrijpen.”

Els begrijpt het niet.

“Ik heb nog een VR-bril en een abonnement op Elysium. Je kunt zo gebruikmaken van mijn account. Als je het niet erg vindt om als een aantrekkelijke jonge vrouw te gaan.”

Els kijkt bedenkelijk.

“Een lang verhaal”, zegt Oscar. “Maar denk erover na. Ik kan je de spullen zo laten bezorgen.”

“Ik wil wel een keertje zien hoe het werkt”, zegt Els. “Als mijn broer het er zo fantastisch vond, is het misschien ook iets voor mij.”

HOOFDSTUK 5: EEN GEDENKDIENST DIE RECHT DOET AAN DE OVERLEDENE

Een dag later belt Els. “Ik heb Ash gesproken”, zegt ze. “En vrienden van hem. Mensen die in het echt nog leven. Die mij ook willen ontmoeten, om te vertellen over Ash.”

“Dat is mooi”, zegt Oscar.

“Hij was anders daar. Zachter. Vrijer. Enne …. minder mannelijk.”

“Zeker.”

“Ik wil een uitvaart voor allebei”, zegt Els. “Voor Hans en voor Ash. Is dat te doen?”

“Wat bedoel je?”

“Ik wil dat mensen zien wie hij was. Niet alleen Hans Vermeer de arts en de broer. Maar ook Ash, de levenskunstenaar. Kan dat?”

Oscar denkt na. “Ik kan een presentatie maken. Screenshots, chatlogs, een reconstructie van zijn virtuele leven. Het tonen tijdens de dienst.”

“Ja, doe dat!”

“We kunnen zelfs zijn avatar op de uitvaart hebben. Als we willen, kunnen mensen dan ook met hem praten.”

“Dat zou helemaal mooi zijn.”

“Weet je het zeker? Niet iedereen zal even enthousiast zijn.”

“Dat weet ik.” Els klinkt kalm en vastberaden. “Maar Hans wilde dat mensen wisten wij hij was.”

“Ik denk het ook, maar…”

“Dat zegt Ash. Ik weet het zeker. Maar Hans heeft ze nooit kunnen vertellen dat hij in Elysium een heel leven had opgebouwd. Nu kan dat alsnog.”

Op de uitvaart zijn misschien dertig mensen afgekomen. Hooguit. Collega’s van het ziekenhuis. Vrienden van Els. Een paar neven en nichten.

Oscar heeft een scherm opgesteld. Naast de kist staat een laptop.

Els spreekt eerst. Over Hans. De broer die ze kende. De arts die levens redde maar zijn eigen leven niet kon redden. Dan zegt ze: “Maar er was meer. Iets wat ik niet wist. Iets wat Hans me niet kon vertellen. Ik vraag Oscar de Bruin om het te laten zien.”

Oscar staat op. Loopt naar de laptop.

Hij toont de foto’s. Ash in het atelier. Ash met vrienden. Ash lachend en dansend. Hij laat Ash die praat over kunst, over identiteit, over vrijheid. Een video van Elysium, van het Oude Kwartier, van Ash die daar rondloopt. “En als jullie willen, kunnen jullie met Ash praten”, besluit Oscar.

De zaal is stil.

Sommigen kijken gefascineerd. Sommigen verward. Een man in een grijs pak met een grauwe stropdas staat op en vertrekt.

Maar Els staat op en pakt de VR-bril die Oscar heeft neergelegd naast de laptop. “Het was een mooi dienst”, zegt ze tegen Ash. “Hans zou het mooi hebben gevonden. Alsof we hem tot leven hebben gewekt na zijn dood.”

Ze doet de bril af en kijkt vragend om zich heen. Een van de gasten, een vrouwelijke collega van Hans, doet de bril op. “Hans was altijd zo gesloten”, zegt ze tegen Ash. “Nu begrijp ik waarom.”

Als zij klaar is, doet een andere gast de bril op. En na hem een ander. En weer een ander. En weer een. Zo gaat het een uur door, totdat iedereen die wil aan de beurt is geweest.

Na afloop komt Els naar Oscar toe. “Dank je.”

“Het was jouw keuze.”

“Maar jij hebt het mogelijk gemaakt.” Ze kijkt naar het scherm, naar een afbeelding van Ash.

“Nog één vraagje”, zegt ze. “Die VR-bril. Kan ik die van je overnemen?”

“Ik heb ‘m voorlopig niet meer nodig.”

Deel:

Geef een reactie